Ras van de maand: de Fries!

Moderators: RianneH, Neonlight, Nadia, LindyH, balance

Dit onderwerp is gesloten, je kan geen berichten wijzigen of nieuwe antwoorden plaatsen.Onderwerp gesloten
 
 

JoSav

Berichten: 3611
Geregistreerd: 08-02-05
Woonplaats: Verweggistan

Link naar dit bericht Geplaatst: 09-02-18 17:26

Ik promoveer aan de UU op onderzoek naar het Friese paard. Heb in 2016 al een boek over de geschiedenis van het Friese paard geschreven dat is verschenen bij uitgeverij Bornmeer. Ik richt me momenteel op het ontstaan en de ontwikkeling van de moderne fokkerij (19e eeuw tot heden).
Ik maak dus op dit moment mijn werk van onderzoek naar het Friese paard. :D

Einde van dit jaar verschijnt er een artikel van mijn hand over het (typisch Friese?) verzet tegen regulering en bemoeienis en, in het verlengde daarvan, de (her)definiëring van het Friese paard in de 19e eeuw. Dat zal worden gepubliceerd in een internationale, wetenschappelijke bundel specifiek over paarden en paardenrassen in historische context. Voorheen heb ik ook al eens een stuk geschreven over de (her)uitvinding van het Friese paard en de scheidslijn tussen geschiedenis en mythologie.

Afbeelding

Friezen doen wat met mensen. Ik denk dat er weinig andere paardenrassen zijn waarbij zoveel mensen betrokken zijn en gepassioneerd zijn die verder eigenlijk helemaal niks met paarden hebben. Het ras is echt een deel van de lokale cultuur en identiteit. Mensen die in het dagelijks leven niks met paarden te maken hebben blijven thuis voor de buis om de hengstenkeuring te volgen, of zijn jaarlijks van de partij in Leeuwarden.

Qua karakter zijn ze in mijn beleving allemaal echte persoonlijkheden, maar over het algemeen in de eerste plaats “gezellige” en veelzijdige paarden; ze zijn ook een tikje vurig, tikje mak, tikje trots, tikje koppig, tikje snugger en (met een knipoog) een tikje dom. Ja, lekker tegenstrijdig. Dat maakt ze voor velen denk ik juist zo speciaal.

Ik vind het persoonlijk heel erg interessant hoe sterk ze verweven zijn met de Friese cultuur, maar ook met ons collectief geheugen. Vrij veel mensen denken dat de kleinere, zwaardere en iets compactere landbouwpaarden de oorspronkelijke Fries zijn. Door de eeuwen heen waren ze juist altijd veelzijdig te noemen, ipv een landbouwpaard bij uitstek. Zwaar type is dan een heel relatief begrip.
Friezen waren over het algemeen luxe paarden die daarnaast landbouwwerkzaamheden verrichtten. Friesland is nl. eeuwenlang relatief erg welvarend geweest. Dat weten veel mensen niet (meer). Men denkt eerder aan arme veenkolonies.
Desondanks bestonden verschillende types altijd al, want men fokte naar eigen inzicht en voorkeur: het inlandse landras (ook in veel andere noordelijke provincies werden paarden vaak verkocht als Fries) kende lokale variëteiten. Denk in Friese context alleen al aan het Greidhynder.
Kleur speelde ook een rol. Zo hielden Hollanders van bruine paarden en verkochten Friezen hun bruinen vaak naar o.a. Holland. In Friesland zelf zagen ze nl. al een behoorlijke tijd voor het stamboek andere kleuren uitsloot het liefst zwarte paarden voor de koets.

Om terug te komen op de kleinere, compactere landbouwpaarden die soms zelfs als de echte barokke Fries worden bestempeld:
Begin negentiende eeuw waren Friese paarden over het algemeen gemiddeld iets groter en fijner gebouwd dan 150 jaar later. Vanaf de achttiende eeuw werden ze in de eerste plaats steeds meer als veelzijdige koetspaarden gefokt dan als veelzijdige, barokke rijpaarden en in de eerste helft van de twintigste eeuw als landbouwpaard. Wat is dan “de” Fries? Een stamboekpaard? En vóór 1879 dan?

Zo had en heeft iedereen zijn voorkeur; dat is altijd al zo geweest. Dat zie je zelfs nu nog tijdens de hengstenkeuring. Zelfs nu ze alleen zwart mogen zijn is er nog behoorlijk wat variatie in type. Dat maakt “de” Fries eigenlijk nog altijd best ongrijpbaar.

Uit een publicatie over het aankeuren van dekhengsten in Friesland uit 1795:
Citaat:
Dat de Dekhengsten moeten zyn vyf hout-voeten en twee duimen hoog: te weeten, met het leggen van de Ry of maatstok op de Schoft, en dan op het Waterpas van den grond regt neder; doch de Hengsten, geen vyf Jaaren Oud zynde, met eenige speeling van de grootte; voorts zwaar van Taillie, en geproportioneerd; - regt, en vlug ter been ; - van goed behang; - vuurig van aart. En op dat men van die natuurgesteldheid ten vollen overtuigd zal zyn, zal het den Keurmeester vryftaan, die Hengften, welke ter Keure zullen worden gebragt, voor af te mogen probeeren, met een uur onder den Man op een draf te laaten ryden. Verders zonder aangebooren gebreken, nadeelig voor de Fokkery.


Daarnaast werden er ook toen al premies gegeven aan de eigenaar van de beste hengst waarvan hij bovendien kon aantonen “van eene opregt braave en gaave Merrie, getrokken te zyn.” De merrie was dus ook allesbehalve onbelangrijk.

Zwart, specifiek gitzwart, genoot destijds in Friesland de voorkeur:
Citaat:
Dat een Hengste-Man ten minsten twee git-zwarte Hengsten moet houden, en, zo die gevoeglyk te bekomen is, een Rood - Bruinen Hengst, met zwarte staart, maanen, en voeten.


Verder werden vanaf die periode “roodschimmels” en “blauwschimmels” langzaam aan uitgesloten:
Citaat:
Dat er, in het vervolg, geen Blaauwe of Roodschimmelde Hengsten meer zullen ter keure worden geadmitteerd, als by nadere Deliberatie.

Uit oudere bronnen blijkt zelfs dat er voorheen nog meer kleurslagen waren: zelfs schimmels en, jawel, bonte Friezen.

Dekhengsten moesten jaarlijks in Leeuwarden voor de keurmeester komen. Dat de jaarlijkse KFPS hengstenkeuring in Leeuwarden wordt gehouden is dus zeker geen willekeur, eerder traditie. Zo ook zadelproeven.
De stokmaat van vijf houtvoeten en twee duimen komt overigens overeen met een minimale stokmaat van 1,53 m. en gold met uitzondering van enkele districten in de Wouden (waar ze gemiddeld kleiner waren).
In 1799 werd de vereiste stokmaat bijgesteld naar 1,62 m., opnieuw met uitzondering van de Wouden. In 1829 werd de stokmaat naar beneden bijgesteld tot 1595 mm (1,59 half), ivm sterke terugloop van de paardenpopulatie (o.a. als gevolg van de coalitieoorlogen). De minimale stokmaat van 1,60 voor dekhengsten van tegenwoordig is dus ook niet zomaar uit de lucht gegrepen.
Uiteraard waren (rij)paarden in de Middeleeuwen en barokke tijd over het algemeen wel wat kleiner dan rond de 1,60 - dat mag duidelijk zijn. Zo ook de Fries.

Qua aandachtspunten is er door verminderde genetische variatie en inteelt enige gezondheidsproblematiek. Het ras heeft het in de 19e en 20e eeuw meermalen moeilijk gehad met als gevolg genetische bottlenecks. In die context wordt meestal 1913 als een tekenend jaar genoemd: toen waren er nog slechts 3 stamboekhengsten over (en kort daarna nog maar 1).
In de jaren zestig kreeg het ras het opnieuw moeilijk en dreigde opnieuw te verdwijnen. Tegenwoordig zijn er rond de 70.000 stamboekpaarden.
Meest bekende problemen als gevolg van inteelt zijn dwergroei en hydrocefalie (waterhoofd). Het stamboek nam daarvoor al zeker in de jaren zeventig maatregelen. Inmiddels zijn er testen voor ontwikkeld die voor hengsten verplicht worden gesteld en ook het inteeltcoëfficiënt en verwantschapspercentage wordt nauwlettend in de gaten gehouden. Inteeltproblemen blijven echter binnen een gesloten populatie dat al een verminderde genetische variatie kent altijd op de loer liggen. Zeker iets om altijd waakzaam voor te blijven.
Er zijn echter meer (erfelijke) gebreken die naar verhouding, vergeleken met andere warmbloeden, vaker lijken voor te komen en waaraan het stamboek extra aandacht besteedt (o.a middels onderzoek). Zoals: megaesophagus (ME), aortaruptuur en aortapulmonaire fistulatie, en staart- en manenexzeem (SME).
ME leidt vaak tot slokdarmverstopping en ademhalingsproblemen en komt voor bij 2 op de 100 Friezen. Daarover loopt hier ergens geloof ik ook een langlopend (centraal?) topic.
Het ras is over het algemeen laatrijp. Daar beklaagden boeren zich in de negentiende eeuw overigens veelvuldig over. :j Ze worden ook vrij vroeg grijs, trouwens. Of ze daadwerkelijk eerder oud zijn dan andere paarden zou ik niet durven zeggen; dat zou een uitgebreid statistisch onderzoek binnen diverse stamboeken moeten duidelijk maken en laat dat nou vrij lastig zijn.

Dat ze voor velen tot de verbeelding spreken staat buiten kijf.
Het ras kent iig een bijzondere geschiedenis, verweven met folklore, traditie, handelsgeest en cultuur. Ze maken wat los bij mensen. Dat maakt ze fascinerend.


JoSav

Berichten: 3611
Geregistreerd: 08-02-05
Woonplaats: Verweggistan

Link naar dit bericht Geplaatst: 16-02-18 11:35

Haha, ik zie dat ik in mijn eerste citaat nog wat f-jes heb staan ipv s. Slordig. := Hengften, haha.

Dat Friezen hard zijn voor zichzelf hoor ik vrij regelmatig. :j Dat heeft voor en nadelen. Ziekte merk je dan vaak minder snel op. Vaak ook harde werkers, trouwens.

balance: ik denk dat “op leeftijd” ook een beetje afhankelijk is van je referentiekader. Ben je pony’s gewend, dan is 25 vaak normaal. Ben je warmbloeden gewend, dan is 25 al snel oud. Toch zijn er diverse paardenrassen die de reputatie hebben oud te worden en waarbij er vrij regelmatig een 25 of zelfs 30-plusser opduikt. De Fries hoort daar zover ik weet niet bij, ik hoor zelfs weleens dat ze niet oud zouden worden (dat zijn overigens vaak mensen die niet enorm veel ervaring met het ras hebben en dan kan ik er niet heel veel mee) maar dan nog is het niet zomaar glashard te zeggen dat ze wel of niet vaak oud worden. Ze zijn er namelijk absoluut, de 25 en 30-plussers. En waarmee vergelijk je dan? Vroeger? Wat is vroeger? KWPN? Andere rassen?

Janine: ja, best bizar he, hoe het collectief geheugen zoveel mensen voor de gek houdt over “vroeger”. Ik heb het inmiddels al aan veel mensen gevraagd die zeiden de barokke Fries mooier te vinden en veruit de meeste van hen bedoelen dan idd het landbouwtype zoals die vanaf circa 1914/15 gericht werd gefokt. Heeft in wezen niks met barok te maken. Maar blijkbaar is zwaarder in hun ogen barokker.
Dat landbouwtype begon vanaf eind jaren zestig langzaam te veranderen, maar dat duurt natuurlijk een paar (paarden)generaties voor het verschil echt duidelijk zichtbaar is en dan is er nog zoiets als “nostalgie naar vroeger” - en een misvatting is geboren. De laatste 20 jaar zie je het verschil heel duidelijk, maar daarvoor waren ze toch in meerderheid nog wat forser van type - een erfenis van het landbouwverleden. Mensen herinneren zich de paarden van “vroeger”, maar niet de paarden van vóór het vroeger van hun eigen jeugd (of de jeugd van hun ouders of grootouders) en kijken daar met nostalgie op terug. Niet gek dus, maar kan me je ergernis zo goed voorstellen. Als historicus is vroeger voor mij namelijk iets rekbaarder dan “toen ik/vader/opa klein was”. :D
En het beklag over dat de oorspronkelijke Fries verdwijnt en de moderne in niks meer lijkt op die van vroeger is dus een beetje... interessant. Zo oorspronkelijk is de Fries die zij oorspronkelijk noemen namelijk helemaal niet. In de eerste plaats is het Friese paard altijd veelzijdig gefokt en met handel in het achterhoofd. In de Middeleeuwen stonden Friezen al bekend om handel in paarden.

Janine1990 schreef:
Ik meende dat ze vaak zo klein en mollig (ogend, niet vet) waren door het gebruik van echte arbeiderspaarden? Omdat Friezen echte koetspaarden waren en deze niet echt geschikt waren voor op het land?


De fokkerij van Friese paarden specifiek voor landbouw had gevolgen voor het type. Dat veranderde inderdaad. In de periode tussen Eerste Wereldoorlog (1914-1918) en het einde van het paardentijdperk in de landbouw (halverwege de jaren zestig was het toch echt gedaan met paarden voor de ploeg/maaier/etc.) werden Friese paarden iets kleiner en forser van type. De echte statistieken moet ik er nog op nazien en is ook onderdeel van mijn onderzoek, maar als je foto’s bekijkt is de verandering in die periode tov de periode ervoor overduidelijk. In de jaarboeken van het stamboek zie je iig de stokmaten zakken. Je “ziet” de paarden ook echt compacter en kleiner worden en meer richting een “trek” type gaan, ook qua conformatie (rug, plaatsing standbeen).

De gangen speelden ook een rol in de teloorgang van de Fries in Friesland en onder Noord-Nederlandse boeren; de fraaie draf is waarschijnlijk eind zeventiende, begin achttiende eeuw echt begonnen te ontstaan toen steeds meer mensen buiten de adel hun groeiende weelde wilden laten zien (opkomst burgerij) door er met de koets op uit te trekken. “Kijk mij, ik heb geld, net als Jonkheer A!”
Een dergelijke draf is onpraktisch onder zadel (voor de cavalerie en dressuur) dus was daarvoor ofwel niet aanwezig ofwel niet zo uitgesproken.
Na verloop van tijd werd vooral de chaise (sjees) steeds populairder. Er werd in die periode in heel Europa geselecteerd op fraai dravende koetspaarden (verbeterde vering in koetsen speelde daarbij ook een rol - een fraai dravend paard was voordien vooral onhandig, ook voor de koets). Voor boerenwerk zijn zulke gangen natuurlijk iets onhandiger en is een stuwende én vlakkere gang gewenst.

Het was echter ook een periode van enorme technologische, economische en sociale verandering. Dat had gevolgen voor het paardenbestand en de fokkerij in de hele westerse invloedssfeer.

In Friesland speelden meer dingen.
Doordat Friesland verarmde en de adel en hogere middenklasse m.n. in de 19e eeuw massaal wegtrok naar o.a. Holland, bleef een meerderheid aan boeren over die eigenlijk geen geld hadden voor een luxepaard maar tegelijkertijd wel meer, anders en andere landbouwmiddelen moesten gaan produceren (over de veranderingen in de landbouw zijn al een aantal goede boeken gepubliceerd; de gevolgen voor het paardenbestand e.d. zijn echter vrijwel niet onderzocht). Dat had iig gevolgen, want overal om hun heen begonnen steeds meer boeren specialistische werkpaarden te gebruiken.
Inlandse paarden waren bovendien laatrijp, vond men, vergeleken met bijv. een Oldenburger (die al sinds begin 19e eeuw als landbouwpaard werd gefokt o.a. door verminderde vraag naar koetspaarden en rijpaarden uit die regio en nood aan goede landbouwpaarden). Dan vrat ie dus zeker een jaar langer nutteloos voor ie arbeid kon verrichten...
Boeren in het noorden van NL begonnen hun inlandse merries te dekken met uit Duitsland geïmporteerde, vroegrijpe, specialistische landbouwpaarden - vooral uit Oldenburg en Ostfriesland. Daar waren ze al veel eerder begonnen met de trend van specialistische fokkerij. In de regio Groningen ontstond door gericht kruisen met Duitse paarden het Groninger paard. Uit inlandse (“Friese” - van een lokale, Groningse variëteit) paarden.
Ook werden Belgen speciaal naar het noorden gehaald. Gevolg was dat het inlandse type begon te verdwijnen en ook door veelvuldig kruisen begon dat type te veranderen. Dat was een direct gevolg van economische, technologische en sociale veranderingen. Zoals het type ook al eerder was veranderd, echter voordien bovenal veelzijdig was gebleven. Men moest mee in die verandering en velen hadden de luxe niet om een luxepaard te houden dat niet absoluut intensief mee kon draaien op de boerderij.

De reden dat ze niet geschikt werden gevonden voor werk op het land was meerledig: het waren veelzijdige luxepaarden die ook boerenwerk deden in een markt die in korte tijd juist heel specialistisch was geworden (denk aan landbouwpaarden, cavalerie- en rijpaarden, koetspaarden) en door de tanende economie, technologische en sociale veranderingen die ook enorme gevolgen hadden binnen hun eigen omgeving liep ook daar de vraag terug. Voor Friese paarden was destijds alleen nog een nichemarkt over voor o.a. begrafenisondernemingen in Engeland en Zuid-Afrika. Dat zette het bestand overigens ook onder druk. Britten wilden uitsluitend goedgekeurde, zwarte hengsten en zo was er nóg een reden dat het bestand terugliep en het Friese paard dreigde te verdwijnen. Veel jonge, gekeurde stamboekhengsten werden verkocht en verdwenen, in eerste instantie via België en later geloof ik via Rotterdam naar Engeland.
Men zette zich ook af tegen “buitenlandse” paarden, in een tijd dat Friese nationale trots steeds belangrijker werd. Dat paard werd daar onderdeel van. De reden om bruinen te weren leek dan ook voor een belangrijk deel politiek. Bruin was de dominante kleur van de belangrijkste bedreiging voor het Friese paard: de Bovenlander (o.a. Oldenburger).

Om een helder idee te geven hoe sterk het economische aspect meespeelde: op een gegeven moment kon je wel 5 keer meer krijgen voor een Oldenburgs of Ostfries of kruising veulen/jong paard dan een inlands paard/Fries.
Wat voor hengst zet je dan op je inlandse merrie als het veulen ofwel voor boerenwerk is (je Fries kon pas later aan het werk dan een Oldenburger en deed dat werk minder goed) of voor verkoop (je Fries levert slechts een fractie op) terwijl het dekgeld wel redelijk vergelijkbaar is? Dan kun je nog wel zo trots zijn op je Friese paard, maar dan gaat er toch echt eerder een “Bovenlander” op. En zeker voor bijv een Groninger was de keuze snel gemaakt in een tijd dat Friese nationale trots groeide en je je daar eerder tegen wilde afzetten dan aan meedoen. En ja, money talks. Dat ook.
In Friesland hadden de meeste boeren bovendien maar 1 of 2 paarden. Velen hadden gewoonweg niet de luxe om te kiezen voor een Friese stamboekhengst. Dat veranderde toen er vanuit het stamboek (na een hoop gesteggel) uiteindelijk werd gekozen om binnen dat stamboek specifiek op landbouwkwaliteiten te selecteren en de raszuivere fokkerij actief weer te stimuleren. Die keuze kwam om vijf voor twaalf; nadat de boeken niet langer gescheiden waren en er in 1913 nog maar 3 dekhengsten over waren (waaronder de befaamde Alva - die uit De Regent en een kruising Oldenburgse moeder kwam, overigens).

Janine1990 schreef:
Dat boek moet ik hebben :D

Leuk! Je kunt via mij ook een gesigneerd exemplaar bestellen. Kost je niks extra. ;) :D

Janine1990 schreef:
Ik ben zelf ook een echte liefhebber van het ras. Een KWPN'er zegt mij niets meer... Het is gewoon meer dan een paard, het Friese paard is een beleving!

Dat gevoel merk ik ook heel erg onder liefhebbers. Echt een enorme passie. :j

Dit onderwerp is gesloten, je kan geen berichten wijzigen of nieuwe antwoorden plaatsen.Onderwerp gesloten

Wie is er online

Gebruikers op dit forum: Googlebot en 3 bezoekers