[VER] De Verbinding: Een jongen, een meisje, twee werelden.

Moderators: Duhelo, MirandaT, Essie73, Ods

 
 
taartjee

Berichten: 1374
Geregistreerd: 10-04-12
Woonplaats: Voorthuizen

[VER] De Verbinding: Een jongen, een meisje, twee werelden.

Link naar dit bericht Geplaatst door de TopicStarter: 24-12-13 14:32

Hallo allemaal!

Nienke (Nienke98) en ik (taartjee) zijn samen een verhaal aan het schrijven en wilden dit graag met jullie delen.

Misschien kennen jullie een van onze andere verhalen ook wel:
Nienke98:
[UK] [VER] Eywin, reis door Annwfyn en [UK] [VER] Verhaal Jokers avontuur.
taartjee:
[UK] [VER] Butterfly Fly Away, een bijzonder veulen , [UK] [VER] Engel van het duister en [UK] [VER]Samen geschreven verhaal: Unica: vluchten kan niet meer (samengeschreven met Vereentjex)
Of misschien ken je ons van het huiskamer topic (je mag je altijd komen melden!):
[HK] Schrijvende bokkers gaan los!

Back to the point,
Het verhaal gaat over Avan en Naïya. Avan leeft op de Aarde en Naïya leeft op Lateyce. Lateyce is een planeet die men in 2378 heeft ontdekt, deze planeet is net zoals de aarde bewoond, door het volk de Eathelyn. Lateyce bestaat uit vier eilandengroepen en de rest is water.
Het speelt zich af in het jaar 2478.
Avan is 18 jaar oud. Zijn ouders zijn wetenschappers die regelmatig terugkeren naar Lateyce en dit jaar gaat hij voor het eerst mee. Hij ziet hier erg tegenop omdat hij al zijn vrienden moet achterlaten, maar hij vind het het ergste dat hij zijn vriendin voor een half jaar niet kan zien.
Naïya is 17 jaar oud. Ze leeft samen met haar stam de Arvia op de grootste eilandengroep: Gayatri. Ze leeft daar nog primitief, ze leven van alles wat de natuur te bieden heeft. Naïya is anders dan de anderen, de meisjes leren normaal gesproken te overleven door middel van planten, maar zij jaagt op de dieren met haar pijl en boog.

Nienke schrijft vanuit Naïya en ik, Tara, schrijf vanuit Avan.

Wij zijn erg benieuwd wat jullie hiervan vinden, tips zijn natuurlijk altijd welkom, wij leren graag :D maar houd het wel netjes ;)

De normale en schuingedrukte tekststukjes stellen twee personen voor

Citaat:
Proloog

Zo’n honderd jaar geleden, in het jaar 2378, ontdekten wij een planeet. Een planeet die net zoals onze geliefde Aarde leven bezat, Lateyce genaamd. De planeet is drie keer groter dan de Aarde, maar bestaat voor het grootste gedeelte uit water.
Lange tijd hebben wij, mensen, alleen vanaf onze planeet de nieuwe planeet kunnen bestuderen. Lateyce stond voor onze technologie nog te ver weg om er naar toe te gaan om de planeet te kunnen bezoeken. Veel testen zijn uitgevoerd om een zo snel en veilig mogelijke reis te kunnen maken naar deze planeet.
Eindelijk lukte het ons om op een snelle en veilige manier de planeet Lateyce te bereiken.

Wij wisten al dat ze bestonden, lang voordat ze ons ontdekten. Dat konden we voelen in alles om ons heen, de bomen, het water, onze hele planeet veranderde door een nieuw soort energie. Het zou lang duren voordat ze zich werkelijk lieten zien, maar wij waren voorbereid.
Ze waren anders, zagen er anders uit en namen dingen mee die we nog nooit gezien hadden. Het was beangstigend en onze natuur verzette zich, leidde zijn eigen leven en vormde een ondoordringbaar regenwoud om onze eilandengroep heen.


Bij aankomst op de planeet, konden wij nog geen leven ontdekken zoals ons leven. We zagen alleen maar planten, bomen en dieren. Natuurlijk was dat ook een fantastische ontdekking!
Het was alleen niet zo eenvoudig om een onderkomen te vinden en te maken. De natuur was zo ongerept en wild, dat wij en de andere wetenschappers terug naar ons ruimteschip moesten en met een aantal monsters van de natuur terug keerden naar de Aarde. Dit was een grote domper voor ons, maar we lieten ons hier niet door tegen houden!
Lang hebben we onderzoeken gedaan met betrekking tot onderkomen, wat uiteindelijk minder lang was als dat we hadden bedacht.

Lang zijn ze niet gebleven, maar ze zouden terug komen, dat was zeker.
Mijn volk, de Eathelyn, was radeloos, we moesten ons voorbereiden. Onze natuur was uit balans en we wisten niet wat voor wezens het waren die dit veroorzaakt hadden. Dag na dag hebben we gebeden tot onze goden, de positie van onze vier manen bestudeerd, geprobeerd contact te leggen met de natuur, maar het enige teken dat we kregen was een steen. Een steen in de vorm van een halve maan, hetzelfde embleem dat die vreemde wezens droegen. De steen was wit, onze heilige kleur en we wisten dat we af moesten wachten. We zouden die vreemdelingen een kans moeten geven.


Wij waren daar inmiddels drie jaar regelmatig te vinden en er waren dus ook meer mensen die daar tijdelijk leefden. Zo ook wij, mijn vrouw en ik. Het tweede jaar ben ik alleen gegaan, mijn vrouw was zwanger van onze eerste zoon. Dit was het eerste jaar dat wij daadwerkelijk vooruitgang boekten, de eerste mensachtigen werden gezien!

Tegen de tijd dat ze hier terugkwamen was de natuur niet veranderd, nog even dicht als de laatste keer dat ze hier waren. Ze hadden een enorm ding bij zich, haalden er van alles uit en binnen een paar uur hadden ze een kamp opgezet. Het licht dat hun apparaten uitstraalden was van verre te zien en na een paar minuten hoorden we hen voor het eerst iets zeggen. Het klonk raar, hard en volkomen nutteloos. De wezens zwaaiden met iets door de lucht, wezen erop en keken elkaar aan. Het zag er onnatuurlijk uit en we waren verbaast toen we hun echte gezichten kregen te zien. Ze hadden al die tijd iets op hun hoofd gehad, maar haalden dit eraf. Ze ademden. Precies dezelfde lucht die wij ademen en ze leken op ons.

We waren bang, bang voor die wezens. We wisten niet waartoe ze in staat waren aangezien ze een behoorlijke kennis van de natuur hadden. Zij leefden in harmonie met hun omgeving wat het voor ons des te moeilijker maakte om te overleven.
We ontdekten dat jaar ook de geneeskrachtige werkingen van de planten op Lateyce, ze waren veel krachtiger dan onze medicijnen.

Drie dagen lang hebben we ons niet meer laten zien, we waren geschokt, we snapten niet hoe ze zo op ons konden lijken. Alle leden van ons volk, vanaf alle eilandgroepen in de omtrek verenigden zich met onze grootste stam: De Arvia. We vergaderden, hielden ze in de gaten en hoopten op nog een teken, maar dat kwam niet. De enige reden die we konden bedenken was dat ze hier waren omdat wij hen nodig hadden, maar dat was niet logisch, ze konden op geen enkele manier verwant zijn aan ons. De natuur was veranderd, aangepast en aangezien wij verbonden zijn met de natuur moesten wij ons ook aanpassen.

De derde reis stond in de planning, een jaar dat het eindelijk ging zoals we hoopten. Eindelijk lukte het ons om contact te leggen met een van de stammen.

Het eerste contact was moeizaam, ze waren bang voor ons, net zoals wij dat voor hen waren. Maar we leerden van hen. Hun taal was simpel en we waren bereid die te leren voor het belang van ons volk. Ze kwamen van de Aarde, noemden zichzelf mensen en maakten gebruik van technologie die we niet begrepen. Ze waren hier voor metingen, onderzoek en wij leerden hen om te gaan met onze natuur. Zij leerden ons een deel van hun technologie, probeerden stukjes van onze taal te leren en respecteerden onze cultuur. Enkele van hen hebben onze boomhutten gezien, hebben ze in kaart gebracht en aantekeningen gemaakt.

Zij leerden ons hun taal, wij leerden hen onze technologie. Dat jaar waren mijn vrouw en ik weer samen, onze zoon kon niet mee en dat wilden we ook niet.
Mijn vrouw heeft het eerste contact kunnen leggen met een van de vrouwen van de Arvia stam en zij heeft haar het dorp laten zien waar haar stam woont. Wij stonden werkelijk versteld van het complete dorp in de boomtoppen en hebben er aantekeningen, foto’s en beelden van gemaakt.
De vrouw was duidelijk zwanger en mijn vrouw voelde zich erg tot haar aangetrokken.

Ik leerde een aardse vrouw kennen. Ze was jong klein en had een rustig karakter. Samen met haar man was ze hier naartoe gekomen voor onderzoek en ze heeft me een keer een foto van haar zoontje laten zien. Net een jaar oud. Het was vreemd om te zien dat zelfs hun kinderen op de onze leken, maar we gingen er verder niet op in. We respecteerden de mensen, maar daar zou verandering in komen.

We waren inmiddels al weer een tijdje te gast op Lateyce en ons gehele team werd vernieuwd. Een groot deel van de wetenschappers waren al redelijk oud en nog zo’n reis zou niet goed zijn voor hun gezondheid. Jonge, frisse mensen gingen met ons, mijn vrouw en ik, mee naar Lateyce. Maar tijdens de reis ging er iets gruwelijk mis.
Een van de wat oudere, ervaren onderzoekers had zijn dochter meegenomen, ze was pas vijftien jaar oud. Tijdens de reis naar de planeet werd ze ziek, doodziek. Wij konden nog omkeren en terug naar de Aarde gaan, maar haar vader stond erop dat we op Laytece naar een medicijn zouden zoeken.

Ze hadden een meisje aan boord, ze was ziek en ze hoopten hier een medicijn te vinden. Eén jongen van ons volk, amper ouder dan het meisje legde contact met haar. We accepteerden het, lieten hem zijn gang gaan, maar bleven alert. Het was twee dagen later toen we het merkten. Ze zaten daar, naast elkaar op de grond en toen ze haar hand tegen de zijne drukte was het alsof ze ons allemaal aanraakte. Ons volk was verbaast, dit hoorde niet, zo zat onze natuur niet in elkaar, maar het was voelbaar en de mensen hadden het ook gemerkt. Ze waren een band aan gegaan en we konden er niks tegen doen.

Wij wilden onderzoeken doen, weten wat dit veroorzaakte, maar de Eatha’s werkten niet mee. Met de gedachte dat ze wel bij zouden draaien lieten we het even rusten, maar de dagen daarna werd het meisje bleker en bleker. En tot overmaat van ramp werd diezelfde jongen ook doodziek. We smeekten de Eatha’s ons te helpen, maar zij weerden ons, ze ontliepen ons.
Drie dagen na die contactlegging tussen die twee, overleed het meisje. Nog geen tien minuten later kwam dezelfde vrouw die mijn echtgenote de boomhutten had laten zien, woedend, verward en verdrietig naar ons toe. De jongen die voor haar had gezorgd, was overleden.

We waren kwaad, het kwam door hen, maar we merkten dat ze er net zomin iets vanaf wisten als dat wij deden. We trokken ons terug, werden schuwer en verborgen de paden die naar onze eilandgroepen leidde. We lieten ons niet meer zien aan de mensen, maar hielden hen wel in de gaten.

We wisten niet wat ons overkwam. Verbijsterd hebben we haar aangehoord, waarna ze verdween tussen de bomen en planten, we hebben ze hierna ook niet meer gezien. Wat dit heeft veroorzaakt weten we nog steeds niet, maar we komen er achter, hoe dan ook!

Nu, zeventien jaar na de ontdekking van Laytece, zijn mijn vrouw en ik ieder jaar terug gegaan. De Eatha’s hebben we niet meer gezien of gehoord, alsof ze van de planeet waren verdwenen, maar toch keerden we iedere keer terug, in de hoop dat we weer met ze konden communiceren.
Dit jaar, gaat voor het eerst onze zoon mee, nu achttien jaar oud. Wij willen hem laten zien waar wij ieder jaar naar terug keerden, hem laten zien wat voor een prachtige planeet Lateyce is.

Nu zijn ze er nog steeds, jaren zijn voorbij gegaan, maar ze zijn weer terug. Ik kan alleen hopen dat ze snel weer weg zullen gaan. Het heeft zeventien jaar geduurd, maar ze hebben niet opgegeven. Nieuwe technieken, nieuwe apparatuur en nieuwe mensen. Sommige herken in en we houden hen in de gaten, klaar om aan te vallen als dat nodig is. Hoe lang het gaat duren totdat de mensen hier verdwenen zijn weet ik niet, maar tot die tijd zal ik mijn volk, mijn stam en boven alles mijn dochter tegen hen beschermen.
Laatst bijgewerkt door taartjee op 24-12-13 14:47, in het totaal 1 keer bewerkt


Nienke98

Berichten: 699
Geregistreerd: 28-02-12

Re: [VER] De Verbinding: Een jongen, een meisje, twee werelden.

Link naar dit bericht Geplaatst: 24-12-13 14:33

Gevonden! (Hoi Tara) *D

It's amazing how fast your mood can change after you step in some water with socks on.

xDaphnexx

Berichten: 1045
Geregistreerd: 24-12-12
Woonplaats: Dordrecht

Re: [VER] De Verbinding: Een jongen, een meisje, twee werelden.

Link naar dit bericht Geplaatst: 24-12-13 14:42

Gevonden :D

Skølar <3 <3
Wendy, Exel & Vera <3
[ITP] Eindelijk een eigen fjord!

_roodvos_

Berichten: 1059
Geregistreerd: 20-02-12

Link naar dit bericht Geplaatst: 24-12-13 14:50

Geweeeeeldig! *\%/*
Wordt het hele boek in zulke kleine stukjes geschreven? Of komen er straks lange stukken zoals bij unica?

Laatst bijgewerkt door _roodvos_ op 0 min geleden, in het totaal 1.000.000 keer bewerkt
kennis is weten waar je het op kan zoeken.

taartjee

Berichten: 1374
Geregistreerd: 10-04-12
Woonplaats: Voorthuizen

Re: [VER] De Verbinding: Een jongen, een meisje, twee werelden.

Link naar dit bericht Geplaatst door de TopicStarter: 24-12-13 14:50

You shall see :P

_roodvos_

Berichten: 1059
Geregistreerd: 20-02-12

Re: [VER] De Verbinding: Een jongen, een meisje, twee werelden.

Link naar dit bericht Geplaatst: 24-12-13 14:53

#)

Laatst bijgewerkt door _roodvos_ op 0 min geleden, in het totaal 1.000.000 keer bewerkt
kennis is weten waar je het op kan zoeken.

Nienke98

Berichten: 699
Geregistreerd: 28-02-12

Link naar dit bericht Geplaatst: 24-12-13 15:04

taartjee schreef:
You shall see TOMORROW :P

It's amazing how fast your mood can change after you step in some water with socks on.

HoresesLover

Berichten: 1589
Geregistreerd: 26-09-11

Re: [VER] De Verbinding: Een jongen, een meisje, twee werelden.

Link naar dit bericht Geplaatst: 24-12-13 16:47

Leuk verhaal, ik zit er al helemaal in! Ik volg! :D

Imagination is the fuel the mind needs to survive in this technological age

taartjee

Berichten: 1374
Geregistreerd: 10-04-12
Woonplaats: Voorthuizen

Re: [VER] De Verbinding: Een jongen, een meisje, twee werelden.

Link naar dit bericht Geplaatst door de TopicStarter: 24-12-13 16:48

Top!
Morgen komt hoofdstuk 1 erbij en overmorgen hoofdstuk 2!
Klein kerstcadeautje voor ons huiskamertopic ;)

taartjee

Berichten: 1374
Geregistreerd: 10-04-12
Woonplaats: Voorthuizen

Link naar dit bericht Geplaatst door de TopicStarter: 25-12-13 11:14

Hierbij hoofdstuk 1 van het verhaal!
Veel plezier met lezen, het is een flink stuk om te lezen!
Enjoy!

Citaat:
Hoofdstuk 1

‘Avan, vergeet je niet je spullen naar het commando centrum te brengen? Je vader en ik zijn er alvast naar toe, ben je er om drie uur?’
Zuchtend geef ik mijn moeder antwoord. Morgen vertrekken we voor een half jaar naar Lateyce, niet dat ik daar voor sta te springen of zo, maar ik doe het vooral om mijn ouders te pleasen.
Het liefste blijf ik gewoon hier, bij mijn vrienden, bij Sophie… Vooral Sophie… Het liefste zou ik haar mee willen nemen om deze reis tot een succes te kunnen maken, maar dat is voor haar niet te doen, nog niet. Ze is hard aan het trainen zodat ze volgend jaar mee kan, hoewel het haar veel moeite kost. Ze doet het voor mij.
Ik kan mee omdat mijn ouders ieder jaar daar naar toe gaan, ze zijn wetenschappers. En omdat ze willen dat ik zie wat voor een planeet dat is, moet ik mee. Ik kan toch ook van de beelden zien hoe het daar is? Er is beeldmateriaal zat! Maar nee hoor, ik moet mee!

Als ik de deur dicht hoor slaan, gooi ik alles van mij af, pak mijn jas en ren de deur uit. Alleen vergeet ik de sleutels mee te nemen, dat wordt straks dus klimmen.
Pa en ma hebben geen tijd ingepland voor het afscheid nemen, dat doen ze toch niet. Maar omdat zij het niet doen, wil toch niet zeggen dat ik zonder iets te zeggen van de aardbodem verdwijn?
Ik haast me door de straten op weg naar Sophie’s huis. Ik kan niet vertrekken zonder haar nog even te zien, aangezien ik haar waarschijnlijk een half jaar niet kan zien.
Sophie staat al voor het raam te wachten en als ze me ziet opent ze meteen de deur om zich vervolgens in mijn armen te werpen. Haar make-up is uitgelopen, er staan zwarte vegen op haar wangen.
‘Niet huilen, ik kom weer terug...’ ik wil sterk voor haar blijven, maar voor ik het in de gaten heb, lopen ook de tranen over mijn wangen.
Ze kan alleen maar snikken, woorden krijgt ze niet over haar lippen. Maar dat is niet erg, althans dat vind ik niet erg. Gewoon even niets zeggen, stilte om na te kunnen denken.
Ik til haar op, neem haar mee naar binnen en samen gaan we in de woonkamer zitten. Haar ouders zijn aan het werk en waar haar zus is weet ik niet. Ze zit op mijn schoot en hangt tegen mij aan, mijn arm om haar heen geslagen.
‘Ik ga je missen!’ het klinkt zo onwijs hartverscheurend, maar het is precies hoe we ons allebei voelen.
Ik pak haar hand vast en geef er een kus op, om haar vervolgens op haar voorhoofd een kus te geven. Ik houd zo zielsveel van haar! Ze heeft vannacht nauwelijks geslapen, dat merk ik aan alles. Ik voel hoe ze in slaap valt, op mijn schoot. Maar echt comfortabel zit het niet. Voorzichtig verschuif ik op de bank, ik ga liggen en zorg ervoor dat zij op mijn borst blijft liggen.
Haar rustige ademhaling en hartslag laten me ontspannen en voor ik het in de gaten heb, val ik in slaap.

‘Hallo?’ ik sta midden in een vreemde omgeving, voor mij is water, achter mij staan bomen.
Verbaast kijk ik om me heen en ineens dringt het tot me door dat ik op de plek ben van de beelden die mijn pa en ma hebben gemaakt op Lateyce. Ik draai een aantal keer langzaam om mijn as en bekijk alles aandachtig.
Plotseling hoor ik achter mij geritsel en ik ben meteen op mijn hoede. Voorzichtig, maar snel, draai ik me om in de richting van het geluid, althans waar ik denk dat het vandaan komt.
Ik zie nog net hoe een figuur achter een boom verdwijnt en ga er achteraan. Het brengt me diep het woud in, dat figuur weet waar het moet gaan en staan zonder zichzelf te verwonden. Ik probeer het bij te houden, val een paar keer plat voorover op de grond om weer op te staan en mijn achtervolging weer in te zetten. Maar ineens zie ik het niet meer, ik weet niet waar ik ben, ik ben hopeloos verdwaald en val voor de zoveelste keer plat op mijn gezicht. Radeloos blijf ik liggen om de omgeving in mij op te nemen.
‘Sae,’ klinkt het heel zacht en vrijwel naast mij.
Terwijl ik weer opkrabbel, kijk ik recht in de ogen van een meisje. Ze hebben een donker groene kleur en zijn groot, maar sprekend. De ogen zijn zeker niet menselijk en ook niet van een dier, maar waar het dan wel de ogen van mogen zijn, weet ik niet. En voordat ik haar beter kan bekijken, is ze alweer verdwenen.

Plotseling hoor ik een heel bekend geluid. Ik word er half wakker van en ineens besef ik dat het de ringtone van mijn mobiel is. Snel probeer ik dat ding uit mijn broekzak te halen, maar het gaat niet zo soepel.
‘Avan,’ zeg ik zo wakker mogelijk.
‘Waar ben je? Het is al drie uur geweest! Is er iets gebeurd onderweg, ben je gewond? Is alles goed met je?’ de bezorgde stem van ma galmt door de speaker.
‘Alles gaat goed, niets gebeurd. Ik ben bij Sophie om afscheid te nemen, ik kom er zo aan!’ verschrikt spring ik op, druk mijn mobiel uit, gooi het ding van mij af en maak daarbij Sophie wakker. Ze kijkt me slaperig aan.
‘Ik ben te laat! Ik moet nu naar huis mijn spullen pakken!’ tijdens mijn tocht naar de voordeur waarbij ik al mijn spullen bij elkaar raap, struikel ik twee keer bijna en de derde keer ga ik onderuit.
Sophie helpt me over eind, trekt zelf ook haar schoenen aan en grist haar jas mee. Samen snellen we naar mijn huis toe waar we samen werken als een team om mijn spullen in te pakken. Ik trek alles wat ik mee wil nemen, uit mijn kast en gooi het naar Sophie en zij doet het in mijn tas. Maar één tas wordt twee tassen en een koffer. Ik heb nooit geweten dat ik zo veel spullen heb! Mijn belangrijkste spullen, zoals foto’s, stop ik in de koffer. Just for sure.
‘Denk je dat je alles hebt?’
‘Ik hoop het wel, en anders is het jammer dan,’ Ik leg een foto van mij en Sophie als laatste in de koffer en doe hem dan dicht.
Sophie pakt de koffer en ik de overige twee tassen. Gelukkig is het commando centrum niet ver lopen en na vijf minuten stevig doorlopen, staan we voor de grote poorten van het centrum. We kijken elkaar even aan voordat we naar binnen stappen.

We lopen regelrecht naar het trainingsgedeelte en leggen daar mijn spullen neer. Ik moet even slikken, want dit is voorlopig de laatste keer dat Sophie en ik elkaar kunnen vasthouden, dat ik haar geur op kan snuiven. Het is dus ook een beetje een ongemakkelijk moment aan het worden, we weten allebei gewoon niet wat we moeten zeggen of wat we moeten doen. Een traan rolt over haar wang. Ik sla mijn armen om haar heen en probeer haar te troosten terwijl ik het zelf ook moeilijk heb.
‘Avan? Ben je hier, we moeten ons...’ mijn vader gooit de deur open, zonder er bij na te denken, ‘Oh... Ik kom zo wel even terug...’ hij sluit de deur en hij is weer verdwenen.
Sophie en ik kijken elkaar aan, we beginnen nu pas echt te beseffen dat het de laatste keer zal zijn in waarschijnlijk een half jaar, dat wel elkaar kunnen zien.
Ik kijk hoe laat het is, het is al weer vier uur. De tijd dat we daadwerkelijk naar de controle kamer moeten voor de laatste check voordat we naar Lateyce vertrekken. Ik pak Sophie bij haar hand en we verlaten het trainingsgedeelte. Zwijgend lopen we door de gangen van het centrum, beiden willen we zoveel dingen zeggen, maar we kunnen het niet verwoorden.
‘Ah, daar zijn jullie!’ ma snelt zich naar ons toe en geeft ons een flinke knuffel.
‘Ma, please...’ ik vraag me nog iedere dag af waarom ze zo moet doen als Sophie er is, het is gewoon zo gênant!
Ma laat een diepe zucht ontsnappen en laat een duidelijke oogrol zien, ik schenk er verder geen aandacht aan en draai me naar pa die met een andere onderzoeker aan het praten is. Naast een van de mannen staat een andere jongen, ik denk dat hij iets jonger is dan ik en staat een beetje onzeker naast zijn vader. Ik vind het een behoorlijk sneue vertoning, maar ik voel er momenteel niets voor om even een praatje met hem te gaan maken.

‘Avan, jij moet,’ fluistert Sophie zacht.
Een van de mannen staat druk naar mij te gebaren dat ik moet komen en met tegenzin laat ik de hand van Sophie los en loop, met lood in mijn schoenen, naar de man toe. Daar krijg ik nog een snelle bodycheck. Ik moet mijn kleding uittrekken, zodat ze kunnen kijken of ik lichamelijk nog steeds in staat ben deze reis te maken. Als ik helemaal nagekeken ben, krijg ik mijn ruimtepak in mijn handen gedrukt terwijl ik daar nog steeds in mijn boxer sta. Snel gris ik mijn eigen kleren mee en loop weer terug naar de controle kamer, in mijn onderbroek. Ik trek er wel wat bekijks bij, voornamelijk van de vrouwelijke figuren die hier rondlopen in de vorm van dochters. Het scheelt dat ik het behoorlijk gewend ben, ik kijk er in ieder geval niet meer van op.
‘Ma, ik ben in de trainingszaal,’ deel ik mee, voordat ik me omdraai en door de deur verdwijn met Sophie op mijn hielen.

Van het een op het andere moment voel ik me gefrustreerd worden. Ik wil helemaal niet naar Lateyce toe, ik wil hier blijven, bij Sophie!
Met alleen een trainingsbroek aan, loop ik de sportzaal in en begin me uit te leven op een van de boksballen. Ik heb me nog nooit zo gefrustreerd gevoeld, ik voel me een ander persoon worden, iemand die ik nog niet ken. Zelfs Sophie schrikt van mijn uitbarsting, maar ik kan me gewoon niet inhouden. En voor ik er erg in heb, rollen de tranen voor de zoveelste keer over mijn wangen.
Ik blijf dat ding raken en raken, maar het werkt niet en ik raak helemaal buiten adem. Ik wil nog een keer slaan, schoppen en beuken, maar mijn lichaam staakt. Ik zak door mijn benen heen en val op de grond. Helemaal uitgeput blijf ik liggen terwijl de tranen maar blijven komen. Maar liggen wil ik niet, ik sta weer op terwijl mijn lichaam protesteert, zet een paar stappen richting de muur en stort vervolgens weer in elkaar. Het lukt me om bij de muur te komen en ga daar, helemaal buiten adem en trillend, tegen de muur aan zitten.
Sophie komt voorzichtig naar me toe gelopen, bang op weer een uitbarsting. Maar zo’n uitbarsting ga ik niet overleven gok ik. Ze komt naast me zitten en een tijdje lang zeggen we niets. Ik moet mijn gedachte even op een rijtje zetten en weer even bijkomen. Ik pak haar hand vast, geef haar een zoen en probeer weer op te staan, maar val weer terug zodra er iets van gewicht op mijn been komt.
Ik kijk naar mijn linker knie, die is werkelijk bont en blauw geworden en ik heb het niet eens gevoeld. Ik gok dat ik het niet heb gevoeld door de adrenaline, maar nu begint het toch wel flink pijn te doen. Heb ik weer, uitgerekend nu…
‘Avan, het komt wel goed,’ Sophie legt haar hoofd op mijn schouder, ‘Volgende keer gaan we samen op ontdekking.’
‘Voor we het weten ben ik weer terug, hoop ik,’ ik geef haar een kus op haar hoofd en doe nog een verwoede poging om op te staan.
Sophie helpt me overeind en samen lopen we terug naar de kleedkamer. Daar aangekomen pak ik mijn mobiel erbij, ik schrik van de tijd die mijn display aangeeft.
‘Verdorie, het is al veel te laat!’ ik spring op en vergeet daarbij mijn knie, gevolgd door een stille oerkreet.
Mijn gezicht vertrekt, maar ik bijt op mijn lip en loop toch door. Ik moet toch naar mijn slaapkamertje toe en Sophie moet ook naar huis toe. Ik begeleid haar naar de uitgang van het centrum.
‘Kom je morgen ochtend nog langs?’ vraag ik als ze de poort door loopt.
‘Natuurlijk lief,’ ik geef haar een kus op haar voorhoofd terwijl ze antwoordt, ‘Morgen ben ik er!’ ik zwaai haar nog uit totdat ik haar niet meer zie, draai me dan om en vertrek naar mijn slaapkamertje.
De gangen zijn verlaten en het is donker, het enige geluid wat ik hoor zijn mijn onregelmatige voetstappen die weerklinken in de gangen. Ik ben snel bij mijn kamer en ga meteen in bed liggen, maar slapen lukt niet. Ik ben op de een of andere manier toch wel zenuwachtig voor de reis. Uiteindelijk val ik in een onrustige slaap.

‘Slaapzak, wakker worden!’ de over enthousiaste stem van pa galmt in mijn hoofd, ik word wild heen en weer geschud.
‘Ik ben wakker!’ roep ik hard om mijn vader te laten stoppen.
Lachend verdwijnt hij door de deur, ik kom overeind en rek me even flink uit. Mijn pak ligt klaar op de stoel in de hoek, het moment is nu dan echt gekomen. Vandaag vertrek ik naar Lateyce…
Snel fris ik me nog even op, hijs me in mijn pak en vertrek naar het ontbijt. Iedereen is er al en is aan het wachten op mij. Zodra ik zit grijpen een paar jongens en meiden van mijn leeftijd naar het eten, alsof ze nog nooit fatsoenlijk te eten hebben gekregen.
Eten wil ik wel, maar ik krijg geen hap door mijn keel. Met muizenhapjes lukt het om een broodje naar binnen te werken, maar daar is ook alles mee gezegd. Ik sla nog een kop koffie achterover en sta op van tafel.

‘Hé, jij moet Avan zijn,’ diezelfde jongen die gisteren zo sneu naast zijn vader stond, staat nu tegenover mij, ‘Ik ben Marx!’ hij steekt zijn hand naar me uit.
Vriendelijk schudden we elkaars handen en verder dan het voorstellen komen we niet.
‘Avan, bezoek,’ wordt er omgeroepen.
Ik verontschuldig me en haast me naar de ontvangst ruimte.
‘Soof,’ fluister ik zacht terwijl er een glimlach tevoorschijn komt, ze vliegt om mijn hals en we zoenen elkaar.
‘Hè gadverdamme! Doe dat even in je eigen tijd alsjeblieft,’ wordt er van achter haar gezegd.
Achter Sophie vandaan komt Eray tevoorschijn.
‘Wat doe jij hier?!’ ik laat Sophie los en loop regelrecht naar mijn beste vriend toe, ‘Ik dacht dat je vandaag een belangrijke wedstrijd had.’
‘Nee man! Ik ga toch geen kerel in elkaar rossen op de dag dat jij voor een half jaar naar Sint Juttemus vertrekt?!’ met een geniepig glimlachje op zijn gezicht geven we elkaar een stevige knuffel.
Ik ben zo ontzettend blij dat hij er is! Dat had ik nou nooit gedacht. Eray is zo ontzettend druk met zijn boks carrière dat we elkaar nog maar heel weinig zien.
Er komen nu meer mensen de ontvangstruimte binnen, mensen die mee gaan naar Lateyce en mensen die hier achter blijven. Vanuit mijn ooghoek zie ik dat Marx binnen komt, samen met een meisje die ik nog niet eerder heb gezien. Ik schenk er verder geen aandacht aan, ik heb straks toch wel tijd genoeg om verder kennis te maken met die twee.
Ik neem Sophie en Eray mee naar een iets rustigere plek, ze kennen hier immers allebei de weg en hoef ze dus ook niet te wijzen welke richting we op gaan. Hopelijk kunnen we de volgende reis met z’n drieën of vieren naar Lateyce maken, dan heb ik in ieder geval de mensen om mij heen die ik eigenlijk niet kan missen!
‘Je laat het toch wel weten als je daar bent aangekomen? Ik word anders gek van de spanning!’ lachend geeft Eray me een stomp en Sophie knikt instemmend.
‘Voordat ik ben geland, zullen jullie het weten, promiss!’ voordat Lateyce überhaupt in zicht zal zijn, hebben ze al een bericht van mij.
Ook Eray is hard aan het trainen om mee te kunnen naar de volgende reis naar Lateyce. Vanaf het moment dat we wisten dat ik moest, hebben die twee besloten dat ze de volgende keer ook meegaan. Ze hebben zich toen meteen ingeschreven bij het commando centrum. Maar waar die jongen de tijd vandaan haalt snap ik niet! Hij is zo erg bezig met het boksen, hij traint zo’n zestien uur per week, moet daarnaast ook nog zijn opleiding volgen en traint dan nog twee keer per week in het commando centrum. We lopen de trainingszaal binnen en kletsen elkaar de oren van de kop.

‘Vertrek over exact één uur. Willen alle reizigers zich melden in de controle kamer?’ galmt door de speakers.
Dit is het dan echt. Nu gaat het echt gebeuren…
Ik breng Sophie en Eray weer terug naar de ontvangstruimte, geef ze allebei een stevige knuffel en geef Sophie nog een zoen. Zodra ik door die deur loop, kan ik niet meer terug en dat besef ik maar al te goed.
Diep in gedachte loop ik terug naar de controle kamer. Afscheid nemen heb ik nooit leuk gevonden, maar doordat mijn ouders ieder jaar weg gingen, kan ik me er gelukkig snel overheen zetten. Ik maak me meer zorgen om Sophie, ik weet niet hoe ze dit gaat volhouden, hoe ze het gaat doen de eerste weken… Gelukkig kan ze altijd terug vallen op Eray, ik weet dat hij over haar kan waken zodra ik weg ben.
‘Avan, help jij Marx even?’ ik heb de deur nog niet eens achter mij dicht gedaan of mijn moeder staat al weer voor mijn neus.
Diep zuchtend van irritatie loop ik naar Marx toe die aan het stuntelen is met zijn pak.
‘Hij moet zo,’ ik wijs hem aan hoe hij het ding aan moet trekken.
‘Dank je wel,’ hij kijkt me dankbaar aan, ‘Jij ben de zoon van meneer en mevrouw Jones, toch?’
‘Ja klopt, en jij bent de zoon van?’
‘Davis, dokter Davis,’ even zwijgt hij, ‘Ga je voor het eerst?’
‘Eerste keer ja, van jou ook?’
‘Ja, ook voor mij. Samen met mijn zusje Gaea,’ hij wijst de ruimte in, naar een meisje die stil voor zich uit staart.
Ze ziet er best wel sneu uit, zo helemaal alleen. Ik besluit naar haar toe te lopen.
‘Hey, jij bent Gaea toch? Ik ben Avan,’ verlegen kijkt ze me aan met een bescheiden glimlachje, ‘Aangenaam kennis met je te maken!’ ik geef haar een speelse knipoog.
En hoe pa en ma het toch steeds voor elkaar krijgen weet ik niet, maar die timing van hun is gewoon ongelofelijk! Probeer ik en gesprek op gang te brengen, komt een van hen er tussendoor.
‘Avan, lieverd, weet je zeker dat je alles bij je hebt? Moet je nog naar het toilet voordat we vertrekken? Het is een lange reis,’ gilt mijn moeder van de ene kant van de ruimte naar de andere kant, ‘Heb je je pak wel goed aan? Moet ik het nog even controleren?’ komt mijn vader tussendoor.
Het allerliefste zou ik nu gewoon dwars door de grond zakken, ik schaam me kapot!
‘Pa, ma... Please,’ zucht ik nadat ik mij verontschuldig tegen over Marx en Gaea.
Een normaal en fatsoenlijk gesprek zal de komende dagen erg moeilijk worden... Thanks a lot! Leuk een eerste indruk achterlaten die lichtelijk wordt verpest door mijn ouders...
‘Is iedereen klaar, alles gecontroleerd?’ het wordt stil, gelukkig heeft er iemand hier wel verstand van perfecte timing, ‘We gaan richting het schip, alles is gereed voor vertrek.’
Iedereen komt vrijwel meteen in beweging en het lijkt alsof niemand in de gaten heeft hoe verschrikkelijk rood ik ben geworden, het schaamrood staat op mijn kaken!

Zwijgzaam raap ik mijn overige spullen bijeen en laat me meevoeren met de mensenmassa. Mijn ouders lopen, hoe kan het ook anders, vooraan om iedereen de weg te wijzen. Alsof ze dat zelf niet weten! We lopen het ruimteschip binnen. Het is veel luxer dan ik had gedacht aangezien de simulator heel simpel is in vergelijking met dit ding. Ik kijk mijn ogen uit en blijf ondertussen de rest volgen.
We worden naar de slaapvertrekken geleid, twee mensen in een vertrek. De namen staan op de deur en ik ben blij verrast als ik de naam van Marx naast die van mij zie staan. Ik loop vast naar binnen en kies één van de bedden uit, daar gooi ik al mijn spullen neer. Als ik de kamer weer uit wil lopen om naar de leefruimte te gaan, komt Marx binnen.
‘Hey, jij ook hier?’ grapt hij.
‘Ik was zo bang dat ik bij mijn ouders moest,’ een zucht van opluchting verlaat mijn mond waardoor hij moet lachen.
Ik loop toch naar de deur toe, zwaai even vriendelijk en loop de kamer uit. Veel mensen volgen mijn voorbeeld zodra ze hun kamer hebben gevonden en daar hun spullen hebben achtergelaten.
Aangekomen in de leefruimte, die ik heb gevonden door middel van de bordjes, staan mijn ouders al weer vooraan de boel te regelen en op een verhoging staat de leider van onze reis: James McConnel, een oude man van, ik gok, zestig jaar oud. Hij leidde de reizen al toen mijn ouders voor het eerst gingen en is dus ook een echte kenner van Lateyce.
‘Dames, heren. Zijn we er allemaal?’ zijn lage stem komt boven al het andere geroezemoes uit, ‘Goed, we vertrekken zo, over ongeveer...’ hij kijkt op zijn horloge, ’...tien minuten, nog net genoeg tijd om het volgende duidelijk te maken. De reis zal zo’n vier tot vijf dagen duren en u kunt van alle faciliteiten gebruik maken op het schip. Fijne reis allemaal!’ zodra hij van zijn verhoging af stapt, barst er een luid applaus los.
We moeten allemaal in een stoel gaan zitten en krijgen vervolgens een glas water waarin iets is opgelost, dit zorgt er blijkbaar voor dat we van het opstijgen zo min mogelijk last hebben.
‘Take off in: drie… twee… een,’ wordt er omgeroepen.
De motoren springen aan, het hele schip voel ik bewegen en het geluid is oorverdovend. Langzaam komen we in beweging, ik word in mijn stoel gedrukt en we maken steeds meer vaart om op te stijgen. We schieten de lucht in.
‘Houd je taai Soof, ik ben terug voor je het weet...’ fluister ik zacht terwijl we de sterren tegemoet gaan.

xDaphnexx

Berichten: 1045
Geregistreerd: 24-12-12
Woonplaats: Dordrecht

Link naar dit bericht Geplaatst: 25-12-13 11:15

Mooi stukje weer

Skølar <3 <3
Wendy, Exel & Vera <3
[ITP] Eindelijk een eigen fjord!

_roodvos_

Berichten: 1059
Geregistreerd: 20-02-12

Re: [VER] De Verbinding: Een jongen, een meisje, twee werelden.

Link naar dit bericht Geplaatst: 25-12-13 11:36

aaaah, ontzettend leuk!

Niet in kleine stukjes dus. :P
Ik vraag me alleen wel sterk af wat die derde alinea daar doet? :D

Laatst bijgewerkt door _roodvos_ op 0 min geleden, in het totaal 1.000.000 keer bewerkt
kennis is weten waar je het op kan zoeken.

Nienke98

Berichten: 699
Geregistreerd: 28-02-12

Link naar dit bericht Geplaatst: 25-12-13 11:38

Ik mag zeker niet zeggen dat ik het helemaal geweldig vind hoe tara het geschreven heeft he? Dat komt heel erg ego over hahahahah _O- _O- :):)

Morgen weer een upje :D

Fijne 1e kerstdag allemaal!!! {:)

It's amazing how fast your mood can change after you step in some water with socks on.

_roodvos_

Berichten: 1059
Geregistreerd: 20-02-12

Re: [VER] De Verbinding: Een jongen, een meisje, twee werelden.

Link naar dit bericht Geplaatst: 25-12-13 11:39

Hoezo ego? Jij hebt het toch niet geschreven? :P
Jeah, op naar morgen!

Laatst bijgewerkt door _roodvos_ op 0 min geleden, in het totaal 1.000.000 keer bewerkt
kennis is weten waar je het op kan zoeken.

Nienke98

Berichten: 699
Geregistreerd: 28-02-12

Link naar dit bericht Geplaatst: 25-12-13 11:40

Maar ik ben wel mede-eigenaar van het verhaal. :P

Rolin, die derde alinea heet een droom :p XD Wat die te betekenen heeft krijg je nog wel te horen. Ooit. :')

It's amazing how fast your mood can change after you step in some water with socks on.

karin1985

Berichten: 1468
Geregistreerd: 17-04-06

Link naar dit bericht Geplaatst: 25-12-13 11:40

Leest lekker weg. Alleen dat "please" krijg ik de kriebels van, maar dat heb ik ook als mensen in mijn omgeving dat doen :+ . Beetje een "eva jinek" allergie (radio veronica :D )

_roodvos_

Berichten: 1059
Geregistreerd: 20-02-12

Re: [VER] De Verbinding: Een jongen, een meisje, twee werelden.

Link naar dit bericht Geplaatst: 25-12-13 11:42

wooohooooow, dus een beetje om ons allemaal te laten wachten in spanning, flauwerikken. :P

Laatst bijgewerkt door _roodvos_ op 0 min geleden, in het totaal 1.000.000 keer bewerkt
kennis is weten waar je het op kan zoeken.

Nienke98

Berichten: 699
Geregistreerd: 28-02-12

Link naar dit bericht Geplaatst: 25-12-13 11:45

_roodvos_ schreef:
wooohooooow, dus een beetje om ons allemaal te laten wachten in spanning, flauwerikken. :P


Niet zo ongeduldig jij! Misschien krijg je nog wel een upje van Eywin vandaag. :P

It's amazing how fast your mood can change after you step in some water with socks on.

taartjee

Berichten: 1374
Geregistreerd: 10-04-12
Woonplaats: Voorthuizen

Link naar dit bericht Geplaatst door de TopicStarter: 25-12-13 11:47

karin1985 schreef:
Leest lekker weg. Alleen dat "please" krijg ik de kriebels van, maar dat heb ik ook als mensen in mijn omgeving dat doen :+ . Beetje een "eva jinek" allergie (radio veronica :D )

Hier moet ik echt even van grinniken :P

Ik praat zelf half engels half nederlands, dan ben ik aan het bedenken wat ik ga schrijven en dan ga ik in mijn hoofd verder in het engels wat er toe leidt dat er regelmatig engels te vinden is in mijn stukken ;)

Verder ook de rest bedankt en inderdaad, fijne kerst!

HoresesLover

Berichten: 1589
Geregistreerd: 26-09-11

Re: [VER] De Verbinding: Een jongen, een meisje, twee werelden.

Link naar dit bericht Geplaatst: 25-12-13 12:17

Heel leuk stukje weer! Leest lekker weg!

Imagination is the fuel the mind needs to survive in this technological age

hannah41

Berichten: 3461
Geregistreerd: 08-03-10

Re: [VER] De Verbinding: Een jongen, een meisje, twee werelden.

Link naar dit bericht Geplaatst: 25-12-13 18:32

Haha leuk! Ga straks even lezen, ben heel benieuwd!

kionasuppie

Berichten: 1616
Geregistreerd: 18-05-11
Woonplaats: vledder

Re: [VER] De Verbinding: Een jongen, een meisje, twee werelden.

Link naar dit bericht Geplaatst: 25-12-13 18:52

leuk ben erg benieuwd naar de rest van het verhaal!
de proloog sprak mij niet erg aan door het verschillende maar ik ben blij dat ik verder heb gelezen.

Mani: Bezig met groot paard te worden <3
helaas heeft hij maar 1 jaar mogen worden.. hij zal altijd een kleintje blijven.. I will never forget u.

Mare: Trec T2
Working Equitation Klasse Z

taartjee

Berichten: 1374
Geregistreerd: 10-04-12
Woonplaats: Voorthuizen

Link naar dit bericht Geplaatst door de TopicStarter: 26-12-13 10:51

kionasuppie schreef:
leuk ben erg benieuwd naar de rest van het verhaal!
de proloog sprak mij niet erg aan door het verschillende maar ik ben blij dat ik verder heb gelezen.


Leuk dat je mee leest :D
We hadden eerst twee verschillende prologen en die stonden onder elkaar. Maar om eerst het ene te lezen en dan vervolgens zowat het zelfde maar dan vanuit een ander oogpunt, vonden we een beetje teveel van het goede ;)

De rest ook bedankt! (namens Nienke en mij)

Nienke98

Berichten: 699
Geregistreerd: 28-02-12

Link naar dit bericht Geplaatst: 26-12-13 12:19

Neem een kijkje in de cultuur van Naïya, ik ben benieuwd wat jullie ervan vinden!


HOOFDSTUK 2


Citaat:
Voorzichtig draai ik me om, zonder geluid te maken en zonder mijn prooi uit het oog te verliezen. Het is doodstil in het mangrovebos.
Eigenlijk is het hier altijd stil en dat betekent dat ik nog stiller dan stil moet zijn om te slagen.
Terwijl ik zoveel mogelijk in de schaduw verborgen blijf, haal ik een pijl uit mijn pijlenkoker, span mijn boog en richt.
Ik sluit mijn ogen, laat los en houd mijn adem in. Raak.
Als ik achter de boom vandaan stap zie ik nog net dat de Atun met een zachte plof omvalt. Ik heb hem recht tussen zijn ogen geraakt en mijn pijl steekt fel af tegen zijn donkere vacht.
‘Sae mijn broeder,’ langzaam loop ik naar hem toe, zak op mijn knieën en leg mijn hand op de nog warme vacht. Met mijn andere hand hang ik mijn boog op mijn rug en trek mijn mes. Op de borst van de Atun, recht boven de plek waar zijn hart zit snij ik een pluk vacht af. Ik graaf een ondiepe kuil, laat het haar erin vallen, schuif wat aarde terug en maak het symbool van onze vier heilige manen. Even aarzel ik nog, maar dan haal ik vastberaden het mes langs mijn hand en negeer de pijn die op komt zetten. Ik druk mijn rechterhand op de aarde en mijn bloed laat een rode vlek achter. ‘Rust nu.’
Het is volbracht en ik slaak een diepe zucht, ondanks dat ik hier maanden op voorbereid ben, had ik niet gedacht dat het me zou lukken.
Niet veel meisjes van onze stam hebben het in zich om zuiver te doden en het duurt even voordat het helemaal tot me doorgedrongen is.
Ik draai me om, ik weet dat ik niet alleen ben en ik weet ook dat het nu tijd is om te gaan. Blijf je te lang dan betekend dat dat je geen afstand kunt nemen, geen juiste beslissingen kunt nemen, te zwak bent om te jagen.
Ik kijk niet om en met neergeslagen ogen verlaat ik de open plek, mijn pijl laat ik achter. Vannacht, als de vier manen op één rij staan, zal er over mij geoordeeld worden.
Zoals me opgedragen is ga ik meteen terug naar onze eilandgroep, Gayatri genaamd. Ik moet me een weg banen door een doolhof van planten en bomen, maar ik ben het gewend, onze stam heeft zijn wortels hier liggen, we zijn hier altijd al geweest, precies op deze plek en dat zal niet veranderen. Verandering is slecht, dat is althans wat mijn moeder me verteld heeft. Of ik wil of niet, ik moet het wel geloven. De verhalen die ik heb gehoord zijn schokkend, niet normaal en ik hoop dat ik nooit iets te maken zal krijgen met mensen. Ik weet dat ze er zijn, ze zijn hier op ons terrein, onze planeet, maar niemand weet waar ze zich schuilhouden. Dat weten alleen onze stamoudsten, krijgshoofden en enkelen die hoog in aanzien staan.
De Arvia is de grootste van onze vier stammen en ook het centrale punt, hier wordt er vergaderd als er problemen zijn. Mijn moeder is ons spiritueel leidster en staat vlak onder ons stamhoofd in rang. Het is niet simpel, al mijn hele leven moet ik me houden aan de consequenties van mijn positie, als haar dochter kan ik het me niet veroorloven om ook maar één enkel foutje te maken.
‘Dit is geen tijd van twijfel Naïya, wees consequent en rechtvaardig, dan zal alles goed gaan,’ dat is wat ze vanochtend tegen me gezegd heeft.
De hele dag dreunt het al door mijn hoofd en nu moet ik er weer aan denken zodra ik onze eilandgroep in zicht krijg. Ik ren over de enorme boomwortels heen, grijp me vast aan een laaghangende tak en met een sierlijke zwaai beland ik hoog in de boom.
‘Sae Naïya,’ ik herken de krijger die op de uitkijk staat en knik naar hem.
‘Sae,’ meer kan ik niet zeggen want ik ben verplicht om door te lopen.
Met nog een aantal lenige sprongen bevind ik me bovenin de enorme boom. Ik blijf even staan voordat ik via het platform verder loop en laat de harde wind met mijn haar spelen.

Het duurt een tijdje eer dat ik op mijn bestemming ben aangekomen. Het volkshuis, gebouwd in een enorme boom en onzichtbaar vanaf de grond.
Zodra ik binnenkom buig ik in eerbied voor mijn omgeving en richt me dan op. Mijn aankomst is niet onopgemerkt gebleven en al snel zie ik mijn moeder verschijnen: groot, krachtig en moedig. Althans, dat straalt ze uit. Haar haar is, net als mijn haar, lichtgekleurd, net zonlicht. En haar gezicht is versiert met een ingewikkeld patroon van stipjes en kleuren. Ze kijkt streng, maar niet boos.
‘Sabaidi moeder.’
‘Sae Naïya, ik zou graag willen dat je iemand onze eilandgroep laat zien,’ nu pas merk ik de figuur die achter haar staat op en als hij in het licht komt staan herken ik hem: Feoran, vernoemd naar de maan Feores, lid van de Edlyn stam, zoon van hun stamhoofd en ongelofelijk knap.
Hij staat er een beetje met zichzelf ingenomen bij en neemt me van top tot teen in zich op.
‘Ik kan hem nu niet rondleiden moeder, ik ben nog niet klaar.’ Even schiet er iets van goedkeuring over haar gezicht, maar dat verdwijnt al snel, ze knikt en dat is voor mij het teken dat ik kan gaan.
Mijn moeder weet dat de ceremonie vanavond pas vervolgd zal worden, maar ik ben blij dat ze besloten heeft om tot morgen te wachten met die rondleiding.

Even snel als ik hier gekomen ben verdwijn ik weer en ik voel me pas weer rustig worden als ik aan de rand van het water sta. Wij zijn de enige stam met meerdere warmwaterbronnen en ik slaak een zucht als ik me in het water laat zakken.
Het is lang geleden dat ik hier geweest ben en ik zwem een paar rondjes om de slag weer te pakken te krijgen. Er staat een sterke onderstroom dus ik moet oppassen dat ik niet afdrijf.
Al watertrappelend geniet ik van de rust, spoel het bloed en stof van me af en maak mijn wapens schoon.
De omgeving is veranderd, die veranderd voortdurend. Het is nooit hetzelfde als ik hier kom en mijn aandacht verslapt even terwijl ik probeer te ontdekken wat nieuw is en wat niet.
Voordat ik het in de gaten heb ben ik ietsje afgedreven en met een lichte inspanning trek ik mezelf op het land. Met mijn vingers haal ik de klitten uit mijn haar en vlecht het dan in een ingewikkeld patroon zoals me vanmorgen opgedragen is.
Terwijl ik bezig ben laat ik een voet in het water hangen en besluit hier te blijven totdat ik helemaal opgedroogd ben.

Als ik opkijk bevind ik me weer in het mangrovebos. Althans dat lijkt zo, ik kan niet helemaal goed scherpstellen en de randjes van mijn gezichtsveld zijn vaag alsof ik droom. Nu ik beter kijk besef ik dat ik hier echt nog nooit geweest ben. Hoe ik ook zoek ik kan geen enkele uitweg vinden en ik blijf maar rondlopen. Er zijn geen dieren en hoe langer ik loop des te minder bomen kom ik tegen.
Ik schrik als mijn voet contact maakt met droge aarde en ik vraag me af waarom er hier al zolang geen water geweest is.
Als ik uiteindelijk bij de rand van het woud aankom blijf ik staan, voor me is een open plek met in de verte een beetje water en de enkele planten die er staan zijn omver getrapt.
‘Hallo?’ zodra ik de stem hoor spring ik weg, trek me op en verschuil me in een boom.
Ik kan niet geloven wat ik daar zie. Een mens, precies zoals ik altijd te horen heb gekregen, maar ondanks dat het vaak tegen me gezegd is vind ik niet dat hij er erg gevaarlijk uit ziet, wel anders. Ergens in de verte zie ik een enorm netwerk van lage gebouwen en ik kan me alleen maar bedenken dat dat van hen moet zijn, open en onbeschermd op de grond.
Mijn handen tintelen als ik me aan de boom vastklamp en zonder geluid te maken bekijk ik het mens, hij loopt wat verward rond en ik voel mijn angst wat zakken als ik besef dat deze omgeving onbekend terrein voor hem is.
‘Er zijn bepaalde grenzen Naïya, daar mag je nooit in de buurt komen.’
Het is me lang geleden verteld maar ik weet het nog goed, zeker omdat dit zo’n plek moet zijn, dit is mensenterrein.
Hoe ik hier gekomen ben is een raadsel, maar ik kan hier in geen geval blijven.
Geruisloos laat ik me weer uit de boom zakken en zet een stapje achteruit. Ik ben nog steeds een beetje verbijsterd en let een moment niet op waardoor ik tegen een struikje aanbots.
Ik besef pas dat hij me gehoord heeft als hij zich omdraait en in mijn richting kijkt. Zijn ogen zijn net zo blauw als het water, maar ik gun mezelf geen tijd om ernaar te kijken en ren weg.
Ik weet niet precies waar ik ben, maar ik weet wel hoe ik me tussen de bomen door moet bewegen en als ik even over mijn schouder kijk zie ik dat de jongen er meer moeite mee heeft.
Langzamerhand ontstaat er steeds meer ruimte tussen ons en als ik een stuk water doorkruis hoor ik een gedempte schreeuw.
Even blijf ik staan en als ik niks meer hoor, verschuil ik me achter een boom.
Het duurt een tijdje voordat hij tevoorschijn komt, er zitten vuile vegen op zijn gezicht en hij lijkt zich een moment rust te gunnen. Hij ademt zwaar en er loopt een schram over zijn arm.
Hoewel ik maar een paar meter verderop sta lijkt hij me niet op te merken en ik besef dat ik hem makkelijk zou kunnen doden als ik wil.
Ik leg een hand op mijn boog, maar doe verder niks en kijk alleen maar, ga ik er te snel vandoor dan ziet hij me geheid.
Nu hij zo dichtbij is kan ik hem iets beter bekijken en ik merk tot mijn grote verbazing op dat hij niet eens zoveel anders dan ons volk is. Hij is groter dan dat ik ben, maar niet groter dan de meeste mannen van ons volk. Zijn haar is kort en zwart, een kleur die bij ons zelden voorkomt, hij heeft een blanke huid zonder enige versiering en zijn ogen zijn iets kleiner dan die van mij.
Zonder al te veel geluid te maken verplaats ik me verder van boom tot boom terwijl ik oppas dat ik niet in een diep stuk water kom te staan of over een wortel struikel en het verbaast me niet als ik hem weer hoor vallen.
Ditmaal is hij niet zo ver gekomen en hij ligt vlak naast de plek waar ik net nog stond, hij heeft er duidelijk genoeg van, haalt zijn hand door zijn haar en zucht een keer.
Ik sta er nog steeds, hoewel het misschien verstandiger is als ik ervandoor ga, maar ik ben te nieuwsgierig om weg te lopen.
Ik besef dat hij me niet opmerkt en ik verschuif de boog die op mijn rug hangt, hij zou een makkelijke prooi zijn voor een roofdier, vooral als hij geen idee heeft hoe hij hier moet overleven.
Ik zet vliegensvlug een stap naar voren, weg uit de schaduw en kijk hem aan, verbaas me er nog een keer over hoe blauw zijn ogen zijn en draai me dan om voordat hij helemaal in de gaten heeft wat er precies gebeurd. ‘Sae,’ zeg ik voordat ik wegren en hem achterlaat.
Ditmaal stop ik niet, maar ren door, vastberaden om een plek te vinden die ik herken.

Ik besef pas dat ik gedroomd heb als met een schok overeind kom, de zon is iets gezakt en mijn haar is droog. Wij dromen niet vaak, eigenlijk nooit en als we al dromen heeft dat een diepere betekenis.
Ik snap er helemaal niks van, maar veel tijd om na te denken heb ik niet. Ik pak mijn wapens, berg ze op en snel me terug naar huis.
Ondanks dat ik geslapen heb ben ik niet te laat en mijn moeder staat al op me te wachten in onze woning.
‘Sabaidi.’
‘Sae Naïya, waar ben je geweest?’ ze test me uit en ik weet het, het is me vandaag niet toegestaan om met iemand over mijn opdracht te praten, doe ik dat wel dan zak ik.
‘Ik was bij de warmwaterbronnen moeder, ik ben gereed voor vanavond.’
‘Goed,’ ze neemt me mee naar binnen en laat me plaatsnemen op de grond.
Ik sluit mijn ogen en blijf onbeweeglijk zitten terwijl ze acht evenwijdige zwarte strepen over mijn gezicht trekt. Ze komen vlak onder mijn ogen bij elkaar en staan symbool voor de Atun. Als ze klaar is trekt ze me even tegen zich aan. ‘Ga nu Naïya, Tzedek wacht op je,’ voordat ik op sta, trekt ze nog een zwarte streep over mijn rechterhand en knikt naar me. ‘Ik ben trots op je.’
‘Yuaidi moeder.’
Zonder nog te aarzelen loop ik naar buiten waar ik opgewacht wordt door Tzedek. Hij is het krijgshoofd van onze stam. Zijn haar is aan de linkerkant kort afgesneden en hangt aan de rechterkant in een lange vlecht over zijn rug. Zijn gezicht is bedekt met dezelfde zwarte strepen als bij mij en zijn schouders en borst zijn versiert met jachtsymbolen, zijn ogen staan donker en hij zwijgt als hij me naar buiten ziet komen.
Ik ken hem goed, maar ik zeg niks, ik mag pas weer praten als ik daar toestemming voor krijg en zonder iets te zeggen volg ik hem.
We komen aan op een groot platform, in het midden zit Ta’ero ons stamhoofd en om hem heen zitten de andere stamoudsten en hoofden. In de verte tussen de bomen herken ik vaag een paar vrienden van me, maar ik vermijd oogcontact en ga zitten.
Tzedek maakt een buiging naar Ta’ero en neemt ook plaats. Het blijft stil en als ik opkijk zie ik dat ze me allemaal aankijken, allemaal in ceremoniële kleding en versiert met symbolen die ik nog nooit heb gezien. Ta’ero heeft gekleurde kralen in zijn haar die zacht bewegen als hij begint te praten.
‘Naïya dochter van Kyna het is je gelukt om de Atun te doden,’ hij laat een pauze vallen en ik zwijg afwachtend, ‘Het is niet de volgorde waarop je dood die bepaalt of je het waard bent, maar de overtuiging die je brengt als je jaagt. Moed, kracht en medeleven voor de natuur. Je zult zuiver doden, zonder aarzeling maar met respect.’
Hij doopt zijn vinger in een kom met witte balsem die hem aangereikt wordt en trekt een witte streep over de zwarte heen. Hij laat zijn duim even op mijn voorhoofd rusten, knikt daarna naar Surya en trekt zich terug. De oude medicijnvrouw richt zich op en draait zich naar me toe. ‘Accepteer je de gevolgen van het jagen?’
Het vuur maakt donkere schaduwen op haar gezicht en ze kijkt me afwachtend aan. Ik knik en steek mijn hand met de palm naar boven naar haar toe. ‘Yaebo Surya ik accepteer het.’
Surya knielt voor me neer en trekt het mes van mijn heup. Vlak voordat ik mijn ogen neersla zie ik het flitsen wat meteen gevolgd wordt door dezelfde stekende pijn als die ik vanmiddag voelde. Surya heeft een snee over de hele lengte van mijn hand gemaakt en vangt wat bloed op met een stukje vacht, daarna drukt ze mijn hand tegen mijn borst en houdt hem daar. Ze snijdt een stukje van mijn haar af, stopt het met het stukje vacht bijeen in een kommetje en gooit dat in het vuur. ‘Je zult altijd verbonden staan met deze stam, waar je ook zult gaan.’
Surya trekt zich terug en Tzedek staat op. Hij draagt de vacht van de Atun in zijn armen en legt deze nu voor me op de grond: ‘Je krijgt deze vacht als talisman van je eerste jacht.’
Hij hangt de zware vacht om mijn schouders en knielt dan voor me, met rode balsem zet hij een stip tussen mijn ogen, precies op de plek waar ik de Atun geraakt heb. Hij hangt een ketting met tanden om mijn hals, versiert met gouddraad en ivoren kralen en richt zich dan weer op.
‘Dit zal je geluk brengen tijdens de jacht. je bent nu verbonden met de geest van de Atun, laat hem je leiden op je pad zoals hij dat bij elk van ons doet.’
Vanuit de schaduwen zie ik mijn moeder tevoorschijn komen, ze draagt de pijl die ik achtergelaten heb en overhandigt die aan Tzedek.
De pijl is niet langer dezelfde als vanmorgen, hij is witgekleurd en beschilderd met het symbool van onze maan Idris.
Tzedek houdt hem omhoog, draait hem vier keer rond en steekt hem dan middenin het vuur. Er ontstaat een wolk van rode vonken en dikke rook kringelt omhoog. Als de rook weggetrokken is lacht Ta’ero naar me en overhandigt me een nieuwe pijl. 'Je bent geslaagd Naïya.’

Ver beneden me kan ik nog vaag de geluiden van het feest onderscheiden, maar ik heb geen zin om me bij het te voegen. Het is al bijna de hele nacht aan de gang ter ere van de nieuwe jagers die deze avond uitgekozen zijn. Feoran en zijn vader zijn het middelpunt van de belangstelling en ik voel er vrij weinig voor om hem straks rond te leiden.
‘Sae Naïya, ik heb je overal gezocht,’ vlak naast me onderscheid ik Mitali tussen de takken van de enorme boom waar ik in zit.
‘Wat kom je doen?’
‘Ik kom je gezelschap houden,’ zegt hij terwijl hij gaat zitten.
Mitali is de zoon van Tzedek en al zo lang als ik me kan herinneren mijn beste vriend. Hij is bijna het tegenovergestelde van wat ik ben, hij is grappig, stelt iedereen op zijn gemak en staat in hoog aanzien bij zijn vrienden. Anderen zouden er misschien arrogant van worden, maar hij blijft gewoon zichzelf en dat is iets wat ik wel kan waarderen.
Hij kijkt me met zijn donkere ogen zo ernstig aan dat ik ervan moet lachen, wat blijkbaar de bedoeling was want hij lacht mee en als snel voel ik mijn verkrampte spieren iets ontspannen.
Beneden zie ik Feoran die - aangezien er een horde meisjes om hem heen staat - waarschijnlijk aan het pronken is met een van zijn verhalen.
‘Wie is dat?’ Mitali heeft Feoran ook gezien en kijkt me nu vragend aan, ‘Hij ziet er niet echt gewoontjes uit.’
‘Nee was dat maar zo, dat is Feoran, zijn vader is het stamhoofd van de Edlyn stam.’ ik verschuif iets over de tak van de boom en ga tegen Mitali aan zitten terwijl ik een zucht slaak, ‘Er wordt verwacht dat ik hem zal rondleiden.’
‘Ken je hem goed?’
‘Nee, maar ik heb hem lang geleden al een keer ontmoet. Het is net zijn vader, alleen dan wat minder slim,’ zodra ik het gezegd heb besef ik pas dat het een beledeging is, maar ik ontspan me al ik hoor dat Mitali opnieuw in de lach schiet. ‘Dus je mag hem niet?’ ik draai me weer naar hem toe en kijk hem ernstig aan. ‘Dat heb ik niet gezegd.’
‘Vind je hem aardig?’
‘Daar zal ik snel genoeg achter komen.’
Het blijft stil en Mitali bekijkt me eens goed. ‘Je ziet er sterker uit.’ Ik snuif, ik weet precies hoe ik eruit zie: een mes op mijn heup en pijl en boog op mijn rug, de zware vacht van de Atun rust nog steeds op mijn schouders en de ketting siert mijn borst en buik.
‘Omdat ik wapens draag?’ ik schuif weer een stukje van hem af en zoek steun tegen een tak.
‘Nee,‘ hij trekt me terug aan m’n arm en dwingt me om hem aan te kijken. 'Je bent gewoon sterker geworden in de manier waarop je handelt.’
De regels en etiquette van ons volk schrijven eigenlijk voor dat Mitali en ik geen vrienden kunnen zijn, een vriendschap tussen een jongen en een meisje kan op iets uitlopen wat niet gepland is, zeker als het meisje beloofd is aan een andere man. Al mijn gehele leven hou ik me aan die regels, maar soms zijn er van die momenten zoals nu, waarop het me allemaal niks kan schelen.
Mitali heeft zijn aandacht laten vallen op Laleh, een jong meisje van de Wyatt stam dat hier al een aantal maanden te gast is.
‘Is er iets?’ hij kijkt me aan, schudt zijn hoofd en tuurt weer naar beneden. ‘Ze heeft de hele ceremonie gemist en ik vroeg me af waar ze geweest is.’
Ik bekijk Mitali zoals hij nu zit, zijn lange donkerblonde haar hangt in een slordige vlecht op zijn rug en zijn brede schouders zijn versiert met duizenden gekleurde streepjes. Om zijn bovenarm zit een versierde armband van yuccavezels en op zijn heup rust een pijlenkoker met pijlen die twee keer zo zwaar zijn als de mijne. ‘Gaat dat jou wat aan dan?’
Ik weet dat ik brutaal ben, dat ik hem niet moet uitdagen want het gaat hem, als toekomstig krijgshoofd wel aan.
‘Het is niet toegestaan om een ceremonie te missen,’ het is een kant van hem die ik steeds vaker te zien krijg, de kant met verantwoordelijkheden en verplichtingen.
‘Laat haar toch, de problemen die ze zal krijgen zijn geheel op eigen risico.’
‘Ze zullen haar straffen als ze merken dat ze fout zit.’
‘Ze is niet van onze stam Mitali, maak je niet zo druk.’
Hij richt zich op, kijkt me aan maar zegt niks meer. Ik zucht, ik ben het er niet mee eens, maar ik zal moeten accepteren dat hij zijn vader eens op zal volgen als krijgshoofd en ik zal ook moeten accepteren dat ik mijn moeder op zal moeten volgen en dat komt met de dag dichterbij. Mitali zegt nog steeds niks, maar staart star voor zich uit. Elke andere man zou mijn gedrag niet geaccepteerd hebben, maar hij wel, hij weet dat ik me soms een tikje opstandig opstel.
‘Je zult later vast een fantastisch krijgshoofd worden.’
Ik verwacht verder geen reactie en verbreek de pijnlijke stilte door mijn haar uit zijn gevangenis te verlossen en de vlecht eruit te halen. Zodra het los op mijn schouders valt, hark ik er een paar keer met mijn vingers doorheen en leun dan achterover tegen de boom aan.
Mitali zit naar me te kijken en er breekt uiteindelijk een glimlach door op zijn gezicht.‘Feoran mag wel oppassen met dat commentaar dat je levert.’ Die had ik verdiend, Mitali heeft me op m’n plek gewezen, maar ondanks dat lach ik toch naar hem. ‘Ga je morgen mee op jacht?’
‘Nee, ik sta bij de zuidelijke grens, ik heb de leiding over groep twee.’
‘Ik dacht dat de zuidelijke grens niet meer in gebruik was?’ Mitali schudt zijn hoofd voordat hij antwoord geeft. ‘Je moeder heeft opdracht gegeven om die grens in de gaten te houden, waarom weet ik niet. Van mijn vader krijg ik ook niks los, het enige duidelijke is dat ik daar morgen de hele dag te vinden ben.’
Ik vraag niet verder, maar laat het allemaal even op me inwerken.
‘Ga jij jagen?’ Met een schok kom ik terug in de werkelijkheid en ik kijk hem aan, vervolgens werp ik een blik op Feoran, die nog altijd omringd wordt door nieuwsgierige meisjes en kijk Mitali dan weer aan. ‘Ik denk dat ik andere verplichtingen heb.’
‘Misschien zie ik je morgen nog wel.’ ik knik en merk op dat de geluiden van beneden langzaam verstommen. Ik kijk nog even naar Mitali voordat ik me uit de boom laat zakken, schaam me een beetje voor mijn gedrag van daarnet en zeg hem gedag.
‘Yuaidi.’
Hij kijkt me wat vreemd aan als ik de formele term gebruik, maar staat er niet al te lang bij stil en laat zich ook naar beneden zakken. ‘Yue Naïya.’
Zo snel dat ik hem amper met mijn ogen kan volgen verplaatst hij zich tussen de bomen door richting zijn onderkomen. Ik vertrek in tegenovergestelde richting en kijk niet eens verbaast op als mijn moeder op me wacht.
Ze helpt me met het schoonmaken van mijn gezicht, neemt mijn wapens aan en bergt de vacht van de Atun op.
Ik merk de gespannen stilte na een tijdje pas op en kijk haar aan. ‘Waar is vader?’ Haar ogen staan dof en ik weet dat ze nog niet zolang geleden in contact is geweest met spirituele krachten die ik niet, nog niet begrijpen kan.
‘Hij is vlak na de ceremonie vertrokken.’
‘Waar naartoe?’ ik voel me wat onrustig en dat wordt alleen maar versterkt als ze mijn blik ontwijkt.
‘Naar de Lynch stam, drie dagen reizen hier vandaan. Over enkele dagen zullen Tzedek en een paar andere krijgers zich bij hem voegen.’
‘Waarom!? Moeder wat is er aan de hand?’
‘Let op je toon Naïya!’ ze kijkt me nu pas echt aan en ik merk dat ze bang is, waarvoor weet ik niet. Het is de manier waarop ze af en toe een spiertje in haar gezicht aanspant wat me aan het denken zet. ‘Yaebo moeder,’ ik sla mijn ogen neer en kijk pas weer op als ze verder praat.
‘Ze zijn gegaan om te overleggen met hun krijgs- en stamhoofd, het is niet veilig meer Naïya. We moeten voorzorgsmaatregelen treffen.' Een verdrietige trek verschijnt even op haar gezicht voordat ze mijn hand vast pakt en me ernstig aankijkt.
‘Er zijn nieuwe mensen onderweg hierheen.’

It's amazing how fast your mood can change after you step in some water with socks on.

xDaphnexx

Berichten: 1045
Geregistreerd: 24-12-12
Woonplaats: Dordrecht

Re: [VER] De Verbinding: Een jongen, een meisje, twee werelden.

Link naar dit bericht Geplaatst: 26-12-13 12:35

Heb een klein stukje gelezen
Als ik thuis ben zal ik het helemaal lezen maar het is al spannend

Skølar <3 <3
Wendy, Exel & Vera <3
[ITP] Eindelijk een eigen fjord!


Wie is er online

Gebruikers op dit forum: Googlebot en 1 bezoeker