[VER] Kjeld en Virgil, een bijzondere vriendschap.....

Moderators: Essie73, MirandaT, Ods, Warboel, Duhelo

Antwoord op onderwerpPlaats een reactie
 
 
eclair98

Berichten: 10668
Geregistreerd: 24-09-11
Woonplaats: Wijhe

[VER] Kjeld en Virgil, een bijzondere vriendschap.....

Link naar dit bericht Geplaatst door de TopicStarter: 15-11-13 11:52

‘’Nou, dáhág Kjeld, lieve jongen van me!” En ik verdween weer in de boezem van mijn moeder. Net op het moment dat ik dacht te stikken, liet ze me los. Na een laatste kneepje in mijn wang en een klopje op mijn schouder, werd ik richting de wachtende paardenwagen geduwd. De andere mannen gniffelde toen ik er op klom. Beschaamd ging ik zitten. ‘’Nou dáhág Kjeld, lieve jongen van me!’’ en de mannen knepen elkaar in de wangen. Ge-wel-dig, dit begon goed.

Na de zoveelste afscheidskus, een zoveelste belofte om te schrijven en de laatste tranen kon ik me eindelijk los wurmen. ‘’Nou Elvira, houd je groot, straks gaan de buren weer roddelen.’’ Ik wist hoe erg ze dat vond. ‘’M-m-maar Virgil, snap het dan, ik ga je zo erg missen!’’ en bij de laatste woorden brulde ze het opnieuw uit. De paardenwagen met anderen, opgeroepen soldaten stond al klaar en ik moest weg. ‘’Tot ziens dan maar.’’ En ik liep schuchter weg. Ik probeerde op de wagen te klimmen, maar die reed net weg. Met sterkte handen werd ik op de wagen getrokken en de mannen deden Elvira na, mijn vriendin. ‘’Ach joh, trek het je niet aan.’’ Zei een man van rond de 25 jaar. Hij was tenger en had kort blond haar en ik zag in een glimp dat hij één blauw oog had en één bruine. Ik lachte schuchter terug.

‘’ ‘’M-m-maar Virgil, snap het dan, ik ga je zo erg missen!’’ en bij de laatste woorden brulde de vrouw opnieuw.’’ En ik had medelijden met de man, die Virgil bleek te heten. Ik kon niet verstaan wat hij antwoorden, maar toen hij de wagen op wou klimmen, gaf de boer zijn paarden het teken om verder te lopen. Ik kon nog net voorkomen dat die Virgil van de wagen af zou vallen. De andere ‘’soldaten’’, we waren allemaal simpele boeren jongens, deden zijn vriendin na. De jongen, die wild, bruin haar had, bedankte me schuchter. Ik sprak hem een paar bemoedigende woorden toe. Hij plofte neer op een lege plek naast me en zette zijn tas tussen zijn voeten. En zo reden we naar het volgende slachtoffer toe. ‘’Ik ben blij dat ik van der af ben zeg, af en toe kan ze zo zeuren.’’ Sprak de bruin harige jongen naast me. ‘’Poef, ik ken je probleem, ik heb zo’n moeder.’’ en we spraken niet meer, denkend aan onze eigen problemen.

Dit verhaal speelt zich af in het zelfde land waar Mirthe-Anne voor haar liefde moet strijden. Ze moet een opdracht vervullen en wordt op de hielen gezeten door de boze prins, prins Hyram. Maar dit verhaal speelt een aantal jaar eerder af, ten tijden van het regiem van het de Opa van Hyram en de vader van Hyram zijn vader. Er woedde een grote oorlog tussen de buurtlanden en het land waar het verhaal zich afspeelt. Om het te kort op strijdkrachten op te lossen, werden overal en nergens jonge mannen vandaan gehaald. Wie deze dienstplicht weigerde, werd gevangen genomen en moest als dwangarbeider het strijdveld opruimen. Virgil en Kjeld zijn twee jonge mannen van rond de 25 en 23 jaar en allebei op geroepen. Ze hebben daar geen probleem mee, het is beter dan bij hun zeurderige vrouwen te blijven. Kjeld van zijn moeder en Virgil van zijn bemoeizuchtige vriendin Elvira. De mannen bouwen een bijzondere band op, en hebben meer gemeen dan ze ooit hadden gedacht……..

De wagen raakten steeds voller en voller. We namen onze tassen op schoot en de daarop volgende mannen gingen op de grond zitten. Op het moment dat we niet meer konden, kwamen we aan op een kamp. Het was een simpele opzet, maar functioneerde erg goed. Door de al aanwezige mannen werden we de goede kant op gedreven. We werden goed neergezet, in een rij van 10 bij 5. ‘’Zo heren, jullie weten waarvoor we hier zijn?’’ begon een man in een mooie jas. ‘’Nou, eigenlijk niet.’’ Dacht een man grappig te zijn. De man met de mooie jas draaide zich verstoord om en liep dreigend op de man af. Zijn gezicht voor het gezicht van de man houdend zei hij dreigen: ‘’Zo en wie denk jij te zijn mannetje?’’ ‘’ 10 Keer opdrukken.’’ En de man werd er rood. ‘’M-m-maar m-m-m-meneer….’’ ‘’20 keer!’’ en de man plofte neer. Kreunend en steunend kwam hij 2 keer omhoog, voordat hij instortte. ‘’Of moet ik dametje zeggen?’’ en de man liep lachend weg. ‘’Jullie kunnen naar jullie barakken gaan, je spullen ophalen en omkleden.’’ Als een kudde schapen liepen alle mannen door elkaar heen. De blonde jongen die me had geholpen kwam op mij afgelopen. ‘’W-wil je misschien samen in een kamer?’’ ‘’We kennen elkaar niet, maar de anderen kennen we al helemaal niet.’’ En ik knikte bevestigend. ‘’Maar misschien een rare vraag, maar wie ben je?’’ ‘’Ik ben Virgil en jij?’’ ‘’Nou, ik ben Kjeld.’’ En we schudde elkaar de hand.

De arme man werd helemaal afgebeuld door de zogenaamde commandant. ‘’Zo, met hem valt niet te spotten.’’ En de mannen gniffelde met elkaar. In mijn oog hoeken zag ik dat ze allebei kort, zwart haar hadden. Ze hadden allebei een kapotte, jutte broek aan en een slobberig, kapot shirt. Toen ze door hadden dat ik naar hun keek, keek ik snel weg. De jongen met het blonde haar sprong gelijk weer in het oog. . ‘’Jullie kunnen naar jullie barakken gaan, je spullen ophalen en omkleden.’’ En dat was het startsein voor de chaos die er ontstond.’’ Vol goede moed liep ik op de blonde jongen af: ‘’W-wil je misschien samen in een kamer?’’ ‘’We kennen elkaar niet, maar de anderen kennen we al helemaal niet.’’ Ik hield me adem in, zenuwachtig voor wat hij ging zeggen of doen. En tot mijn grote verbazing knikte hij. ‘’Misschien een rare vraag, maar wie ben je?’’ ‘’Ik ben Virgil en jij?’’ ‘’Nou ik ben Kjeld.’’ En we schudde elkaar stevig de hand.
‘’Kunnen we hier bij?’’ en ik liep door alle gecreëerde kamers heen. Bij een groepje van ongeveer 3 jongens bleven we staan. ‘’Is prima, gezellig!’’ en een van de jongens lachte blij. Hij had wild, rood haar en zijn kleren slobberde om zijn lijf. We haalden 2 strozakken, 2 dekens, 2 bekens en 2 uniformen en sleepten alles de ‘’kamer’’ in. Kamer kon je het niet noemen, het was een deel van de tent die was afgeschermd met een deken. De man die buiten commando’s gaf, had zijn eigen tent met alle belangrijke mensen. We plofte neer op onze strozakken en keken elkaar aan. ‘’Nou laat ik dan maar het spits afbijten, ik ben Virgil en 23 jaar.’’ ‘’Ik heb een vriendin Elvira en werk op de boerderij van mijn ouders.’’ En toen ik aan mijn ouders dacht, werd ik verdrietig. Ik had nog een broer, maar die was met de noorderzon vertrokken toen ik 18 was. Alle verantwoordelijkheid kwam op mij neer. ‘’Nou, zal ik mij dan ook maar even voorstellen?’’ en de rood harige jongen keek schuchter om zich heen. Iedereen knikte. ‘’Nou i-i-ik ben Naud, 19 jaar en ik heb geen vriendin.’’ Dat laatste voegde hij er beschaamd aan toe. ‘’Ik heb geen werk en ik klus af en toe wat bij, bij de boeren van het dorp waar ik geboren en getogen ben.’’ En iedereen hield zijn mond. Als je geen werk had, was je een vagebond en ging je meestal stropen. Ik kon hem niets anders dan gelijk geven. ‘’Nou, ik ben…..’’ en Kjeld wrd ruw onderbroken door een boom van een kerel met zwart, krullerig haar. ‘’Nou ben ik!’’ ‘’Ik ben Aaldrik, 30 jaar en opweg om ridder te worden.’’ ‘’Ik werk nu nog met de paarden van de koning, maar daar komt gauw verandering in!’’ en hij liet zijn spieren rollen. Ik slikte, die moesten we maar eens te vriend houden. ‘’Nou ik ben Kjeld, 25 en ik woon nog bij mijn moeder thuis om voor haar te kunnen zorgen.’’ ‘’Mijn vader is gestorven toen ik 15 was.’’ En zijn ogen glommen. Om hem te troosten legde ik mijn hand op zijn schouder en kneep er even in. En alsof er een teken was gegeven, keken we allemaal naar de laatste jongen in de kamer. Hij schraapte zijn keel ‘’Ik ben Gawain, 28 jaar en ik werk in een herberg in een naburig dorp waar ik woon.’’ En ik vertrouwde hem niet zo. Hij was dik en had vlassig, blond haar en kneep heel erg met zijn ogen, alsof hij iets te verbergen had. We knikte allemaal bevestigend en gingen ons omkleden. We hadden allemaal een blauw, verwaste broek gekregen en een witte, eigenlijk was hij meer grijs, tuniek gekregen die we met een touw om onze middel knoopte. De bovenkant was bij een gehouden door een dun touwtje. Als laatste kregen we een paar vertrapte, leren schoenen. Gaiwan zijn broek was te strak en het touwtje kon hij nog maar net dichtknopen. Ik zag Kjeld ruzie maken met de hals van zijn tuniek en ik keek hem vragend aan. Hij knikte onzichtbaar en ik hielp hem er even mee. Hij keek me dankbaar aan met zijn blauwe en bruine ogen.
Laatst bijgewerkt door Muurp op 19-11-13 11:08, in het totaal 1 keer bewerkt
Reden: TAG toegevoegd


eclair98

Berichten: 10668
Geregistreerd: 24-09-11
Woonplaats: Wijhe

Re: [UK][VER] Kjeld en Virgil, een bijzondere vriendschap.....

Link naar dit bericht Geplaatst door de TopicStarter: 18-11-13 16:17

Virgil hielp me met mijn tuniek en ik keek hem dank baar aan. Hij had grote, bruine ogen en wat sproetjes rond zijn neus. Er werd met een lepel op een pan geslagen, het was tijd om naar buiten te gaan. Gebroederlijk liepen we naar buiten, blij dat we in ieder geval elkaar mochten. “Nou dames, de eerste oefening.'' en de man die ons ook al had opgevangen lachte sarcastisch. ''Hij weet vast niet wat écht werken is'' fluisterde ik naar Virgil. ''Wij werkten elke dag, van zonsopgang tot zonsondergang op het land met de dieren.'' en ik knikte bevestigend. ''Hij moet zijn mond houden, de kakker.'' en voor onze neus stond opeens de ''kakker''. ''Zo dames, hadden jullie wat toe te voegen aan mijn uitleg?'' ''Niet aan uw uitleg, nee.'' zei Kjeld brutaal. Ik gaf hem onzichtbaar een stomp dat hij moest oppassen, maar hij trok zich er niets van aan. ''En waar dan wel aan?'' de man was even van zijn stuk gebracht. ''Aan uw houding tegen over ons en de anderen.'' ''Zo, en wat doe ik dan volgens jouw ogen verkeerd?'' ''U weet vast niet wat écht werken is.'' en de man zijn mond viel open. ''Meer en deel van de jongens hier werkte op het land, ploegde en werkten met de ossen en de paarden.'' Ik hield me adem in voor wat er komen ging. ''En u,'' verbitterd ging Kjeld verder. ''u kent alleen de luxe van een grote burcht en de luxe van ons, de boeren die voor u eten zorgen.'' en de man was rood aangelopen en schreeuwde: ''Jij brutale vlegel, 50 keer opdrukken en wel nu!'' en Kjeld ging op zijn buik liggen, met zijn blik op de man gericht. Hij haalde de 20 met gemak en bij de 30 kreeg hij het zwaar, maar hij klaagde en zuchtte niet en stond na de 50 weer op. ''En nu, menéér?'''en de man was zo boos en gaf Kjeld een stomp in zijn maag. Ik ving hem net op en probeerden net zo stoer als Kjeld: ''Echte mannen vechten niet met slaan, maar met woorden.'' en de man draaide zich boos om voordat hij schreeuwde dat iedereen moest gaan rennen, twee rondjes met een rugzag die ze uitgereikt zouden krijgen. ''Jij malloot, hoe durf je zo tegen die vent te keer te gaan!?'' en ik duwde Kjeld boos overreind. “Zo maak je het ons echt niet makkelijker en ik duwde hem richting de uitgaven post van de rugzakken.
Ik voelde een steek in mijn maag en samen met het inspannende van het opdrukken werd het te veel en ik storte in. Virgil ving me nog net op en zei trots en zelfverzekerd ''Echte mannen vechten niet met slaan, maar met woorden.'' en de man keerde zich om en liep schreeuwend weg. 'Jij malloot, hoe durf je zo tegen die vent te keer te gaan!?'' en ik werd overreind geduwd door Virgil. Hij duwde me naar de uitgaven posten waar iedereen voor me opzij ging. ''Danku wel, menéér.'' en ik liet Virgil en de man achter en rende weg.
''Kjeld!'' en ik rende hem achterna. Met die lange benen leek hij wel een haas en ik moest glimlachen. Naud kwam naast me rennen en zweette als een otter. ''Die i-i-is sn-sn-snel.'' Naast het gehijg, stotterde hij ook nog heel erg. Ik mompelde een antwoord en ik rende een tandje harder. Kjeld stopte voor mijn neus en ik zag niet in waarom. Maar toen ik eindelijk bij hem was, zag ik dat de jongens met het korte, zwarte haar hem bij de schouders hadden gegrepen. ''Zo mietje, het is jouw schuld dat we met die zware tassen moet sjouwen.'' en de langste man spuugde in zijn gezicht. Ik sprong er tussen en gaf die man een zet, zodat hij Kjeld los liet. Ik werd gegrepen door de kleine, zwart harige jongen die mijn arm op mijn rug draaide. Ik viel op mijn knieën en schreeuwde. Naud was inmiddels om gedraaid en rende naar Aaldrik. ''Bemoei je er niet mee, wijf.'' en de jongen sloeg me in mijn gezicht voordat hij zich weer naar Kjeld richtte.
Ik rende snel weg, ik wou me niet verantwoorden naar de jongen die ik net een dag kende. Hij schreeuwde me na, maar ik was Oost-Indisch doof voor sommige dingen. Ik wou de twee jongens in halen die voor me neus rende, maar ze draaide zich om en grepen me bij mijn tuniek. 'Zo mietje, het is jouw schuld dat we met die zware tassen moet sjouwen.'' en de langste man spuugde in mijn gezicht. Ik wende vol met walging mijn gezicht af. Virgil kwam aangerend en duwde de man die me vast hield weg. De kleine jongen schoot op hem af en draaide zijn arm op zijn rug. Hij viel op zijn knieën en schreeuwde het uit. ''Bemoei je er niet mee, wijf.'' en de jongen sloeg in het gezicht van de schreeuwende Virgil.
Aaldrik had inmiddels het verhaal van de zenuwachtige, stotterende Naud aangehoord en was het nu al zat met die zwartharige jongens. Ze toonden totaal geen respect naar hun mede soldaten. Hij kent ze wel, ze spoken wel meer uit wat niet door de beugel kon. ´´Het is nú klaar met jullie!´´ bulderde hij en hij trok ze los. ´´Het is ook altijd wat met jullie, stelletje ratten!´´ en op dat moment kwamen er de man met een paar dienaren aan gerent. `´Stelletje opdonders, dit kan zo niet doorgaan!´´ ´´Ik heb ook altijd problemen met jullie!´´ En hij vervolgde zachtjes naar Naud toe: ´´Dankje wel voor het waarschuwen.´´ Virgil lag in tussen op de grond met zijn arm in een rare hoek en Kjeld had een bloedneus en miste een paar tanden. `´Namen!´´ De kleine jongen antwoordde snel dat hij Jens heette en de grote gaf hem een poor. ´´En jij?'' en de man begon alweer die dag zijn geduld te verliezen. ''Nathan, menéér.'' en de jongen rolde met zijn ogen.'' “En jij, brutale aap.'' en de man moest lachen. ''Kjeld meneer en de jongen daar op de grond heet Virgil.'' en er klonk vanaf de grond gekreun als bevestigeging. ''En jij bent Aaldrik, is het niet.'' ''Jawel, meneer.'' ''En jullie, opgedonderd en laat jullie niet weer dit soort dingen doen!'' en de zwartharige jongens rende weg.
Ik kreeg een zak doek tegen mijn neus aangedrukt en ik hielp Virgil met moeite overreind. Hij zweette heel erg en zag bleek. Hij hijgde erg veel en zijn arm zag er niet goed uit. Virgil leunde erg op mij en zijn ogen draaide soms weg. ''Bah, jij ziet er niet goed uit jongen.'' en de man was weer wat gekalmeerd. Ik raapte al mijn moed bij een: ''E-ehm bent u niet meer b-boos, me-me-meneer?'' ''Ach welnee, ik houd wel van een grote bek en een doorzetten.'' en de man knipoogde en ik kreeg een klap tegen mijn schouder. Virgil ondersteunend liepen we naar het provisorisch in gerichte ''ziekenhuisje''.
Ik voelde een steek in mijn arm en ik voelde me licht in mijn hoofd. Kjeld hielp me overreind. De witte doek die, die tegen zijn neus hield, was rood geworden van het bloed. Ik kon niet meer staan en ik kon tegen Kjeld aanleunen. E-ehm bent u niet meer b-boos, me-me-meneer?'' ''Ach welnee, ik houd wel van een grote bek en een doorzetten.'' Hij hielp me ook en ik werd naar het ziekenhuisje gebracht wat hier was gecreëerd.
“'AAAUUUUUHHHHH!'' en Virgil schreeuwde het uit van de pijn. Hij had het stokje wat hij tussen zijn tanden had gekregen, laten vallen en zijn arm werd rechtgezet. ''Zo en nu een spalk en een doek en het is morgen weer goed!'' en de man die de dokter moest zijn lachte opgewekt. ''Wil je hem naar zijn kamer brengen, hij heeft rust nodig?'' en ik knikte. Dit was het enige wat ik voor hem kon doen nadat hij mij had geholpen. Ik trok hem van het bed af, sloeg zijn goede arm om mijn schouder en nam hem stapje voor stapje mee.
Ik schreeuwde het uit van de pijn. Met een flinke ruk werd hij weer rechtgezet. De dokter was opgewekt, maar ik kon niet goed verstaan wat hij zei. Ik voelde een ruis in mijn oren. Door Kjeld werd ik het bed afgetrokken en rekening houdend met mij, liepen we naar onze kamer. Daar aangekomen legde hij me op bed, trok de deken om me heen en hij wou weglopen. Ik raakte in paniek en trok hem terug aan zijn hand. ''N-nee, wil je nog even blijven?'' en ik keek hem met grote ogen aan. ''Ja hoor, maar wat wil je dat ik doe?'' ''Vertel over je moeder?'' en ik zonk weg.
Toen ik weg wou lopen, voelde ik een hand die me tegen hield. ''N-nee, wil je nog even blijven?'' Als ik dat nog voor hem kon doen, deed ik dat graag. ''Ja hoor, maar wat wil je dat ik doe?'' ''Vertel over je moeder?'' en hij zonk weg. “Over mijn moeder, poeff daar vraag je me wat.'' en er verscheen een glimlach op het gezicht van de nu slapende jongen.

eclair98

Berichten: 10668
Geregistreerd: 24-09-11
Woonplaats: Wijhe

Link naar dit bericht Geplaatst door de TopicStarter: 19-11-13 09:53

Ik probeer het altijd wel, maar hierop bokt wil het niet lukken. Ik ga er nog verder ruzie mee maken :D

eclair98

Berichten: 10668
Geregistreerd: 24-09-11
Woonplaats: Wijhe

Re: [VER] Kjeld en Virgil, een bijzondere vriendschap.....

Link naar dit bericht Geplaatst door de TopicStarter: 28-11-13 20:57

''Mijn moeder was altijd al een bezorgde vrouw, maar sinds de dood van mijn vader is het alleen maar erger geworden.'' Ik dacht verdrietig terug aan de tijd voor mijn 15e. Ik en mijn vader hadden lange ritten te paard gemaakt. Hij heeft me alles geleerd wat hij wist wat betreft vechten. Hij streed mee in de oorlog en is daar dan ook gesneuveld. De dag dat mijn moeder en ik te horen kregen dat hij gesneuveld was, herinner ik me als de dag van gister. Ik was aan het werk op ons land en had net de paarden gevoerd. Ik schoffelde de grond en floot een vrolijk deuntje. Moeder stond alle gedroogde kruiden te verkruimelen en in aparte potjes stoppen. Opeens werd de rust verstoord en rende mensen naar het einde van het dorp. ''Ze komen, ze komen!'' en ik en mijn moeder werden meegesleurd. ''Hoezee, hoezee, hoezee!'' en de mannen die hadden gestreden werden als helden onthaald. Mannen sprongen van de wagen af en vielen in de armen van hun vrouwen. Ik duwde iedereen aan de kant opzoek naar mijn vader. Ik herkende hem nergens. De ridder die de mannen had begeleid samen met mijn vader kwam op me af gelopen. Hij nam me mee naar mijn moeder en ik herkende de blik in zijn ogen. ''Nee, nee, nee!'' en ik duwde mijn handen over mijn oren heen en griende weer als een klein kind. ''Sorry Kjeld, hij is gestorven als een dapper man.'' en hij legde een hand op mijn schouder. Mijn moeder weende zachtjes en nam me in haar armen. Alle mensen om ons heen sloegen een kruisje en gingen voor mijn vader bidden.

Zonder dat ik het gemerkt had, huilden ik alweer. ''Sinds die dag mocht ik niks meer van mijn moeder, niet meer paardrijden, niet meer zwaardvechten, niets!'' en ruw veegde ik de tranen van mijn gezicht af. Virgil was wakker geworden en ik kreeg een arm om mijn schouder. “'Dat is niet niks.'' en we bleven een tijdje zitten zonder wat te zeggen. ''Ik moet gaan.'' en ik stapte bruut op en stampte de kamer uit.

Kjeld stampte weg. Had ik wat fout gedaan? Mijn arm voelde ik al niet meer, ik had alleen nog een verschrikkelijke hoofdpijn. Ik kon me niet meer herinneren wat de dokter had gezegd. Ik probeerde overeind te komen, maar ik zag sterretjes en ging weer liggen. Door een scheur in het tentdoek kon ik zien dat ze begonnen met zwaardvechten. Als ik iets niet kan, is het wel zwaardvechten. De mannen kregen allemaal een oud, gebutst zwaard en maakte twee tallen. Op een teken begonnen ze met aanvallen en de ridders liepen rond en gaven hier en daar aanwijzingen. Kjeld viel aan en sloeg een houw het zwaard uit de handen van de jongen tegen over hem. Hij liet het hem weer oppakken en ze begonnen opnieuw. Kjeld weerde de jongen zijn aanval af en sloeg het zwaard weer uit de handen van de jongen. ''Is dit alles wat jullie kunnen!?'' en de ridder die er bij stond te kijken schreeuwde het uit. ''Hier redde jullie het niet mee, stelletje wijven.'' Alle mannen waren gestopt en luisterden naar de scheldende ridder. ''Eh-eh-eh ja, me-meneer.'' de jongen keek beschaamd naar de punten van zijn schoenen. ''Nee meneer.'' en Kjeld klonk zelf verzekerd. ''Nou laat me niet lachen'' en de inmiddels rood aangelopen ridder trok zijn eigen zwaard en zonder een aanwijzing te geven, viel hij Kjeld aan. Die herstelde zich snel en weerde de slagen af. De ridder werd nog kwader en sloeg er op los. Kjeld draaide zich om en de man struikelde over zijn eigen benen. Hij stond kwaad op en voordat hij helemaal doorsloeg werd hij bij zijn schouder vast gepakt. ''Tijn, houd je in.'' en de man met de mooie jas hield de man tegen. ''Maar Samuel, déze jongen maakt me belachelijk.'' en stem van Tijn schoot een paar octaven omhoog. ''Nee, je maakt jezelf belachelijk.'' en de Tijn droop teleurgesteld af. ''Kom maar op, laat maar eens zien wat je echt kunt.'' en Samuel pakte het zwaard op, balanceerde er mee in zijn handen en gaf het teken. Alle houwen, boven en onderhands werden afgewerkt. Kjeld kreeg het zwaar en liet zijn zwaard vallen. ''En nu, mee komen.'' en Samuel trok hem omhoog mee. Ik verloor ze uit het oog en de rest van de jongens begonnen weer.

''Wie ben jij écht en nu geen gijntjes meer.'' De man tegen over me klonk streng. ''I-i-ik ben Kj-Kjeld meneer, dat weet u nu toch wel?'' en de man keek me nog strenger aan. ''Van wie heb jij dan zo leren vechten?'' ''Mijn vader, meneer.'' ''En wie is je vader?'' en ik twijfelde. Wat kon hij met de naam van mijn vader? ''Raf, meneer.'' en de ogen van de man tegen over mij werden groot van verbazing. ''Raf, bedoel je Raf de snelle?'' en ik moest hem het antwoord schuldig blijven. ''Ik zou het niet weten, meneer.'' Samuel keek me indringend aan en ik werd nerveus. ''Je hebt de zelde ogen jongen.'' En ik kreeg het hele verhaal te horen. Over een dappere strijder en over hoe hij gesneuveld was. ''Toen we aanboden hem tot ridder te slaan, sloeg hij dat af.'' ''Hij wou liever met jou en je moeder een rustig leventje lijden en als we hem vroegen, deed hij dat 9/10 keer.'' En ik veegde mijn tranen weg. ''Kop op jongen, maak je vader trots!'' en de man sloeg me op mijn schouder. ''Vechten kan je al en je uithoudingsvermogen zal net zoals die van de anderen mannen goed zijn. Hoe gaat het nu met die andere jongen, Virgal, Virgel, wat was het?'' ''Virigil, maar hij had een scheve arm die nu recht is gezet en een hersenschudding, of zo iets.'' Ik dacht aan de slapende jongen met een verwerd gezicht van het harde werken op het land, maar ook de zachte lijnen. En ik draaide me om en liep weer naar de groep. ''Ik hoorde het wel, jij vuile hond.'' en ik kreeg een duw van Aaldrik. ''Jij wilt niet eens ridder worden, maar ik strijd er al jaren voor!” ''Kalm man, ik wil geen ridder worden, ik weet niet van welke boze tongen jij dat gehoord hebt?'' “Ik hoorde anders het woord ridder meerdere male vallen in jullie gesprek.'' en daarmee was voor Aaldrik de kous af.

De dagen werden afgestreept, de jongens en mannen getraind en Virgil knapte op. Zijn doek mocht weg, maar hij moest nog wel voorzichtig zijn met zijn arm. Aaldrik was nog steeds boos op Kjeld, die op zijn beurt probeerde van kamer te veranderen. Dat mislukte en hij zat met Aaldrik, Naud, Gaiwan en ook een beetje met Virgil opgescheept, al zag hij het niet zo. De oorlog ging gestaard voort en de mannen in het kamp maakte zich klaar voor een lange, zware reis.

''Een, twee, een, twee, links rechts.'' Na een lange tocht in de omgeving kwamen ze alle vermoeid aan. ''Godalejezus, ik weet maar niet waar dit goed voor is.'' en Virgil liet zijn rugzak vallen. ''Als we morgen weg gaan, naar de oorlog.'' en iedereen nam zijn veldfles en dronk gulzig het water op. ''Binnen een half uur eten en het doorspreken van morgen.'' En Samuel leek het er zelf ook moeilijk mee te hebben. Iedereen stond hijgend en puffend op en liep naar hun tent en kamer om zich op te frissen en de rugzak in te pakken voor morgen. De stenen die er eerst inzaten, werden op een hoop gegooid. “Stik!'' en Kjeld gooide weer zijn rugzak leeg. ''Het past niet.'' en hij werd rood. ''Nou riddertje, dat moet je wel kunnen hoor!'' en Aaldrik klonk cynisch. ''Doe nou eens even normaal, ik wil géén ridder worden.'' ''Oja, dat mag niet van je moeder!'' en Aaldrik lachte als enige om zijn mislukte grap. ''Ik help je wel!'''en ik schoot Kjeld te hulp.

'Oja, dat mag niet van je moeder!'' en Aaldrik lachte als enige om zijn mislukte grap. ''Ik help je wel!'''en Virgil kwam ons snel tussen beide. ''Kijk, wat heb je het laatste nodig denk je?'' ''En dan, en wat daarna?'' en Virgil hielp me met het inpakken van mijn tas. “Dankje wel.'' en ik glimlachte. Ik wou opstaan, maar ik kreeg een bal van kleren in mijn rug ge gooid. Ik viel weer voorover met mijn hoofd tegen een stoel aan. ''Hé kappen nu!'' en Virgil trok me overeind. ''Mee naar de ziekenpost.'' en ik werd mee getrokken.

''Nare wond, nare wond.'' en de dokter smeerde er eens vies, prikkend goede op. ''Hoe komt het?'' ''E-eh ik ben gevallen met het lopen, maar ik vond het niet zo nodig om het te laten verzorgen.'' en de man, die nu met een stoffe doek bezig was, keek me nadenkend met een schuin oog aan. ''Hmm ja gevallen, tuurlijk.'' en ik kreeg een doek om de wond heen met wat kruiden. ''Kan je morgen mooi meelopen met de zieke groep.'' en de man knipoogde. ''En jij jongen, jij loopt ook mee met de zieke groep.'' en de man glimlachte.

eclair98

Berichten: 10668
Geregistreerd: 24-09-11
Woonplaats: Wijhe

Re: [VER] Kjeld en Virgil, een bijzondere vriendschap.....

Link naar dit bericht Geplaatst door de TopicStarter: 30-11-13 17:29

''Jullie stellen je achter ons op.'' en Samuel gaf ons de laastste instructies. Wij schraapte onze bekers leeg en gingen ze maar afwassen in de tonnen water die klaar stonden. ''Ik wil je straks even spreken, alleen!'' en Kjeld liep weg. Ik spoelde mijn mok om en bracht hem naar mijn slaap plek en stopte hem in mijn tas. Ik keek om me heen, maar ik zag geen spoor van die jongen. ''Zeg, heb jij misschien een jongen met een verband om zijn hoofdgezien?'' en ik vroeg het aan alle mannen die ik zag. ''Ehhmm volgens mij liep hij richting het bos.'' En ik rende erheen. Kjeld zwaaide en we doken de bosjes in. ''Hehe even alleen.'' en we grinnikte.

''Hehe even alleen.'' en we moesten allebei grinniken. ''Ik moet je wat vertellen en ik wil dat je het weet.'' en ik werd zenuwachtig. ''Is het de reden dat Aaldrik je het leven zo zuur probeert te maken?'' en ik moest het bevestigen.'' En ik vertelde hem het hele verhaal, van mijn vader en hoe hij gesneuveld was en over hoe het ging met het zwaardvechten. ''Wat een verhaal!'' En Virgil legde een hand op mijn knie. We keken elkaar voor een seconde aan en keken allebei verschrikt weg. ''Vertel eens wat over Elvira?''

''Poeeff daar vráág je me wat!'' en we moesten lachen. ''Elvira, wat een mens is dat!'' ''Ze is nog erger dan mijn moeder, zo bezorgt om alles wat ik doe.'' En ik moest slikken. ''Ik werk op de boerderij van mijn ouders en wil hem het liefste overnemen, maar Elvira houdt het steeds maar tegen.'' ''En je broer?'' ''Die wil ik niet meer kennen, hij is weggegaan toen ik achttien was.'' ''Hoe was hij dan?'' ''Hij was een sterkte vent, met bruine, korte haren en ook bruine ogen.'' ''Hij leek heel erg op mij, vroeger.'' En ik moest wat tranen weg vegen. ''Wat zijn wij toch ook een stelletje wijven af en toe.'' en we moesten beide lachen om mijn iet wat onhandige grap. ''Ik gok dat we nu toch eigenlijk wel terug moeten.'' en Kjeld giechelde zenuwachtig. ''Alle mannen tot hier en aan het einde, we zijn al te laat!'' en ik vloekte hardop. We sprongen op en rende terug naar het kamp, waar Samuel kwaad stond te wachten op de laatkomers. ''Naar binnen jullie!'' en we werden ruw naar binnen getrokken.

''Nee, jullie zijn te laat en komen er niet meer in!” en Aaldrik greep ons ruw vast. ''Man doe normaal en laat ons binnen.'' En ik probeerde me los te rukken. ''Nee jullie hoorde wat ik zei!'' en ik kreeg een stomp in mijn maag. Snakkend naar adem maaide ik om me heen. Ik deelde een paar fikse dreunen uit aan Aaldrik.Virgil kreeg ook een stomp van Aaldrik en greep naar zijn hoofd. Samen met Gaiwan en Naud nam Aaldrik ons mee naar buiten. Een duw in onze rug en het doek die als tent moest functioneren werd weer dichtgemaakt. Helaas was hij alleen vanaf binnen te openen en te sluiten. We keken elkaar aan. ''E-en nu?'' Virgil keek me verschrikt aan. ''Kom we gaan naar Samuel en zijn ridders.'' We liepen al naar de andere tent, maar we werden tegen gehouden. ''Opsodemieteren, onrustzaaiers.'' ''Ma-ma-ma-maar w-w-we...'' En weer werden we hardhandig weg gebracht. ''Laat maar, kom mee.'' en ik trok Virgil mee. Ik trok hem mee naar het bos waar we even daar voor ook hadden gezeten. ''Het beloofd een nare nacht te worden.'' en ik slikte. ''Als we hier zitten, hebben we nog ietsje beschutting.'' En Virgil knikte. ''Laat me eens naar je oog kijken, die ziet er niet goed uit.'' en ik keek en voelde voorzichtig om zijn oog.

Voorzichtig, vol met bezorgdheid voelde Kjeld aan mijn oog. ''Het wordt flink dik, daar kun je vergif op innemen.'' We liepen verder het bos in, onze pijn negerend. ''Hier dan maar?'' en elke plek stond me eigenlijk tegen. ''Prima, denk ik?'' en ik werd onzeker. Kunnen we niet beter bij Samuel naar binnen stormen of gaan schreeuwen bij de tent? Het begon te druppen, maar of het de regen was of de tranen...

''Jasses, ik ben net zo stijf als een lijk.'' en ik stond stram op. Het had de hele nacht door geregend ik had het koud gekregen en ik werd stijf. ''Ik kan niet meer lopen, het was een van de ergste nachten van mijn leven.'' en leunend op de boom waaronder we hadden geslapen, stond Virgil op. Hem ondersteunend liepen we, ik kan beter strompelen zeggen, terug naar het kamp. ''Ik ben eigenlijk best wel bang voor de reactie van Samuel en Aaldrik.'' en ik moest giechelen als een schoolmeisje.
“WAAR KOMEN JULLIE NOU WEER VANDAAN?!?'' en Samuel schreeuwde hysterisch. Vanuit elke uithoek van het terrein kwamen mannen aangelopen. Iedereen keek ons aan en Aaldrik, Naud en Gaiwan kon ik niet ontdekken. ''Ehh nou, ja, kijk...'' antwoorden Kjeld kleintjes en onzeker. ''JA!? En Samuel greep hem bij zijn inmiddels gescheurde en zeiknatte tuniek. ''Aa zachtjes, zachtjes.'' en Samuel liet hem los. Ik kon hem nog maar net opvangen, hij zakte bijna door zijn benen heen. ''JULLIE GAAN NÚ ONMIDDELIJK MEE!” en we werden mee getrokken. ''Zeg op, wat is er met jullie gebeurd?'' ''Ik weet niet...'' ''ZEG HET!” als het nog langer zou duren, zou hij het randje van hysterisch passeren. ''Ik verraad geen mannen in onze groep.'' en hij probeerde rechtop te gaan staan. ''NOU WAT EEN GROEP!”' en Samuel greep mij erbij. ''ZEG JIJ HET DAN?'' En ik keek onzeker naar beneden. ''WIE?'' en ik fluisterde schoor: ''Aaldrik, Gaiwan en Naud, meneer.'' ''HEHE WAS DÁT NOU ZO MOEILIJK!?'' en ik viel met een smak terug op mijn benen. ''ALLEMAAL OP ZOEK NAAR NAUD, GAIWAN EN AALDRIK!!'' en de mannen dropen af. ''Jullie gaan nú mee naar binnen!'' en we werden hardhandig mee getrokken. ''Wat is er met jullie gebeurd?'' en Samuel klonk zachter. ''Nou, ik wou Virgil gister wat vertellen wat niet iedereen hoeft te weten en we liepen het kamp uit. We waren zo diep in ons gesprek gewikkeld en we kwamen te laat. We werden nog binnen gelaten maar Aaldrik was het daar niet mee eens.'' En ik zag Kjeld twijfelen. ''We werden geslagen, vandaar mijn blauwe oog en Kjeld heeft ook flink wat plekken. Toen we terug probeerde te slaan, kwamen Gaiwan en Naud erbij.'' en ik probeerde fier te staan, wat mislukte. ''Kijk dan hoe armoedig jullie eruit zien.'' en ik moest hem helaas gelijk geven. De tunieken waren gescheurd en onder de modder, het touwtje hield alles nog net bij elkaar. Op Kjeld zijn gezicht zaten allemaal groene en bruine vegen en ik zal er denk ik niet beter uitzien. ''Waarom zijn jullie niet bij ons gekomen?'' “Dat probeerden we, maar we werden weggestuurd.'' ''Nou da...'' ''NEE, NEE, NEE!!'' en Aaldrik werd binnen gebracht met zijn rugzak en proviant. ''IK HEB NIETS GEDAAN!!'' ''En waarom heb jij je spullen al gepakt?'' Samuel klonk eng rustig.

''WE GINGEN TOCH WEG!?” en ik werd bang. Als hij boos werd, sloeg hij je dood zonder met zijn ogen te knipperen. Morsdood. ''Heb ik dat dan al gezegt?'' en Samuel knipperde niet meer met zijn ogen. ''Nou, ik weet anders zeker da...'' ''DESSERTEUR! JE WIL GEWOON WEGLOPEN VAN JE DADEN!” ''NOU DAT IS NIET WAAR!!'' En Aaldrik flipte hem. Hij worstelde zich los, smeet de tas in de handen van een van de ridders en stormde naar voren toe. Hij kwam recht op me af en nam mij mee in zijn sprint. We vielen samen door de tent naar buiten toe en hij begon op me in te slaan. ''Jij smerige hond, jij wijf, je bent het niet waard om ridder te worden, iedereen haat je en je zal branden in de hel!'' en ik kon niets anders doen dan mijn gezicht te beschermen.

''Jij smerige hond, jij wijf, je bent het niet waard om ridder te worden, iedereen haat je en je zal branden in de hel!'' Samuel en ik kropen onder het tent doek voor en trokken Aaldrik van Kjeld af. Als een woeste beer maaide hij omzich heen en ik viel op de grond. Als een pijl uit een boog sprong ik op en stormde naar voren toe. Ik tackelde hem en klemde zijn handen op de grond. Ik zette mijn knie in zijn onderbuik en hij gromde nog wat. ''Echte ridders hebben respect, zorgen goed voor de armen en hebben geduld.'' en hij spuugde in mijn gezicht. ''Vuile trut, ga naar je vriendinnetje en zeg dat ze nooit een ridder kan worden, eerder een prinses!”' en hij beukte met zijn hoofd tegen mijn ribben aan. Ik kon hem nog maar net houden en duwde mijn knie verder naar beneden. De andere mannen namen hem ver en zijn hadden werden op zijn borst gekruist en vastgemaakt. Hij werd afgevoerd en zijn spullen namen ze ook mee. Ik draaide me om en de dokter was naast Kjeld geknield. Hij veegde de snee in zijn gezicht schoon en hechte het. Samuel knielde ook bij hem neer en bekeek de rest van de plekken die geraakt waren.

Een stekende pijn boven mijn oog en de rest van mijn lichaam werd bekeken. “Hij heeft je flink geraakt.'' ''En ik ben ook klaar met je oog.'' En ik probeerde op te staan. Ik wankelde een beetje en ik werd opgevangen door een paar andere mannen. Ik keek voorzichtig om me heen om te kijken of Aaldrik al weg was en ik zag Virgil op de grond zitten. Hij moest grinniken en ik trok hem overeind. ''Zorgen jullie verder voor elkaar?'' en Samuel liep weg. ''Allemaal spullen pakken, als de zon op zijn hoogste punt is, vertrekken we!'' en hij herhaalde het meerdere malen. ''Ik zou liever hebben dat jullie nog even wachten en dat vond Sam wel goed. Jullie komen later met een aantal andere, gewonde jongens.'' En we moesten opgelucht adem halen.

leest iemand het nog wel :o ?


eclair98

Berichten: 10668
Geregistreerd: 24-09-11
Woonplaats: Wijhe

Link naar dit bericht Geplaatst door de TopicStarter: 01-12-13 15:50

BalouArera schreef:
Ik lees het ook nog steeds!
Ik vind het alleen soms wel irritant dat ik niet weet over wie het nu eigenlijk gaat en dat er steeds stukjes herhaald worden maar dan door de ander z'n ogen. Kun je niet beter een hoofdstuk Kjeld, ander hoofdstuk Virgil...?

Ik kan het er wel boven zetten? Maar ik vind het zelf soms ook wel irritant!

eclair98

Berichten: 10668
Geregistreerd: 24-09-11
Woonplaats: Wijhe

Link naar dit bericht Geplaatst door de TopicStarter: 08-12-13 13:13

Virgil:
''He!'' En we draaiden ons tegelijk om. ''Deze moest ik jullie van Sam geven, de oude kleren mogen jullie weggooien!'' Dankbaar namen we de kleren aan van Tijn. Hij was bijgedraaid sinds Kjeld hem had verslagen met het oefenen. ''He, maak je niet druk!'' en hij gaf ons een klap op onze schouder. De tranen sprongen in mijn ogen, het was de recht gezette arm. We kleden ons snel op en Samuel was gul geweest. We kregen betere schoenen en we kregen een riem i.p.v. een touwtje. De rest gooiden we op de berg met afval. We draaiden ons om en daar stond Gaiwan ons aan te kijken. Hij draaide zich om en liep weg. Kjeld wou hem achterna rennen, maar ik hield hem tegen. ''Hij is het niet waard.'' En het werd drukker en drukker op het terrein, Kjeld kon hem niet eens meer vinden al zou het willen. Het zooitje ongeregelde werd georganiseerd en op een schreeuw van Samuel liepen ze weg. We waren achtergebleven met een groepje van ongeveer tien mannen die allemaal gewond waren. We kenden elkaar vaag van gezicht, maar we kende elkaar niet. ''Ehh, wat doen we nu?'' en we keken elkaar schaapachtig aan. ''Nou, ik ben Abe en ik ben van beroep molenaar hier in de buurt, helaas staat mijn molen nu stil.'' en bij de laatste woorden zag je de pijn in zijn ogen.'' ''Ehm, ik ben Seth, een biesjager (veldwacht) en ik ben een vriend van Abe.'' ''Ik ben Isaac en ik leen me uit als boer in de drukke tijden.'' En ik dacht dat hij niet veel werk zou hebben, niet iedereen kon hem betalen. ''Ik ben Kjeld en ik werk op de boerderij van mijn ouders.'' en hij vertelde niks over zijn vader. ''Ik ben Virgil en ik werk ook op de boerderij van mijn ouders en ik ben een vriend van Kjeld.'' en ik was blij dat ik er van af was. Praten tegen onbekende was geen sterk punt van me. Een man met een dun snorretje en een kaal hoofd schraapte zijn keel. ''Ik ben Tarek en ik ben bijker (imker) ennuh ja?'' Een jonge met een hoge stem vertelde zangerig dat hij snijder (kleermaker) van beroep is. Zijn naam was Augustinus. Een lomp uitziende jongen nam het woord. ''Ik ben Danil en ik ben boer.'' en daarmee was het voor hem klaar. Een man die er verzorgd uitzag vertelde dat zijn naam Gabriël was en daarbij ook nog bouwmeester. Als ik het zo hoorde had hij geen belangrijke opdracht, anders hoefde hij niet mee te vechten. “Ik ben Redouan en ik ben boer net zoals de meeste jongens.'' en hij werd rood. Ik telde er negen naast mij en Kjeld en ik ontdekte nog een jongen. Hij stond verscholen in de schaduw en keek met zijn grote kijker pienter naar ons voorstel rondje. Kjeld zag me kijken en hij keek ook. ''Ik ben wolf en ik doe niets voor de kost.'' en hij kwam de schaduwen uit. Ik wist niet waarom ieder hier zat, maar het zal wel zo zijn en ik liet het erbij. ''Nu jullie elkaar allemaal kennen, we gaan overmorgen weg.'' de dokter bemoeide zich er nu mee. ''Jullie moeten je rustig houden anders komen jullie nooit aan.'' en het klonk als een dreigement.

Kjeld:
''En wat doen we nu?'' en ik keek in het rond. De meeste haalden hun schouders op en liepen weg. ''En wij?'' en ik keek Vrigil aan. Het was als vanzelfsprekend geworden dat we samen dingen deden. ''Ik ga een brief sturen aan het thuisfront. Ben ik totaal vergeten.'' en hij draaide zich om papier en inkt op te halen. Ik slenterde het kamp uit richting het bos. Ik vergat te kijken waar ik heen liep en slenterde door. Ik herhaalde alles wat er gebeurd was en toen ik eindelijk om me heen keek, stond ik midden in het bos en wist niet meer waar ik vandaan was gekomen. Ik keek verwoed om heen en zag nog net hoe de sporen werden uitgewist door de wind. Ik raakte in paniek en rende maar een kant op. ''HE!'' en ik hoorde hem niet. ''HE!'' en ik minderde vaart. Het was Wolf. ''H-h-hoe kom j-j-jij hier!?'' En ik was buitenadem van het stuk dat ik gerent had. ''Ik zag je het bos inlopen en ik vertrouwde het niet en ben je achterna gelopen.'' ''Je bent erg ver afgedwaald maar als we nu terug lopen, zijn we er als de zon op zijn hoogste punt is.'' en hij trok me mee naar de ''goede'' kant. ''Hoe weet jij dat?'' en ik keek hem vlug aan. ''Ik kom hier uit de buurt en ik kom hier vaak.'' ''Maar wat doe je de hele dag als je niet werkt?'' ''Eh laten we het er maar op houden hier dingen doen die niet door de beugel kunnen.'' ''Jagen?'' en hij zweeg. We liepen een tijdje zwijgend door. ''Daar is het kamp al.'' en hij rende vooruit.

Virgil:
Lieve Elvira,
Nee, dit klinkt niet.
Elvira,
Nee, nee, nee!
Schat,
Te klef!
Mijn Elvira,
''Nee!'' en ik gooide het papier aan de kant. Het klonk allemaal niet naar mijn zin. Ik gooide het papier bij het brandhout voor de nachten, dan kon het tenminste nog nuttig gebruikt worden. Ik moest er even tussen uit en ging Kjeld zoeken, die had altijd een nuchtere kijk op dit soort dingen. “Kjeld!'' en ik zocht het terrein helemaal af. ''Heb jij Kjeld gezien?'' Abe schudde zijn hoofd. ''Wolf kan ik ook al niet vinden.'' en we liepen samen rond. ''Dit is niks voor Kjeld.'' en ik werd bezorgt. ''Ach, Wolf is wel vaker weg.'' en Abe porde in mij zij. ''Als ze samen weg zijn, is Kjeld in goede handen.'' en de dokter kwam op ons afgelopen. ''Zoeken jullie iemand?'' en we moesten allebei knikken. ''Kjeld en Wolf.'' En we hoorden voetstappen achter ons. Wolf kwam aan gerent. Hij rende door naar de bron waar we ons water haalden en dronk wat. Hij zat als een Wolf en ik wist nu waar hij zijn naam aan dankte. Kjeld kwam rustig aangelopen. ''Malloot, waar was je!?'' en ik gaf hem een duw. ''Ik was het bos ingelopen en was verdwaald.'' en hij duwde net zo hard weer terug. Hij liep ook naar de bron en maakte met zijn handen een kommetje waar hij uit dronk. Ook waste hij zijn gezicht en schudde zijn haren uit zijn gezicht. ''Als je klaar bent, wil je me dan helpen?'' en ik keek hem vragend aan. Hij knikte en liep met me mee naar binnen. Ik pakte nieuw papier. ''Ik weet niet hoe ik moet beginnen.'' en Kjeld keek me aan. ''Wat dacht je van deerne?'' en ik knikte. Dat was afstandelijk genoeg, maar ook wel weer hartelijk.

Lieve deerne,
over een aantal dagen vertrekken wij naar het slagveld. Ik heb al vele vrienden gemaakt en heb goed leren vechten als een echte man. Als ik terug kom, kan je mij weer eeuwig in je armen sluiten.

Je man, Virgil.

''Wat kort.'' en ik keek op. Kjeld las over mijn schouder mee. ''En veel vrienden?'' ''Ach anders maakt ze zich weer zo bezorgt.'' en ik vouwde de brief dubbel en maakte hem dicht met een druppel kaarsvet. Met krachtige halen schreef ik er 'Elvira' op. ''Nu wachten op de boer die de spullen komt ophalen.'' en ik stopte hem onder mijn Tuniek. We gingen wat te eten halen, we waren bijna te laat. ''Jongens, jullie moeten leren op tijd te komen.'' en de dokter gaf ons hoofdschuddend nog wat restjes. Wolf was weer weg, maar Abe vond dat normaal. ''Ach, ik vind het gek als hij gewoon rondloopt.'' ''Heet hij echt wolf?'' en Kjeld keek hem met grote ogen aan. ''Ach nee, dat was eerst een bijnaam, maar we noemen hem nu standaard zo.'' ''Hoe heette hij eerst?'' en Abe moest diep na denken. ''Jan? Volgens mij heette hij eerst Jan.'' en hij knikte bevestigend. ''Ja ik weet het zeker.'' en draaide zich om. Wij liepen naar de andere kant van het kamp, waar we weinig kwamen. Augustinus was bezig met betere kleren te maken voor iedereen. ''Jullie krijgen een betere tuniek, een riem en schoenen hebben jullie al.'' En ik zag een hele hoop kleren en schoenen liggen. Hij gooide er ons een toe. Achter de bosjes verwisselde we ze en waar nodig maakte Augustinus ze beter op maat. ''Dankje wel, ze zitten een stuk beter!'' en Augustinus nam beschaamd de complimenten in ontvangst. ''Kleine moeite, groot plezier!” En hij hielp de andere jongens.

Kjeld:
De nieuwe tunieken prikten niet en zaten een stuk beter. ''Wat doen we nu?'' en Virgil keek me vragend aan. ''Zal ik je zwaard vechten eens onder de loep nemen?'' en we liepen naar de dokter toe. ''Goed plan, je hebt veel lessen gemist, jonge man.'' en hij gaf ons een hand vol met oefen zwaarden mee. ''Je gaat iets door je knieën heen en balanceer op de bal van je voet. Het zwaard hou je losjes vast, dan is hij in evenwicht.'' Ik zag Virgil stuntelen met het ding. ''Ach, deze dingen zijn niet in evenwicht helaas.'' En ik startte rustig. Danil, Isaac, Tarek en Xavi kwamen aan lopen. ''Oefen ook mee, we hebben toch niets beters te doen'' en er klonkel doffe slagen van de houten zwaarden die tegen elkaar aan werden geslagen. Hier en daar gaf ik tips.

eclair98

Berichten: 10668
Geregistreerd: 24-09-11
Woonplaats: Wijhe

Link naar dit bericht Geplaatst door de TopicStarter: 08-12-13 20:55

Ik weet niet of ik het volgende stuk mag plaatsen. Er wordt niemand in vermoord maar ze gaan zoenen :+, want er hangt nog wel eens een 'taboe' op -O-

eclair98

Berichten: 10668
Geregistreerd: 24-09-11
Woonplaats: Wijhe

Re: [VER] Kjeld en Virgil, een bijzondere vriendschap.....

Link naar dit bericht Geplaatst door de TopicStarter: 08-12-13 21:01

Haha, ik typ het wel af en dan beoordelen jullie maar :D

eclair98

Berichten: 10668
Geregistreerd: 24-09-11
Woonplaats: Wijhe

Re: [VER] Kjeld en Virgil, een bijzondere vriendschap.....

Link naar dit bericht Geplaatst door de TopicStarter: 09-12-13 18:00

Virgil:
Hijgend en puffend plofte iedereen neer bij de bron. ''Zo, dat was me een lesje zwaardvechten.'' en Tarek dompelde zijn hoofd onder in het water. ''Haha, je bent er blij mee, op het slagveld.'' en de dokter kwam aanlopen met soep en brood. ''Hadden we nog liggen.'' verklaarde hij. Iedereen at gulzig met grote happen het brood en de soep op. ''En wat nu?'' en Kjeld keek ons vragend aan. ''Nou, we gaan pas over twee nachten weg, leef je uit.'' en dokter nam de mokken mee naar binnen. Het was pas een paar uur geleden, sinds we werden aangevallen door Aaldrik en de rest weg was. Iedereen liep een andere kant op en Kjeld en ik bleven over.'' ''Kom, laten we een stuk gaan lopen.'' en we liepen richting het bos. Wolf kwam net terug. ''Houd de zon in je rug, dan kom je altijd terug.'' ''Wolf, het eten is net op, sorry.'' en ik verontschuldigde onze groep. ''Ach ik red me wel hoor.'' en ik zag een haas over zijn rug hangen samen met een pijlenkoker en een boog. ''Kun je ons morgen leren schieten?'' vroeg ik gulzig. ''Jao, maar dan moeten we eerst een paar bogen maken en een paar pijlen.'' En we liepen de tegengestelde kant op. ''Hmm aparte vent, die Wolf.'' en Kjeld knikte. ''Eigenlijk heet hij Jan, maar iedereen noemt hem zo.'' en opeens leek dat heel logisch. ''Als je ziet hoe die vent drinkt.'' en we moesten lachen. Alsof er een teken werd gegeven stopten we tegelijk. We draaiden ons naar elkaar toe en ik keek hem aan. Zijn blauwe en groene oog keken me aan. Ik keek met mijn eigen bruine kijkers terug. We deden een stap naar elkaar toen en sloegen onze armen over elkaar heen. Zo stonden we een tijdje omarmd.

Kjeld:
Zijn grote, bruine kijkers keken me teder aan. We gaven elkaar een stevige knuffel. Ik wou hem niet meer loslaten, bang dat hem wat zou overkomen. We hadden geen woorden nodig, dat zou het moment verpesten. Voorzichtig maakte ik me los uit zijn greep. Onze blikken kruisden elkaar. Hij kwam dichterbij me staan. Ik streek zijn haren uit zijn gezicht en de bruine ogen stonden zacht en verliefd. Zijn lippen kwamen dichterbij en ik raakte in paniek. Twee mannen konden niet samen, dan bleef je eeuwig branden in de hel. Er was eens een mannen stel bij ons in de buurt, maar die waren allebei gestenigd en levend verbrand. Het bestond wel, homoseksualiteit, volgens mij noemde ze het zo, maar er ruste een verbod op. En trouwens, hij had een vriendin, maar die 'haatte' hij en nu snapte ik waarom. Een vriendin had ik niet, maar wou ik die ook eigenlijk wel?

Virgil:
Ik dacht niet meer aan alle regels in het land en het branden in de hel. Elvira kon de pot op en ik wou alleen nog maar Kjeld. Kjeld, de stoere, sterkte man. Ik kwam dichterbij hem staan en ik zag de paniek in zijn ogen, maar hij duwde me niet weg. Het leek alsof er een tornado door zijn hoofd raasde en ik bleef staan en keek omhoog. Op dat moment sloot hij zijn ogen en kuste me vol op de mond. Hij kuste teder, maar ook een stuk steviger dan Elvira of een ander meisje deed. Ook ik sloot mijn ogen en verloor me in het moment.

Kjeld:
Het kon me niet meer schelen, trok Virgil tegen me aan en kuste hem. Hij kuste stevig, veel beter dan de vrouwen deden. We stonden zo een tijdje en ik maakte mijn lippen los van de zijne. We gaven elkaar weer een knuffel en ik liet hem los. Zachtjes fluisterde ik: ''Dit mag en kan niet.'' en ik keek beschaamd naar mijn schoenen. ''Denk niet aan de rest van de wereld, maar aan wat er nu telt.'' ''En Elvira dan?'' ''Elvira, wie is Elvira. Oja, de vrouw waar ik zogenaamd van hield, maar het is allemaal spel bedenk ik me nu.'' en we gaven elkaar nog een kus. ''Maar vertel asjeblieft niet aan andere over dit.'' en ik knikte heftig. We draaiden ons om en liepen terug naar het kamp.

Virgil:
Bij het kamp aangekomen, werden we begroet door iedereen. ''Zullen we dan nu direct takken gaan zoeken?'' en Wolf trommelde iedereen op. Waarschijnlijk had hij het ze al uitgelegd. ''De takken moeten buigzaam zijn en zonder al te veel uitsteeksel.'' en we liepen weer naar het bos. Daar kwamen we de laatste tijd nogal veel. Iedereen begon ijverig te zoeken. Als we er een hadden gevonden, lieten we hem door Wolf keuren. Na een tijdje had iedereen er een. ''En nu hebben we flink wat rechte takken nodig, ook weer zonder al te veel uitsteeksels.'' en voordat het donker werd, hadden we een heleboel takken gevonden. De dokter kwam goedkeurend aanlopen. ''Ik heb nog nooit zo'n ijverige groep mee gemaakt. Leg het maar bij afval berg.'' en hij liep weg om het vuur aan te maken voor de nacht. ''Ik ga maffen, heb slecht geslapen afgelopen nacht.'' en we groetten iedereen die ons lachend welterusten wenst. We kleden ons snel om en keken elkaar aan. ''Niets door vertellen.'' fluisterde Kjeld me nog toe. Ik knikte geirriteerd, ik wist het nu wel en plofte neer en deed me ogen dicht. Nu pas voelde ik hoe moe en beurs ik was. Ik dommelde snel weg.

Kjeld:
Overal waar ik keek zag ik vuur en rook. Ik wou rennen als een gewond dier, maar ik zat vast. Ik zag schimmen en schreeuwde dat ze moeten helpen. ''Jij bent een duivel en zal branden!'' en ik schreeuwde nog harder. Schoppen lukte niet, mijn benen zaten vast. Het vuur greep snel om zich heen en begon mijn voeten te likken. De pijn schoot door mijn hele lichaam en ik gilde het uit. De rook maakte me schoor en de mensen om me heen begonnen te joelen. Langzaam zakte ik weg in een lange, diepe slaap.

Virgil:
''AAAAAAAAAAA!!” En ik schrok wakker. Kjeld sloeg ruw omzich heen de dekens vlogen in het rond. Ik sprong eraf en greep zijn armen vast. ''Kjeld, Kjeld, Kjeld!'' en ik schudde hem ruw wakker uit zijn nachtmerrie. ''Kjeld, KJELD!'' en langzaam werd hij rustiger en hij werd wakker. Hij gaf me een klap in mijn gezicht en duwde me weg. ''Je weet niet wat je me aandoet.'' en hij greep zijn dekens bij een. ''Ik ga!'' en hij sleepte zijn zak en de rugzak hees hij op zijn rug.

Kjeld:
Ik wist nog niet waar ik heen moest, maar bij die homo slapen, nooit! En ik stond in de gecreëerde gang. Virgil kwam nog achterna gerent, maar ik gaf hem weer een duw, voor zover dat ging met al mijn spullen. ''Rot op!'' en we maakte fluisterend ruzie om de anderen niet wakker te maken. ''Wat is er nou!?'' ''Jij bent een smerige jongen en daar wil ik niet mee slapen.'' ''Nou, jij zoende anders terug hoor!'' ''Ik heb spijt!'' ''Wat? Is het nu mijn schuld!?'' ''Ik ga niet branden in de hel door jou!'' en daarmee draaide ik me om en liep stampvoetend naar buiten. Ik zag de dokter zitten in het donker bij het vuur. Hij staarde in de dansende vlammen. Ik schraapte mijn keel. ''Eh hallo, goedenacht.'' en hij klopte om het hout. ''Kom erbij!'' en ik liet mijn spullen vallen. Ik huiverde bij het aanzicht van de vlammen, maar plofte naast de dokter neer. ''Goh, je hebt een lange nacht gehad, waarom ga je niet slapen?'' en ik haalde mijn schouders op. ''Er is te veel gebeurd de laatste tijd.'' en hij knikte begrijpend. ''Wat gebeurd er nu met Aaldrik?'' ''Oo die, maak je maar niet druk om hem. Bij het eerste kasteel geven ze hem over en de kasteelheer weet wel wat er dan moet gebeuren.'' En de dokter deed er erg laconiek over. ''Zeg, is het goed als ik ga slapen, let jij op het vuur, over een uurtje kom ik terug.'' en hij pakte zijn spullen en liep naar binnen zonder op mijn antwoord te wachten. Ik zuchtte en pakte wat takken om op het vuur te gooien. ''He.'' hoorde ik achter me. Het was Virgil. Ik negeerde hem. Hij kwam naast me zitten en ik schoof weg. Ik hoorde hem zuchten. ''Hee sorry, maar ik weet het ook wel, van die twee jongens en ik weet dat wij niet zo eindigen.'' ''Nee, wij worden vermoord op het slagveld.'' antwoordde ik snibbig. ''Doe normaal.'' en ik voelde een duw. Ik gaf hem weer een duw, ''blijf van me af.'' ''Doe nou eens normaal!'' en hij gaf me een klap. Ik sprong op, gaf die jongen een schop en rende weg, het bos in.

Virgil:
Ik kon me niet meer beheersen en gaf de jongen voor me een klap. Hij schopte me en rende het bos in. Op dat moment kwam de dokter in zijn ogen wrijvend naar buiten. ''Ga maar weer slapen jongen, ik let wel op.'' en hij moest gapen. Ik mompelde wat en rende Kjeld achterna.

Sorry, moest iets meer typen dan ik dacht!


eclair98

Berichten: 10668
Geregistreerd: 24-09-11
Woonplaats: Wijhe

Re: [VER] Kjeld en Virgil, een bijzondere vriendschap.....

Link naar dit bericht Geplaatst door de TopicStarter: 17-12-13 16:34

Virgil:
Kjeld rende alsof de duivel hem zelf achterna zat. Hij kon harder dan ik kon en we renden verder en verder. Dit stuk bos ken ik niet en zo te zien Kjeld ook niet. Voor ik het wist lag Kjeld op de grond en ik rende op hem af. ''Wacht nou eens even.'' en ik ging op zijn rug zitten. Een gewond dier spartelde net zo hevig als Kjeld nu deed.

Kjeld:
Ik zag vlekken voor mijn ogen, maar rende door. Ik hoorde mijn naam, maar ik besteedde er geen aandacht aan. Dit deel van het bos ken ik niet en ik rende verder. Bomen flitste om me heen en net op het moment viel ik. Het ging voor mijn gevoel in slomotion. Verdoofd bleef ik liggen, niet in staat om wat te doen. ''Wacht nou eens even.'' en er landen iets zwaars op mijn rug. Ik protesteerde, maar het werkte niet. Virgil was onverbiddelijk. Hij duwde mijn gezicht op de grond. Ik draaide mijn gezicht en ik keek recht in de bruine ogen van de jongen die ik lief had. ''Ben je weer rustig?'' en ik knikte verdwaasd. Hij trok me overreind en we klopten onze kleren af alsof er niets gebeurd was. ''Rennen we alweer in het bos.'' en ondanks de pijn in mijn knie, moest ik lachen. ''Waar zijn we nu weer beland?'' en ik was boos op mezelf. Deze keer was Wolf er niet om ons te helpen. Ik stampte boos in het rond, terwijl Virgil me tegen hield. ''Hier schiet je niets mee op he!”' en ik werd weer wat rustiger. Ik trok Vrgil tegen me aan en wou het goed maken. ''Zeker weten?'' ''Zeker weten.'' bevestigde ik. We gaven elkaar een knuffel en een kus en liepen in de richting waarvan we dachten dat het goed was. We liepen met onze handen in een verstrengeld, nu ik het accepteerde was het fijn en ik voelde me voor het eerst in mijn leven écht verliefd. ''Sorry, ik denk dat we fout gaan.'' en Virgil trok me stil. ''Ach, zolang ik met jou ben, is alles goed.'' en ik keek hem verliefd aan. ''Malloot.'' en hij trok me mee de bosjes in. We liepen en sjouwde door zonder dat ik wist waarom. Opeens hoorde we geroezemoes uit de bosjes naast ons. ''Jasses, die moeten we pakken.'' en toen even niets meer. ''Nou bedankt, vriend.'' en de mannen stonden op. Wij verscholen ons snel achter een aantal bomen. Het was een wonder dat ze ons niet hadden horen aankomen. Ik zag een aantal schimmen weglopen.

Virgil:
We haalden opgelucht adem. Ik trok Kjeld mee, voorzichtig achter de mannen aan. Zo konden we misschien uit dit klote bos komen, dacht ik grimmig.We kwamen uit op een pad en ik herkende de 'slaap' boom waar we de nacht ervoor hadden geslapen. ''Hehe, zijn we er eindelijk.'''en Kjeld leek last te hebben van zijn knie. ''Hoe staat het ermee?'' en hij zag bleek in het maanlicht. ''Mwah, kan beter.'' en hij leunde zwaar op mijn schouder. Ik nam hem op de rug en liep met flinke passen naar het kamp en legde hem op mijn strozak. ''Ik haal je spullen op.'' en met deze woorden stond ik op en liep naar buiten. De dokter was in slaap gesukkeld en ik schudde hem wakker. ''Oh, oh, hal.. hallo daar.'' en ik draaide me om, pakte de spullen en maakte binnen Kjeld weer wakker. Ik tilde hem op zijn eigen zak, dekte hem toe en viel zelf al gauw in slaap op de warme strozak.

Kjeld:
Ik werd wakker met een kloppend gevoel in mijn knie. Voorzichtig stond ik op en hobbelde naar buiten, naar de rivier. Ik trok mijn kleren uit (mijn onderbroek hield ik aan) en zakte in de bron. Het was koud en ik moest huiveren. Mijn knie begon minder pijn te doen en ik knapte er van op. Toen ik er genoeg van had, klom ik uit de bron en schudde mijn haren droog. Ik kleedde me aan en liep naar de ondertussen etende jongens. Snel propte ik mijn brood naar binnen, de boogschut les ging beginnen.

Virgil:
Wolf had een aantal oude strozakken omhoog gezet tegen een aantal bomen en liet wat van zijn schiet kunsten zien. Met zijn ogen dicht, open of op de kop, hij kon het allemaal. ''Maar nu eerst, de bogen!'' en hij pakte een van de takken. ''Eerst hallen we de meeste kleine takjes weg en halen het schors en vanaf. Je schraapt van je af!'' en dat laatste was overbodig om te zeggen. Elke boeren zoon of andere handwerker wist dat. Na een poosje was iedereen klaar. ''Nu maak je aan de boven en onderkant een sneetje, daar gaat het draad door en knoopt je het vervolgens vast.'' Wolf hielp iedereen met het spannen van de boog en gaf het nodige draad. ''Waar haal je zo snel, zo veel draad vandaan?'' en ik voelde me een beetje dom. ''Ik heb altijd reserve bij me.'' en hij gaf me een knipoog. ''Leg de boog maar aan de kant, we gaan nu bezig met de pijlen. We houden het simpel, we hebben te weinig tijd voor goede, dodelijke pijlen.'' Hij schoot een vogeltje uit de lucht die net langskwam vliegen. Hij plukte hem kaal en gaf iedereen een handje veren en 3 takken. ''Eerst schrapen we deze ook weer kaal, net zoals de boog.'' en iedereen begon er weer ijverig aan. ''Nu maak je er een scherpe punt aan, kan je toch nog iemand flink verwonden.'' en ik moest slikken. Deze pijlen konden zich tegen ons keren als ze er achter komen. ''Aan de andere kant verdeel je een pluk veren en bind deze vast met touw.'' en wederom hielp hij iedereen. Hij was een goede leermeester. ''Nu komt het echte werk, het schieten.'' Hij liet ons zien hoe je de pijl op zijn plaats hield en we begonnen. Danil, Abe, Isaac en Xavi konden het redelijk en de rest moest nog veel oefenen, aldus de opbeurende woorden van Wolf.

Kjeld:
De dokter had hoofdschuddend naar ons gekeken. ''Ik heb nog nooit zo'n hechte groep gezien die daarnaast ook hard aan hun vechttechnieken werkte. '' en hij gaf ons brood. Water haalden we uit de bron. Redouan liep onzeker op Seth af. ''Uh, ji-jij kan to-toch goe-goe-goed fisiek vechten?'' en Seth knikte. ''Wi-wi-wil je ons tips geven?'' en Seth knikte tot grote opluchting van Redouan. We aten gauw ons eten op en wachten geduldig tot de instructies van Seth.

Op een gras veld was Seth een aantal lijnen aan het leggen van takken. ''We gaan eerst een paar makkelijk en snel aan te leren 'trucjes'oefenen.'' Aan mijn riem werd ik de groep uitgetrokken. ''Sorry.'' en Seth ging lachend tegenover me staan. ''Val aan!'' en ik rende naar voren toe met mijn handen voor me uit. In een seconde greep mijn ''tegenstander'' mijn riem en gooide me omver door zijn been in mijn knieholten te schoppen. Ik landen op mijn rug. Snel trok Seth me overreind. ''Niet slim, nooit zomaar aanvallen.'' en hij duwde me weer de groep in. ''Nou, jullie hebben gezien hoe het moet, ga maar op elkaar oefenen.'' Ik en Virgil waren als van zelfsprekend een koppel. We oefenenden de hele middag door en Virgil was erg sterk en was een van de beste van de groep. Tussen door waren er kleine partijen in het afgezekte stuk en Virgil verloor maar een keer, van Seth. ''Ik denk dat het wel genoeg is!'' en de dokter kapte Seth zijn les af. ''Jullie moeten morgen een flink eind lopen en de dag erna ook en de dag daarna...'' en we kapten hem af. De takjes werden als aanmaakhoutjes gebruikt voor het vuur en de dokter ging koken. Wij doken de bron in en stoeide wat. Je zou haast vergeten dat het oorlogstijd was...

Iedereen kroop de kant op en kleedde zich aan. De kleren roken muf, maar het kon ermee door. De dokter had soep gemaakt en er dreven allemaal onherkenbare dingen in. Niemand durfde er wat van te zeggen en smakeloos goten we de soep maar naar binnen. De kommen werden afgewassen in de beek en we gingen allemaal een andere kant op. Ik en Kjeld gingen naar binnen om de tassen in te pakken. We konden beide snel en soepel de tas inpakken zonder dan Aaldrik het weer de hele tent door schopte. We werden een voor een geroepen om naar onze kneuzingen, gebroken botten of virussen te laten kijken. ''KJELD!”' en ik liep snel naar de dokter. De dokter zag gelijk dat ik een beetje mankte en keek mijn knie na. Hij was helemaal blauw en hier een daar zaten korsten. Hij trok vragen zijn wenkbrauwen op. ''Gevallen.'' ''Voorzichtig er maar mee, we kunnen er niet veel meer aan doen.'' En ik werd verder na gekeken. ''Ondanks je knie kan je morgen goed mee komen, je conditie erbij betrokken. Roep die vriend van je, wil je?'' En Virgil stond al klaar. Hij stond snel weer buiten. ''Niks meer.'' en we liepen naar buiten, Gabriël zoekend en gingen weer naar het bos. We doken de bosjes in en knuffelde elkaar afgewisseld met het zoenen. We kropen dicht tegen elkaa aan en ik hoopte dat dit moment nooit meer voorbij zou gaan.

Zou ik een lijstje voor jullie maken met alle jongens/mannen in de 'zieke' groep?

eclair98

Berichten: 10668
Geregistreerd: 24-09-11
Woonplaats: Wijhe

Re: [VER] Kjeld en Virgil, een bijzondere vriendschap.....

Link naar dit bericht Geplaatst door de TopicStarter: 17-12-13 20:52

Ik twijfelde of het niet te ''raar'' was. Hier komt het lijstje van al die '''vrienden'':

Augustinus => snijder (kleermaker)
Danil => boer
Abe => molenaar
Isaac => boer
Seth => biesjager (veldwachter)
Redouan => boer
Gabriël => bouwmeester
Tarek => bijker (imker)
Xavi => antisnijder (houtsnijder)
Wolf => ------------

De rest vul ik later aan, anders is het niet meer spannend.

eclair98

Berichten: 10668
Geregistreerd: 24-09-11
Woonplaats: Wijhe

Re: [VER] Kjeld en Virgil, een bijzondere vriendschap.....

Link naar dit bericht Geplaatst door de TopicStarter: 28-12-13 20:30

Virgil:
Toen het helemaal donker was, maakte ik me los. ''Ik ga vast.'' en ik streek zijn haren uit zijn gezicht. Voorzichtig stapte ik uit de bosjes en liep nonchalant terug naar het kamp. De meeste mannen waren al gaan slapen en ik ging dat ook maar doen. Ik kleedde me uit en plofte neer. Zachte voetstappen naderde me en het boog over me heen. ''VIRGIL!!”' en ik schrok op. Ik schoot om hoog en knalde tegen haar aan. ''Oh eh Elvira.'' en ik wreef over mijn hoofd. Ze sprong bij me op de stro zak en kuste me zacht en klef, Kjeld kustte beter. ''IK HEB JE ZO GEMIST!!'' en van alle kanten kwamen de jongens aan lopen. Kjeld stond erachter en ik maakte een hulpeloos gebaar. Samen met Gabriël drong hij naar voren en trok Elvira van me af. ''LAAT ME LOS, IK WIL NAAR MIJN VERLOOFDE!'' en ik kleurde rood. Ik wist nergens van af namelijk. ''HET IS VERBODEN VOOR VRIENDINNEN!'' en de dokter kwam erbij staan. ''MAAR, MAAR IK MIS HEM ZOHOO'' en ze loeide het uit. Kjeld en Gabriël trokken haar mee en ik wou het liefste door de grond zakken en niet meer terug komen. De andere jongens keken geschrokken en keken me meelevend aan. ''Sorry, maar wát een wijf.'' en Xavi gaf me een klap op mijn schouder. Ik knikte en werd nog roder zo ver dat kon. ''LAAT ME JE HIER NIET MEER ZIEN.'' en de dokter jaagde haar weg. De dokter kwam aanlopen. ''Hoe weet ze dat we hier zitten?'' En ik moest ontkennend mijn schouder ophalen. ''Als we haar hier nog een keer treffen...'' en hij stak een waarschuwende vinger op voordat hij wegliep.

Kjeld:
Toen ik terug kwam, was Virgil onder de dekens weggekropen. Ik gaf hem een klopje op zijn schouder voordat ik zelf onder de wol kroop.

''WAKKER WORDEN!'' en de dokter sloeg met een lepel op een pan. Zuchtend en steunend kropen we onder de dekens vandaan. ''Waar sláát dit op?''' en ik wreef ruw in mijn ogen. ''Heb ik jullie het niet verteld?'' en de dokter keek me schuldbewust aan, maar toch ook lacherig. ''Nee.'' en hij liep lachend weg, opweg naar nieuwe slachtoffers. Iedereen sleepte zichzelf naar de bron om zich op te vrissen. Snel kleedde we ons verder aan, stopte de laatste spullen in de tas en gooide die op een grote hoop. We aten wat en stonden toen op. De dokter kwam met een aantal ridders aangelopen die we nog nooit eerder hadden gezien. ''Nou jongens, we gaan!'' en de ridder liepen langs ons heen en zeiden niets. Ik kreeg een raar onderbuik gevoel. Ze stegen op een aantal paarden en sloten ons in. ''Je weet maar nooit.'' en de dokter haalden zijn schouders op. In rijen van twee liepen we de stoffige zandweg op, opweg naar de oorlog en de ellende die het brengen ging.

Virgil:
Augustinus, Abe, Xavi en zelfs Wolf waren het netzoals de rest zat. Ik hoorde Kjeld alleen maar vloeken en schelden op de blaren en ook ikzelf had er last van. De ridders waren niet moe te krijgen op hun paard. Ze riepen alleen maar dat we door moesten lopen en de dokter begon nu ook tegen te sputteren. ''Ehh, m-m-mene-meneer, kunnen we wat langzamer aan of helemaal stoppen, dit zijn wel de gewonden van het hele leger.'' en een van de ridders, waarschijnlijk was het de leider, keek hem spottend aan vanaf het paard. ''Nee, gewond of niet, door moeten we toch.'' en de rest van de ridders moesten lachen. Ik zag Kjeld ze heel vuil aankijken, maar hij deed er niets op uit. Toen de zon bijna weer onder de grond was verdwenen, vonden de ridders het eindelijk genoeg. Ze zadelde hun paarden af, streken met een dikke pluk droog gras overheen en maakte ze vast aan een langtouw die ze uit een tas achter het zadel haalde. Ondertussen zochten wij met zijn alle takken voor een groot vuur en stiekem schoot Wolf een aantal hazen. De ridders namen gelijk een groot deel van de takken af om een groot vuur te maken voor zichzelf, wij moesten maar een kleinere maken. Toen ze perongeluk de buit van Wolf zagen, deden ze er niets op uit. Ik kreeg er een raar gevoel van in mijn buik. We aten de hazen half rauw op, niemand wou wachten tot ze helemaal gaar waren. De dokter at bij ons, bij de ridders was hij niet welkom tot zijn grote ongenoegen. De ridders haalden dikke dekens te voorschijn, terwijl het met een dun, vies dekentje moesten doen. Het duurde lang voordat iedereen was ingeslapen.

Kjeld:
''SCHIET TOCH EENS OP, MANKE!'' En Abe kreeg een paar tikken van de ridders. Ik kon het niet langer meer aanzien en greep in. ''Laat hem anders op een van de paarden rijden, hij kan er ook niets aandoen!'' En ik kreeg een klap in mijn gezicht en voelde warm bloed over mijn gezicht stromen. Strak bleef ik hem aankijken. De ridder staarde terug. ''Ach Patrinus, doe toch normáál.'' en de rest van zijn vrienden gierde het uit. Alle alarmbellen in mijn hoofd gingen rinkelen. Patrinus klonk buitenlands, té buitenlands. Het klonk incendiums, het land waar wij, de Silvici, tegen vochten. ''Ach, hij kan me rug op!'' en Patrinus draaide zich om. Ik slikte mijn woorden in en depte mijn neus en gezicht schoon met een doek wat ik van Virgil aangerijkt kreeg. ''Die naam klinkt niet Silvis...'' en ik liep weg om na te kunnen denken. ''HE WIJF, loop niet te ver weg, kunnen we je straks komen zoeken!” en ik liep gestaag door. De doek smeet ik neer en mijn spullen pakte ik in. De tas gooide ik over mijn schouder, maar de dokter hield me tegen. ''Blijf.'' en zijn stem klonk angstaanjagend eng. Ik plofte neer en draaide mijn rug naar de ridders toe. Die blerde iedereen toe dat ze hun spullen in moesten pakken en we verder gingen. Om hun te pesten stond ik langzaam op en klopte uitgebreid mijn tuniek schoon. De rest was al gaan lopen en ik slofte er achteraan. De ridders deden er niets op uit.

Virgil:
Ik ging naast Kjeld lopen om niet alleen te hoeven lopen. Ik zei niets en Kjeld ook niet, had hij geen behoeften aan. De ridders keken een keer om en haalden hun schouders op. Ze reden zonder ook maar iets te zeggen verder. We liepen een van de groene wouden uit waar Silvis bekent om stond. Het landschap veranderde in glooiende akkers met hier en daar een huisje. De meeste mensen stopten met werken en keken ons vol met medelijden aan. We kregen soms wat eten toe gestopt, dat wemkaar gauw in onze tas deden. De ridders duwden zo'n beetje iedereen aan de kant.''AAN DE KANT, MENSEN VAN DE KONING!'' en Kjeld en ik keken elkaar met opgetrokken wenkbrauwen aan. Mensen van de koning, ze zeiden toch altijd dienders van de koning? Mijn onderbuik gevoel werd sterker. We gingen nog meer achterlopen en fluisterde zachtjes over onze bevindingen. ''Ik vertrouw het niet meer.'' en Kjeld knikte. ''Laten we weglopen, we lopen nu toch al achter.'' Net op dat moment dat Kjeld dat zei, kwam er een kwieke jonge dame naast ons lopen, van ongeveer 16 jaar. ''Wat een aparte kerels, de koning moet wel heel wanhopig zijn.'' ''HE, NIET ZO FLIKFLOOIEN DAAR!!”' En Patrianus kwam naast ons rijden. ''Sorry, maar als we jullie kunnen helpen, ik woon dáár!'' en ze huppelde naar een huisje in de verte.

Kjeld:
We liepen door tot het einde van de avond. De hele dag hadden Virgil en ik kunnen roddelen en hadden we achter gelopen. De ridders waren ons vergeten. Iedereen was moe en chagerijnig. Wolf en Gabriël, kwamen samen emet Redouan en Augustinus naast ons lopen. ''Gadverdamme, die blaaskaken hebben flink de vaart erin!'' barste Augustinus los. Wolf liep gestaag door, hij had een conditie van de paarden van de ridders. Redouan zag bleek en zweette heel erg. ''Gaat het wel?'' en we konden hem nog maar net opvangen met zijn allen. Ik nam gauw zijn tas over en Virgil nam hem op de rug. Zijn tas had Gabriël over. We liepen door, maar kwamen door de extra lasten achter te liggen. De ridders en de rest keken niet eens om.

Virgil:
Redouan woog weinig door het karige eten wat we kregen. We liepen achter en de schemer begon in te vallen. In de verte waren de vuurtjes al te zien en ik schoot in de stres. We moesten er nog lang niet zijn, maar we waren er toch!? Ik bleef staan en trok Kjeld bij me. De rest stopte ook en we slopen zachtjes verder, alleen ik wist waarom. De rest liep door en we kwamen nog verder achter te liggen, zo'n honderd meter in totaal. In mijn ooghoeken zag ik schimmen met glimmende zwaarden. Ik stopte en sprong de bosjes in. De rest twijfelde maar ik riep zachtjes dat ze moesten komen. ''Ik vertrouw het niet, die ridders en die vuurtjes. Ook zag ik ook schimmen rennen, dus.....'' en mijn verhaal werd afgebroken door schreeuwende mede-soldaten en de ridders. De schimmen waren de bosjes uitgekomen....

eclair98

Berichten: 10668
Geregistreerd: 24-09-11
Woonplaats: Wijhe

Re: [VER] Kjeld en Virgil, een bijzondere vriendschap.....

Link naar dit bericht Geplaatst door de TopicStarter: 01-01-14 15:09

Ik heb weer een idee voor een nieuw verhaal, maar ik maak eerst deze af en (probeer) die van Mirthe-Anne. Deze moet eerst af, anders snap je er niets meer van in het andere verhaal O:)

eclair98

Berichten: 10668
Geregistreerd: 24-09-11
Woonplaats: Wijhe

Re: [VER] Kjeld en Virgil, een bijzondere vriendschap.....

Link naar dit bericht Geplaatst door de TopicStarter: 01-01-14 21:27

Kjeld:
uit onze tassen haalden we onze wapens en lieten de rest achter. We stromden de bosjes uit opweg naar de rest van de groep om te helpen. Er werd geschreeuwd en het rook er naar de ijzige geur van bloed. De ridders waren van het paard afgestapt en hielden de dokter en Danil in bedwang. Ze schreeuwde waar dit opsloeg. Abe konden we wegtrekken uit het gevecht, maar voor vijf anderen was het telaat. Samen met de dokter konden we Danil, Isaac, Seth, Tarek en Xavi werden gevangen genomen. ''Breng ons naar achter de linie!'' en Patrinus en de rest van zijn maten spuugden in de gezichten van de krijgsgevangenen. Toen ze ons in het oog kregen, draaiden we ons om en verspreiden ons. Uiteindelijk eindigde iedereen bij de tassen, greep die mee en we stormden terug naar het dorpje waar we door waren gekomen.

Virgil:
De eerste de beste die ik kon grijpen, greep ik en sleurde ik mee naar de boerderij van het meisje die we waren te gekomen. De rest volgden alsof ik de leider was. De boer met zijn vrouw kwam al naar buiten toe toen ze ons zagen rennen. ''Jongens, hierheen!'' en het meisje had een deur open getrokken. We ploften neer in het stro en doken er in onder. Het meisje sloot de deuren en we bleven buiten adem liggen. We hoorden toen we allemaal weer een beetje op adem waren hoefgetrappel naderen. ''ZIJN ZE HIER!?!?!” en een onbekende stem schreeuwde tegen de behulpzame familie. ''WAT ZEGT U, IK VERSTA U NIET!?”' en de boer gaf schreeuwend antwoord. Het was waar, de Icendiumse mensen praten erg hard en snauwde het altijd, terwijl wij, de silvici zachtjes en zangering praten. ''Die mannen, waar zijn ze, stelletje deserteurs!”' en de ridder was van zijn stuk gebracht. ''Nou niet hier, heer.'' en de voetstappen van het gezin verwijderde zich van de schuur. ''HE!'' en de boer en de vrouwen stopte, dacht ik tenminste te horen aan de voetstappen die stopte. ''Wij hebben twee gewonden paarden, kunt u ze niet overnemen en verzorgen?'' en de boer stromelde met zijn vingers op zijn broek. ''Laat eens zien..'' en ze liepen samen weg naar het wachtende groepje wat ik zag door een kiertje wat ik had ontdekt in de schuur.

Kjeld:
Langzaam kwamen we omhoog en schudde het stro uit onze haren en tunieken. ''Jezus.'' en ik hoorde niet wie dit gemompeld had. Onze tassen waren op sommige plekken gescheurd, maar nog wel bruikbaar. Virgil, die een kiertje in het hout had ontdekt wapperde met zijn handen en we doken weer weg. We hoorden hoefgetrappen, maar die ging voorbij aan 'onze' schuur. Andere hoeven reden de andere kant op, dwars door het dorp en weer terug naar ons oude kamp. ''Jullie kunnen weer te voorschijn komen hoor, stelletje deserteurs!”' en het meisje kwam binnen lopen met haar moeder. Ze lachten beide om hun grapje en de uitwerking die het op ons gezicht had. We sprongen uit het stro met onze tassen. We klopten ons opnieuw af. ''Hartelijk bedankt voor uw redding, vrouwe!'' en Abe gaf de boerin en haar dochter een hand. Wij volgden gauw zijn voorbeeld. ''Niets te danken hoor!”' en de vrouw dacht na. ''Maar hoe kwamen jullie hier terecht?'' ''Er zijn ook een aantal fouten boeren in de buurt en als je daar terecht was gekomen was het heel anders met jullie afgelopen...'' en het meisje kleurde rood. ''Nou mama, dat moet ik geweest zijn.'' ''Lucy (=>http://www.bokt.nl/forums/viewtopic.php?f=149&t=1717303&&start=75) jij boef die je er bent!'' en we moesten lachen, wij meer uit verlegenheid. ''Wat gaan jullie nu doen?'' en de boer kwam binnen gelopen. We keken elkaar aan, geen idee van wat we moesten doen. ''Jullie kunnen we hier op de boerderij meehelpen tot dat jullie een plan hebben.'' en ik ging in ieder geval op zijn voorstel in, maar de rest gelukkig ook. ''We moeten de rest ook waarschuwen, dat er een paar zich op slinkse wijzen naar binnen proberen te krijgen.'' en Wolf kwam uit de schaduw naar voren. ''Jezus, had je niet gezien jongen!'' en de boer schrok zich dood. ''Komt wel vaker voor.'' en Wolf moest grinniken. ''Ook moeten we naar de koning en het hof, hij moet zijn ridders na kijken of ze wel betrouwbaar zijn.'' en iedereen vond dat hij gelijk had. ''Hoe komen we zo gauw bij de andere en de koning?'' en ik zag een aantal haken en ogen aan het plan. De boer deed een stapje naar voren toe.'' ''I-i-ik w-wil m-me-me er nie-nie-niet mee bemoeien, maar ik kan er een aantal mee nemen naar het slagveld, ik ruim daar de zooi op samen met een aantal andere boeren.'' ''Dan kunnen ze de rest verder lopen.'' en de boer keek angstig in het rond, was dit een idee? ''Ja, goed plan, knap ook dat u de rommel opruimt!'' en Virgil greep hem bij de hand en schudde die stevig. Iedereen gaf de boer een klap op de schouder of schudde hem de hand. ''Maar hoe komen we bij het kasteel?'' en Virgil keek de boer ook weer vragend aan. ''Ik kan twee van jullie twee paarden meegeven, ik heb toch weer twee nieuwe, prachtige beesten.'' en wij knikten. ''Morgen vertrekken die twee naar het kasteel, de rest kan mee met u, meneer.'' en Abe begon zich er nu ook mee te bemoeien. ''Bepalen jullie maar wie waar heen gaat.'' en de boer draaide zich om. ''Ik laat mijn vrouw twee lunch pakketten maken.'' en hij liep weg.

Virgil:
''Wie van jullie kan paardrijden?'' en ik trok mijn wenkbrauwen vragend op. Aarzelend stak Kjeld zijn vinger in de lucht. De rest schudde van nee. Dat was ook niet zo gek, paarden en paardrijden was een luxe wat niet elke boer zich kon veroorloven, en in de stad deed je het ook niet. ''Én jij?'' Gabriël keek me vragend aan. ''Wel eens gedaan, meer ook niet.'' ''Nou, vaker dan de rest bij elkaar, jij en Kjeld gaan.'' en Wolf had beslist. ''Dan gaan wij met de boer mee!'' en daarmee was de kwestie afgedaan. ''Wij vertrekken vanavond!'' en ik trok Kjeld ik een opweling mee naar de boer om te melden dat we vanavond wouden vertrekken. De boer zag ons lopen en trok ons een ander deel van de boerderij in. ''Sukkels, niet zomaar hier lopen hoor!'' siste hij kwaad. ''Zo breng je niet alleen jezelf, maar ook ons in gevaar.'' en we waren beschaamd dat we daar niet aan gedacht hadden. ''Maar wat was de reden voor deze onvoorzichtigheid?'' en de boer klonk weer wat vriendelijker. ''Wij willen vanacht eigenlijk al vertrekken, naar de koning.'' en de boer knikte.''Oke, kom mee naar de deel, krijgen jullie wat andere kleren en een flinke berg met eten en dan maak ik de paarden vast klaar.'' en de boer trok ons resoluut mee naar de deel. ''VROUWE!'' en de vrouw met haar dochter Lucy kwamen gehaast aanlopen. ''Heb je wat andere kleren voor deze twee heren?'' En de vrouw knikte en liep weg. De boer ging weer aan het werk, de paarden van het land afhalen en klaar maken, maar Lucy bleef staan. “'Dus jullie zijn weggelopen en daarom deserteurs?'' en ze nam geen blad voor de mond. ''Ja, we zijn weggelopen, maar geen deserteurs.'' en Kjeld bleef haar aankijken. ''Maar wat zijn jullie dan?'' ''Een paar mannen die de rest gaan helpen te winnen van de Icendiumse bevolking.'' en daarmee was Kjeld klaar en op het zelfde moment kwam de vrouwe aanlopen met wat oude kleren van haar man. ''Lucy, ga weg, dan kunnen ze de kleren passen.'' en Lucy stormde naar buiten om haar vader te helpen. ''Sorry, ze is nogal brutaal. Kijk maar wat je wil houden!'' en de vrouw draaide zich om en liep naar binnen toe.~

Kjeld:
Lucy stormde weg en we gingen passen. We hielden beide een shirt waarvan de hals met een veter bij elkaar werd gehouden en ik een bruine, leren broek. Virgil passte er geen een, maar de grootste kon hij omhoog houden met een touwtje. De broek was grijs, zwart en ook van leer. Onze schoenen hielden we aan. Onze tunieken namen we mee onder de arm en de rest vouwden we op en legde we op een stapeltje naast de deur. De vrouw kwam naar buiten met twee zakdoeken vol met eten en een kruik met waterige wijn. We namen het mee en liepen naar de schuur waar we het eten en onze tunieken in de tas deden. De andere lagen te overleggen en wij kropen in het stro om nog even te slapen.

Ik droomde dat we op hol geslagen paarden zaten die niet meer konden stoppen. Ridders en andere mensen schreeuwden achter ons dat we moesten stoppen, maar dat konden we niet. Virgil gilden alleen maar en ik deed niet anders. De paarden renden maar door, maar toen ging het mis. Die van Virgil struikelde en beide vielen ze. Toen ik wou stoppen om te helpen, wou het niet en die van mij renden op een afgrond af.

''Wakker worden, wakker worden, jullie gaan!”' en Gabriël maakte ons wakker. De boer hield twee paarden aan de hand, een grote witte en een bruine met zwarte manen die wat kleiner was. We omhelsden iedereen en beloofden veilig terug te komen. Ik klom op de bruine en Virgil die wat groter was, op de witte. Lucy en haar moeder stonden buiten en we bedankten ze allebei hartelijk net zoals de boer. We kregen de laatste uitleg over hoe we bij Castrum konden komen, de hoofdstad waar de koning woonde met zijn familie. Allebei herhaalden we het twee keer, toen vonden we het wel genoeg. De paarden galoppeerde weg toen we ze de sporen gaven, de donkere nacht in.

eclair98

Berichten: 10668
Geregistreerd: 24-09-11
Woonplaats: Wijhe

Link naar dit bericht Geplaatst door de TopicStarter: 05-01-14 12:04

Hebben jullie nog tips? Ik schrijf maar door en door en misschien vinden jullie het niet leuk zo :o

eclair98

Berichten: 10668
Geregistreerd: 24-09-11
Woonplaats: Wijhe

Link naar dit bericht Geplaatst door de TopicStarter: 05-01-14 15:48

Ik zal zsm een nieuwe up plaatsen!
Nou ja, nu dus :P

Kjeld:
Na een poosje, toen de paarden moe begonnen te worden, gingen we draven en daarna stappen. Ik ging soepel met de bewegingen mee, maar Virgil bracht het er stukken ongemakkelijker van af. Hij hopste alle kanten op en had de teugels te lang en ongeveer achter zijn oren. ''Als je nou eerst eens die teugels iets korter vastpakt?'' en ik keek hem onderzoekend aan. ''Hoe doe ik dat?'' En hij pakte de beugels iets korter vast en liet daarbij zijn teugels los. ''Je teugels, sukkel, die je vast had met je handen en naar de mond van het paard toeloopt.'' En hij liet de teugels nu helemaal hangen. ''Dichter bij de mond.'' en ik zuchtte geirriteerd. ''Sorry.'' piepte Virgil benauwd. ''Hoe vaak heb je er nu werkelijk opgezeten?'' ''Ehh-eh niet een keer, maar ik wou graag met jóú mee.'' en vanbinnen smolt ik weg. Ik boog naar hem toe en gaf hem een kus. ''Gelukkig maar, ik zag er niets in om met Wolf de hele reis opgescheept te zitten.'' en ik meende het oprecht.

Virgil:
Na die moeilijke galop waren we eindelijk gaan stappen, dat kon ik nog wel. Paarden? Nog nooit van dichtbij gezien, maar dat hoefde de rest niet te weten. Kjeld kwam met allemaal goed bedoelde adviezen, maar ik was de draad helemaal kwijt. ''Hoe vaak heb je er nu werkelijk opgezeten?'' ''Ehh-eh niet een keer, maar ik wou graag met jóú mee.'' En dat meende ik. Ik had er geen behoefte aan om afgeslacht te worden in een kamp. Hij gaf me een kus en zei: ''Gelukkig maar, ik zag er niets in om met Wolf de hele reis opgescheept te zitten.'' en ik haalde opgelucht adem. De paarden waren weer wat op adem, het waren paarden met een gouden conditie, had de boer meerdere keren gezegt. We draafden weer aan en na een tijdje vond ik het ritme van het dier en het ging iets beter. Kjeld vloot een eigenwijs deuntje en we reden door bossen en velden, langs akkers en kastelen.

Kjeld:
Langzaam werd het weer lichter en ik wou stoppen, we werden moe en het werd wat drukker langs de weg. Bang om op een of andere manier toch herkent te worden stopte we maar en gingen naar een herberg. Er was nog plek en de paarden zadelde we af en lieten ze drinken en eten. Wij zelf gingen naar binnen om ook wat te eten en te drinken. Het eten in onze tassen lieten we zitten voor als we het nog nodig zouden hebben. ''Mooie tassen, heren, mooie tassen.'' Een snijder liet bewonderend zijn vingers over de stof gaan. ''Gebruiken ze die niet in het leger?'' en hij keek ons aan met zijn scherpzienende oog. ''Ja wel, maar wij hebben ze gevonden bij de grens van Icendium, ze waren de tassen vergeten op te ruimen.'' ''Lagen er meer?'' En ik zag de hebzucht in de ogen van de man. ''Ja, maar die namen andere al weer mee.'' en we aten verder, de snijder liep teleurgesteld weg. Toen het eten op was trok ik Virgil mee naar buiten, onze spullen op onze kamer latent.

Virgil:
Kjeld trok me mee het hele dorp door, het bos in. We passeerden mannen te paard, vrouwen, kinderen, honden, schapen en nog een hele veestapel. Toen we het dorp achter ons gelaten hadden, het was niet zo groot, liep hij een veld in en een bosje. ''Die tassen kunnen ons verraden!'' en ik zag de angst in zijn ogen. ''Wat moeten we dan?'' ''Weet ik veel? ''Die tassen ruilen tegen andere tassen?'' en hij kustte me op de mond. ''Wat een goed plan!'' en hij kustte me weer. Mijn ogen sloot ik en mijn handen gingen als vanzelf naar zijn shirt en maakte de veter los die hem bij elkaar hield. Hij stopte en trok hem uit. Hij had blokjes op zijn buik van het harde werk en tijdens het kussen, volgden ik de lijntjes met mijn vinger. Snel trok ik de mijne uit en we gingen liggen. De rest ging als vanzelf....

Kjeld:
We stonden op toen de zon aan zijn hoogste punt stond, trokken snel onze shirts weer aan en klopten ons af. Ik kreeg een verliefde knipoog toe geworpen. Ik beantwoorde hem met een kus op zijn hand. We renden over het land heen terug naar het dorp, vol met liefde. Daar aangekomen liepen we weer normaal alsof het de normaalste zaak van de wereld is dat twee jongens samen verdwijnen in de bosjes. In de herberg terug, gingen we naar onze kamer en gingen slapen, slaap inhalen die we hard nodig gingen hebben.

Virgil:
Het werd donker, we hadden weer wat geslapen, gedroomd en gegeten. De paarden waren weer wat op adem, maar de waard bood aan om andere paarden mee te nemen, maar we hadden beloofd de paarden te houden aan de boer, dus deden we dat ook. We stapten beleefd het dorp uit, draafde door de weilanden, maar in het bos, galoppeerde we weer aan en reden zo een aantal kilometers. Het roffelen van de hoeven stelde me gerust. Het was toch een hele reis met allemaal gevaren. We draafden weer, ik moest weer in het ritme komen, stomme gehobbel. We draafden een heuvel op. Er lag een boom op de weg, een ervaren ruiter sprong er over heen, maar Kjeld durfde het niet aan, hij wou eerst met mij overleggen. Dit was de fout die we maakte. Van alle kanten kwamen mannen aangerend, ze schreeuwde en onze paarden steigerde. Ze hadden wapens bij zich, messen en bogen en nog wat andere onherkenbare dingen. ''Geld, geld of je leven!'' Ik zat onstabiel en ik voelde het zadel weg gleiden. Ik hield me vast aan de teugels en hing half over de kont van mijn paard. Toen het witte dier onder me landde, schrok hij van mij op zijn kont en ga een bok. Ik viel eraf, gleed door en gleed de heuvel af. Takken en bladeren sloegen in mijn gezicht en steentjes prikten in mijn hele lijf. Kjeld schreeuwde en de paarden gingen ervan door.

Kjeld:
Virgil viel naar beneden, het ging net zoals in mijn droom! Er waren een aantal details anders, maar toch. Ik liet me ook maar vallen, we konden elkaar niet uit het oog verliezen. Net zoals Virgil gleed ik de heuvel af, alleen een paar meter verder. Ik voelde van alles prikken en ik kwam tegen een boom aan tot stilstand. Kreuend bleef ik liggen.

Virgil:
Ik zag dat Kjeld zich ook liet vallen en hij rolde een paar meter verder tegen een boom aan. Mijzelf had ik tot stilstand kunnen brengen doordat ik bleef hangen aan een tak. Onhandig en gedesoriënteerd krabbelde ik overreind. Rennend en springend kwam ik bij Kjeld aan en trok hem overreind. Hij zag bleek en zijn ogen draaiden constant weg. Toch trok ik hem mee, weg van de schreeuwende moordenaars met allemaal littekens die ons wouden vermoorden.

Kjeld:
Ik kon niet meer normaal zien en mijn arm deed verschrikkelijke pijn. Virgil trok me maar mee en als hij mij niet tegenhield, viel ik om. De mannen kwamen dichterbij en Virgil trok me harder mee. We renden van de heuvel af en we renden een bos in. Snel trok Virgil me mee de bosjes in en dat was maar goed ook, de mannen renden ons voorbij zonder ons gezien te hebben. Na een paar minuten, het moest niet langer meer duren, trok Virgil me mee de bosjes uit. Voorzichtig liepen we verder, ik was net een lappepop terwijl Virgil me mee trok. De mannen renden voorons uit, ik hoorde ze nog.

Virgil:
Kjeld liet zich zomaar mee trekken, dat was ik niet van hem gewend. De mannen gingen links en wij gingen rechts. Dat was maar goed ook, we kwamen de paarden tegen, verstrikt in een paar bosjes. Ik maakte ze los en hees Kjeld op de bruine. De teugels stopte ik in zijn goede hand, de andere arm hing er een beetje los bij. Ik hees me weer op de witte, gelukkig bleef hij rustig. De andere volgde zijn vriend, wat een geluk. Ik draafden aan en Kjeld bleef gelukkig zitten. Met alle liefde leidde ik hem door het woud heen, opweg naar de hoofdstad Castrum.

Kjeld:
Ik zag niets meer, maar hoorde en voelde nog genoeg. Virgil hees me op een paard, duwde de teugels in mijn hand en het paard zette zich in beweging. We gingen harder en toen we gingen draven, ging ik staan en weer zitten, staan en weer zitten. Toen het wat kouder werd, stopte we. Virgil tilde me op en nam mee. Voorzichtig legde hij me neer en ging de paarden afzadelen.

Virgil:
De zadels legde ik in zjin rug en ik maakte onze tassen open. Die van mij had deels mijn val gebroken, maar bij Kjeld was hij nutteloos geweest. Het eten pakte ik uit samen met de wijn. Ik duwde Kjeld wat tegen zijn mond en hij opende hem. Ik voerde hem totdat de helft op was, drinken er bij en ik wist het ook niet meer. Ik ging hout zoeken om een vuur te maken. Dit lukte al snel, het was droog geweest de laatste tijd.

Kjeld:
Ik werd weer wat helderder. ''We moeten verder.'' en Virgil kroop dichterbij. ''Jij kan dat helemaal niet zoals je er nu bij zit.'' ''Jawel, als we nog een nachtje wachten. Ik wil dan niet meer stoppen, maar in één keer door. Het is zwaar, maar met voldoende stap kan het wel.'' en ik viel in slaap tegen de schouder van Virgil aan, mijn lieve vriendje.

Virgil:
Voorzichtig maakte ik me los uit zijn greep. Eten, eten hebben we nodig als we zijn plannen uitvoeren. Ik pakte een boog en wat pijlen en ging jagen. Toen ik terugkwam terug met wat vogels, plukte die en begraafde het afval. Het vlees roosterde ik. Kjeld zat ondertussen wat rechtop en was weer wat helderder. Hij pakte mijn hand en zo zaten we een tijdje. In mijn maag rommelde onrust, bang dat die mannen weer terug kwamen.

eclair98

Berichten: 10668
Geregistreerd: 24-09-11
Woonplaats: Wijhe

Link naar dit bericht Geplaatst door de TopicStarter: 27-01-14 21:10

Ik ben weer verder gegaan!

eclair98

Berichten: 10668
Geregistreerd: 24-09-11
Woonplaats: Wijhe

Link naar dit bericht Geplaatst door de TopicStarter: 22-02-14 21:15

Kjeld:
Ik droomde dat ik zweefden over het hele land. Van de wilde paarden tot aan de onherbergzame bergen, van het oorlogs gebied, tot aan het kasteel van de koning. Alle kleuren waren feller dat ze zouden moeten zijn en het was warm, te warm voor in ons land. Steeds harder begon ik te vliegen, ik werd bang. Op alle mogelijke manieren probeerden ik af te remmen, maar daar kwam een boom aan. Het was al te laat en ik vloog er tegen aan, en ik wist mij niks meer te herrineren.

Virgil:
Ik hoorde allemaal geschreeuw en bladeren. De takken die ik al had verzameld liet ik vallen. Met mijn zwaard getrokken, ik kon nog steeds niet met dat ding overweg, rende ik terug naar Kjeld. Bang voor de mannen die er misschien weer waren, maar ik trof Kjeld aan, helemaal in paniek en om zich heen aan het slaan. Hij probeerde op te springen maar rende toen tegen een boom aan. Een voordeel, hij was wel weer rustig. Ik wist het niet meer, maar zadelde de paarden op, pakte de spullen in en maakte het vuur uit. Het vlees wikkelde ik in een paar bladeren en dat maakte ik aan het touw om mijn middel. Kjeld hees ik overreind, hij kwam weer wat bij kennis en ik hielp ik op zijn paard. '''Wa- wa- wat ga-a-an we doe-doe-doen?'' murmelde hij. ''We gaan voor jou een dokter zoeken.'' en ik stapte ook op, stijf van het vele rijden wat ik niet gewent was. Langzaam vertrokken we, weg van de rampzalige nacht.

Kjeld:
Langzaam kwam ik weer bij mijn positieven. Virgil trok me overreind en hielp me op mijn paard. ''Wa- wa- wat ga-a-an we doe-doe-doen?'' ''We gaan voor jou een dokter zoeken.'' en de paarden zetten zich langzaam in beweging. Ik hield me stevig vast, misselijk wordend van de gangen van het paard. Alles draaide weer voor mijn ogen, maar ik hield me vast. Het paard versnelde en ging draven, ik hobbelde maar een beetje mee. De paarden gingen over in een langzame gallop en daarmee voelde ik me ook beter. Ik kreeg meer zicht en nam de teugels meer vast. Ik stuurde het dier naast het rijdier van Virgil die me onderzoekend aankeek. Ik stak mijn duim op.

Virgil:
Ik hoorde de hoeven achter me versnellen en Kjeld kwam naast me rijden. Toen ik hem vragend aan keek, stak hij zijn duim op. Ik haalde mijn schouders op en versnelde. De rijdieren waren uitgeput, ze rende zich nog eens dood. We reden het bos uit, een bos waar ik liever niet meer terug kwam en reden nu een boeren dorpje in. Het was nacht en we draafden door. Kjeld reed weer vlot mee en ik vond het wel best, ik kon niet ook nog op hem letten.

Kjeld:
Ik voelde me weer kip lekker en we draafden vlot door. Toen we door het dorpje heen waren, reden we het open veld op. Ik gaf het dier de sporen en het spoot weg, Virgil racede achter mee aan. Er kwam ons een ruiter te gemoet, een ruiter die helemaal in lompen gehuld was en zijn paard was gewond aan de benen. Geen van ons minderde vaart en toen we langsreden, zag ik in een flits lichte ogen die me onderzoekend aankeken. Snel verwijderde de hoeven zich en we passeerden een dun stroompje water en we sprongen daar over heen. Ik was het gewend, maar Virgil was uit balans gebracht. De boomstam die ik zag liggen, sloeg ik maar over. Nog een gewonde konden we niet gebruiken....








Virgil:
Nadat de ruiter ons gepasseerd was, passeerden wij een riviertje. De paarden sprongen erover heen, daar was ik niet op berekent. Ik hervond snel mijn everwicht. We reden een bos in en minderde vaart, maar gingen wel in een vlotte draf verder. Ik hijgde als een werkpaard, maar Kjeld leek nergens last van te hebben. Toen het pad wat ruiger werd gingen we stappen. ''Effe pauze?'' ''Nee, nee!'' en hij reed vlot verder. Ik haalden mijn schouders op, hij was nog koppiger dan de meest koppige ezel die ik kende. Hij draafden weer aan, maar zijn hoofd viel de hele tijd achterover. Hij viel achterover en ik stopte en sprong van mijn paard af. Ik greep hem vast en liet hem langzaam naar de grond zakken.

Kjeld:
Ik had me toch overschat en ik kon mijn hoofd niet meer recht houden. Het werd zwart voor mijn ogen en ik viel, maar ik werd opgevangen door sterke handen. Toen ik op de grond lag wou ik gelijk weer opstaan, maar Virgil hield me tegen. ''Jij blijft even liggen!'' ''NEE!'' en ik duwde hem van me af. ''Jawel!'' en ik werd terug geduwd. ''Nee, ik zeg toch NEE!” en ik haalde uit. Mijn vuist raakte het gezich van Virgil en hij viel achterover. Ik stond wankelend op mijn benen, maar stapte weer op mijn paard. ''Schiet op dan!'' En Virgil stond op en er liep bloed over zijn wang. Ik draafde al weg en liet Virgil achter.

Virgil:
''Nee, ik zeg toch NEE!” en ik kreeg een knal. Ik viel achterover en deze kans liet Kjeld niet on benut. Hij sprong op en klom in het zadel. ''Schiet op dan!'' En voordat ik stond, draafde hij weg. Het bloed stroomde over mijn wang. Mijn paard wou er achter aan gaan, maar ik greep snel de teugels. Onhandig klom ik in het zadel en gaf mijn paard de sporen. Hij gallopeerde snel achter zijn maatje aan.

Kjeld:
Ik hoorde galloperende hoeven achter me aan komen. Virgil kwam naast me lopen, het bloed spetterde een beetje in de wind. ''Waar sloeg dát nou weer op?'' en hij hijgde erbij. ''Ik wil klaar hiermee zijn.'' en ik galoppeerde ook aan. ''Kjeld! We moeten stappen of stoppen, die paarden gaan kapot zo!'' en ik hoorde het al niet meer. Het paard was moe, maar het ging ook door. Het dier maakte een aantal misstappen, maar ik trok hem weer omhoog. Maar het was al te laat, het dier storte in. Ik rolde er van af en ontweek snel de hoeven van het spartelende dier. Versuft bleef ik liggen. ''Verdomme, Kjeld!'' en Virgil trok me weg van het paard die zich zelf weer staande kreeg. Hij trilde op zijn benen. Virgil was ook afgestapt en hield de beide dieren aan de teugel vast. ''Jij gaat nú naar míj luisteren, begrepen?'' en nog verdwaasd door de val knikte ik. ''Jij gaat nu op mijn paard zitten en laat je meevoeren.'' en ik hees mijzelf weer in het zadel. Virgil trok de paarden mee, in stap, want meer konden ze niet meer. We stapten de duistere nacht weer in.

Virgil:
In de verte zag ik Kjeld vallen, alweer. Ik reed er nog sneller naar toe en schreeuwde van woede. ''Verdomme Kjeld!'' en ik sprong uit het zadel. 'Jij gaat nú naar míj luisteren, begrepen?'' en nog verdwaasd door de val knikte hij. ''Jij gaat nu op mijn paard zitten en laat je meevoeren.'' Hij hees zichzelf weer in het zadel, hoe het hem lukte, ik wist het niet meer. Ik bleef lopen, Kjelds paard kon het niet aan om nog iemand te dragen. We stapte weer het duister in.

Kjeld:
Ik voelde dat het op was, ik kon niet meer. Ik sukkelde in slaap door het geschommel van het paard. Virgil zou ons wel leiden.



Virgil:
Kjeld was in slaap gevallen en even was ik woedend. Ik moest de rommel weer op ruimen en hem weer op sleeptouw nemen. Maar deze woede ging ook weer snel over, hij had het allemaal goed bedoeld. Ik werd ook moe en mijn geduld raakte ook op. Langzaam aan werd het weer licht en we naderde een dorpje, maar stoppen wou ik niet. De eerste boeren stonden al weer in de stal de paarden te rossen voor het zware werk wat ze die dag zouden verrichten.''Goedemorgen, waar gaat uw reis heen?'' en de man die voor onze neus stond was schoon en verzorgt. ''Goedemorgen, heer, wij willen naar het kasteel van de koning, wij hebben een belangrijke boodschap.'' De man lachte. ''Jullie komen toch nooit bij de koning!'' ''En waarom dan wel niet?'' ''Jullie zijn vies, smerig en bovendien ook niet van adel!'' en de man liep lachend weg. ''OJA, EN WAAR ZIE JE DAT NOU WEER AAN!'' en de man draaide zich om. ''Iemand van adel ziet eruit zoals ik, schoon en verzorgt. Bovendien...'' de man stopte en trok zijn neus op. '' schreeuwd iemand van adel niet.'' En hij liep weg, lachend en wel. Boeren keken op van hun werk en haalde hun schouders op. ''Ey, ey, ey!'' en een boer liep op ons af. ''Effe kalm, ventje, als je naar het kasteel wil, naar de koning, moet je die kant op.'' en hij wapperde met zijn hand. ''En als het echt zo belangrijk is, zal ik eerst eens even manieren leren en je zelf en dat vriendje van je oplappen.'' ''Ach, man stik erin.'' mompelde ik kwaad. ''Wát zei je, ventje!?'' en ik zette mijn liefste glimlach op. ''Danku wel, heer.'' en ik trok de paarden weer mee, die stonden al weer te slapen.

Kjeld:
'OJA, EN WAAR ZIE JE DAT NOU WEER AAN!'' schreeuwde Virgil kwaad. Langzaam aan werd ik wat helderder, maar mijn hoofd bonkte nog steeds. De man draaide zich om. ''Iemand van adel ziet eruit zoals ik, schoon en verzorgt. Bovendien...'' de man stopte en trok zijn neus op. '' schreeuwd iemand van adel niet.'' En hij liep weg, lachend en wel. 'Ey, ey, ey!'' en een boer liep op ons af. ''Effe kalm, ventje, als je naar het kasteel wil, naar de koning, moet je die kant op.'' en hij wapperde met zijn hand. ''En als het echt zo belangrijk is, zal ik eerst eens even manieren leren en je zelf en dat vriendje van je oplappen.'' ''Ach, man stik erin.'' en ik moest lachen, maar hield het netjes in. 'Danku wel, heer.'' en Virgil trok ons mee, mee in de richtig waarin de man gewapperd had. ''Virgil, ik kan wel weer lopen hoor!'' en ik wou van het paard afstappen, maar viel half. ''Jaja, maar klim er maar weer op.'' en hij duwde me weer in het zadel. ''Nee, laten we maar samen lopen.'' en weer sprong ik eraf. Virgil haalde zijn schouders op met de woorden ''best''. Ik nam mijn eigen paard over en samen stapte we door tot dat de zon op het hoogste punt stond. Door een stof wolk heen zag ik de contouren van een kasteel verschijnen. ''Zullen we het laatste stuk rijden, ik ben het zó zat?'' en ik zag Virgil twijfelen.

Virgil:
''Zullen we het laatste stuk rijden, ik ben het zó zat?'' en ik twijfelde, maar mijn vermoeidheid won het. We klommen voor het laatst in het zadel deze toch en draafden aan. De paarden waren wat hersteld, maar wat krachtvoer kon geen kwaad. Kjeld keek me aan met zijn grote, vragende ogen. Ik knikte en we gallopeerde aan. Nog een heuvel en we waren er eindelijk. Eindelijk bij de koning, waar we eindelijk naar een dokter konden en eindelijk de paarden en onszelf de rust konden gunnen die we nodig hadden.

Kjeld:
Bij de stad Regale, waar het kasteel van de koning stond, gingen we over in stap. Er was markt en en het was een drukte van belang. Overal liepen magere honden te schooien en kinderen rende achter de kippen aan, die tokkelend weg fladderde. Een jager liep met een konijn over zijn schouder en vrouwen kwebbelde met elkaar. Het was net alsof er nooit oorlog was geweest. We stapten voorzichtig de drukte in. Mensen gingen aan de kant en gingen door met de dagelijkse bezigheden. Een bakker rende met een stok achter een klein, vies jongetje aan die een brood onder de arm geklemd had. Meisjes stonden met de jongens te flirten en andersom. Ik keek mijn ogen uit, ik was nog nooit in Regale geweest, maar heb er vele verhalen over gehoord. Het was vies op straat en de varkens rolde erin alsof het hun lieve lust was. Bij ons in het dorp zaten die beesten in een weitje en waren ze schoon!

Virgil:
ik keek mijn ogen uit, ik was nog nooit in Regale geweest, maar ik wou toch liever terug naar het dorp waar ik vandaan kwam, wat een drukte. Langzaam werden we richtig het kasteel geloosd en we reden een ophaal brug over. We werden aangehouden door de wacht. ''Goedemiddag heren, mag ik vragen wat u hier brengt?'' ''Wij hebben een boodschap voor de koning.'' ''Wat voor een boodschap, heren?'' ''We komen van de oorlog tegen Icendium.'' en de wachten keken ons wantrouwend aan. ''Als u hier afstapt.'' en op het moment dat we wouden afstappen, werden we er bruut afgetrokken. ''HE, WAT IS..'' ''Houd je mond.'' en we werden binnen de stadsmuren gesleept. ''Wa-wa..'' En ik kreeg een knal. Ik hield mijn mond maar, ze waren niet voor rede vatbaar.

Kjeld:
Nadat Virgil die knal had gehad, durfde ik niets meer te zeggen. Hierbinnen de muren was het veel rustiger. Alleen de belangrijke mensen mochten hier komen. Ik zag een jongetje aan de rokken van de vrouwen trekken. ''Stevin! (notitie: vader Eadric en Hyram) Houd daar onmiddellijk mee op!'' en ik keek geschokt. Dat moest onze nieuwe koning worden, dat was de kroonprins! Wat moest er later van hem worden!? ''WAT GEBEURD ER!?'' en Virgil waagte nog een poging. ''Jullie moeten worden opgesloten, tuig!'' ''He?'' ''Jullie hebben ons land verraden, jullie zijn niet meer waard dan de duivel.'' ''Jullie worden zo snel mogelijk aan hem overgeleverd!''

Het koste wat moeite, maar jullie hebben weer lekker veel te lezen :D

eclair98

Berichten: 10668
Geregistreerd: 24-09-11
Woonplaats: Wijhe

Link naar dit bericht Geplaatst door de TopicStarter: 24-02-14 16:38

De boodschap was dat het leger in de val was gelokt en dat de koning niet meer manschappen erheen moest sturen (dacht ik tenminste, ben het ook een beetje kwijt :P)

Bedankt voor het compliment!

eclair98

Berichten: 10668
Geregistreerd: 24-09-11
Woonplaats: Wijhe

Re: [VER] Kjeld en Virgil, een bijzondere vriendschap.....

Link naar dit bericht Geplaatst door de TopicStarter: 24-02-14 17:23

Brendon (de koning):
''Kan ik nog wat voor u doen, heer?'' en de iele bediende trilde. Zo eng was ik toch niet? ''Nee, hoor, ga maar.'' En de trillende bediende struikelde over zijn eigen voeten toen hij achterwaarts de kamer wou verlaten. ''Loop maar normaal de kamer uit, jongen.'' en ik draaide me zuchtend om naar het raam. Ik zag Stevin weer aan de rokken trekken van de vrouwen op het hof. Vanuit het raam schreeuwde ik ''Stevin! Houd daar onmiddellijk mee op!'' Ik moest toch strenger worden, hij moest mij later opvolgen en dan moest hij een serieuze man zijn. Er ontstond tummult op het hof. ''WAT GEBEURD ER!?'' Een jongen met bruin haar werd mee getrokken door de wachters. Een andere jongen, met blond haar werd ook mee getrokken. Bij de jongen met het bruine haar liep het bloed uit zijn neus. ''Jullie moeten worden opgesloten, tuig!'' ''He?'' ''Jullie hebben ons land verraden, jullie zijn niet meer waard dan de duivel.'' ''Jullie worden zo snel mogelijk aan hem overgeleverd.'' De jongens schreeuwde nog iets over een boodschap voor de koning, voor mij. Nadat ze naar de kerkers waren getrokken draaide ik me om, mijn vrouw, Adonna, was binnengekomen. Haar lange, rode jurk sleepte achter haar aan. De jurk was door de beste handwerklieden in het land gemaakt van het beste fluweel. “U heeft het ook gezien he?'' Ik knikte. ''Moet je niet even gaan kijken?'' Ik keek haar vragend aan. ''Ze zagen er slecht uit.'' ''Dat is nog geen reden om te gaan kijken, vrouw.'' ''Ik weet het niet, maar...'' ''Ach, laat ook maar, u heeft gelijk, ze zijn uw moeite niet waard.'' En ik werd nukkig. ''Als het verraders zijn, zijn ze niet meer dan een steen waard.'' ''Als ze verraders zijn ja.'' en ze liep weg, met de rug naar me toe. Zachtjes sloot ze de deur en ik schopte uit woede tegen een stoel. Op dezelfde stoel zakte ik neer. Mijn hoofd zakte in mijn handen en ik zag beelden voorbij flitsen, van de twee jongens, van mijzelf als jonge vent en nog meer, onduidelijke beelden. Zuchtend stond ik op, liep de trap af naar beneden, naar beneden waar de kerkers waren.

Virgil:
''Tot morgen!'' en met deze afscheidskreet werden we een bedompte, stinkende kerker in gegooid. De deur ging dicht en hermetisch op slot. ''Wel verdomme, ik had niet verwacht dat ze ons op handen zouden dragen, maar dit?'' en ik keek naar Kjeld, die gaf geen antwoord meer. Ik stond wankelend op en liep rond. De kerker was klein, 5 bij 5 meter schatte ik. Er lag wat stro in de hoek en er stond iets van een po. Het stro was vies en weinig, het was niet ververst. Kjeld lag nog steeds op dezelfde plek en gaf niet mee toen ik hem probeerde recht op te zetten. Op het zelfde moment klonken er opgewonde stemmen buiten de kerker, het was zacht. De deur werd knarsend open gedaan. Ik trok Kjeld omhoog, hij hing zwaar op mij.

Brendon (de koning):
''Nee heer, u moet niet gaan kijken, ze zullen u gaan manipuleren!'' En de ridder die hier de wacht hield, trippelde zenuwwachtig achter me aan. ''Nee, ik wil weten wat ze me te zeggen hebben!'' en met grote stappen liep ik door. Door alle raampjes keken de andere gevangenen me aan, wat een trieste zooi was dit eigenlijk. ''Waar?'' en ik draaide me om. De ridder trippelde nog even door en stopte voor een van de deuren.'' ''Hier, heer.'' en ik trok de sleutels uit zijn handen. Ook pakte ik een stoel en probeerde alle sleutels uit.'' ''Deze.'' en de ridder keek me beschaamd aan. De deur ging knarsend open. Daar stonden twee jongens of wat er van over was. Beide waren besmeurd, de jongen met het bruine haar zat onder het bloed en zijn kleren waren gescheurd. De andere jongen, die met het korte blonde haar leunde zwaar op de andere en was niet bij kennis. ''Goedemiddag, heren.'' en ik zette de stoel neer. Voordat ik zelf wou zitten, bedacht ik me en gaf de stoel aan de blonde jongen. Zijn vriend zette hem voorzichtig neer. ''Wat brengt jullie hier?'' ''Wij hebben een boodschap voor de koning.'' ''Ik ben de koning, jongen.'' En hij werd rood. ''Wij hebben een boodschap van het slagveld.''' en de jongen stopte. ''Ik weet niet hoe ik moet beginnen, sorry, ik denk even na.'' ''Kijk heer, hij heeft geen boodschap voor u, hij is een verrader!'' De ridder was achter de koning verschenen. “Ach man, bemoei je er niet mee! Wij hebben drie dagen non stop gereden nadat we aan de dood waren ontsnapt en dan komt u ermee dat wij verraders zijn!?'' En de ridder trippelde geschrokken weg. ''Vertel me maar het hele verhaal.''

Virgil:
En ik begon te vertellen, de intieme stukken tussen mij en Kjeld liet ik eruit. Alles vertelde ik, ook over Naud, Gaiwan en Aaldrik.

Kjeld:
Ik werd wakker op een stoel, alles deed pijn. Ik hoorde Virgil alles vertellen, vertellen over alles en iedereen. De stukken over ons sloeg die over. ''Gaiwan, Gaiwan is een verrader, nu snap ik het!'' en ik werd weer helderder. ''Ha jij bent er ook weer bij!?'' en de Koning grinnikte zachtjes. ''We liepen een keer door het bos en we hoorden vreemde stemmen, maar een stem kende we!” En ik begon Virgil op zijn knie te slaan. ''Hij sprak wel in het Icendiums, maar het was Gaiwan.'' ''We kunnen niks doen Kjeld, laat het rusten.'' Een ridder hoorde het woord verrader vallen en trippelde naar binnen. ''Nee bemoei je er niet mee!'' en de koning draaide zich bruut om. ''Eh-eh-ehm i-ik ho-ho-ho-hoorde de na-na-naam Aaldrik vallen, heer.'' ''Hij werkt met de paarden hier op het kasteel.'' ''Is hij hier?'' en de Ridder knikte. ''Oke, breng hem hier!'' en de koning draaide zich weer op naar ons.'' ''Ik weet niet hoe ik jullie kan bedanken dat jullie deze hele reis hebben gemaakt voor dit alles.'' ''Nou ik weet misschien wel wat, kan een dokter niet even naar Kjeld kijken?'' ''Och ja, natuurlijk, kom mee!'' en we stonden op om mee te lopen, maar daar stond Aaldrik. De koning hield zich afwezig. ''Wel ja, daar hebben we Kjeld en Virgil, die vuile wijven uit het kamp.'' ''Och, wij hebben onze taak volbracht, terwijl jij laf bent gevlucht.'' ''Is kijken hoe snel je bent, jij bastaard van die Raf de Snelle ofzo.'' En hij stormde de kerker in.

Brendon (de koning):
Ik stapte in de schaduw van de deur. ''Wel ja, daar hebben we Kjeld en Virgil, die vuile wijven uit het kamp.'' ''Och, wij hebben onze taak volbracht, terwijl jij laf bent gevlucht.'' ''Is kijken hoe snel je bent, jij bastaard van die Raf de Snelle ofzo.'' En de jongen stormde de kerker in. ''Wel, wat heeft dit te beteken?'' en de jongen stond stokstijf stil, draaide zich om en raakte met zijn buiging nog net de grond. ''O heer, koning, ik ben u zo dankbaar dat u deze twee heeft laten opsluiten.'' ''Ja dat zal wel.'' ''Jullie twee, meekomen!'' en ik trok Kjeld en Virgil mee. Ik dacht tenminste dat ze zo heten. ''En jij! Hierblijven!'' en de ik liep de kerker uit en deed de deur op slot. De sleutel gaf ik terug aan de ridder. ''En als je hem los laat....'' en met grote passen liep ik weg, de jongens rende struikelend achter me aan.

Virgil:
We struikelde trappen op en trappen af, gang in, gang uit. De koning liep naar buiten en het hof uit. Er kwamen vanzelf ridders bij ons lopen, om de koning van bescherming te voorzien. We liepen de stad uit en in de verte verscheen een klooster. Daar aangekomen kwamen er gelijk monniken op ons afgelopen. ''Goedemiddag, heer. Waarmee kunnen we u helpen?'' en de sfeer was hier ontspannen. ''Goedemiddag, Abt, kunnen uw ziekebroeders deze twee jonge mannen medische zorg verlenen?'' ''Natuurlijk, natuurlijk!'' en we werden meegenomen door een paar broeders. We werden uitgekleed, ik voelde me naakt in alleen mijn onderbroek. Ander monniken kwamen schone kleren brengen. We werden gewassen en op onze wonden werden ingesmeerd met kruiden. ''U heeft alleen slaap te kort en u bent uitgedroogt. Met goede slaap en goed eten komt het wel weer goed.'' en stijf stond ik op. Ik kleedde mij weer aan, ik had een dunne, groene broek gekregen die ik in mijn laarzen stopte. Het shirt was wit en was mooi afgewerkt. De riem die ik erbij kreeg gespte ik ook om. De monniken waren verdwenen, maar een klein jochie pakte me bij de hand en trok me mee naar de koning. Niemand kon normaal met me overleggen, ik werd altijd weer meegetrokken, stelletje kneuters.

Kjeld:
Ik werd uitgekleed, gelukkig mocht ik mijn onderbroek aanhouden. Op de wonden werd een stinkende smurrie uitgeveegt en mijn arm werd rechtgetrokken zonder enige vorm van waarschuwing. De monnik ontweek mijn vuist en ging onverstoorbaar door. Hij knoopte een doek om mijn hals en legde daar mijn arm in die hij spalkte aan een rechte tak. ''Niet gebruiken!'' en hij ging me wassen. Hij hielp me in de kleren, een schone broek en een shirt. ''Je bent uigedroogt, een gebroken bot in je arm en veel hoofdpijn door een val.'' en hij liep weg. Ik werd meegenomen door een boeren jongen die me naar de koning en Virgil bracht.

Brendon (de koning):
Ik had het goed besloten vond ik zelf. De abt stuurde allemaal monniken en duiven het rijk in om iedereen te waarschuwen voor de sluwe plannen van de Incendiumse vorsten en ik stuurde extra ridders om de andere ridders op te halen voor een spoed beraad, maar ook om de bevolking te beschermen. Ik gaf de abt een hand en ik stond op en op dat moment werden de verzorgde jongens binnengebracht door boeren jochies uit de omgeving. Die deden hier een aantal klusjes om bij te verdienen. ''Kom.'' en ik liep weer weg, de jongens hobbelde weer achter me aan. Terug in het paleis bracht ik ze naar de eetzaal en liep zelf weg om te zorgen dat er een kamer voor ze in gereed werd gebracht.

Virgil:
We ploften neer en kregen brood en bier aangeboden wat we gulzig aannamen. De koning kwam terug en nam ons mee naar onze kamer. Er waren bedden met zachte matrassen en er waren grote wandkleden met ridder tafarelen. ''Ik denk dat jullie het beste kunnen gaan slapen.'' en hiermee sloot hij de deur.

Brendon (de koning):
Ik deed de deur dicht en zuchte. Langslopende mensen keken mee aan, maar ik rechte mijn rug. Met ferme passen liep ik naar mijn vrouw, die me van een afstandje gadesloeg. Ze knikte en nam me mee naar onze prive vertrekken. ''Waarom?'' ''Ik hoorde de naam van Raf vallen.'' Raf, zonde dat er zo'n goede ridder was gesneuveld. Mijn vrouw kende hem ook, we waren goede vrienden geworden. Hij was in een hinderlaag gelokt, vuile secreten die Incendiumse bevolking. ''Hij had dezelfde ogen.'' en Adonna knikte begrijpend. ''Dit was wel het minste wat je nog voor hem kon doen.''

eclair98

Berichten: 10668
Geregistreerd: 24-09-11
Woonplaats: Wijhe

Re: [VER] Kjeld en Virgil, een bijzondere vriendschap.....

Link naar dit bericht Geplaatst door de TopicStarter: 24-02-14 20:18

Tja, ik kan niet aan ieders "wens" voldoen, de een vond het te oppervlakkig en nu meer diepgang hebben!

eclair98

Berichten: 10668
Geregistreerd: 24-09-11
Woonplaats: Wijhe

Re: [VER] Kjeld en Virgil, een bijzondere vriendschap.....

Link naar dit bericht Geplaatst door de TopicStarter: 24-02-14 20:28

Ik vind het onderhand voorspelbaar, maar ik heb ook alles al in mijn hoofd zitten :')
Gelukkig zijn de heren niet zo klef, het wordt ook niet veel kleffer (een troost :P )

eclair98

Berichten: 10668
Geregistreerd: 24-09-11
Woonplaats: Wijhe

Re: [VER] Kjeld en Virgil, een bijzondere vriendschap.....

Link naar dit bericht Geplaatst door de TopicStarter: 02-03-14 20:24

Ik had een goed idee en moest het opschrijven, gelijk gepost op bokt:
[UK] [VER] De aanslag

Ik vind het wel heel lastig om op te schrijven wat er in mijn hoofd opkomt :o


Antwoord op onderwerpPlaats een reactie

Wie is er online

Gebruikers op dit forum: Vagabondo en 7 bezoekers