Het ligt aan heel veel factoren. Naast weersinvloeden is het fructaangehalte ook afhankelijk van de grondsoort, type gras, bemesting en zuurtegraad. Om een lagere fructaanwaarde te krijgen moet gras kunnen groeien en moet de bodem dus gezond zijn. Juist niet bemesten zorgt dus bijvoorbeeld voor gestrest gras. Strorijke vaste mest zorgt bijvoorbeeld voor een langzame afgifte van voedingstoffen en voor een lossere bodem, omdat o.a. wormen de voedingsstoffen ook mee de bodem innemen. Alleen kan dierlijke mest wel weer zorgen voor een zuurder bodem, daarom is het wel belangrijk om de zuurtegraad te meten en eventueel te kalken.