Grote waarde in een klein zaadje - Lijnzaad! Deel 2

Moderators: Essie73, EvelijnS, Muiz, NadjaNadja, xingridx, Firelight

Antwoord op onderwerpPlaats een reactie
 
 

prugelpiet
Lid Nieuwsredactie

Berichten: 10147
Geregistreerd: 20-01-12
Woonplaats: Drenthe

Grote waarde in een klein zaadje - Lijnzaad! Deel 2

Link naar dit bericht Geplaatst door de TopicStarter: 07-04-21 19:18 Tip de Nieuwsredactie

*Bokt.nl
Algemeen
Geschreven door Silke Klein Holkenborg, De Hoef Hulp

Gisteren kon je deel 1 lezen van het stuk over lijnzaad. Heb je die nog niet gelezen? Hier kan je hem vinden! Vandaag gaan we verder met deel 2.

Afbeelding

Is lijnzaad voeren veilig?
Blauwzuur
Lijnzaad bevat net zoals een heleboel andere planten en zaden (bijvoorbeeld appelpitten, bamboe, maïs en witte klaver) zogenaamde cyanogene glycosiden. Dit zijn stoffen die door enzymen van de plant zelf kunnen worden omgezet in het giftige blauwzuur. De vorming van blauwzuur wordt beschouwd als een beschermingsmechanisme van de plant tegen vraat en vindt plaats als de plantencellen kapot gaan (bijvoorbeeld tijdens kauwen of malen van lijnzaad), waardoor de enzymen in contact komen met de glycosiden. Blauwzuur heeft een toxische werking doordat het zuurstofgebruik tijdens de stofwisseling en energieproductie van lichaamscellen belemmert.

Blauwzuur dat wordt opgenomen in maag en darmen wordt gedetoxificeerd en afgebroken door de lever, waarna het via de urine het lichaam weer verlaat zonder veel schade aan te richten. Aan dit afbraakproces zit een snelheidslimiet. Eventuele gezondheidsrisico's zullen daarom vooral te maken hebben met piekconcentraties blauwzuur en bijbehorende afbraakproducten in het bloed ten gevolge van het eten van (te) grote hoeveelheden glycoside-houdende voeding in één keer. In de literatuur is echter geen enkel geval van blauwzuurvergiftiging bekend ten gevolge van het eten van heel of gemalen lijnzaad, bij mensen of paarden. De kans op blauwzuurvergiftiging bij paarden door het eten van lijnzaad wordt zeer klein geacht. Bij een gevoerde hoeveelheid gemalen lijnzaad van 1g/kg lichaamsgewicht waren geen verschijnselen van toxiciteit waargenomen.

Blauwzuurvorming uit lijnzaad lijkt dus geen probleem op te leveren, hoe kan dat? Humane studies tonen aan dat blauwzuur uit lijnzaad relatief langzaam wordt vrijgegeven vergeleken met andere glycoside-houdende voedingsmiddelen, wat het risico op te hoge bloedwaarden laag maakt. De enzymen die blauwzuur vrijmaken werken verder het best bij pH 5-6 en werken slecht bij een pH van 1,5-2 zoals in de maag van een paard. Ze kunnen ook slecht werken in basische condities (speeksel). Daarnaast blijkt blauwzuurvorming significant geremd te worden wanneer vezelrijke voeding meegevoerd wordt, omdat cellulose de enzymen adsorbeert en voorkomt dat deze kunnen reageren. In de maag start daarbij de vertering van eiwitten en beginnen de enzymen hier wellicht dus al kapot te gaan. Om deze redenen kan blauwzuurvorming na consumptie van heel of gemalen lijnzaad waarschijnlijk worden geremd waardoor bloedwaarden lager blijven en blauwzuur tijdig kan worden afgebroken en afgevoerd.

Wel zijn er wel eens negatieve effecten waargenomen bij landbouwhuisdieren na het voeren van lijnzaadschroot, en dat is vermoedelijk waar de bezorgdheid met betrekking tot blauwzuur vandaan komt. Deze effecten waren het gevolg van het vrijkomen van te veel afbraakproducten van blauwzuur na detoxificatie door de lever. Lijnzaadschroot is het bijproduct van de productie van lijnzaadolie en is wat men van het zaad overhoudt na het verwijderen van het vet. Het wordt veelal gebruikt in veevoeders. De concentratie cyanogene glycosiden in lijnzaadschroot is door de verwijdering van het vet (zoals eerder genoemd tot 48% van het zaadje) ongeveer dubbel zo hoog als in hele of gemalen zaden. Daarbij komt dat de enzymen die blauwzuur vrijmaken het best werken bij een zuurgraad van pH 5-6 zoals die vaak heerst in het maagstelsel van herkauwers, in tegenstelling tot dieren met een enkele maag. Kans op blauwzuurvergiftiging door lijnzaadschroot wordt bovendien groter wanneer dit in combinatie met zure voeding gevoerd wordt, zoals bijvoorbeeld kuilvoer. De basen uit het speeksel worden dan (gedeeltelijk) geneutraliseerd waardoor de enzymen niet meer worden geremd in hun werking.

Het blijkt dus dat blauwzuurvorming uit lijnzaad, voor zover bekend is, nooit problemen heeft gegeven bij paarden of mensen. Toch zit er aan bijna elk type voedsel wel een maximale verantwoorde limiet en is het zo ook bij lijnzaad wel slim om te kijken wat een maximale gezonde hoeveelheid zou zijn om te voeren. Laten we eens aan het rekenen gaan. De hoeveelheid blauwzuur die uit rauw lijnzaad kan komen varieert van 100-490 mg/kg zaad. De maximale veilige bloedwaarde voor blauwzuur is niet bepaald voor paarden, maar wel voor mensen: een toxische dosis blauwzuur voor mensen ligt tussen 0.5 en 3.5mg blauwzuur/kg lichaamsgewicht. Uitgaande van de laagste toxische dosis en het hoogste gehalte blauwzuur uit lijnzaad, zou er maximaal 0.5/490x1000 = 1.0 gram lijnzaad/kg lichaamsgewicht gegeten mogen worden. Deze hoeveelheid lijnzaad werd in een onderzoek gedurende 6 weken dagelijks aan paarden gevoerd en gaf geen verschijnselen van blauwzuurvergiftiging. We kunnen een hoeveelheid van 1 gram lijnzaad per kg lichaamsgewicht dus in ieder geval als veilig beschouwen. Naar hogere doseringen is bij paarden geen onderzoek gedaan.

Wist je dat?!
Aan blauwzuur kleven niet enkel nadelen... Voedingsmiddelen die rijk zijn aan cyanogene glycosiden blijken bescherming te geven tegen seleniumvergiftiging bij overmatige inname van (organisch) selenium en kunnen lever- en nierschade als gevolg hiervan voorkomen. Hoe dit precies werkt is nog niet duidelijk, al wordt gedacht dat blauwzuur rechtstreeks met selenium bindt en dit beide stoffen minder toxisch maakt.


Lijnzaadolie
Lijnzaadolie bevat geen cyanogene glycosiden, maar kan om andere reden overgedoseerd worden. Rauwe lijnzaadolie heeft namelijk in te hoge dosis een laxerend effect en werd daarom vooral vroeger veel ingezet bij verstoppingskoliek waarbij er 2 keer per dag een halve tot een hele liter gevoerd werd. 2,5 ml olie/kg lichaamsgewicht veroorzaakte bij paarden tevens milde koliekverschijnselen en tekenen van depressie en anorexia. Geopperd werd dat deze effecten wellicht veroorzaakt worden door overmatig vrijkomen van zeepstoffen en glycerine tijdens de vertering van de vetten, welke beide licht irriterend werken op het darmslijmvlies. Mogelijk worden deze nadelige effecten sneller waargenomen bij paarden met een reeds suboptimale darmgezondheid.

Oxidatie
Onverzadigde vetzuren, zoals omega vetzuren in lijnzaad, zijn gevoelig voor oxidatie. Dit is een reactie van het vetzuur met zuurstof waarbij er andere stoffen ontstaan die zorgen voor een ranzige geur en smaak. Het vetzuur gaat hiermee verloren en de reactieproducten zijn erg ongezond, wat zorgt voor een verminderde voedingswaarde. Eventueel oxideren van vetten tijdens opslag van lijnzaad(producten) is daarom een oorzaak van bezorgdheid bij velen.

Ondanks het grote aandeel meervoudig onverzadigde vetzuren, blijkt lijnzaad opmerkelijk bestand te zijn tegen oxidatie. Intacte, droge lijnzaden zijn jaren te bewaren zonder dat de vetten ranzig worden. Gemalen lijnzaad zal in principe sneller ranzig worden omdat de zaadinhoud dan blootgesteld wordt aan lucht, de mate waarin afhankelijk van hoe fijn er gemalen is. Maar wanneer gemalen lijnzaad luchtdicht wordt bewaard, blijkt er vrijwel geen oxidatie plaats te vinden. Zelfs na 40 weken is gemalen lijnzaad dan nog steeds stabiel. Ook na 48 dagen bewaren bij 50 °C vertoont gemalen lijnzaad slechts zeer minimale oxidatiewaarden, mits het luchtdicht afgesloten is. Wordt het zowel luchtdicht als donker bewaard, kan gemalen lijnzaad zelfs 22 maanden bewaard worden zonder dat er veel oxidatie plaatsvindt.

Dit komt omdat lijnzaad een uitzonderlijk hoog gehalte aan antioxidanten bevat die de vetten beschermen tegen oxidatie en soms zelfs effectiever blijken te werken dan synthetische antioxidanten. Om deze reden wordt lijnzaad nota bene vaak in producten verwerkt ter bescherming tegen oxidatiereacties. Onder andere tocopherolen en tocotriënolen (vormen van vitamine E) zijn hiervoor verantwoordelijk, maar ook polyphenolen (lignanen) en carotenoïden spelen een rol in het antioxidatieve systeem van lijnzaad. Dit systeem blijkt dusdanig effectief dat zelfs tijdens extrusie, een verwerkingsproces voor de productie van lijnzaadbrokjes en waarbij de temperaturen tot wel 140 °C op kunnen lopen, slechts een niet-significant deel van de omega-3 vetten oxideert. Wel zorgt verhitting van lijnzaad voor een verminderde oxidatieve stabiliteit van het eindproduct waardoor het sneller ranzig wordt dan rauw lijnzaad, omdat een gedeelte van de aanwezige antioxidanten verloren is gegaan.

Pure lijnzaadolie is vele malen gevoeliger voor oxidatie dan gemalen lijnzaad, vermoedelijk omdat de wateroplosbare antioxidanten missen. Toch bevat versgeperste lijnzaadolie genoeg antioxidanten om de olie goed te houden gedurende 2 maanden, mits het koud en donker bewaard wordt.

Tip!
Bij het aanschaffen van lijnzaadolie kan, voor een optimale houdbaarheid, het best gekozen worden voor een niet-doorzichtige container die geen licht doorlaat en die vervolgens zo koud mogelijk weggezet wordt.


prugelpiet
Lid Nieuwsredactie

Berichten: 10147
Geregistreerd: 20-01-12
Woonplaats: Drenthe

Link naar dit bericht Geplaatst door de TopicStarter: 08-04-21 08:02

Poekkie schreef:
Interessant artikel, dank hiervoor!
wat ik graag zou weten is wat nu het beste is om te geven: lijnzaad, gebroken lijnzaad of lijnzadolie en met welke dosis de effecten eigelijk ooit zijn bewezen.
Tot nu toe gaf ik altijd een handje gebroken lijnzaad aan mijn shets maar merk eigelijk geen verschil aan de vacht.


Vanavond komt deel 3 online, daarin wordt denk ik je vraag beantwoord :D

20 jaar Bokt, daar zijn wij uǝʌoqǝʇsᴚǝpuo van!

I am because you were

Antwoord op onderwerpPlaats een reactie

Wie is er online

Gebruikers op dit forum: heidy_wilco, niienn, Piekosjj, SemrushBot en 13 bezoekers