Dat bericht bedoelde ik ook. het komt ewrg negatief over, en wsl bedoel je het niet zo maar ik wilde er wel even op ingaan.
En zoals al eerder gezegd, Z sgw zegt alleen iets over de wp'en in de cross, niet over je dressuurniveau thuis. Maar de sgw proeven zijn bewust anders dan reguliere proeven, en hieronder staat waarom.
Citaat:
INSTRUCTIES VOOR JURYLEDEN
BEOORDELING DRESSUUR ALS ONDERDEEL VAN EEN SAMENGESTELDEWEDSTRIJD.
SGW Paarden zijn niet altijd verzameld.
1. HET DOEL.
Het doel van de dressuur is de harmonische ontwikkeling van het organisme en van de natuurlijke eigenschappen van het paard. Dit heeft tot resultaat dat het paard rustig (kalm), soepel, ontspannen en buigzaam wordt en zodoende een volmaakte harmonie met zijn ruiter verwezenlijkt.
Zichtbaar worden deze ontwikkelingen door:
• de ongedwongenheid en regelmaat van de gangen;
• de harmonie, lichtheid en het gemak van de bewegingen;
• de lichtheid van de voorhand en het onderbrengen van de achterbenen, voortkomend uit een constant aanwezige drang naar voren;
• onvoorwaardelijk aannemen van het bit, waarbij geen enkele weerstand of spanning optreedt, dat wil zeggen met volledige ontspanning.
De hierboven genoemde FEI artikelen omschrijven een einddoel.
Bij de beoordeling van de S.G.W. dressuurproef moet met name nog met andere aspecten rekening worden gehouden:
• het waarderen van een proef als onderdeel van een Samengestelde Wedstrijd.
• het beoordelen van S.G.W. paarden, dus niet van dressuurpaarden.
2. HET WAARDEREN VAN DE PROEF
Een jurylid dat de dressuurproef van een S.G.W. beoordeelt, jureert de paarden in een onderdeel van de S.G.W., waarbij de behaalde punten in de verschillende onderdelen van de wedstrijd bij elkaar de uitslag bepalen. Een uitgangspunt dat het werk voor een jurylid moeilijker maakt dan het beoordelen van een individuele dressuurwedstrijd, omdat hier niet alleen de uiteindelijke volgorde de einduitslag bepaalt, maar de onderlinge puntenafstand de totaaluitslag van de wedstrijd medebepaald. Hij moet dus zeer nauwgezet differentiëren, hoeveel beter A was dan B en hoe diep Z "aan de staart bengelt". Bij een S.G.W. moet een jurylid daarom "zeer goed" met een 9 en "goed" met een 8 belonen, en "slecht" met een 2 en "zeer slecht" met een 1.
Het hanteren van een scala varierend van 7 tot 4 kan wel tot een juiste plaatsing leiden, maar bij een S.G.W. niet tot rechtvaardige verschillen, daar ieder punt gelijk is aan een aantal seconden dat in de cross langzamer of sneller wordt gereden.
3. DE BEOORDELING VAN DE PROEF
De proef moet worden beoordeeld op een wijze die past bij het karakter van de Samengestelde Wedstrijd. Men heeft hier niet met dressuur specialisten te maken maar met voor "all round" werk getrainde paarden. De bij de dressuurpaarden gewenste lichtheid, bereikt door een hoge graad van verzameling kan en mag men dus niet verwachten. Wordt die wel getoond dan moet dat natuurlijk in de waardering tot uitdrukking komen.
Eventing paarden zijn tenslotte niet op hun dressuuraanleg gekozen voor
deze sport, maar voornamelijk op juist andere kwaliteiten. Als dat beeld gedurende de gehele proef getoond wordt, moet dat beloond worden.
Een S.G.W. paard dat aan de teugel is, zich in evenwicht en regelmatig in de drie gangen met hun onderscheiden tempi beweegt en zonder spanningen overgangen kan maken, zou cijfers van 7 en daarboven moeten krijgen.
Er zijn veel voorbeelden te geven dat, zonder zijn rijkunstige opvattingen te verloochenen, een jurylid bij het beoordelen van een S.GW. proef toch een andere bolhoed opzet.
Een praktisch voorbeeld laten wij hier volgen:
Bij een S.GW. Z komt een paard binnen in galop, is recht, maakt bij de overgang naar het halthouden drie stappassen, maar blijft aan de teugel, heeft bij het halthouden de ene achtervoet 10 cm voor de andere, blijft bij de groet aan de teugel, gaat via een stappas voorwaarts in draf.
Bij een normale dressuurproef van identieke zwaarte zou men als commentaar schrijven:
"Overgangen te progressief, halt niet vierkant", en de ruiter mag blij zijn met een 6. In een S.G.W. proef zou deze oefening een 8 waard kunnen zijn, omdat niet zoals bij het dressuurpaard de overgang naar het halthouden behoeft te worden uitgevoerd door een verhoogde verzameling waarbij de achterbenen tot een halt aanzuigen, de voorhand ontlast is en de voorbenen zich haast strelend neerzetten.
De jury zal dus in zijn beoordeling moeten komen tot gerechtvaardigde verschillen tussen de deelnemers.