Moderators: Essie73, Coby, balance, Firelight, Dyonne, Neonlight, Sica, NadjaNadja, C_arola
en het vragen aan doe goede mensen natuurlijk .. die er veel verstand van hebben
patsur schreef:Om een beeld te kunnen krijgen van de bewegingen van het paard in relatie tot het doel waarvoor de ruiter hem wil gebruiken, kan het paard in drie hoofdonderdelen worden ‘gesplitst’. Die hoofdonderdelen zijn voorhand, middenhand en achterhand. Gek genoeg benoemen mensen altijd eerst de voorhand, terwijl veel bewegingen in vrijheid beginnen met een beweging van de hals. Dat is weer van belang voor de ontwikkeling van de ruiter.
De rug
Als een paard in zijn box staat en om zich heen kijkt of links en rechts stro staat te eten, is goed te zien hoe flexibel de rug van het paard is. Hij buigt de rug dan gemakkelijk. Hij buigt de rug speciaal als hij zich bij zijn hoofd wil krabben, want dan buigt hij zijn achterbenen naar zijn hoofd toe.
In stap laat het paard in vrijheid zijn rug alle kanten opdeinen. Om die reden zetten mensen hun paarden graag even in de wei. Tijdens de weidegang komen de spieren en de wervelkolom tot een betere doorbloeding. In draf en galop zal hij de rugspieren meer gebruiken om een goede verbinding te maken tussen de voor- en achterhand. Dat wordt een ‘paard uit één stuk’ genoemd. Een paard met een ‘te losse verbinding’ geeft meestal problemen als hij wordt belast met het gewicht van de ruiter: hij loopt dus in vrijheid al ‘in twee stukken’.
Halsstrekken en rugwerking
In de klassieke rijkunst was het ‘laten strekken van de hals’ het eerste onderdeel van de opleiding van het paard. Je moest kunnen laten zien dat je het paard in alle omstandigheden tot deze ontspanningsoefening kon brengen. Het werd toen ‘over de schouder rijden’ genoemd en had tot doel om behalve de psychische ontspanning ook de vering van de voorhand en de rug te bevorderen. Het werd hoofdzakelijk in draf en galop gevraagd. Het gewicht van het paard komt hierbij meer op de voorbenen en het paard zal de voorbenen moeten spreiden om met de neus aan de grond te kunnen komen. Deze houding heeft, zeker als de ruiter hem ondersteunt in het behoud van het zweefmoment, een gymnastische waarde voor schouder, boeg en kootgewricht. Doordat het paard met de hals zo laag loopt. trekt het in feite met behulp van de monnikskapspieren zijn voorste rugwervels over de schoft omhoog, waardoor de rug mee gaat deinen. Hier komt dus ook de term ‘over de rug heen rijden’ vandaan. Met het gebruik maken van cavaletti kan de ruiter een paard tot nog hogere vering dwingen, hetgeen voor hem in deze houding een vrij intensieve oefening wordt, zeker als het in galop wordt gevraagd. Een paard die deze looptechniek gewend is, gaat dit ook enigszins nadoen, als de hals horizontaal is. Een bijkomend voordeel van een lange rechte horizontale hals is dat het voorbeen eerder geneigd is een grotere pas te maken; om het gewicht van hoofd en hals te ondersteunen.
De rugspieren zijn bij deze halshouding in een natuurlijke houding en zorgen alleen voor de verbinding van de voor- en achterhand. Tijdens deze houding hebben de achterbenen vrijwel geen functie ten opzichte van de rug. Dit begint pas als de achterbenen in actie komen. Hij doet dit op twee verschillende manieren:
* stuwend oftewel duwend: rechte rug.
* dragend: door meer actie van de achterbenen tilt hij het zwaartepunt, mede door het aantrekken van de rugspieren, omhoog.
Stuwend
In een stuwende beweging gaat de actie van de achterbenen recht tegen de rug aan. Het paard fixeert zich in de lendenen- en rugspieren om de stuwende kracht door te geven aan de voorhand. Deze houding is zichtbaar bij een paard dat in een borsttuig duwt. Indien de ruiter op zo’n paard zit zonder zadel, kan hij goed voelen dat hij zijn rug vastzet. Stuwing heeft geen rijkunstig voordeel. Een paard dat stuwt, is verkeerd afgericht of heeft één of meerdere fouten in zijn bouw. Het paard loopt meestal ‘vlak’ en heeft geen ‘afdruk’. Hij houdt zijn bekken recht. Een paard dat stuwt, is praktisch altijd een slechte springer.
Dragend
Indien de actie van het achterbeen bij een paard onder de massa wordt gezet en de voorhand hierdoor helpt dragen, spreekt men van een dragend achterbeen Een paard dat zijn achterbenen onder de massa zet en de voorhand niet helpt dragen loopt ‘gesloten’ (voor het oog). Indien bij een paard gevraagd wordt om met de achterbenen de voorhand te gaan helpen dragen, zal hij een mindere lange pas willen gaan maken, hetgeen hem dus makkelijker uitkomt. De ruiter kan dus in dit stadium een paard rijden dat minder groot beweegt. In een later stadium, wanneer de achterbenen zo sterk zijn, dat hij het hele paard verlegt, krijgt de ruiter de ruimte van de gang weer terug, maar dan op basis van een verhoogd zweefmoment. Er zijn paarden die vanuit natuurlijke aanleg zo’n zweefmoment hebben. Dat wil niet altijd zeggen dat de achterbenen het paard helpen verzamelen, maar heeft meer te maken met de totale kwaliteit van het paard. Een andere vorm van verhoogd zweefmoment wordt afdruk genoemd. Afdruk is een vorm van lopen waardoor een paard zich door middel van kracht afzet. Zeker in de springsport is een combinatie van deze vormen zeer gewenst. Er wordt dan gesproken over een paard dat springt met een veer en met een sterk getoonde afdruk. Paarden die over afdruk beschikken hebben het ook makkelijker in het zogenoemde terugspringen.
Harmonische ontwikkeling
Bij de ‘kunst van het goede paardrijden’ wordt het doel als volgt omschreven:
‘De dressuur heeft de harmonische ontwikkeling van de natuurlijke eigenschappen van het paard ten doel.’ Deze ontwikkeling wordt zichtbaar door:
* de ongedwongenheid en regelmaat van de gangen
* de harmonie, lichtheid en het gemak van de bewegingen
* door het onderbrengen van de achterhand wordt de voorhand verlicht (dit is het begin van de enige juiste lichtheid), voortkomend uit een constant aanwezige drang naar voren.
* het onvoorwaardelijk aannemen van het bit, waarbij geen weerstand of spanning optreedt, hetgeen resulteert in lichtheid van aanleuning naarmate de balans verbetert.
S_a_n_n_e schreef:Naar mijn mening is de 'knik'in de hals'' die lorettafan beschrijft juist hetgeen wat we niet willen zien bij een paard dat ontspannen over de rug loopt...
Melissa schreef:S_a_n_n_e schreef:Naar mijn mening is de 'knik'in de hals'' die lorettafan beschrijft juist hetgeen wat we niet willen zien bij een paard dat ontspannen over de rug loopt...
Maar de "knik"in de hals is wel nageefelijk.
Als een paard ontspant in nek en kaak is het nageefelijk, vanuit daar drijf je hem van achter naar voren, naar de hand toe. Dan moet het paard aanleuning aannemen en vanuit daar gaat hij over de rug en door de hals lopen. Op dat moment is het paard aan de teugel
Bij een paard dat over de rug loopt is het stuk achter het zadel (iets voor de lendenen) bol ipv hol.