Een week of twee geleden heb ik de laatste hand gelegd aan mijn vorige verhaal, wat al zeg ik het zelf een doorslaand succes was
Ik had het nooit verwacht maar ben stiekem best een beetje trots. Aangezien er best vraag was naar een nieuw verhaal ben ik begonnen met een nieuw idee. Ik heb besloten dit keer vanuit een mannelijk karakter te schrijven. Dat is een uitdaging voor mij en weer eens wat anders voor jullie!

Ik hoop dat alle oude lezers weer terugkomen en veel nieuwe erbij komen!
Veel leesplezier!
---
Met haar armen stijf over elkaar heen geslagen stond ze op het perron. De lange zwarte jas die haar prachtige smalle heupen ten goede kwam stond haar weliswaar beeldschoon maar bood lang niet genoeg warmte met deze barre tempraturen. Och, wat was ik graag opgestaan en naar haar toegesneld om haar in mijn armen te nemen en net zolang vast te houden tot ze niet meer zo verschrikkelijk trilde. Maar ik deed het niet. Ik zat daar zonder een vin te verroeren en keek naar haar bibberende lijf terwijl ze haar oprechte tranen niet langer tegenhield en ze onophoudelijk over haar asgrauwe wangen liet glijden. Ik had nog nooit zo intens van haar gehouden. Hoe ze daar stond, onbeholpen en eenzaam. Slechts vergezeld door haar verdriet. Ik bleef onafgebroken naar haar kijken zelfs toen de trein zich langzaam in beweging zetten. Voorzichtig tilde ik mijn hand op en zwaaide langzaam. Ze zwaaide niet terug, ze leek mijn wuivende hand niet eens op te merken. Ze staarde me slechts aan, leeg en angstig…
1.
Ondersteund door een luide zucht zette ik mijn koffers op het beige tapijt. Mijn voeten deden pijn door de veel te krappe lakschoenen die mijn tenen afknelde. Toch, koppig als ik was, had ik ze gekocht. Niet dat er iemand hier in Buching Hill op je schoenen lette maar het ging puur om je eigen gevoel niet? Ik liet me zakken op mijn hotelbed en ontdeed me van de lastposten. Mijn tenen maakte een vervaarlijk geluid zodra ik ze bewoog. Ook maakte ik mijn stropdas losser zodat ik mijn nek weer vrijer kon bewegen. Afgezien van de prijs die aan alle overbodige luxe van deze hotelkamer verbonden was, was ik dik tevreden. Ik zou hier niet meer dan twee dagen doorbrengen en ik mocht mezelf best eens verwennen. Tenslotte zouden de komende weken niet makkelijk worden. Er moesten bergen werk verzet worden.
Na een welverdiende douche trok ik in plaats van een net maatpak een alledaagse spijkerbroek met afgetrapte gympen aan. In de spiegel poetste ik mijn tanden, haalde een hand door mijn haar en leegde mijn blaas. Tevreden haalde ik onder een berg andere kledij een marineblauwe trui tevoorschijn en gaf mijn uitgekozen kloffie zo de ‘finishing touch’. Misschien moest ik mijn moeder nu toch maar eens een belletje geven. Nadat ik het enige hotel in Buching Hill verlaten had (waar zoals gezegd een behoorlijk prijskaartje aanhing) viste ik mijn telefoon uit mijn broekzak en zocht in mijn telefoonlijst mijn moeders nummer op. Nadat hij een paar maal over was gegaan werd er opgenomen. Met haar schelle stem tetterde ze een begroeting door haar toestel.
‘Ook hallo! Met je zoon.’ Antwoordde ik kalm.
‘M’n wattus?’ Haar stem schoot omhoog.
‘Je zoon.’ Herhaalde ik, licht grijzend.
‘Buck?’
‘De enige echte.’
‘O lieverd! Hoe gaat het met je?’
‘Uitstekend, dankje.’
‘Waar zit je nu?’
‘Om precies te zijn vijftig meter van waar jij nu zit. Als je thuis bent tenminste..’
‘Vijftig meter?’
Voor ik kon antwoorden dat ze dat inderdaad goed had verstaan was de verbinding verbroken en restte mij enkel nog het klagelijke piepje dat aantoonde dat er opgehangen was. Met een snelle beweging liet ik de telefoon weer in mijn zak glijden en slenterde verder. Net toen ik de hoek om wilde draaien vloog een kleine dikke vrouw met grijs haar op me af. Trudy McDonald. Haar bruine ogen straalde toen ze haar vlezige armen om mijn nek gevouwen had. Gelaten liet ik het over me heen komen en klopte haar ietwat onhandig op haar rug. Toen ze me eindelijk losliet deed ze een paar stappen achteruit en nam me van top tot teen peinzend in zich op.
‘Een echte man..’ Mompelde ze.
‘Ik ben veertig, ma. Natuurlijk ben ik een echte man!’ Hielp ik haar verontwaardigd herinneren aan het feit dat ik al twintig jaar niet meer thuis woonde.
Ze reageerde niet en bleef maar ontsteld met haar hoofd schudden. Uiteindelijk pakte ze me opnieuw vast, drukte zich nog dichter dan voorheen tegen zich aan en wiegde me als een bezetene heen en weer. Pas na enkele minuten wist ik me los te wrikken uit haar houtgreep en ging ze me voor over het tuinpaadje naar wat ik ooit mijn thuis genoemd had. Zodra ik de hal binnenstapte zag ik meteen dat er nog niets veranderd was. Het stopcontact dat enkel nog aan de bedrading hing die uit de muur stak was nog steeds niet netjes op zijn plaats terug geschroefd en ook de eeuwenoude mat waarop mensen ooit hun voeten hadden kunnen vegen (toen hij nog wel haren had) was nog niet vervangen. Onwillekeurig glimlachte ik. De woonkamer bezat een overdadige collectie aan wierook waardoor de stank bijna onhoudbaar was. De groene bank, voorzien van een grijs plaid was haast in mekaar gezakt en gaf een uitgeleefde indruk. Ook de openkeuken was weinig soeps. En toch, ondanks dat alles vond ik het prachtig. Ik vond het prachtig omdat het duidelijk het huis was waar ik in groot was gebracht, het huis waar mijn ouders of nu eigenlijk alleen nog mijn moeder, woonde.
‘Ga toch zitten jongen, ga zitten. En kijk niet zo verbaasd om je heen! Er is nog niets veranderd!’
Dat, dat laatste juist de reden was dat ik verbaasd om me heen keek hield ik voor me. Mijn moeder zou dat toch nooit begrijpen. Ze hield niet van veranderingen ook niet al praatte we over een tijdsbestek van jaren en ze kon ook niet begrijpen dat er mensen wel van hielden of mensen die er zelfs naar snakte (waar ik toe behoor). Ze vond het nooit saai of eentonig. Ik deed wat ze zei en liet me op de bank zakken.
‘Wil je wat drinken, schat?’ Riep ze vanuit de keuken als of ik aan de andere kant van de aardbol vertoefde.
‘Graag, een frisje zou lekker zijn.’ Antwoordde ik, wetend dat ze anders zou vragen wat ik dan wel wenste.
Het daarop volgende uur werd mijn geduld op een verschrikkelijke manier op de proef gesteld. Een compleet vragenvuur werd in een razend tempo op me afgevuurd. Gehoorzaam antwoordde ik zoveel mogelijk naar waarheid. Ik was mijn moeder ontzettend dankbaar. Mijn onstuimige, onberekenbare karakter had bij andere moeders vast allang tot spanningen geleid maar mijn moeder had me altijd gesteund. Ze was nooit kwaad geworden of wanhopig in huilen uitgebarsten als ik weer eens zomaar een week of drie/vier verdwenen was. En als ze het al gedaan had liet ze het niet merken. Als ik thuis was zorgde ze voor me en stond achter me en als ik er niet was belde ze me elke week een paar maal om te peilen hoe het ging. Met de jaren was dat nooit verdwenen zelfs nu ze al achter in de zeventig was. Het viel me op dat haar ogen nog straalde en haar bolle wangen glommen van de foundation. De laatste keer dat ik haar gezien had was op de begrafenis van mijn vader anderhalf jaar geleden. Ik had verwacht een zielig hoopje ellende aan te treffen maar ze was alles behalve dat. Ze liet geen traan, las een prachtige speech voor en gaf na afloop een feest in haar huis. Het was een mooie begrafenis. Toch had ik verwacht nu een afgetakeld oud vrouwtje te zien. Een eenzaam vrouwtje die rouwde om haar overleden man. Ik geloof dat ze niet eens aan rouwen dacht.
‘Maar schat als je zeker weet dat je, je toekomstige vrouw niet aan me komt voorstellen ben ik wel benieuwd wat je dan wel komt doen?’ Vroeg ze en haalde me daarmee uit mijn gedachte.
Ik glimlachte. Ik had een aantal maal moeten herhalen dat ik echt mijn verloofde niet kwam voorstellen. Ze had nooit de hoop opgegeven een schoondochter te krijgen.
‘Ik had het wel weer gezien in het buitenland dus ik dacht laat ik mijn lieve moedertje eens gaan opzoeken!’
‘En waar ben je van plan te verblijven?’
‘Ik heb een appartement gehuurd in West Frigton.’
West Frigton was een dorpje vlak naast Buching Hill met iets meer faciliteiten.
‘Voor hoe lang?’
‘Ik heb nog geen idee. Een paar maanden minimaal.’
Ze glimlachte, boog iets voorover en streek met haar hand langs mijn wang. Het deerde haar niet dat ik al dichtbij de middelbare leeftijd kwam. Nee, voor haar was ik nog steeds het kleine jongetje dat in de modder speelde en uren lang met vriendjes voetbalde en doelpunten scoorde op de garagedeuren. Ik glimlachte ook, legde mijn hand op de hare en streek met mijn duim over de rug..
Een uur na aanvang stapte ik over de drempel weer naar buiten. Hoewel het niet aan haar af te zien was had ze aangegeven even rust te willen. Ik merkte dat een uurtje kletsen meer energie van haar vergde dan ik gedacht had. Nadat ik haar geholpen had alles in de keuken te zetten had ik afscheid genomen en beloofd snel weer contact op te nemen, tenslotte was ik nu toch in de buurt. Zachtjes fluitend liep ik over de stoep. Alles wat ooit zo bekend was geweest en zelfs eentonig trok nu mijn aandacht. Was het inderdaad nog precies hetzelfde? Ja, voor het meeste gold dat wel. Ook de kleine supermarkt was nog van dezelfde minimale grote en bezette dezelfde vierkante meters die het twintig jaar geleden had bezet. Het belletje rinkelde zachtjes toen ik door de klapdeuren naar binnenstapte. De winkel was wel anders ingedeeld. De schappen waar voorheen flessen frisdrank hadden gestaan waren nu gevuld met brood. Ik gluurde tussen de schappen door naar de mensen. De meeste hadden een bekend gezicht. Sommige wist ik zelfs nog bij naam. Nadat ik een flesje water had bemachtigd ging ik op weg naar de kassa toen mijn oog viel op een paar knokige schouders, gedeeltelijk bedekt door lang donkerblond haar. Ik wist het meteen. Ik voelde meteen dat zij het was. Ik glipte achter een schap zodat ik haar rustig kon bekijken zonder dat ze mij zou zien. Ze zette haar boodschappen op de band en glimlachte naar de jonge vrouw achter de kassa zodra ze aan de beurt was. Dit gaf mij de gelegenheid haar gezicht beter te bestuderen. Ze was veranderd. Ze was haar gladde perzikzachte huidje verloren. Ze had kraaienpootjes gekregen en lichte rimpels tekende zich in haar voorhoofd. Haar huidskleur was zo mogelijk nog bleker dan voorheen en toch, toch had ze haar eeuwenoude charme niet verloren. Mijn hart bonsde in mijn keel terwijl ik haar volgde. Ze maakte lange gracieuze passen als of ze zweefde. Ze was nog even adembenemend als het jonge negentienjarige meisje waar ik twintig jaar geleden mijn hart aan verloor…
Voor de geintreseerde hier nog een link naar het oude topic:
[CB] [VER] Te laat ..
En nee, ik heb het nog niet naar een uitgeverij gestuurd. Ik ben niet zeker genoeg van de kwaliteit dus ik oefen ongestoord verder. De weg naar Rome is ook niet in 1 dag gebouwd!

Ben benieuwd naar het 2de hoofdstuk!!


