Vervolgje 
Het werd tegen middernacht eer ze sliep. Druruff leek al even onrustig als haar en wriemelde de hele nacht. ’s Avonds viel hij in slaap naast Emma’s hoofd en ’s morgens werd hij wakker onder het bed.
Emma moest even zoeken voor ze hem gevonden had. Eerst dacht ze dat hij al wakker was maar toen hoorde ze zijn gesnurk van onder het bed komen.
Op één september moesten ze al vroeg opstaan, om half negen begon de eerste schooldag. Salizar was een uurtje rijden van bij hun thuis dus waren ze om half zeven al uit de veren.
Tijdens het ontbijt was Emma dood nerveus. Ze was wel benieuwd maar ook een beetje bang. Salizar was een internaat omdat de lessen soms laat in de avond of zelfs ’s nachts doorgingen. Tijdens de weekends of vakanties kon je naar huis. Emma ging alleen in de vakanties naar huis omdat haar ouders vonden dat ze zelfstandiger moest worden.
Om kwart na zeven begon haar vader Emma’s koffers in te pakken en tegen half acht vertrokken ze.
Eerst reden ze door de stad maar het landschap veranderde al snel in grote weides en velden. Het deed Emma denken aan hun treinreisje naar Nanaso. Misschien was de school daar wel in de buurt.
In Nanaso woonden uitsluitend tovenaars, het was dan ook normaal dat veel tovenaars daar hun inkopen deden. In het Leliropuk, het dorpje waar Emma woonde, waren ook alleen maar tovenaars maar in de meeste andere dorpen had je ook niet-tovenaars. Emma had nog nooit een niet-tovenaar gezien maar ze was vastbesloten ooit een niet-tovenaar-stad te bezoeken.
Elianne, een vriendin van Emma, had al niet-tovenaars gezien. Ze had verteld dat ze heel raar waren. Hun wekkers en treinen konden niet praten en ze droegen nooit een mantel of punthoed. Volgens hen bestonden draken, tovenaars en heksen niet.
Emma kon zich nog goed herinneren hoe Elianne had verteld over haar vader toen ze bij de
niet-tovenaars waren. Hij had geprobeerd een gesprek aan te knopen met een tram en had woedend zijn wekker door het raam gegooid toen die hem niet had wakker gemaakt.
“We zijn er bijna” zei Emma’s vader plots.
Emma keek uit het raam maar de school was nog niet te zien.
“Je kan hem nog niet zien” zei haar vader “Eerst moeten we naar Borus, hij gaat ons zeggen wat we moeten doen om in Salizar te raken.”
Borus was een grote, forse man met een sikje. Hij zat op een kruk voor zijn deur en glimlachte toen hij Emma’s vader zag.
“Dag Dieter!” riep hij vrolijk “Is dat je kleine meid?”
“Dag Borus! Ja, dit is Emma” antwoordde haar vader.
Emma keek naar Borus en glimlachte flauwtjes.
“Dan zullen we je maar naar Salizar brengen hé? Je zal wel dood nerveus zijn” zei Borus.
Emma en haar vader liepen achter Borus aan het huis binnen. Hij liep naar de keuken en wees naar de koelkast.
“Je hoeft er alleen maar in te gaan zitten en de tomaat vastpakken” legde hij uit “Dan kom je in Salizar. Het enige irritante is dat we niet kunnen zeggen waar je terecht zal komen, daarom geef ik je deze kaart. Er zal een rood bolletje op verschijnen en dat ben jij, je moet naar het kantoor van de directeur zien te raken. Je bagage word met de kleerkast naar de bagageruimte in Salizar gestuurd”
Emma nam afscheid van haar vader, bedankte Borus en kroop in de koelkast.
“Ik zal je schrijven!” hoorde ze haar vader roepen terwijl ze naar de tomaat zocht.
Ze nam de tomaat stevig beet en hoorde een harde knal. Even later zat ze in een donkere kamer en toen ze op de kaart keek bleke ze in een toilet te zitten. Na veel gestruikel te zijn kon ze het toilet uitkomen. Emma stond nu in een lange gang waar een tiental deuren op uit kwamen. Met behulp van de kaart kon ze de trap die naar beneden ging vinden en zo naar het kantoor van de directeur gaan. Alle gangen in de school zagen er hetzelfde uit. Ze waren lang, hoog en werden verlicht door lampen die nergens te zien waren.
“Kom binnen” zei een stem toen ze aanklopte bij de directeur.
edit, nog ene stukje bijgezet :p
Laatst bijgewerkt door Ookami op 27-08-05 12:38, in het totaal 2 keer bewerkt