[verhaal] Een opstel voor Nederlands

Moderators: Muurp, Warboel

Antwoord op onderwerpPlaats een reactie
 
 
Kikka

Berichten: 4567
Geregistreerd: 18-12-03
Woonplaats: Zwolle

[verhaal] Een opstel voor Nederlands

Link naar dit bericht Geplaatst door de TopicStarter: 11-03-04 16:38

Ik moest voor Nederlands een opstel schrijven over een dapper meisje.
Uit eindelijk is het dit geworden.
Tips mogen Lachen

‘Het is niet eerlijk !’ Ik zit te huilen in een ver hoekje, ergens waar niemand me ziet, het is er koud maar het kan me niets schelen. In gedachten waan ik me op de zolder van ons kleine huisje in de Kleine Havensteeg. Het kleine huisje was altijd gezellig geweest, maar sinds de dood van mijn ouders was het stil en koud. Vader was omgekomen bij het beleg van Alkmaar, terwijl hij vocht tegen de Spanjaarden, moeder is na drie weken gestorven van verdriet. Lysken, onze buurvrouw, heeft ons naar het weeshuis aan de Achterstraat gebracht, mijn zusje, mijn twee broertjes, en ik, Charlotte Nicolaasdochter Bregger.
‘Lotte ! Waar zit je verdomme ! Help es effe !’ Zuchtend veegde ik mijn tranen af, ze mochten niet zien dat ik weer had zitten janken, wat zouden ze wel niet denken. Ik trok mijn zwarte jurk recht en kroop uit mijn hoekje…
Die nacht nam ik een besluit; ik wilde wraak nemen, wraak op de Spanjaarden, omdat ik dankzij hun in dit afschuwelijke huis zat !
Een week later sloop ik midden in de nacht door het huis, op weg naar de jongensslaapzaal, op zoek naar kleren die konden verbergen dat ik een meisje was. Want dat is mijn plan; als jongen verkleed aanmonsteren op een schip en vechten tegen de Spanjaarden.
Alle jongens lagen te slapen, sommige rustig, anderen met luid gesnurk. Hun kleren lagen op stapeltjes voor de bedden. Zachtjes sloop ik er langs, ondertussen op zoek naar de kleding van Schele Klaas, die volgens mij wel een beetje van mijn lengte is. ‘ Ja daar, het rood-zwarte wambuis van Klaas’. Zo zachtjes mogelijk sloop ik naar het achterste bed, waar Klaas met nog drie andere jongens lag te slapen, en griste het stapeltje kleding weg. Eenmaal terug op zolder, waar ik mijn geheime verstopplekje had, pakte ik het oude mes van mijn vader. Ik had het gekregen van mijn moeder, als aandenken aan hem. Met trillende handen sneed ik mijn lange vlecht af, de vlecht waar mijn moeder zo trots op was. Het was pijnlijk, om mijn mooie lange haar er in één haal van af te snijden, maar ik moest verder, tijdelijk als jongen. Huilend trok ik de vieze stinkende kleren aan en sloop het grote gebouw uit, langs de kerk, over de Roode Steen, naar de haven. Daar wachtte ik tot de eerste zonnestralen over de stad schenen, en ik mijn schuilplaats onder een zooi vodden, kon verlaten. Na een ontbijt van een homp oud brood, ging ik op zoek naar mensen die me konden helpen, moeilijk is het niet. Luidruchtig komt er een groepje matrozen langs; ‘Hé knaap, wat sta jij daar in een hoekje, moet je niet werken ?!’
‘Nee meneer, ik heb geen werk,’ zeg ik zachtjes.
‘Hahahaha, hoor je dat, hij heeft geen werk ! Kom mee jong, wij kunnen altijd wel een handje hulp gebruiken aan boord.’
Aan boord van De Eendracht, het vlaggenschip van de Geuzenvloot, onder leiding van admiraal Cornelis Dirkzoon, is het rustig. De meeste matrozen zitten in de herberg te drinken, te eten of te kaarten. Ik loop achter het groepje aan naar De Stadsherberg, binnen is het lawaaierig en druk, en het meurt er naar bier en zweet.
‘Zo jong, vertel jij nu maar eens hoe je heet en waar je vandaan komt’
‘Ik heet eh…eh…Nico Nicolaaszoon meneer’ stamelde ik. ‘En ik woon eh...nergens.’
‘Nergens ? Dat is niet veel, whahahaha ! Vertel nou maar gewoon waar je vandaan komt, niemand woont “nergens”’
‘Ik…ik…mijn ouders zijn dood, ik ben een wees.’
‘Ja.’ Er viel een pijnlijke stilte, waarin ik van mijn voeten naar de tafel keek, en weer terug.
‘Nou, zullen we maar eens aan het werk gaan ?’ Stommelend stonden de mannen op. Ik bleef zitten. ‘Ja, jij gaat ook mee, mag ik je voortaan Uk noemen ? Erg groot ben je niet.’ Hoewel ik het niet helemaal eens was met die naam, knikte ik ja.
In de grote kajuit van De Eendracht, werd ik voorgesteld aan Cornelis Dirkzoon.
Keurend gleed zijn bleek over me heen. ‘Zo knul, hoe oud ben je eigenlijk ?’
‘Uhm…veertien meneer.’ Helemaal waar was het niet, maar voor een keertje mocht een leugentje om bestwil toch wel ?
‘Nou ja, je bent klein, maar we kunnen alle hulp gebruiken, dus wat mij betreft mag je blijven.’
Ik sloeg een zucht van verlichting. Het was me gelukt.
‘Begin maar met het dek te schrobben.’

Inmiddels lag ‘onze’ vloot, bestaande uit zo’n 24 schepen, op de rede van Marken.Iedereen maakte zich ernstig zorgen, onze schepen waren ongeschikt voor oorlogsvoering, en erg veel munitie hadden we niet. De Spanjaarden, onder leiding van Bossu, hadden een vloot van zo’n 30 zeilvaardige schepen. ‘Spanjaarden aan bakboord !!” Iedereen stoof naar de linkerkant van het schip en zag daar tot zijn grote schrik hoe de Spaanse vloot op volle kracht op ons af komt. Meteen wordt alles in gereedheid gebracht om te vechten; de kannonnen worden naar de schietgaten gerold en geladen. Iedereen schijnt zijn taak te weten, ik ga stil in een hoekje zitten en wacht op wat komen gaat.
Het is een uur of drie ’s middags als de eerste vijandelijke kogel onze kant op komt, er volgen er vele. De volgende ochtend wordt er nog steeds over en weer geschoten, de kannonnen bulderen en alle mannen schreeuwen. ‘Hijs de zeilen, we varen op ze in !’ Schreeuwend varen we op de Spaanse vloot af, een kanonskogel vliegt rakelings langs stuurboord. Ik weet niet wat ik moet doen, huilend kruip ik onder de zak waar ik me al die tijd al onder verschuil. ‘Uk ! Het is geen vakantie !’ Ik wordt aan mijn haren omhoog getrokken door Jan Haring. ‘De Generaal ligt gewond in het ruim, je moet helpen hem te verplegen.’ Het blijkt dat Cornelis Dirkz. Getroffen is in zijn arm, de wond bloed flink en ik voel mijn maag zich omdraaien. De hele middag loop ik af en aan met water, lappen stof die als verband moeten dienen en kruiden tegen de pijn. De strijd gaat ook ’s nachts onverstoorbaar door.
Zo tegen 3 uur draait de wind en drijven we af naar het noorden, we blijven ten noordoosten van Marken liggen, wachtend op een gunstige wind. Bij Marken komen de Hoornse Schippers Jan Floor en Claes Wybrantz. Aan boord. Zij komen onze generaal helpen nu hij gewond is.
Na vier lange dagen van wachten, draait eindelijk de wind en admiraal Dirkz. Geeft opdracht om de ankers te lichten en naar de Spaanse schepen te varen. Die doen zodra ze ons zien hetzelfde. ‘Mannen ! Gooi de touwen, en enter het schip !’ beveelt de admiraal zodra we naast het Spaanse admiraalsschip liggen. Al snel blijkt dat ons schip toch wel voordelen heeft. We zijn hoger, zodat we makkelijk over kunnen stappen en van man tot man kunnen vechten. Ten tweede heeft ons schip een borstwering, gemaakt van oude, stijf in elkaar gestampte netten. ‘Uk ! Jij moet ook helpen vechten !’ Er wordt een bebloed mes in mijn hand geduwd, vol walging kijk ik er naar. Maar veel tijd om er over na te denken heb ik niet, zodra ik ook maar één voet op De Inquisitie heb gezet, wordt ik aangevallen door een jongen van ongeveer mijn leeftijd. Hij is snel en lenig, en heeft zo te zien niet voor de eerste keer een mes in zijn handen. Klunzig probeer ik zijn stekende bewegingen te ontwijken, ik steek een keer in zijn richting, waardoor hij even van de kaart is. Maar niet voor lang, hij drijft me naar de zijkant van het schip, ondertussen snelle steekbewegingen makend. Als hij in één beweging het mes in mijn borst probeert te steken verlies ik mijn evenwicht en val in het kolkende water…


Sorry, het is een beetje lang :/[/i]


HorseF@N

Berichten: 1378
Geregistreerd: 12-11-01

Link naar dit bericht Geplaatst: 12-03-04 07:13

Jeetje, mooi geschreven!
Wel zielig, zeg...

profiel btje ge-update

o0Steffie0o

Berichten: 4578
Geregistreerd: 26-01-04
Woonplaats: Nijmegen

Link naar dit bericht Geplaatst: 12-03-04 16:50

ik vind het een super verhaal, het leest ook 'lekker'
idd wel een zielig einde.

Gast998
Berichten: 74611
Geregistreerd: 02-11-01

Link naar dit bericht Geplaatst: 12-03-04 16:57

Jammer van het einde, vind het iets te abrupt, maar wel goed geschreven. Als je de lust hebt, en je iets meer op plagiaat let, dit komt mij op bepaalde stukken bekend voor, ik zeg niet dat jij gekopiëerd hebt, maar het rottige is, dat er hier al veel over geschreven is. Als je dat dus doet Knipoog Moet je eens overwegen om uiteindelijk naar een uitgever te gaan, met soortgelijke verhalen. Bijv. een boek?

Kikka

Berichten: 4567
Geregistreerd: 18-12-03
Woonplaats: Zwolle

Link naar dit bericht Geplaatst door de TopicStarter: 12-03-04 17:48

Dank jullie Lachen

Ja, een vriendin zei ook al dat het haar op bepaalde plaatsen bekend voor kwam... Ik denk zelf ook wel dat ik door bepaalde boeken op ideeen ben gekomen, ik zou alleen niet weten waardoor... Scheve mond

RelarDevi
Berichten: 26925
Geregistreerd: 23-12-03

Link naar dit bericht Geplaatst: 12-03-04 20:11

ik vin t n goed verhaal. maar ik lees geen oorlogs en zulke poedersuiker boeken! dus ik weet er echt nix van!:) maar echt heel goed verhaal met triest eind!


Antwoord op onderwerpPlaats een reactie

Wie is er online

Gebruikers op dit forum: x_Ilse_x en 7 bezoekers