DEEL 3 AANDOENINGEN
Virussen
Een virus is een piepkleine ziekte verwekker die zich verspreid door rechtstreeks contact tussen 2 dieren of via waterdruppeltjes, mensen of andere dieren. Het virus dringt het lichaam binnen en nestelt zich in een lichaamscel waar het zich vermeerderd. Tegen virussen worden antistoffen aangemaakt die nog een tijd in het lichaam blijven waardoor het paard immuun word tegen het virus. Antibiotica werken niet tegen virussen maar tegen een aantal virussen kan het paard wel geënt worden.
Bacteriën
Een bacterie is een stuk groter als een virus en kan lange tijd buiten het lichaam leven en word vaak dmv. de mens of gereedschappen over gebracht. Vooral in vochtige omgeving vermeerdert een bacterie snel. Het lichaam reageert op een bacteriële infectie door koorts hierdoor word de leefomgeving voor de bacterie minder goed. Vervolgens sterft de bacterie af omdat het omsloten word door antilichamen en afweercellen, dit resulteert in pus. Bacteriën worden bestreden dmv. antibiotica en tegen bacteriën als tetanus en droes bestaan er entstoffen. Verzwakte dieren zijn vatbaarder voor bacteriële infecties bijvoorbeeld net na een virusinfectie dit wordt dan een secundaire bacteriële infectie genoemd.
Schimmels
Sommige schimmelsoorten veroorzaken huidaandoeningen bij het paard deze zijn zeer besmettelijk door rechtstreeks contact maar ook dmv borstels, dekens etc. Schimmels vermeerderen zich door sporen voornamelijk in een vochtige omgeving. Pas bij een verminderde weerstand komt de schimmel tot uiting als kale schilferige plekken. Deze huidaandoening kan worden bestreden door een schimmeldodend middel te gebruiken. Met goed hygiëne kunnen besmettingen grotendeels vermeden worden. Sinds kort kunnen paarden ook tegen bepaalde schimmels geënt worden.
Parasieten
Wormen, horzels en mijten zijn veel voorkomende parasieten bij het paard.
Wormen
Bijna alle paarden zijn besmet met wormen maar bij grote aantallen wormen kunnen deze schade aanrichten.
Kringloop: wormen leggen duizenden eieren die met de mest mee naar buiten komen, na enkele dagen komen er larven uit deze worden tijdens het grazen opgenomen in het lichaam. In het lichaam leggen deze larven een weg af naar de darmwand waar ze uitgroeien tot volwassen wormen deze leggen weer eieren en de kringloop is rond.
Wormbestrijding
1. Buiten het paard
• Mest binnen 3 dagen verwijderen uit de wei.
• De mest niet door de wei slepen hierdoor worden de larven juist verspreid.
• Wisselbeweiding met herkauwers.
• Omweiden
2. Binnen het paard
• Verschillende werkzame stiffen gebruiken
• Voldoende doseren
• Een mest onderzoek laten uitvoeren en gespecialiseerd ontworden
• Nieuwe paarden eerst ontwormen en vervolgens 48u apart van de groep houden.
Verschillende soorten wormen zijn:
• Grote strongyliden
• Kleine strongyliden
• Aarsmade
• Veulenworm
• Spoelworm
• Lintworm
• Longworm (word door ezels overgebracht)
Paardenhorzels
De paardenhorzel is een vlieg deze legt in het najaar eitjes op de benen van het paard deze likt deze op vervolgens komen de eitjes in de mond waar ze zicht ontpoppen in larven deze komen in de maag terecht waar ze een half jaar verblijven en veel schade aanrichten. Tenslotte verlaten zij met de mest het lichaam en ontpoppen zich tot vliegen.
Mijten
Mijten zijn uitwendige parasieten die zich nestelen in de vacht waar ze jeuk en irritatie veroorzaken. Mijten vermeerderen zich door eitjes te leggen. Mijten verspreiden zich door rechtstreeks contact en door dekens borstels etc. Mijten veroorzaken schurft en spelen ook een rol in mok. Mijten kunnen worden behandeld door mijtdodende middelen.
AANDOENINGEN VAN HET ADEMHALINGSAPPARAAT.
Voorzorgsmaatregelen
• Laat het paard zoveel mogelijk in de frisse lucht verblijven liefst 24/7 met een schuilstal.
• Zorg voor open stallen.
• Mest de stal dagelijks grondig uit
• Haal het paard voor het mesten uit de stal.
• Laat het stof na het mesten eerst zakken voor je het paard terug zet.
• Gebruik bij voorkeur stro van goede kwaliteit zonder stof en schimmelplekken.
• Geef alleen stof en schimmel vrij ruwvoer en slag geen stro of hooi boven de paarden stal op.
Luchtwegontsteking
Bij een ontsteking van de neus en neusgang: Rhinitis
Bij een ontsteking van het keelgebied: Laryngitis of Pharyngitis.
Bij een ontsteking van de luchtpijp: Tracheïtis
Bij een ontsteking van de grote bronchiën: Bronchitis.
Bij een ontsteking van de kleine bronchiën: Bronchiolitis.
Primair worden luchtwegontstekingen veroorzaakt door virussen. Secundair kan een bacteriële infectie optreden.
Symptomen: sloom, koorts, hoesten, verhoogde pols en ademhalingsfrequentie, rood gekleurde slijmvliezen, licht gezwollen lymfeklieren en neusuitvloeiing.
Influenza
Is: Virusinfectie van de voorste luchtwegen.
Anamnese: Algemeen ziek, eet minder, hoest.
Algemene indruk: Algemeen ziek, neusuitvloeiing, soms dikke benen.
Algemeen onderzoek: Pols hoog, hoge koorts tot 41C, slijmvliezen roos, lymfeklieren vergroot.
Aanvullend onderzoek: bijgeluiden in de longen.
Overig: Eerst droge pijnlijke hoest, later natte hoest door loslatend slijm
Rhinopneumonie
Wordt verspreid door direct contact tussen dieren, via dragers of mensen.
Is: Virusinfectie veroorzaakt voor het herpes virus met 3 vormen.
• Verkoudheidsvorm
Vooral bij jonge dieren.
Koorts, hoesten, neusuitvloeiing en soms dikke benen.
Onschuldig, genezen vrij vlot.
Enkele weken rust geven, zorgen voor een stofvrije omgeving.
• Abortus vorm
Te vroeg geboren veulens die als nog sterven, dood geboren veulens.
Geen hulp voor het veulen, de merrie is niet ziek.
Merrie isoleren, de dode vrucht en nageboorte goed verpakken en opsturen oor nader onderzoek, kleding en schoeisel ontsmetten.
• Neurologische vorm (verlammingsvorm)
Ataxie.
Slappe staart en kunnen de achterhand niet meer goed bewegen. Soms is ook de voorhand aangetast.
Deze paarden hebben een intensieve behandeling nodig.
Ondersteunen, elke 2-4u draaien.
Voorkomen:
Bij de verkoudheidsvorm en de abortusvorm kan er geënt worden deze enting geeft bescherming maar niet 100%. Deze enting heeft geen effect bij de verlammingsvorm.
Droes
Is Zeer besmettelijke bacteriële infectie veroorzaakt door Streptococcus-equi.
Ziekteverkoop Keelpijn staat met de hals naar voren gestrekt > Hoge koorts tot 41C > Lymfeklieren raken ontstoken en breken uiteindelijk naar buiten toe door > Herstelfase
Signalement: vaak jonger dan 4 of ouder dan 15
Anamnese: afhankelijk van de fase, vaak hebben stalgenoten vergelijkbare klachten.
Algemene indruk: slap, ziek, gestrekte hals, pusachtige neusuitvloeiing.
Algemeen onderzoek: koorts tot 41C, kaak en keellymfeklieren gezwollen, abcesvorming in de lymfeklieren.
Heeft het paard eenmaal droes moet het gewoon uitzieken, zorg voor voldoende frisse lucht en dat het paard warm blijft. De rijping van abcessen kan worden versneld door trekzalf te smeren; eerst de haren verwijderen.
Droes is zeer besmettelijk, het paard moet geïsoleerd worden en er moeten zeer strenge hygiënische maatregelen getroffen worden.
Dampigheid COPD
Is Een chronische ontsteking van de diepere luchtwegen die kan lijden tot longemfyseem welke ongeneselijk is.
Anamnese: hoest, kort en droog, verminderde prestaties
Algemene indruk: sloom
Algemeen onderzoek: buikademhaling met duidelijk zichtbare dampigheidsgroeve soms met beweging van de anus.
Aanvullend onderzoek: Het longveld is naar achteren vergroot, in erge gevallen tot aan de 18e rib.
• Zo veel mogelijke frisse lucht
• Een stofvrije omgeving
• Geen stro opslag in de buurt eventueel andere stalbedekking.
• Voer natgemaakt hooi of voordroogkuil.
Voorkomen: Het paard zo min mogelijk blootstellen aan irriterende prikkels en veel frisse lucht geven.
Cornage
Is: Verlamming van meestal de linkerstemband, welke veroorzaakt word door erfelijke aanleg of na een ontsteking.
Operatie is mogelijk maar in Nederland niet toegestaan tenzij het medisch noodzakelijk is.
Signalement: komt vaker voor bij hengsten of ruinen en dieren boven de 1.70m
Overig: Fluitend geluid bij het inademen tijdens inspanning.
• Niet fokken met paarden die lijden aan cornage
• Keelontsteking deskundig laten behandelen.
Neusbloeding
Is: Een bloeding uit 1 of beide neusgaten: bij een verwonding in de neus meestal 1 neusgat, bij een verwonding in de longen meestal 2 neusgaten.
Waarschuw een dierenarts als:
• De bloeding hevig is.
• De bloeding herhaaldelijkoptreedt.
• Een lichte bloeding niet binnen 10-15min stopt.
Eerste hulp:
• Kalmeer de patiënt.
• Houd een coolpack of koele natte handdoek tegen de neusrug op het hoofd.
• NOOIT EEN NEUSBLOEDING TAMPONNEREN.
Longbloeding
Is: Een bloeding van de longen veroorzaakt door zware inspanning of een val of aanvaring met een hindernis.
Signalement: Sportpaarden, vooral volbloed paarden.
Anamnese: slap paard, moeite met ademhaling
Algemene indruk: Soms neusbloeding en dan meestal uit beide neusgaten, lichtrood en schuimend
Algemeen onderzoek: snelle ademhaling ook na rustpauze in ernstige gevallen bleke tot blauw rode slijm vliezen.
Aanvullend onderzoek: Bij een uitgebreide longbloeding is geen longgeruis hoorbaar in het onderste gedeelte van de longen.
Waarschuw een dierenarts en kalmeer het paard.
Te zware inspanning voorkomen.
AANDOENINGEN VAN HET CIRCULATIEAPPARAAT; HART EN BLOEDVATEN
Hart- en vaataandoeningen/ hartfalen
Is: Er zijn aandoeningen van de hartspier en van de hartkleppen. Ook vaatziekten kunnen hartproblemen veroorzaken.
Hartkleppen:
Wanneer de hartkleppen ontstoken zijn sluiten de hartkleppen niet meer zo goed en kan het bloed terug stromen en ontstaat er een storing in de bloedsomloop. Door zo’n ontsteking kunnen teven vernauwingen optreden, deze vernauwingen zijn te horen aan hartgruis.
Hartspier:
Oorzaken:
• Overmatige inspanning
• Een ziekte in andere organen (long, lever- of nierziekten)
• Een infectieziekte
• Vergiftiging
Bij een hartspier aandoening is de frequentie hoog en de hartslag onregelmatig. Dit kan tot een plotselinge dood lijden bij sportpaarden.
Vaataandoeningen:
Worden vaak veroorzaakt door wormbesmetting, hierdoor wordt de bloedsomloop naar darmgedeelten belemmerd of afgesloten met mogelijk dodelijke koliek als gevolg.
Anemnese: sloom, geen werklust.
Algemene indruk: vochtophopingen onder de buik, onder de borst, aan de benen.
Algemeen onderzoek: overvulde grote aders (halsader) koorts, onregelmatige pols
Aanvullend onderzoek: bijgeruis, ritme stoornis
Dierenarts waarschuwen en rust geven.
Voorkomen:
• Neem signalen van vermoeidheid serieus
• Neem bij twijfel de temperatuur op
• Werk nooit met een paard met koorts
• Laat het paard bij infectieziektes door een deskundige behandelen
• Henteer een doeltreffend wormbestrijdingsprogramma
Hitteshock en uitputting
Is: Hitteshock is het gevolg van oververhitting van het lichaam indoen het door arbeid meer wordt verhit dan het koelsysteem van het lichaam kan verwerken.
Uitputting ontstaat door teveel vocht- en zoutverlies als gevolg van het koelproces bij aanhoudende arbeid.
Het koelsysteem dat word ingeschakeld als de temperatuur boven de 38,5C komt is echter storinggevoelig:
• Op warme dagen kan het zweet niet snel genoeg verdampen
• Tijdens het koelproces verliest het lichaam veel vocht en veel zout: bij middelzwaar werk 10-15L per uur, bij zware inspanning kan dit oplopen tot 40L per uur.
• Door zoutverlies ontbreekt het dorstgevoel bij het paard terwijl het dringend vocht zou moeten aanvullen
• Door te weinig vocht is er te weinig ‘koelvloeistof’; te weinig bloedvolume. Bij onvoldoende doorbloeding treedt eerder verzuring van de spieren op. Het paard kan dan oververhit raken. Dit kan tot hitteshock en uitputting leiden.
Anamnese: De patiënt stopt tijdens het werk, haalt met moeite de finish, heeft bij hitte te lang in een trailer moeten staan.
Algemene indruk: depressie of opwinding, de patiënt wil niet meer lopen, discoördinatie, lichte koliek verschijnselen, zweet niet of nauwelijks meer ondanks de hoge lichaamstemperatuur.
Algemeen onderzoek: afwijkend ademtype: oppervlakkig met een hoge frequentie, lichaamtemperatuur >40C, hoge/zwakke pols, paarse slijmvliezen, verlengde CRT, slechte turgor.
Overig: de patiënt vertoont verschijnselen van spierbevangenheid, collaps, stuiptrekking of is dood.
SNEL AFKOELEN!!!
Hoe sneller de normale temperatuur is bereikt hoe minder kans op blijvende schade.
• De beste manier om te koelen is het paard langs 2 kanten ongelimiteerd begieten met koud (4-10C) water. Liefst in de schaduw.
• Na 30 sec spoelen > 30 sec stappen > 30 sec spoelen etc.
• Biedt het paard max. 5L aan om te drinken.
• Herhaal deze stappen tot de lichaamstemperatuur is gedaan tot 38, 39 graden.
• Neem elke 3-5min de temperatuur op.
• Begin meteen met koelen
• Gebruik geen ice-packs
• Gebruik geen natte handdoeken
Na het koelen:
• Is da ademhaling < 30 slagen per minuut en de hartslag <55 slagen per minuut kan het paard gestald worden gras/hooi en onbeperkt water krijgen. Vervoer moet nog 24u wachten. Begint het paard meteen te eten en te drinken is er geen verdere behandeling nodig. Blijft wel alert op koliek en spierbevangenheid.
• Blijft de pols > 55 ondanks een normale temperatuur moet het paard behandeld worden voor uitputting: het moet vocht en zout toegediend krijgen. DIERENARTS!
Voorkomen:
• Laat het paard enkele uren voorafgaande aan een langdurige inspanning voldoende vocht met elektrolyten drinken.
• Pas de arbeid aan de weersomstandigheden aan.
• Stop tijdig met werken indien het paard veel zweet
• Koel een zwetend paard op bovenstaande manier
• Vul na inspanning met veel vocht en zout verlies door zweet het vocht en zout aan met elektrolyten.
• Leg zweetdekens nooit direct na inspanning op.
• Train eventueel met hartslagmeter.
AANDOENINGEN VAN HET SPIJSVERTERINGS APPARAAT.
Voorkomen:
• Geef een rantsoen dat voor 60% uit ruwvoer bestaat.
• Verdeel het voer over zoveel mogelijk porties, verspreid over de dag
• Geef het paard de gelegenheid continu te knabbelen aan stro of hooi
• Houd de periode tussen avond en ochtend voerbeurt zo kort mogelijk max. 8u
• Geef eerst ruwvoer dan krachtvoer
• Geef kleine portie krachtvoer max 2kg
• Geef geen voer dat opzwelt
• Geef geen hoekige stukjes
• Let op de kwaliteit voer.
• Wissel nooit plotseling van voer
• Geef vandaag het krachtvoer voor het werk van morgen.
• Pas op met sappig voorjaarsgras.
Beweging stimuleert de werking van de darmen. Zorg voor zoveel mogelijk vrije beweging. Zorg voor goede gebitsverzorging en wormbestrijding.
Slokdarmverstopping
Is: Als er voer in de slokdarm blijft steken.
Signalement: Komt bij alle dieren voor; voornamelijk bij gulzige eters.
Anamnese: Paard heeft kort geleden pulp, brokken of ander opzwellend voer gegeten.
Algemene indruk: Angstig; speeksel, schuim en voerdeeltjes komen uit de mond en neusgaten; het paard maakt kokhalzende geluiden en bewegingen.
Dierenarts waarschuwen ondertussen de slokdarm masseren en water klaar zetten.
Voorkomen: zorgen dat het paard niet gulzig kan eten> vaak kleine beetjes voeren.
Geen opzwellend voer geven (bietenpulp, grasbrok, gras uit de grasmaaier)
Geen stukjes appel of wortel geven.
Koliek
Is: Een verzamel naam voor buikpijn welke voort komen uit: maag en darmproblemen, problemen bij de dracht, zakbreuk. Onder maag en darmproblemen vallen, darmkrampen, verstopping en ontsteking, verlammingen en liggingsverandering, maagoverlading
Hoe sneller de toestand van het paard verslechterd des te ernstiger zal de oorzaak van de koliek zijn.
Symptomen van licht naar ernstig:
Niet willen eten of traag eten.
Omkijken naar de buik.
Gestrekt staan.
Krabben met de voorbenen.
Slaan naar de buik.
Zwiepen met de staart
Flemen.
Blijven liggen terwijl andere paarden bezig zijn.
Opstaan- liggen- opstaan- liggen.
Zweten
Vaak proberen te mesten.
Schijnbaar proberen te urineren.
Liggen en rollen.
Continu onrustig gedrag.
Zich op de grond laten vallen.
Kreunen en steunen.
De meeste vormen van koliek worden door de mens veroorzaakt door verkeerd te voeren, slecht te ontwormen en te weinig vrije beweging te geven.
Darmkrampen
Anamnese: Wisseling van voer, veel koud water gedronken, weinig beweging gehad, langdurig transport, stress, onvoldoende wormbestrijding.
Algemene indruk: lichte koliek verschijnselen.
Algemeen onderzoek: Mogelijk verhoogde pols.
Koliek onderzoek: darmgeluiden meestal hoorbaar, hoogtonig.
Dierenarts waarschuwen, ondertussen afstappen en laten vasten; hengsten nooit afstappen ivm mogelijkheid van een zakbreuk.
Voorkomen: Enkel goed voer geven; veel ruwvoer, veel kleine porties krachtvoer.
Zoveel mogelijk vrije beweging geven.
Effectief wormbestrijdings programma hanteren.
Verstopping
Voorkeur plaatsen: overgang dunne darm> blinde darm of waar de karteldarm een scherpe bocht maakt.
Anamnese: Heeft langdurig stalrust.
Algemene indruk: Lichte koliek verschijnselen die langer aanhouden.
Algemeen onderzoek: Mogelijk lichte verhogen van ademhaling en pols.
Koliek onderzoek: Blinde darm verstopping> weinig tot geen darmgeluiden aan de rechter kant. Karteldarm linker kant.
Dierenarts waarschuwen, ondertussen vrije beweging geven en laten vasten.
Voorkomen: Enkel goed voer geven.
Voldoende ruwvoer geven zodat ze geen stro eten.
Zoveel mogelijk vrije beweging geven.
Ontstekingen: salmonella infectie en maagzweer.
Is: Salmonella> ontsteking van het maag en darmkanaal door een bacterie.
Maagzweer> pijnlijke zweer in de maagwand veroorzaakt door te weinig ruwvoer.
Signalement: maagzweer komt veel voor bij sport en ren paarden die veel krachtvoer en te weinig ruwvoer krijgen.
Anamnese: maagzweer: conditieverlies, paard eet niet goed, rantsoen met veel krachtvoer en weinig ruwvoer, soms koliek verschijnselen.
Algemene indruk: Salmonella: ernstig ziek, soms koliekverschijnselen vaak bloederige
diarree.
Maagzweer: soms koliekverschijnselen, vaak tevens luchtzuiger/ kribbenbijter.
Algemeen onderzoek: Salmonella> koorts.
Waarschuw de dierenarts. Bij salmonella isoleren en strenge hygiënische maatregelen nemen, zeer besmettelijk.
Voorkomen: Salmonella en niet te voorkomen.
Maagzweren zijn we te voorkomen. Minimaal 60% ruwvoer geven.
Diarree
Het paard alleen goed ruwvoer en voldoende water geven. Bij zeer ernstige diaree de dierenarts waarschuwen anders enkele dagen afwachten bij geen verbetering alsnog die dierenarts waarschuwen.
Voorkomen door goed kwaliteit voer te geven en rantsoenveranderingen rustig door te voeren, zorgen voor een goede ontworming.
Spierbevangenheid/ tying up
Is: een stornis in de spierstofwisseling waardoor verzuring van de spieren in vooral de rug-, lendenen, kruis en broekspieren optreedt. Dit gebeurt meestal 10 a 15 minuten na het begin van arbeid; soms ook na het werk.
Oorzaken: verhouding krachtvoer- beweging.
Disbalans in de elektrolythuishouding (natrium/calcium)
Plotselinge overbelasting.
Erfelijkheid.
Hormonen spelen ook mee; merries zijn meestal gevoeliger voor deze aandoening.
Tijdens het werk ontstaat er melkzuur wat bij spierbevangenheid niet snel genoeg afgevoerd kan worden.
Dit komt doordat:
Er teveel voorraad is; je voert vandaag voor het werk van morgen.
Teveel afvalstoffen door te intensief werk voor bv een ongetraind paard dat het melkzuur niet snel genoeg kan afvoeren.
Een combinatie van beide.
Symptomen:
Lichte spierbevangenheid: omhoog gebogen rug en stijf in de achterhand.
Matige spierbevangenheid: wil niet meer lopen, loopt stijf met een sterk verkorte pas, trilt en knikt in de achterhand, spieren van de achterhand zijn stijf, gezwollen en pijnlijk.
Ernstige spierbevangenheid: Weigert te lopen, sterk bezweet, angstig, verwijde neusgaten. Gaat liggen en komt urenlang niet meer overeind. Urine wordt roodbruin en de hartslag en ademfrequentie zijn verhoogd.
Dierenarts waarschuwen> Spoedgeval. Ondertussen het paard bij de eerste symptomen gelijk stilzetten en niet meer vervoeren, water geven en een warme deken op leggen. Elke vorm van beweging kan de schade aan de spieren alleen maar vergroten.
Voorkomen.
Beweging: Zet paarden die in de sport worden ingezet en enige dagen door omstandigheden stil hebben gestaan nooit direct volop in het werk.
Geef alle paarden dagelijks vrije beweging, minstens in stap.
Voer:
Voer vandaag voor het werk van morgen.
Je kunt koolhydraten in het rantsoen deels vervangen door olie.
Let op voldoende vit. E en Selenium in het rantsoen.
Hoefbevangenheid
Is: Een ernstige stofwisselings ziekte die zich uit in de voorhoeven.
Oorzaken: Overmaat aan suikers.
Niet tijdig of volledige afkomen van de nageboorte.
Overbelasting bij langdurig transport.
Overbelasting van het gezonde been bij ernstige kreupelheid.
Giftige stoffen in het lichaam (infectie’s of medicijngebruik)
Teveel koud water na inspanning.
Het gevolg is een ontsteking in de lamellen van de wandlederhuid, de lamellen verbinding laat los. Binnen 4 uur kan het hoefbeen kantelen en/of zakken.
Snelle deskundige behandeling is heel belangrijk. Tevens zijn pijnstillers zeer belangrijk.
Voorkomen: Geen plotselinge veranderingen in het rantsoen.
Voorkom te grote opname van voorjaarsgras of krachtvoer.
Let op een tijdig en volledig afkomen van het nageboorte (6u)
Overbelasting voorkomen.
AANDOENINGEN VAN HET BEWEGINGSAPPARAAT (KREUPELHEDEN)
Voorkomen van deze aandoeningen:
Dagelijks veel vrije beweging.
Dagelijkse controle van de hoeven.
Optimale hygiëne in de stal.
Uitgebalanceerde voeding.
Wel water maar geen vet op de hoefwand aanbrengen.
Zorgvuldige wondbehandeling ook bij ‘onschuldige’wondjes.
Preventief enten tegen tetanus.
Hoeven tijdig bekappen of beslaan door een deskundige hoefsmid.
Geen zwefvuil in en om de stal, paddock en weide.
Veilige materialen in de stal.
Stroeve vloeren.
Veilige afrastering.
Training op een geschikte bodem.
Zorgvuldige opbouw van de training.
Bescherming dmv. peesbeschermers.
Tijdig stoppen met werk voordat het dier vermoeid raakt.
Veilig springmateriaal.
Transport:
Paard goed beschermen.
Veilige trailer.
Rustige rijstijl.
Deskundig laden en lossen.
Nageltred
Is het binnen dringen van een scherp voorwerp in de zool van de hoef.
Plotseling ernstig kreupel, kreupelheid neemt eerder toe dan af.
Paard houdt de aangetaste hoef mogelijk van de grond.
Verwijder het voorwerp maar onthoud (markeer) insteekplaats, richting en diepte.
Bewaar het voorwerp.
Desinfecteer de insteekplaats met Betadine.
Voorkom binnendringen van meer vuil; breng een nat hoefverband aan.
Tetanus preventie, is het paard geënt?
Laat een dierenarts naar de wond kijken en eventueel enten tegen tetanus.
Vernageling
Is: een verkeerd ingeslagen hoefnagel die in het leven van de hoef zit.
Verwijder de hoefnagels of laat dit doen door de hoefsmid.
Zorg voor een deskundige hoefsmid die de gangen van het paard direct na het beslaan controleert.
Ontsmet de wond met betadine.
Hoefzweer
Is: een ontsteking van de hoeflederhuid die wordt veroorzaakt door bacterieen als gevolg van nageltref of steentjes en opkruipend vuil in de witte lijn.
Waarschuw een dierenarts of hoefsmid om de ontsteking open te laten snijden.
Scheuren in de hoefwand
Worden onderverdeeld in kroonrand scheur, hoornwandscheur en draagrandscheuren.
Bij ernstige scheuren de dierenarts en hoefsmid waarschuwen.
Hoefkatrolontsteking podotrochleose-Is: een ontsteking van het hoefkatrol mechanisme (straalbeen, diepe buigpees, slijmbeurs tussen de diepe buigpees en straalbeen, hoefbeen met aan aanhechtingen van de diepe buigpees, hoefgewricht en alle ondersteunende bandjes.
-Komt vooral voor aan het voorbeen.
-Factoren: erfelijkheid, storing in de ontwikkeling, voeding, belasting, training, beslag, bouw, bouw van de hoef, conditie en beweging.
-Pijnlijk, angst voor springen (landen) in een later stadium verkorte gang of een afwijkende stand van de hoef.
-Paard reageert op percussie en visitatie.
Peesaandoeningen (peesontsteking, ‘peesklap’, peesverscheuring)
Is: een beschadiging of overbelasting van de pezen.
Oorzaken:
Uitwendig geweld
Overbelasting
Slijtage
Arbeid op slechte bodem.
Geen oorzaak.
Vermoeidheid, slecht beslag, weke koten, lange tonen of een te zachte ondergrond kunnen de kans op een peesblessure vergroten.
Bij een peesblessure ontstaat er zwelling, warmte en verdikking. Bij een pees verscheuring ontstaat een afwijkende stand. Herstellen van een pees is een langdurig proces.
Dierenarts waarschuwen. Ondertussen koelen 10-15 min koud water, koelverband aan brengen op de plaats van de zwelling.
Voorkomen:
Gebruik peesbeschermers, goed beslag, juiste training, tijdig stoppen met werk, training op een goede bodem. Dagelijks veel beweging.
Gewrichtsverstuiking (distorsie)
Is: het verschuiven van de gewrichtsvlakken ten opzichte van elkaar waardoor gewrichtvlakken, gewrichtskapsel en de gewrichtsbanden kneuzen, verrekken of scheuren.
Symptomen: warmte, zwelling en kreupelheid.
Geneest alleen bij voldoende rust en een rustige terug opbouw van de training. Wordt dit niet gedaan kan een chronische aandoening van het gewricht opleveren.
Dierenarts waarschuwen ondertussen koelen, steunverband aan 1 of 2 benen aanleggen, zo min mogelijk laten lopen, in een droge ruime stal of beschutte plek zetten.
Ontwrichting (luxatie)
Is wanneer de 2 gewrichtvlakken zich naast elkaar ipv. op elkaar bevinden. Hierbij zijn de gewrichtsbanden gescheurd.
Oorzaak: uitglijden, verstappen of overbelasten.
Symptomen: paard staat op 3 benen, het been heeft een afwijkende stand, het gewricht heeft een abnormale vorm, snel toenemende zwelling.
Dierenarts waarschuwen Spoed, ondertussen het paard stilzetten, het gewricht koelen, koude omslagen rond het gewricht leggen, steun verband aan het goede been aanleggen.
Knie-op-slot (patellafixatie)
Is: het opslot zetten van het knie en sprong gewricht en dit niet meer los krijgen.
Komt vooral voor wanneer kniebanden worden overrekt of wanneer de kniebanden slap zijn, bv. bij jonge paarden. Erfelijkheid en de stand (O benig of steil achterbeen) spelen ook een rol.
Het paard houd het been gestrekt naar achter en wil liever niet meer lopen. Meestal schiet de knie vanzelf weer los dit noemt men habituele patellafixatie.
Meestal hoeft hier niets aan gedaan te worden, maar men kan ook een operatie uitvoeren.
[b]Botbreuken (fracturen)
Botscheuren> fissuren.[/b]
Ontstaan meestal door geweld van buiten af. Soms hebben botbreuken een inwendige oorzaak: overbelasting of ziekten waardoor botten broos worden.
Botbreuken kunnen open of gesloten zijn. Open botbreuken noemt met gecompliceerde breuken omdat hierbij meer kans is op infecties.
Botbreuken bij paarden zijn meestal zeer ernstig en einde oefening.
Dierenarts waarschuwen Spoed ondertussen het paard laten staan of liggen waar hij is, het paard tot rust laten komen, het been stabiliseren dmv. een spalk verband in combinatie met een robbert jones verband. Bij een open botbreuk eerst een steriel wond verband aanleggen.
De kans op botbreuken kunnen we zo klein mogelijk houden door:
Veiligheidsmaatregelen bij transport:
- paard goed beschermen
- veilige trailer
- rustige rijstijl
- deskundig laden en lossen
Veiligheidmaatregelen bij het rijden:- beenbescherming
- veilig springmateriaal
- verantwoorde trainingopbouw
- bij vermoeidheid het paard niet meer laten springen
Veiligheidmaatregelen in en om de stal:- veilige omheining
- stroeve vloeren
- veilige stalwanden en staldeuren.
Wonden
Je hebt gesloten en open wonden.
Men spreekt van een gesloten wond als er onderhuids wel iets beschadigd is maar de huid wel intakt is.
Vb.
- peesverscheuring (peesruptuur)
- verstuiking (distorsie)
- ontwrichting (luxatie)
- gesloten botbreuk (fractuur)
- bloeduitstorting (hematoom)
- inwendige bloeding
Deze wonden noemt met steriele wonden omdat er geen vuil of bacteriën bij kunnen komen.
Bij open wonden is de huid altijd kappot.
Vb.
- bijwonden
- steekwonden
- snijwonden
- scheurwonden
- schaafwonden
Omdat de huid kappot is kunnen er makkelijk vuil en bacteriën bij komen met een wondinfectie als gevolg.
Er is 1 wond waar bijna geen infectie ontstaat dit zijn de wonden die ontstaan bij een operatie.
Er zijn 2 soorten wondgenezing namelijk priman (wanneer de wond gehecht is) en secundam (wanneer de wond uit zichzelf dicht groeit)
De priman wondgenezing is bijna altijd netjes en haast zonder litteken, wanneer een wond secundam geneest ontstaat er bijna altijd een duidelijk litteken en soms wildvlees.
Gesloten wonden
Kneuzingen
Een kneuzing ontstaat door geweld van buiten af hierbij is de huid intact gebleven maar is er wel onderhuidse schade aan bloedvaatjes en bindweefsels, je kan de schade beperken doo te koelen. Hierdoor gaan de bloedvaatjes sneller dicht en zal er minder zwelling en pijn ontstaan.
Bloeduitstorting (hematoom)
Een bloeduitstorting komt het meest voor in de borst en broekspieren na bv. een trap van een ander paard. Het is een opeenhoping van bloed. Kleine hematomen genezen vanzelf grote kunnen na 14 dgn door de dierenarts worden geopend. In het begin is de bloeduitstorting pijnlijk daarna niet meer.
Inwendige bloeding
Is 1 van de ernstigste gesloten wonden en wordt vaak te laat ondekt. Het bloed stroomt in de buik of borst holte en vaak sterft het paard in shock. Een paard in shock wordt slap en wankelt de ademhaling en pols is verhoogd en de crt verlegd.
Open wonden
Algemene wond behandeling en wond hygiëne
Bij open wonden zijn altijd bloedvaten beschadigd. Bij grote bloedingen kan met boven de wond een knevel verband aan leggen welke niet langer dat 30min op de zelfde plaats mag blijven zitten.
Beperken van wondverontreiniging.
- Voorkom contact tussen de wond en vuile dingen.
- Losliggende vreemde voorwerpen in de wond kan met uitspoelen met veel schoon water.
- Dek de wond af met steriele gazen.
- Breng geen ontsmetting middelen aan wanneer de wond nog niet gehecht is.
Bijtwonden
Bijtwonden kunnen ontstaat door paarden onderling of door honden. En is een combinatie van een snij-, scheur en kneuswond. De wond randen zijn meestal rafelig en zitten vol met bacteriën van het speeksel van de dader.
Steekwonden
Steekwonden worden veroorzaakt door scherpe puntige voorwerpen die het lichaam binnen dringen. Vaak is het voorwerp nog aanwezig wanneer je het paard aan treft.
Wordt de wond groter bij verwijdering van het voorwerp laat het dan zitten tot de da er is.
Wordt de wond groter als het voorwerp blijft zitten haal het er dan uit maar onthoud de plaats, richten en diepte van de wond. Bewaar het voorwerp! Desinfecteer de insteekopening met Betadine en dek de wond af met een verband.
Scheurwonden
Wondranden zijn meestal rafelig. Scheur wonden ontstaat meestal als het paard bv. in prikkeldraad is blijven hangen.
De wondbehandeling bestaat uit:
- Wondinspectie.
- Algemene wond verzorging.
- Ernstige bloeding stelpen.
- Verdere vervuiling voorkomen.
- Grote wonden afdekken met steriel verband.
- Dierenarts raadplegen voor verdere behandeling.
Snijwonden
Wordt veroorzaakt door een scherp voorwerp dat loodrecht op de huid inwerkt. De wond randen zijn glad. De wondbehandeling is het zelfde als bij scheurwonden.
Schaafwonden
Alleen de opperhuid is beschadigd.
De wondbehandeling bestaat uit:
- Vuil en losse haren verwijderen.
- Schoonmaken van de wond, door met veel water af te spoelen.
- Desinfecteren van de wond met Betadine.
Brandwonden- Koelen met een zachte straal koud water min 10 min.
- Bij grote brandwonden de wond bedekken met schone natte dekens of lakens en deze constant nat houden.
- Dierenarts waarschuwen.
Eerste hulp bij oogwonden
Spoedgeval
Het oog altijd nat houden met fysiologische zoutoplossing, gekookt afgekoeld water of desnoods kraanwater of melk. Met een natte prop op de oogbol houden.
Eerste hulpmaatregelen bij wonden aan gewrichten en peesschede.
Wanneer er licht gelige vloeistof uitloopt zal het paard naar een kliniek moeten dit is namelijk de gewrichtvloeistof synovia en er zal dus veel schade zijn. Spoedgeval!
Niet afspoelen!
Eerste hulpmaatregelen bij ‘onschuldige’ wondjes
Met veel water schoonmaken en met betadinescrub uitwassen.
Eerste hulp bij een afgebroken tand
Dierenarts bellen.
Tetanus
Algemene indruk:
- angstige gezichtsuitdrukking
- verkrampte lichaamshouding
- verstijving van de oren, staart en hals
- liggende dieren maaien met stijve benen
- 3e ooglid is zichtbaar
- vaak kwijlen
Pols >40-60 slagen/min.
Spoed geval
Waarschuw onmiddellijk een dierenarts.
Blijf in de buurt van het dier uiterst rustig.
Plaats het dier (indien mogelijk) in een donkere stal omdat ook licht te prikkelend is.
Vaccinatie!!! Basis vaccinatie is 2 inentingen met 6-8 weken tussen tijd daarna elke 4 jaar herhalen. Veulen kan vanaf 20 weken zelf worden geënt.
Bloedvergiftiging (lymfaginitis, Einschuss)
Is een ontsteking van de lymfevaten na aanleiding van een wondinfectie aan het been of mok. Het ontstekingsvocht kan niet worden afgevoerd dus word het been dik. Zonder medicijn blijft het been dik ‘olifantsbeen’. Heeft het paard een keer aan bloedvergiftiging geleden blijft het hier gevoelig voor.
Waarschuw een dierenarts, ondertussen laat het dier beweging en spoel het been een aantal keer per dag 10 min af.
Ontstaat door verwaarlozing van kleine wondjes.
HUIDAANDOENINGEN
Allergische reacties
Is, een heftige reactie op bv.
- stoffen in de voeding
- stoffen waarmee de huid in aanraking komt
- medicijnen
- insectenbeten of steken
Ontelbare blaasjes of zwellingen over de hele huid. Binnen enkele uren verdwijnen deze vanzelf weer.
- bescherm het dier tegen fel zonlicht
- koel het dier; maar smeer geen middeltjes op de huid
- let op overige ziekteverschijnselen zijn die er waarschuw dan een da.
Schimmelinfectie (ringworm/ringschurft)
Vaak jonge paarden of dieren met verminderde weerstand
Aanvankelijk bultjes, later rond, kale, schilferige plekjes op de huid.
Was het paard met anti-schimmel middel 3 keer met tussenpozen van 3-5 dagen. Desinfecteer alle dingen die met het paard in contact zijn geweest.
- gebruik bij ieder paard eigen poetsspullen, dekens, sjabrakken enz.
- zorg voor optimale hygiëne in en om de stal
- vaccineren is mogelijk; raadpleeg je da.
Schimmels jeuken niet maar zijn wel erg besmettelijk. Geïnfecteerde paarden mogen niet deelnemen aan wedstrijden. Elke behandeling kan het beeld vertroebelen waardoor een goede diagnose bemoeilijk wordt.
Mok
Factoren:
- vochtige warmte
- zonnebrand
- haarzakontstekingen
- mijten en schimmels
Indien onjuiste behandeling kan bloedvergiftiging ontstaan.
- maak de kootholte 1 keer schoon met lauw water en een ph-neutrale zeep en breng daarna mokzalf aan
- bij mijten of schimmels specifieke medicijnen
- optimale hygiëne en droge ondergrond
- schakel een dierenarts in als de genezing te lang duurt of de mok te ernstig is.
Insectenbeten en steken
- vooral in bos- en waterrijke gebieden
- jeukende bulten of zwellingen op de huis, onrustig dier
Bescherm het paard tegen beten door het in een donkere koele ruimte te zetten of een vliegendeken en kapje om te doen.
Voorkomen: - het paard rond zonsop en ondergang binnen zetten. Behandel de stal met
insecten werend middel.
- vliegen dekens en vliegen kapjes om doen.
- Insectensprays
Zonnebrand
- vooral paarden met witte aftekeningen
- zonnige dagen
- blaasjes, rood verkleurde huiddelen, uitvloeiing en korsten.
- breng het paard in de schaduw
- specifieke zalf
Voorkomen: - bied in de weide altijd beschutting tegen zonlicht.
- laat de gevoelige paarden op de heetste en zonnigste delen van de dag liever binnen.
- Breng uit voorzorg zonnebrandolie of crème met de hoogste beschermingsfactor aan op de gevoelige plaatsen.
- Gebruik een zonnewerend neuskapje.
OVERIGE AANDOENINGEN
Acute maanblindheid (periodieke oogontsteking)
Is een regelmatig terugkerende oogontsteking veroorzaakt door leptospieren. Deze organismen komen vooral veel voor in de buurt van ratten en muizen. Het oog is pijnlijk, lichtgevoelig en gezwollen. Bij elke aanval beschadigt het oog verder waardoor het dier uiteindelijk blind wordt. Naar schatting lijdt wereldwijd 8-20% van de paarden aan deze ziekte.
- tranend oog
- zwelling rondom oog
- oogleden gedeeltelijk dicht
- rood hoornvlies ipv wit
- later melkachtige vertroebeling in het oog.
Plaats het paard in een donkere ruimte om verdere irritatie van het oog te beperken.
Dek het oog eventueel af.
Maanblindheid is te behandelen met medicijnen. Hoe sneller de da in kan grijpen, des te beter zijn de kansen op herstel.
In gespecialiseerde klinieken kan een paard hieraan geopereerd worden.
Vergiftiging
De belangrijkste is de opname van giftige planten met name taxus en jacobskruiskruid.
Onrust, sterk zweten, krampen, onzekere gang, diarree, soms bloederige mest, bloesneus, ademnood, versnelde pols.
Waarschuw een dierenarts ondertussen: - plaats het paard uit voorzorg in een stal met zachte
ondergrond.
- geef alleen water
- bedenk of het dier toegang tot giftige struiken of
gewassen heeft gehad zo ja welke dat zijn geweest.
- bescherm onmiddellijk andere paarden