Samenvatting EHBO paard.

Moderators: Neonlight, C_arola, Firelight, Sica, Dyonne, NadjaNadja, balance, Essie73

Toevoegen aan eigen berichten
 
 
Romy18
Berichten: 1054
Geregistreerd: 08-12-05
Woonplaats: Mol belgie

Samenvatting EHBO paard.

Link naar dit bericht Geplaatst door de TopicStarter : 19-02-07 18:04

Hoi hoi iedereen

Ik heb laatst examen EHBO paard van het KNHS gedaan en ben hiervoor geslaagd. Als voorbereiding heb ik een hele samenvatting gemaakt van dat boek.

Deel 1 lichaamsbouw en lichaamsfunctie's.
Deel 2 Het lichamelijk onderzoek.
Deel 3 Aandoeningen. (ademhalingsapparaat, circulatie apparaat, spijsverterings apparaat, bewegingsapparaat, wonden, huidaandoeningen, overige aandoeningen)
Deel 4 Verbandleer en toediening medicijnen
Deel 5 Calamiteiten

Romy18
Berichten: 1054
Geregistreerd: 08-12-05
Woonplaats: Mol belgie

Re: Iemand intresse in een samenvatting EHBO paard?

Link naar dit bericht Geplaatst door de TopicStarter : 19-02-07 18:36

Ik zal hem kopieren en plakken en dan rechtstreeks hier weg zetten! geen idee of het mag; zo niet moet een modje me maar even aanspreken! (er staan hier en daar wat typfouten in maar daar moet je je maar zo min mogelijk aan storen)

DEEL 1 LICHAAMSBOUW EN LICHAAMSFUNCTIES

Het skelet geeft het lichaam stevigheid, steun en maakt aanhechting van pezen en spieren mogelijk.
Gewrichten maken met behoud van stevigheid beweging mogelijk.
Het gewricht bestaat uit: Kraakbeen
Gewrichtsvloeistof (synovia)
Gewrichtskapsel
Gewrichtsbanden
Een paard heeft 18 paar ribben.
Spieren en pezen voeren bewegingen uit.

Het voorbeen van een paard bestaat van boven naar onder uit: Schouderblad, Boeggewricht, Bovenarm, Ellebooggewricht, Onderarm (spaakbeen en ellepijp), Haakbeentje, Voorknie, Kniegewricht, Pijpbeen met Griffelbeentjes, Kootgewricht met sesambeentje, Kootbeen, Kroongewricht, Kroonbeen, Hoefgewricht, Hoefbeen en Straalbeen.

Het achterbeen van een paard bestaat van boven naar onder uit: Darmbeen, heupgewricht, zitbeen knobbel, dijbeen, kniegewricht, knieschijf, kuitbeen en scheenbeen, hielbeen, spronggewricht, sprong.

Spieren bestaan uit bundels en spiervezels en gaan over in een pees welke zich vast hecht aan het bot.
De pezen in het onderbeen: Strekpees, Tussenpees, Diepe buigpees, Oppervlakkige buigpees.

Spanzaagmechanisme:
De achterbenen kunnen om beurten mechanische worden ‘opgehangen’ of vastgezet om het lichaamsgewicht met minimale spierinspanning te dragen. Door de voorste dijbeenspier (musculus quadriceps) aan te spannen kan de knieschijf achter een kam op het dijbeen worden vastgehaakt.

Hoefmechanisme:

Bij het neerzetten wordt de hoef naar beneden gedrukt. De ballen en het straalkussen worden ingedrukt en platter en de verzenenwanden worden naar buiten gedrukt. De hoef wordt hierdoor in het achterste gedeelte wijder. Bij het optillen neemt de hoef zijn oorspronkelijke vorm weer aan.
Het hoefmechanisme werkt als een zuig-perspomp voor de bloedvoorziening in de hoef.

Ademhalingsstelsel.
Het slijmvlies aan de binnenkant van de neus heeft 3 functies: reinigen, bevochtigen en het verwarmen van de binnenkomende lucht.

Een paard kan uitsluitend door de neus ademhalen.

De luchtpijp is opgebouwd uit kraakbeen ringen, waardoor deze open blijft.

Kort voor de longen splitst zich de luchtpijp in 2 takken; de hoofdbronchiën.

Ieder longgedeelte bestaat uit een klein voorste gedeelte en een groot achterste gedeelte; de longkwabben. Het voorste gedeelte van de linker long is kleiner dan dat van de rechter long, omdat het hart op die plek ruimte inneemt. De rechter long is dus iets groter en zwaarder dan de linker long.

In de longen vertakken de hoofdbronchiën zich steeds verder. De kleinste vertakking heten bronchiolen. Deze bronchiolen monden uit in longblaasjes; de alveolen.

De ingeademde zuurstof wordt door het bloed opgenomen. Koolzuurgas wordt door het bloed adgegeven en via de longblaasjes, bronchiolen, bronchiën en luchtpijp weer uitgeademd.

In rust ademt een paard 8-14 keer per minuut met een volume van 80 liter per minuut.
Bij inspanning kan dit oplopen tot 130 keer per minuut. En kan de zuurstof opname stijgen tot 35 keer de rustwaarde.

Hart en bloedvaten.

Bloedvaten worden naar functie ingedeeld in 3 soorten:
Slagaders:in slagaders stroomt het bloed, dat direct uit het hart komt. De grootste slagader is de aorta of lichaamsslagader.
Aders: In aders stroomt het bloed naar het hart toe. De belangrijke aders is de halsader.
Haarvaten: In haarvaten vindt de uitwisseling van voedings- en afvalstoffen met andere weefsels plaats.

In de kleine bloedsomloop transporteert dus de longslagader zuurstofarm bloed van het hart naar de longen, en de longader laat het zuurstofrijke bloed naar het hart terugstromen.

In rust heeft een volwassen paard een hartslag van 28-40 slagen per minuut waarbij elke slag 0,85 liter rond pompt. Bij inspanning kan de hartslag oplopen tot 220 slagen per minuut en pompt het hart 1,5 liter rond.

Het lymfestelsel
Het lymfestelsel neemt overtollig vocht, de lymfe op. Dit vocht lekt uit de haarvaten. Hiermee verzamelt het lymfestelsel ook afval zoals eiwitten, bacteriën en vetten. Op een aantal plaatsen in het lichaam komen lymfevaten bij elkaar in lymfeklieren. Hier wordt het afval gefilterd en de bacteriën onschadelijk gemaakt. De lymfe, die de klier weer verlaat, bevat afweerstoffen. Deze moeten de vreemde stoffen in het bloed onschadelijk maken. De gereinigde lymfe vloeit daarom weer terug in de bloedvaten. De lymfeklieren zitten tussen de kaaktakken en aan de achterkant van de kaakboog.

Het gebit
In de onder en bovenkaak staan links en rechts drie snijtanden; een binnenste, een middelste en een buitenste. De snijtanden wisselen in de eerste 5 levensjaren.

Van mond tot mest
Mond, slokdarm, maag (5-15liter), dunne darm (25m), blinde darm (35 liter), grote karteldarm (80 liter), endeldarm, rectum.


Zenuwstelsel

Het zenuwstelsel bestaat uit 3 onderdelen: het centrale zenuwstelsel (de hersenen), het perifere zenuwstelsel (het ruggenmerg) en de reflexen.

Er zijn zenuwen die onder invloed van onze wil staan, bijvoorbeeld zenuwen die naar de skeletspieren lopen. Deze zenuwen noemen we willekeurig. Er zijn andere zenuwen waar we geen invloed op uit kunnen oefenen, bijvoorbeeld zenuwen van het maag-darmstelsel. Deze noemen we autonoom of onwillekeurig.

De aangezichtzenuw (nervus fascialis) en de zenuw over het schouderblad (nercus suprascaluparis) lopen net onder de huid en kunnen bij een ongeval of een langdurig liggend paard gemakkelijk worden beschadigd.

Zintuigen

Het paard heeft verschillende zintuigen namelijk: het gevoel, het evenwicht, de smaak, het gehoor, de reuk en het gezicht.

Romy18
Berichten: 1054
Geregistreerd: 08-12-05
Woonplaats: Mol belgie

Re: Iemand intresse in een samenvatting EHBO paard?

Link naar dit bericht Geplaatst door de TopicStarter : 19-02-07 18:38

DEEL 2 HET LICHAMELIJK ONDERZOEK

Signalement


1. diersoort
2. ras
3. geslacht
4. leeftijd
5. kleur, aftekeningen en bijzondere kenmerken.

Onder bijzondere kenmerken vallen littekens, brandmerken, chip nr. en andere in het oog springende eigenschappen.

Ziektegeschiedenis/ anamnese


1. Aard van de klacht Wat is er aan de hand?
2. Duur van de klacht Wanneer is het begonnen? Herhaling?
3. Verloop van de klacht Word het erger?
4. Behandeling en resultaat Is er al iets aan gedaan?
5. Andere klachten Meer problemen?
6. Algemene toestand Wanner heeft het paard gegeten, gedronken, gemest en geürineerd?
7. Huisvesting en verzorging Hoe ziet de stal eruit, voer, ingeënt, ontwormd, gebit, bekapt, gereden?
8. Vergelijkbare klachten bij stalgenoten Een hele stal ziek?

Algemene indruk

1. Gedrag
2. Houding en gang
3. Voedingstoestand
4. Bespiering
5. Verzorgingstoestand (vacht en hoeven)
6. Wonden, bloedingen, zwellingen

Body Condition score (BCS) is een uitgebreide methode om aan te geven of een paard te dun, normaal of te dik is. Deze score gaat van 1 tot 6 waarbij 1 zeer mager is 4 normaal en 6 zeer dik. Hierbij kijk je naar de hals, de rug en ribben en het bekken.

Algemeen onderzoek

1. Ademhaling


Normale ademhaling is 8 tot 14 per minuut. Er zijn 4 type ademhalingen: normale ademhaling, borstademhaling (afwijkend), buikademhaling (afwijkend), oppervlakkige ademhaling (afwijkend) De ademhaling kan men het best opnemen door schuin achter het paard te gaan staan en zo te tellen.

2. Pols

Normale pols in rust is 28-40 slagen per minuut. Bij een goed getraind paard moet de hartslag een half uur na arbeid weer op 64 slagen per minuut zitten. Een regelmatige hartslag is goed. Soms kan een hartslag onregelmatig zijn, dit hoeft niet altijd een probleem te zijn maar moet wel gemeld worden aan dierenarts en ruiter.
De hartslag is op 2 manieren op te nemen: met je vingertoppen de kaakslagader voelen, met een fonendoscoop naar de harttonen luisteren.

3. Temperatuur

Normale temperatuur in rust is 37,5-38,2 C bij een temp tussen de 38,2 en 38,5 C spreekt men van verhoging en bij een temp boven de 38,5C spreekt men van koorts. Bij inspanning kan de temperatuur oplopen naar 42C.

4. Slijmvliezen

Bij het bekijken van de slijmvliezen let je op de kleur, vochtigheid, bloedingen, beschadigingen en de CRT.

5. Lymfeklieren

Bij een gezond paard zijn de lymfeklieren amper te voelen, zijn deze wel goed te voelen zit er waarschijnlijk een infectie.




6. Turgor


Men neemt een huid plooi in de hals of boven het oog en trekt deze even omhoog. Bij een gezond paard met een goede vochtbalans moet deze binnen 1 sec weer weggetrokken zijn.

Aanvullend onderzoek


1. Ademhalingsapparaat


Wanneer? Bij plotselinge benauwdheid, afwijkend ademtype, geluid bij ademhalen, hoesten, pus of bloed uit 1 of beide neusgaten, onverklaarbaar minder presteren.
Hoe? Ziet het hoofd en de neus er symmetrisch en onbeschadigd uit?
Is er neusuitvloeiing? (kleur, geur, 2-zijdig etc?)
Hoe ziet de borstkast eruit? (symmetrisch, bulten?)
Is er longgeruis hoorbaar en zo niet: waar niet?
Altijd een dierenarts waarschuwen!!

2. Circulatieapparaat

Wanneer? Hoge of onregelmatige frequentie, vochtophoping, bijgeluiden of hartruis, plotselinge benauwdheid, onverklaarbaar minder presteren.
Hoe? Controleer of de halsader zichtbaar is (normaal niet) Kijk of er vochtophopingen te zien of te voelen zijn (normaal niet) Beluister het hart.
Altijd een dierenarts waarschuwen!!

3. Spijsverteringsapparaat

Wanneer? Koliek verschijnselen van minder erg naar erg: niet willen eten of traag eten, omkijken naar de buik, gestrekt staan, krabben met de voorbenen, slaan naar de buik, zwiepen met de staart, flemen, blijven liggen terwijl andere paarden bezig zijn, opstaan-liggen-opstaan-liggen, zweten, vaak proberen te mesten, proberen te urineren, liggen en rollen, continu onrustig gedrag, zich op de grond laten vallen, kreunen en steunen.
Een hoge pols in combinatie met koliek verschijnselen wijst op ernstige koliek.
Hoe? Temperatuur van de onderbenen en oren zijn deze koud wijst dat op een slechte doorbloeding.
Darmgeluiden zijn er geen darmgeluiden wijst dit op een ernstig probleem. (linker flank = karteldarm en dunnedarm. Rechter flank = blinde darm)
Denk bij koliek van de hengst ook aan een zakbreuk.
Denk bij een dragende merrie ook aan mogelijke problemen met de dracht.
Altijd de dierenarts waarschuwen!! Ziekte geschiedenis, algemene indruk, algemeen onderzoek doorgeven.

4. Bewegingsapparaat

Of en hoe je het dier onderzoekt ligt aan de situatie:
Het paard is kreupel en verbeterd bij beweging.
Verplaats het paard naar een rustige plek zonder toeschouwers.
Het paard is kreupel en het verergert bij iedere pas die het loopt.
Voer terplekke een aanvullend onderzoek in rust uit. Of verplaats het dier per trailer.

Het paard staat op 3 benen en kan niet lopen.
Voer terplekke een aanvullend onderzoek in rust uit. Of verplaats het dier per trailer.
Het paard staat op 3 benen en vertoont duidelijk zichtbare abnormale beweeglijkheid van een been of een deel ervan.
Voer terplekke een aanvullend onderzoek in rust uit. Leg een immobiliserende verband/noodspalk aan en laat de dierenarts beslissen over vervoer van het dier.
Het paard ligt.
Staat het paard zelf weer op volg dan bovenstaande aanwijzingen. Als het blijft liggen wacht je op de dierenarts.

Hoe?
Onderzoek in beweging:
• Welk been is het aangetaste been?
1. In een rechte lijn van je af laten stappen en draven om de regelmaat te beoordelen.
2. In een rechte lijn naar je toe laten stappen en draven om de voorbenen te beoordelen.
3. In een rechte lijn van je af laten draven om de achterbenen te beoordelen.
• Om welk type kreupelheid gaat het?
1. Belastingskreupelheid neemt toe als het aangetaste been op de volte het binnenbeen is. De belasting van het binnenbeen is groter als dat van het buitenbeen.
2. Bewegingskreupelheid neemt toe als het aangetaste been op de volte het buitenbeen is. Dan moet het been een grotere beweging maken.
3. Belastingskreupelheid valt op de harde ondergrond meer op.
4. Belastingkreupelheid zit meestal in de hoef of het onderbeen en komt vooral voor in het voorbeen.
5. Bewegingskreupelheid zit meestal hogerop in het been en komt vooral voor in het achterbeen.

Onderzoek in rust:

Waar zit precies het probleem in het been?
• Inspectie
• Palpatie (voelen)
• Percussie (kloppen)
• Visitatie (knijpen)

Romy18
Berichten: 1054
Geregistreerd: 08-12-05
Woonplaats: Mol belgie

Re: Iemand intresse in een samenvatting EHBO paard?

Link naar dit bericht Geplaatst door de TopicStarter : 19-02-07 18:46

DEEL 3 AANDOENINGEN

Virussen

Een virus is een piepkleine ziekte verwekker die zich verspreid door rechtstreeks contact tussen 2 dieren of via waterdruppeltjes, mensen of andere dieren. Het virus dringt het lichaam binnen en nestelt zich in een lichaamscel waar het zich vermeerderd. Tegen virussen worden antistoffen aangemaakt die nog een tijd in het lichaam blijven waardoor het paard immuun word tegen het virus. Antibiotica werken niet tegen virussen maar tegen een aantal virussen kan het paard wel geënt worden.

Bacteriën

Een bacterie is een stuk groter als een virus en kan lange tijd buiten het lichaam leven en word vaak dmv. de mens of gereedschappen over gebracht. Vooral in vochtige omgeving vermeerdert een bacterie snel. Het lichaam reageert op een bacteriële infectie door koorts hierdoor word de leefomgeving voor de bacterie minder goed. Vervolgens sterft de bacterie af omdat het omsloten word door antilichamen en afweercellen, dit resulteert in pus. Bacteriën worden bestreden dmv. antibiotica en tegen bacteriën als tetanus en droes bestaan er entstoffen. Verzwakte dieren zijn vatbaarder voor bacteriële infecties bijvoorbeeld net na een virusinfectie dit wordt dan een secundaire bacteriële infectie genoemd.

Schimmels
Sommige schimmelsoorten veroorzaken huidaandoeningen bij het paard deze zijn zeer besmettelijk door rechtstreeks contact maar ook dmv borstels, dekens etc. Schimmels vermeerderen zich door sporen voornamelijk in een vochtige omgeving. Pas bij een verminderde weerstand komt de schimmel tot uiting als kale schilferige plekken. Deze huidaandoening kan worden bestreden door een schimmeldodend middel te gebruiken. Met goed hygiëne kunnen besmettingen grotendeels vermeden worden. Sinds kort kunnen paarden ook tegen bepaalde schimmels geënt worden.

Parasieten

Wormen, horzels en mijten zijn veel voorkomende parasieten bij het paard.

Wormen
Bijna alle paarden zijn besmet met wormen maar bij grote aantallen wormen kunnen deze schade aanrichten.
Kringloop: wormen leggen duizenden eieren die met de mest mee naar buiten komen, na enkele dagen komen er larven uit deze worden tijdens het grazen opgenomen in het lichaam. In het lichaam leggen deze larven een weg af naar de darmwand waar ze uitgroeien tot volwassen wormen deze leggen weer eieren en de kringloop is rond.



Wormbestrijding
1. Buiten het paard
• Mest binnen 3 dagen verwijderen uit de wei.
• De mest niet door de wei slepen hierdoor worden de larven juist verspreid.
• Wisselbeweiding met herkauwers.
• Omweiden
2. Binnen het paard
• Verschillende werkzame stiffen gebruiken
• Voldoende doseren
• Een mest onderzoek laten uitvoeren en gespecialiseerd ontworden
• Nieuwe paarden eerst ontwormen en vervolgens 48u apart van de groep houden.

Verschillende soorten wormen zijn:
• Grote strongyliden
• Kleine strongyliden
• Aarsmade
• Veulenworm
• Spoelworm
• Lintworm
• Longworm (word door ezels overgebracht)

Paardenhorzels
De paardenhorzel is een vlieg deze legt in het najaar eitjes op de benen van het paard deze likt deze op vervolgens komen de eitjes in de mond waar ze zicht ontpoppen in larven deze komen in de maag terecht waar ze een half jaar verblijven en veel schade aanrichten. Tenslotte verlaten zij met de mest het lichaam en ontpoppen zich tot vliegen.

Mijten
Mijten zijn uitwendige parasieten die zich nestelen in de vacht waar ze jeuk en irritatie veroorzaken. Mijten vermeerderen zich door eitjes te leggen. Mijten verspreiden zich door rechtstreeks contact en door dekens borstels etc. Mijten veroorzaken schurft en spelen ook een rol in mok. Mijten kunnen worden behandeld door mijtdodende middelen.

AANDOENINGEN VAN HET ADEMHALINGSAPPARAAT.

Voorzorgsmaatregelen
• Laat het paard zoveel mogelijk in de frisse lucht verblijven liefst 24/7 met een schuilstal.
• Zorg voor open stallen.
• Mest de stal dagelijks grondig uit
• Haal het paard voor het mesten uit de stal.
• Laat het stof na het mesten eerst zakken voor je het paard terug zet.
• Gebruik bij voorkeur stro van goede kwaliteit zonder stof en schimmelplekken.
• Geef alleen stof en schimmel vrij ruwvoer en slag geen stro of hooi boven de paarden stal op.



Luchtwegontsteking

Bij een ontsteking van de neus en neusgang: Rhinitis
Bij een ontsteking van het keelgebied: Laryngitis of Pharyngitis.
Bij een ontsteking van de luchtpijp: Tracheïtis
Bij een ontsteking van de grote bronchiën: Bronchitis.
Bij een ontsteking van de kleine bronchiën: Bronchiolitis.
Primair worden luchtwegontstekingen veroorzaakt door virussen. Secundair kan een bacteriële infectie optreden.

Symptomen: sloom, koorts, hoesten, verhoogde pols en ademhalingsfrequentie, rood gekleurde slijmvliezen, licht gezwollen lymfeklieren en neusuitvloeiing.


Influenza

Is: Virusinfectie van de voorste luchtwegen.
Anamnese: Algemeen ziek, eet minder, hoest.
Algemene indruk: Algemeen ziek, neusuitvloeiing, soms dikke benen.
Algemeen onderzoek: Pols hoog, hoge koorts tot 41C, slijmvliezen roos, lymfeklieren vergroot.
Aanvullend onderzoek: bijgeluiden in de longen.
Overig: Eerst droge pijnlijke hoest, later natte hoest door loslatend slijm

Rhinopneumonie


Wordt verspreid door direct contact tussen dieren, via dragers of mensen.
Is: Virusinfectie veroorzaakt voor het herpes virus met 3 vormen.
Verkoudheidsvorm

Vooral bij jonge dieren.
Koorts, hoesten, neusuitvloeiing en soms dikke benen.
Onschuldig, genezen vrij vlot.
Enkele weken rust geven, zorgen voor een stofvrije omgeving.

Abortus vorm

Te vroeg geboren veulens die als nog sterven, dood geboren veulens.
Geen hulp voor het veulen, de merrie is niet ziek.
Merrie isoleren, de dode vrucht en nageboorte goed verpakken en opsturen oor nader onderzoek, kleding en schoeisel ontsmetten.

Neurologische vorm (verlammingsvorm)

Ataxie.
Slappe staart en kunnen de achterhand niet meer goed bewegen. Soms is ook de voorhand aangetast.
Deze paarden hebben een intensieve behandeling nodig.
Ondersteunen, elke 2-4u draaien.

Voorkomen:
Bij de verkoudheidsvorm en de abortusvorm kan er geënt worden deze enting geeft bescherming maar niet 100%. Deze enting heeft geen effect bij de verlammingsvorm.

Droes

Is Zeer besmettelijke bacteriële infectie veroorzaakt door Streptococcus-equi.
Ziekteverkoop Keelpijn staat met de hals naar voren gestrekt > Hoge koorts tot 41C > Lymfeklieren raken ontstoken en breken uiteindelijk naar buiten toe door > Herstelfase
Signalement: vaak jonger dan 4 of ouder dan 15
Anamnese: afhankelijk van de fase, vaak hebben stalgenoten vergelijkbare klachten.
Algemene indruk: slap, ziek, gestrekte hals, pusachtige neusuitvloeiing.
Algemeen onderzoek: koorts tot 41C, kaak en keellymfeklieren gezwollen, abcesvorming in de lymfeklieren.
Heeft het paard eenmaal droes moet het gewoon uitzieken, zorg voor voldoende frisse lucht en dat het paard warm blijft. De rijping van abcessen kan worden versneld door trekzalf te smeren; eerst de haren verwijderen.
Droes is zeer besmettelijk, het paard moet geïsoleerd worden en er moeten zeer strenge hygiënische maatregelen getroffen worden.

Dampigheid COPD

Is Een chronische ontsteking van de diepere luchtwegen die kan lijden tot longemfyseem welke ongeneselijk is.
Anamnese: hoest, kort en droog, verminderde prestaties
Algemene indruk: sloom
Algemeen onderzoek: buikademhaling met duidelijk zichtbare dampigheidsgroeve soms met beweging van de anus.
Aanvullend onderzoek: Het longveld is naar achteren vergroot, in erge gevallen tot aan de 18e rib.
• Zo veel mogelijke frisse lucht
• Een stofvrije omgeving
• Geen stro opslag in de buurt eventueel andere stalbedekking.
• Voer natgemaakt hooi of voordroogkuil.
Voorkomen: Het paard zo min mogelijk blootstellen aan irriterende prikkels en veel frisse lucht geven.

Cornage
Is: Verlamming van meestal de linkerstemband, welke veroorzaakt word door erfelijke aanleg of na een ontsteking.
Operatie is mogelijk maar in Nederland niet toegestaan tenzij het medisch noodzakelijk is.
Signalement: komt vaker voor bij hengsten of ruinen en dieren boven de 1.70m
Overig: Fluitend geluid bij het inademen tijdens inspanning.
• Niet fokken met paarden die lijden aan cornage
• Keelontsteking deskundig laten behandelen.

Neusbloeding
Is: Een bloeding uit 1 of beide neusgaten: bij een verwonding in de neus meestal 1 neusgat, bij een verwonding in de longen meestal 2 neusgaten.

Waarschuw een dierenarts als:
• De bloeding hevig is.
• De bloeding herhaaldelijkoptreedt.
• Een lichte bloeding niet binnen 10-15min stopt.
Eerste hulp:
• Kalmeer de patiënt.
• Houd een coolpack of koele natte handdoek tegen de neusrug op het hoofd.
• NOOIT EEN NEUSBLOEDING TAMPONNEREN.

Longbloeding

Is: Een bloeding van de longen veroorzaakt door zware inspanning of een val of aanvaring met een hindernis.
Signalement: Sportpaarden, vooral volbloed paarden.
Anamnese: slap paard, moeite met ademhaling
Algemene indruk: Soms neusbloeding en dan meestal uit beide neusgaten, lichtrood en schuimend
Algemeen onderzoek: snelle ademhaling ook na rustpauze in ernstige gevallen bleke tot blauw rode slijm vliezen.
Aanvullend onderzoek: Bij een uitgebreide longbloeding is geen longgeruis hoorbaar in het onderste gedeelte van de longen.
Waarschuw een dierenarts en kalmeer het paard.
Te zware inspanning voorkomen.

AANDOENINGEN VAN HET CIRCULATIEAPPARAAT; HART EN BLOEDVATEN

Hart- en vaataandoeningen/ hartfalen


Is: Er zijn aandoeningen van de hartspier en van de hartkleppen. Ook vaatziekten kunnen hartproblemen veroorzaken.

Hartkleppen:
Wanneer de hartkleppen ontstoken zijn sluiten de hartkleppen niet meer zo goed en kan het bloed terug stromen en ontstaat er een storing in de bloedsomloop. Door zo’n ontsteking kunnen teven vernauwingen optreden, deze vernauwingen zijn te horen aan hartgruis.
Hartspier:
Oorzaken:
• Overmatige inspanning
• Een ziekte in andere organen (long, lever- of nierziekten)
• Een infectieziekte
• Vergiftiging
Bij een hartspier aandoening is de frequentie hoog en de hartslag onregelmatig. Dit kan tot een plotselinge dood lijden bij sportpaarden.
Vaataandoeningen:
Worden vaak veroorzaakt door wormbesmetting, hierdoor wordt de bloedsomloop naar darmgedeelten belemmerd of afgesloten met mogelijk dodelijke koliek als gevolg.
Anemnese: sloom, geen werklust.
Algemene indruk: vochtophopingen onder de buik, onder de borst, aan de benen.
Algemeen onderzoek: overvulde grote aders (halsader) koorts, onregelmatige pols
Aanvullend onderzoek: bijgeruis, ritme stoornis
Dierenarts waarschuwen en rust geven.
Voorkomen:
• Neem signalen van vermoeidheid serieus
• Neem bij twijfel de temperatuur op
• Werk nooit met een paard met koorts
• Laat het paard bij infectieziektes door een deskundige behandelen
• Henteer een doeltreffend wormbestrijdingsprogramma

Hitteshock en uitputting

Is: Hitteshock is het gevolg van oververhitting van het lichaam indoen het door arbeid meer wordt verhit dan het koelsysteem van het lichaam kan verwerken.
Uitputting ontstaat door teveel vocht- en zoutverlies als gevolg van het koelproces bij aanhoudende arbeid.

Het koelsysteem dat word ingeschakeld als de temperatuur boven de 38,5C komt is echter storinggevoelig:
• Op warme dagen kan het zweet niet snel genoeg verdampen
• Tijdens het koelproces verliest het lichaam veel vocht en veel zout: bij middelzwaar werk 10-15L per uur, bij zware inspanning kan dit oplopen tot 40L per uur.
• Door zoutverlies ontbreekt het dorstgevoel bij het paard terwijl het dringend vocht zou moeten aanvullen
• Door te weinig vocht is er te weinig ‘koelvloeistof’; te weinig bloedvolume. Bij onvoldoende doorbloeding treedt eerder verzuring van de spieren op. Het paard kan dan oververhit raken. Dit kan tot hitteshock en uitputting leiden.
Anamnese: De patiënt stopt tijdens het werk, haalt met moeite de finish, heeft bij hitte te lang in een trailer moeten staan.
Algemene indruk: depressie of opwinding, de patiënt wil niet meer lopen, discoördinatie, lichte koliek verschijnselen, zweet niet of nauwelijks meer ondanks de hoge lichaamstemperatuur.
Algemeen onderzoek: afwijkend ademtype: oppervlakkig met een hoge frequentie, lichaamtemperatuur >40C, hoge/zwakke pols, paarse slijmvliezen, verlengde CRT, slechte turgor.
Overig: de patiënt vertoont verschijnselen van spierbevangenheid, collaps, stuiptrekking of is dood.
SNEL AFKOELEN!!!
Hoe sneller de normale temperatuur is bereikt hoe minder kans op blijvende schade.
• De beste manier om te koelen is het paard langs 2 kanten ongelimiteerd begieten met koud (4-10C) water. Liefst in de schaduw.
• Na 30 sec spoelen > 30 sec stappen > 30 sec spoelen etc.
• Biedt het paard max. 5L aan om te drinken.
• Herhaal deze stappen tot de lichaamstemperatuur is gedaan tot 38, 39 graden.
• Neem elke 3-5min de temperatuur op.
• Begin meteen met koelen
• Gebruik geen ice-packs
• Gebruik geen natte handdoeken
Na het koelen:
• Is da ademhaling < 30 slagen per minuut en de hartslag <55 slagen per minuut kan het paard gestald worden gras/hooi en onbeperkt water krijgen. Vervoer moet nog 24u wachten. Begint het paard meteen te eten en te drinken is er geen verdere behandeling nodig. Blijft wel alert op koliek en spierbevangenheid.
• Blijft de pols > 55 ondanks een normale temperatuur moet het paard behandeld worden voor uitputting: het moet vocht en zout toegediend krijgen. DIERENARTS!

Voorkomen:
• Laat het paard enkele uren voorafgaande aan een langdurige inspanning voldoende vocht met elektrolyten drinken.
• Pas de arbeid aan de weersomstandigheden aan.
• Stop tijdig met werken indien het paard veel zweet
• Koel een zwetend paard op bovenstaande manier
• Vul na inspanning met veel vocht en zout verlies door zweet het vocht en zout aan met elektrolyten.
• Leg zweetdekens nooit direct na inspanning op.
• Train eventueel met hartslagmeter.

AANDOENINGEN VAN HET SPIJSVERTERINGS APPARAAT.

Voorkomen:
• Geef een rantsoen dat voor 60% uit ruwvoer bestaat.
• Verdeel het voer over zoveel mogelijk porties, verspreid over de dag
• Geef het paard de gelegenheid continu te knabbelen aan stro of hooi
• Houd de periode tussen avond en ochtend voerbeurt zo kort mogelijk max. 8u
• Geef eerst ruwvoer dan krachtvoer
• Geef kleine portie krachtvoer max 2kg
• Geef geen voer dat opzwelt
• Geef geen hoekige stukjes
• Let op de kwaliteit voer.
• Wissel nooit plotseling van voer
• Geef vandaag het krachtvoer voor het werk van morgen.
• Pas op met sappig voorjaarsgras.
Beweging stimuleert de werking van de darmen. Zorg voor zoveel mogelijk vrije beweging. Zorg voor goede gebitsverzorging en wormbestrijding.

Slokdarmverstopping

Is: Als er voer in de slokdarm blijft steken.
Signalement: Komt bij alle dieren voor; voornamelijk bij gulzige eters.
Anamnese: Paard heeft kort geleden pulp, brokken of ander opzwellend voer gegeten.
Algemene indruk: Angstig; speeksel, schuim en voerdeeltjes komen uit de mond en neusgaten; het paard maakt kokhalzende geluiden en bewegingen.
Dierenarts waarschuwen ondertussen de slokdarm masseren en water klaar zetten.
Voorkomen: zorgen dat het paard niet gulzig kan eten> vaak kleine beetjes voeren.
Geen opzwellend voer geven (bietenpulp, grasbrok, gras uit de grasmaaier)
Geen stukjes appel of wortel geven.




Koliek
Is: Een verzamel naam voor buikpijn welke voort komen uit: maag en darmproblemen, problemen bij de dracht, zakbreuk. Onder maag en darmproblemen vallen, darmkrampen, verstopping en ontsteking, verlammingen en liggingsverandering, maagoverlading
Hoe sneller de toestand van het paard verslechterd des te ernstiger zal de oorzaak van de koliek zijn.
Symptomen van licht naar ernstig:
Niet willen eten of traag eten.
Omkijken naar de buik.
Gestrekt staan.
Krabben met de voorbenen.
Slaan naar de buik.
Zwiepen met de staart
Flemen.
Blijven liggen terwijl andere paarden bezig zijn.
Opstaan- liggen- opstaan- liggen.
Zweten
Vaak proberen te mesten.
Schijnbaar proberen te urineren.
Liggen en rollen.
Continu onrustig gedrag.
Zich op de grond laten vallen.
Kreunen en steunen.
De meeste vormen van koliek worden door de mens veroorzaakt door verkeerd te voeren, slecht te ontwormen en te weinig vrije beweging te geven.

Darmkrampen
Anamnese: Wisseling van voer, veel koud water gedronken, weinig beweging gehad, langdurig transport, stress, onvoldoende wormbestrijding.
Algemene indruk: lichte koliek verschijnselen.
Algemeen onderzoek: Mogelijk verhoogde pols.
Koliek onderzoek: darmgeluiden meestal hoorbaar, hoogtonig.
Dierenarts waarschuwen, ondertussen afstappen en laten vasten; hengsten nooit afstappen ivm mogelijkheid van een zakbreuk.
Voorkomen: Enkel goed voer geven; veel ruwvoer, veel kleine porties krachtvoer.
Zoveel mogelijk vrije beweging geven.
Effectief wormbestrijdings programma hanteren.

Verstopping
Voorkeur plaatsen: overgang dunne darm> blinde darm of waar de karteldarm een scherpe bocht maakt.
Anamnese: Heeft langdurig stalrust.
Algemene indruk: Lichte koliek verschijnselen die langer aanhouden.
Algemeen onderzoek: Mogelijk lichte verhogen van ademhaling en pols.
Koliek onderzoek: Blinde darm verstopping> weinig tot geen darmgeluiden aan de rechter kant. Karteldarm linker kant.
Dierenarts waarschuwen, ondertussen vrije beweging geven en laten vasten.
Voorkomen: Enkel goed voer geven.
Voldoende ruwvoer geven zodat ze geen stro eten.
Zoveel mogelijk vrije beweging geven.
Ontstekingen: salmonella infectie en maagzweer.
Is: Salmonella> ontsteking van het maag en darmkanaal door een bacterie.
Maagzweer> pijnlijke zweer in de maagwand veroorzaakt door te weinig ruwvoer.
Signalement: maagzweer komt veel voor bij sport en ren paarden die veel krachtvoer en te weinig ruwvoer krijgen.
Anamnese: maagzweer: conditieverlies, paard eet niet goed, rantsoen met veel krachtvoer en weinig ruwvoer, soms koliek verschijnselen.
Algemene indruk: Salmonella: ernstig ziek, soms koliekverschijnselen vaak bloederige
diarree.
Maagzweer: soms koliekverschijnselen, vaak tevens luchtzuiger/ kribbenbijter.
Algemeen onderzoek: Salmonella> koorts.
Waarschuw de dierenarts. Bij salmonella isoleren en strenge hygiënische maatregelen nemen, zeer besmettelijk.
Voorkomen: Salmonella en niet te voorkomen.
Maagzweren zijn we te voorkomen. Minimaal 60% ruwvoer geven.

Diarree
Het paard alleen goed ruwvoer en voldoende water geven. Bij zeer ernstige diaree de dierenarts waarschuwen anders enkele dagen afwachten bij geen verbetering alsnog die dierenarts waarschuwen.
Voorkomen door goed kwaliteit voer te geven en rantsoenveranderingen rustig door te voeren, zorgen voor een goede ontworming.

Spierbevangenheid/ tying up
Is: een stornis in de spierstofwisseling waardoor verzuring van de spieren in vooral de rug-, lendenen, kruis en broekspieren optreedt. Dit gebeurt meestal 10 a 15 minuten na het begin van arbeid; soms ook na het werk.
Oorzaken: verhouding krachtvoer- beweging.
Disbalans in de elektrolythuishouding (natrium/calcium)
Plotselinge overbelasting.
Erfelijkheid.
Hormonen spelen ook mee; merries zijn meestal gevoeliger voor deze aandoening.
Tijdens het werk ontstaat er melkzuur wat bij spierbevangenheid niet snel genoeg afgevoerd kan worden.
Dit komt doordat:
Er teveel voorraad is; je voert vandaag voor het werk van morgen.
Teveel afvalstoffen door te intensief werk voor bv een ongetraind paard dat het melkzuur niet snel genoeg kan afvoeren.
Een combinatie van beide.
Symptomen:
Lichte spierbevangenheid: omhoog gebogen rug en stijf in de achterhand.
Matige spierbevangenheid: wil niet meer lopen, loopt stijf met een sterk verkorte pas, trilt en knikt in de achterhand, spieren van de achterhand zijn stijf, gezwollen en pijnlijk.
Ernstige spierbevangenheid: Weigert te lopen, sterk bezweet, angstig, verwijde neusgaten. Gaat liggen en komt urenlang niet meer overeind. Urine wordt roodbruin en de hartslag en ademfrequentie zijn verhoogd.
Dierenarts waarschuwen> Spoedgeval. Ondertussen het paard bij de eerste symptomen gelijk stilzetten en niet meer vervoeren, water geven en een warme deken op leggen. Elke vorm van beweging kan de schade aan de spieren alleen maar vergroten.
Voorkomen.
Beweging: Zet paarden die in de sport worden ingezet en enige dagen door omstandigheden stil hebben gestaan nooit direct volop in het werk.
Geef alle paarden dagelijks vrije beweging, minstens in stap.

Voer:
Voer vandaag voor het werk van morgen.
Je kunt koolhydraten in het rantsoen deels vervangen door olie.
Let op voldoende vit. E en Selenium in het rantsoen.

Hoefbevangenheid

Is: Een ernstige stofwisselings ziekte die zich uit in de voorhoeven.
Oorzaken: Overmaat aan suikers.
Niet tijdig of volledige afkomen van de nageboorte.
Overbelasting bij langdurig transport.
Overbelasting van het gezonde been bij ernstige kreupelheid.
Giftige stoffen in het lichaam (infectie’s of medicijngebruik)
Teveel koud water na inspanning.
Het gevolg is een ontsteking in de lamellen van de wandlederhuid, de lamellen verbinding laat los. Binnen 4 uur kan het hoefbeen kantelen en/of zakken.
Snelle deskundige behandeling is heel belangrijk. Tevens zijn pijnstillers zeer belangrijk.
Voorkomen: Geen plotselinge veranderingen in het rantsoen.
Voorkom te grote opname van voorjaarsgras of krachtvoer.
Let op een tijdig en volledig afkomen van het nageboorte (6u)
Overbelasting voorkomen.

AANDOENINGEN VAN HET BEWEGINGSAPPARAAT (KREUPELHEDEN)
Voorkomen van deze aandoeningen:
Dagelijks veel vrije beweging.
Dagelijkse controle van de hoeven.
Optimale hygiëne in de stal.
Uitgebalanceerde voeding.
Wel water maar geen vet op de hoefwand aanbrengen.
Zorgvuldige wondbehandeling ook bij ‘onschuldige’wondjes.
Preventief enten tegen tetanus.
Hoeven tijdig bekappen of beslaan door een deskundige hoefsmid.
Geen zwefvuil in en om de stal, paddock en weide.
Veilige materialen in de stal.
Stroeve vloeren.
Veilige afrastering.
Training op een geschikte bodem.
Zorgvuldige opbouw van de training.
Bescherming dmv. peesbeschermers.
Tijdig stoppen met werk voordat het dier vermoeid raakt.
Veilig springmateriaal.
Transport:
Paard goed beschermen.
Veilige trailer.
Rustige rijstijl.
Deskundig laden en lossen.
Nageltred
Is het binnen dringen van een scherp voorwerp in de zool van de hoef.
Plotseling ernstig kreupel, kreupelheid neemt eerder toe dan af.
Paard houdt de aangetaste hoef mogelijk van de grond.

Verwijder het voorwerp maar onthoud (markeer) insteekplaats, richting en diepte.
Bewaar het voorwerp.
Desinfecteer de insteekplaats met Betadine.
Voorkom binnendringen van meer vuil; breng een nat hoefverband aan.
Tetanus preventie, is het paard geënt?

Laat een dierenarts naar de wond kijken en eventueel enten tegen tetanus.

Vernageling
Is: een verkeerd ingeslagen hoefnagel die in het leven van de hoef zit.
Verwijder de hoefnagels of laat dit doen door de hoefsmid.
Zorg voor een deskundige hoefsmid die de gangen van het paard direct na het beslaan controleert.
Ontsmet de wond met betadine.

Hoefzweer
Is: een ontsteking van de hoeflederhuid die wordt veroorzaakt door bacterieen als gevolg van nageltref of steentjes en opkruipend vuil in de witte lijn.
Waarschuw een dierenarts of hoefsmid om de ontsteking open te laten snijden.

Scheuren in de hoefwand

Worden onderverdeeld in kroonrand scheur, hoornwandscheur en draagrandscheuren.
Bij ernstige scheuren de dierenarts en hoefsmid waarschuwen.

Hoefkatrolontsteking podotrochleose-Is: een ontsteking van het hoefkatrol mechanisme (straalbeen, diepe buigpees, slijmbeurs tussen de diepe buigpees en straalbeen, hoefbeen met aan aanhechtingen van de diepe buigpees, hoefgewricht en alle ondersteunende bandjes.
-Komt vooral voor aan het voorbeen.
-Factoren: erfelijkheid, storing in de ontwikkeling, voeding, belasting, training, beslag, bouw, bouw van de hoef, conditie en beweging.
-Pijnlijk, angst voor springen (landen) in een later stadium verkorte gang of een afwijkende stand van de hoef.
-Paard reageert op percussie en visitatie.

Peesaandoeningen (peesontsteking, ‘peesklap’, peesverscheuring)
Is: een beschadiging of overbelasting van de pezen.
Oorzaken:
Uitwendig geweld
Overbelasting
Slijtage
Arbeid op slechte bodem.
Geen oorzaak.

Vermoeidheid, slecht beslag, weke koten, lange tonen of een te zachte ondergrond kunnen de kans op een peesblessure vergroten.
Bij een peesblessure ontstaat er zwelling, warmte en verdikking. Bij een pees verscheuring ontstaat een afwijkende stand. Herstellen van een pees is een langdurig proces.
Dierenarts waarschuwen. Ondertussen koelen 10-15 min koud water, koelverband aan brengen op de plaats van de zwelling.
Voorkomen:
Gebruik peesbeschermers, goed beslag, juiste training, tijdig stoppen met werk, training op een goede bodem. Dagelijks veel beweging.

Gewrichtsverstuiking (distorsie)
Is: het verschuiven van de gewrichtsvlakken ten opzichte van elkaar waardoor gewrichtvlakken, gewrichtskapsel en de gewrichtsbanden kneuzen, verrekken of scheuren.
Symptomen: warmte, zwelling en kreupelheid.
Geneest alleen bij voldoende rust en een rustige terug opbouw van de training. Wordt dit niet gedaan kan een chronische aandoening van het gewricht opleveren.
Dierenarts waarschuwen ondertussen koelen, steunverband aan 1 of 2 benen aanleggen, zo min mogelijk laten lopen, in een droge ruime stal of beschutte plek zetten.

Ontwrichting (luxatie)
Is wanneer de 2 gewrichtvlakken zich naast elkaar ipv. op elkaar bevinden. Hierbij zijn de gewrichtsbanden gescheurd.
Oorzaak: uitglijden, verstappen of overbelasten.
Symptomen: paard staat op 3 benen, het been heeft een afwijkende stand, het gewricht heeft een abnormale vorm, snel toenemende zwelling.
Dierenarts waarschuwen Spoed, ondertussen het paard stilzetten, het gewricht koelen, koude omslagen rond het gewricht leggen, steun verband aan het goede been aanleggen.

Knie-op-slot (patellafixatie)
Is: het opslot zetten van het knie en sprong gewricht en dit niet meer los krijgen.
Komt vooral voor wanneer kniebanden worden overrekt of wanneer de kniebanden slap zijn, bv. bij jonge paarden. Erfelijkheid en de stand (O benig of steil achterbeen) spelen ook een rol.
Het paard houd het been gestrekt naar achter en wil liever niet meer lopen. Meestal schiet de knie vanzelf weer los dit noemt men habituele patellafixatie.
Meestal hoeft hier niets aan gedaan te worden, maar men kan ook een operatie uitvoeren.

[b]Botbreuken (fracturen)
Botscheuren> fissuren.[/b]
Ontstaan meestal door geweld van buiten af. Soms hebben botbreuken een inwendige oorzaak: overbelasting of ziekten waardoor botten broos worden.
Botbreuken kunnen open of gesloten zijn. Open botbreuken noemt met gecompliceerde breuken omdat hierbij meer kans is op infecties.
Botbreuken bij paarden zijn meestal zeer ernstig en einde oefening.
Dierenarts waarschuwen Spoed ondertussen het paard laten staan of liggen waar hij is, het paard tot rust laten komen, het been stabiliseren dmv. een spalk verband in combinatie met een robbert jones verband. Bij een open botbreuk eerst een steriel wond verband aanleggen.



De kans op botbreuken kunnen we zo klein mogelijk houden door:
Veiligheidsmaatregelen bij transport:

- paard goed beschermen
- veilige trailer
- rustige rijstijl
- deskundig laden en lossen
Veiligheidmaatregelen bij het rijden:- beenbescherming
- veilig springmateriaal
- verantwoorde trainingopbouw
- bij vermoeidheid het paard niet meer laten springen
Veiligheidmaatregelen in en om de stal:- veilige omheining
- stroeve vloeren
- veilige stalwanden en staldeuren.

Wonden
Je hebt gesloten en open wonden.
Men spreekt van een gesloten wond als er onderhuids wel iets beschadigd is maar de huid wel intakt is.
Vb.
- peesverscheuring (peesruptuur)
- verstuiking (distorsie)
- ontwrichting (luxatie)
- gesloten botbreuk (fractuur)
- bloeduitstorting (hematoom)
- inwendige bloeding
Deze wonden noemt met steriele wonden omdat er geen vuil of bacteriën bij kunnen komen.

Bij open wonden is de huid altijd kappot.
Vb.
- bijwonden
- steekwonden
- snijwonden
- scheurwonden
- schaafwonden
Omdat de huid kappot is kunnen er makkelijk vuil en bacteriën bij komen met een wondinfectie als gevolg.
Er is 1 wond waar bijna geen infectie ontstaat dit zijn de wonden die ontstaan bij een operatie.

Er zijn 2 soorten wondgenezing namelijk priman (wanneer de wond gehecht is) en secundam (wanneer de wond uit zichzelf dicht groeit)

De priman wondgenezing is bijna altijd netjes en haast zonder litteken, wanneer een wond secundam geneest ontstaat er bijna altijd een duidelijk litteken en soms wildvlees.

Gesloten wonden

Kneuzingen

Een kneuzing ontstaat door geweld van buiten af hierbij is de huid intact gebleven maar is er wel onderhuidse schade aan bloedvaatjes en bindweefsels, je kan de schade beperken doo te koelen. Hierdoor gaan de bloedvaatjes sneller dicht en zal er minder zwelling en pijn ontstaan.
Bloeduitstorting (hematoom)
Een bloeduitstorting komt het meest voor in de borst en broekspieren na bv. een trap van een ander paard. Het is een opeenhoping van bloed. Kleine hematomen genezen vanzelf grote kunnen na 14 dgn door de dierenarts worden geopend. In het begin is de bloeduitstorting pijnlijk daarna niet meer.

Inwendige bloeding
Is 1 van de ernstigste gesloten wonden en wordt vaak te laat ondekt. Het bloed stroomt in de buik of borst holte en vaak sterft het paard in shock. Een paard in shock wordt slap en wankelt de ademhaling en pols is verhoogd en de crt verlegd.

Open wonden

Algemene wond behandeling en wond hygiëne
Bij open wonden zijn altijd bloedvaten beschadigd. Bij grote bloedingen kan met boven de wond een knevel verband aan leggen welke niet langer dat 30min op de zelfde plaats mag blijven zitten.
Beperken van wondverontreiniging.
- Voorkom contact tussen de wond en vuile dingen.
- Losliggende vreemde voorwerpen in de wond kan met uitspoelen met veel schoon water.
- Dek de wond af met steriele gazen.
- Breng geen ontsmetting middelen aan wanneer de wond nog niet gehecht is.

Bijtwonden
Bijtwonden kunnen ontstaat door paarden onderling of door honden. En is een combinatie van een snij-, scheur en kneuswond. De wond randen zijn meestal rafelig en zitten vol met bacteriën van het speeksel van de dader.

Steekwonden
Steekwonden worden veroorzaakt door scherpe puntige voorwerpen die het lichaam binnen dringen. Vaak is het voorwerp nog aanwezig wanneer je het paard aan treft.
Wordt de wond groter bij verwijdering van het voorwerp laat het dan zitten tot de da er is.
Wordt de wond groter als het voorwerp blijft zitten haal het er dan uit maar onthoud de plaats, richten en diepte van de wond. Bewaar het voorwerp! Desinfecteer de insteekopening met Betadine en dek de wond af met een verband.

Scheurwonden
Wondranden zijn meestal rafelig. Scheur wonden ontstaat meestal als het paard bv. in prikkeldraad is blijven hangen.
De wondbehandeling bestaat uit:
- Wondinspectie.
- Algemene wond verzorging.
- Ernstige bloeding stelpen.
- Verdere vervuiling voorkomen.
- Grote wonden afdekken met steriel verband.
- Dierenarts raadplegen voor verdere behandeling.

Snijwonden

Wordt veroorzaakt door een scherp voorwerp dat loodrecht op de huid inwerkt. De wond randen zijn glad. De wondbehandeling is het zelfde als bij scheurwonden.

Schaafwonden
Alleen de opperhuid is beschadigd.
De wondbehandeling bestaat uit:
- Vuil en losse haren verwijderen.
- Schoonmaken van de wond, door met veel water af te spoelen.
- Desinfecteren van de wond met Betadine.

Brandwonden- Koelen met een zachte straal koud water min 10 min.
- Bij grote brandwonden de wond bedekken met schone natte dekens of lakens en deze constant nat houden.
- Dierenarts waarschuwen.

Eerste hulp bij oogwonden
Spoedgeval
Het oog altijd nat houden met fysiologische zoutoplossing, gekookt afgekoeld water of desnoods kraanwater of melk. Met een natte prop op de oogbol houden.

Eerste hulpmaatregelen bij wonden aan gewrichten en peesschede.
Wanneer er licht gelige vloeistof uitloopt zal het paard naar een kliniek moeten dit is namelijk de gewrichtvloeistof synovia en er zal dus veel schade zijn. Spoedgeval!
Niet afspoelen!

Eerste hulpmaatregelen bij ‘onschuldige’ wondjes
Met veel water schoonmaken en met betadinescrub uitwassen.

Eerste hulp bij een afgebroken tand

Dierenarts bellen.

Tetanus
Algemene indruk:
- angstige gezichtsuitdrukking
- verkrampte lichaamshouding
- verstijving van de oren, staart en hals
- liggende dieren maaien met stijve benen
- 3e ooglid is zichtbaar
- vaak kwijlen
Pols >40-60 slagen/min.
Spoed geval
Waarschuw onmiddellijk een dierenarts.
Blijf in de buurt van het dier uiterst rustig.
Plaats het dier (indien mogelijk) in een donkere stal omdat ook licht te prikkelend is.
Vaccinatie!!! Basis vaccinatie is 2 inentingen met 6-8 weken tussen tijd daarna elke 4 jaar herhalen. Veulen kan vanaf 20 weken zelf worden geënt.

Bloedvergiftiging (lymfaginitis, Einschuss)
Is een ontsteking van de lymfevaten na aanleiding van een wondinfectie aan het been of mok. Het ontstekingsvocht kan niet worden afgevoerd dus word het been dik. Zonder medicijn blijft het been dik ‘olifantsbeen’. Heeft het paard een keer aan bloedvergiftiging geleden blijft het hier gevoelig voor.
Waarschuw een dierenarts, ondertussen laat het dier beweging en spoel het been een aantal keer per dag 10 min af.
Ontstaat door verwaarlozing van kleine wondjes.

HUIDAANDOENINGEN

Allergische reacties

Is, een heftige reactie op bv.
- stoffen in de voeding
- stoffen waarmee de huid in aanraking komt
- medicijnen
- insectenbeten of steken
Ontelbare blaasjes of zwellingen over de hele huid. Binnen enkele uren verdwijnen deze vanzelf weer.
- bescherm het dier tegen fel zonlicht
- koel het dier; maar smeer geen middeltjes op de huid
- let op overige ziekteverschijnselen zijn die er waarschuw dan een da.

Schimmelinfectie (ringworm/ringschurft)
Vaak jonge paarden of dieren met verminderde weerstand
Aanvankelijk bultjes, later rond, kale, schilferige plekjes op de huid.
Was het paard met anti-schimmel middel 3 keer met tussenpozen van 3-5 dagen. Desinfecteer alle dingen die met het paard in contact zijn geweest.
- gebruik bij ieder paard eigen poetsspullen, dekens, sjabrakken enz.
- zorg voor optimale hygiëne in en om de stal
- vaccineren is mogelijk; raadpleeg je da.
Schimmels jeuken niet maar zijn wel erg besmettelijk. Geïnfecteerde paarden mogen niet deelnemen aan wedstrijden. Elke behandeling kan het beeld vertroebelen waardoor een goede diagnose bemoeilijk wordt.
Mok
Factoren:
- vochtige warmte
- zonnebrand
- haarzakontstekingen
- mijten en schimmels
Indien onjuiste behandeling kan bloedvergiftiging ontstaan.
- maak de kootholte 1 keer schoon met lauw water en een ph-neutrale zeep en breng daarna mokzalf aan
- bij mijten of schimmels specifieke medicijnen
- optimale hygiëne en droge ondergrond
- schakel een dierenarts in als de genezing te lang duurt of de mok te ernstig is.

Insectenbeten en steken
- vooral in bos- en waterrijke gebieden
- jeukende bulten of zwellingen op de huis, onrustig dier
Bescherm het paard tegen beten door het in een donkere koele ruimte te zetten of een vliegendeken en kapje om te doen.
Voorkomen: - het paard rond zonsop en ondergang binnen zetten. Behandel de stal met
insecten werend middel.
- vliegen dekens en vliegen kapjes om doen.
- Insectensprays

Zonnebrand
- vooral paarden met witte aftekeningen
- zonnige dagen
- blaasjes, rood verkleurde huiddelen, uitvloeiing en korsten.

- breng het paard in de schaduw
- specifieke zalf
Voorkomen: - bied in de weide altijd beschutting tegen zonlicht.
- laat de gevoelige paarden op de heetste en zonnigste delen van de dag liever binnen.
- Breng uit voorzorg zonnebrandolie of crème met de hoogste beschermingsfactor aan op de gevoelige plaatsen.
- Gebruik een zonnewerend neuskapje.


OVERIGE AANDOENINGEN

Acute maanblindheid (periodieke oogontsteking)

Is een regelmatig terugkerende oogontsteking veroorzaakt door leptospieren. Deze organismen komen vooral veel voor in de buurt van ratten en muizen. Het oog is pijnlijk, lichtgevoelig en gezwollen. Bij elke aanval beschadigt het oog verder waardoor het dier uiteindelijk blind wordt. Naar schatting lijdt wereldwijd 8-20% van de paarden aan deze ziekte.
- tranend oog
- zwelling rondom oog
- oogleden gedeeltelijk dicht
- rood hoornvlies ipv wit
- later melkachtige vertroebeling in het oog.
Plaats het paard in een donkere ruimte om verdere irritatie van het oog te beperken.
Dek het oog eventueel af.
Maanblindheid is te behandelen met medicijnen. Hoe sneller de da in kan grijpen, des te beter zijn de kansen op herstel.
In gespecialiseerde klinieken kan een paard hieraan geopereerd worden.

Vergiftiging
De belangrijkste is de opname van giftige planten met name taxus en jacobskruiskruid.
Onrust, sterk zweten, krampen, onzekere gang, diarree, soms bloederige mest, bloesneus, ademnood, versnelde pols.
Waarschuw een dierenarts ondertussen: - plaats het paard uit voorzorg in een stal met zachte
ondergrond.
- geef alleen water
- bedenk of het dier toegang tot giftige struiken of
gewassen heeft gehad zo ja welke dat zijn geweest.
- bescherm onmiddellijk andere paarden

Romy18
Berichten: 1054
Geregistreerd: 08-12-05
Woonplaats: Mol belgie

Re: Iemand intresse in een samenvatting EHBO paard?

Link naar dit bericht Geplaatst door de TopicStarter : 19-02-07 18:50

VERBANDLEER EN TOEDIENEN MEDICIJNEN

We leggen een verband aan:
- Als bescherming tegen vuil bij open wonden (wondinfectie)
- Om bloeding tegen te gaan.
- Om verdere beschadiging te voorkomen.
- Om likken of schuren te voorkomen.
- Om medicamenten op de plaats te houden.
- Om de werking van het medicament te stimuleren.
- Om te koelen of te verwarmen.
- Om wondvocht op te nemen ( te absorberen)
- Om de wond vochtig te houden en dus uitdroging te voorkomen.
- Om vochtophoping en zwelling tegen te gaan.
- Om lichaamsdelen te steunen of te stabiliseren
- Om beweging van gewonde lichaamsdelen te beperken.
- Om pijn te verlichten.




Materiaal kennis
Bij open wonden leg je elk verband in 3 lagen aan:
1 steriel verbandgaas
2 polster materiaal
3 zwachtels

Steriel hydrofiel gaas
Is de eerste verband laag. Dit gebruik je om de wond steriel af te dekken. Hydrofiel gaas is zinvol in de maten 10 x 10, 10 x 20 of op rol (7-10x 4m). Open de verpakking met schone handen of handschoenen.
Bedek de wond volledig, tot op de intacte huid, zonder de wond aan te raken.

Watten
Is de 2e verband laag. Gebruik je droog om de druk gelijkmatig te verdelen. Gebruik je vochtig als koel of warmte verband.

Gamgee watten
Is een combinatie van hydrofiel gaas en watten. Gebruik je voor een gelijkmatige ondergrond en drukverdeling. Zijn verkrijgbaar in verschillende maten. Knip de watten met een verbandschaar loodrecht op de lengterichting op de benodigde maat af.

Animalintex
Bestaat uit 3 lagen: - binnenzijde: niet pluizend materiaal, niet steriel.
- tussenlaag: watten, voorziek van desinfecterende en
ontstekingsremmende medicamenten.
- buitenkant: plastic beschermlaag om vocht en warmte vast te houden.
Je kunt animalintex zowel voor koude, ontstekingsremmende als voor warme, ontstekingsbevorderende verbanden gebruiken:
- Knip het kompres eerst op maat.
- Laat het kompres in koud of arm, schoon water weken.
- Druk overtollig water uit het kompres.
- Leg eerst een steriel gaas op de wond.
- Breng het kompres op het gaas aan.
- Breng een zwachtel aan om het kompres op de plaats te houden.
- Was daarna goed je handen: rechtstreeks contact met de medicamenten kan slecht zijn.

Cool- en thermopacks
Zijn geschikt voor koele, ontstekingsremmende of voor warme, ontstekingsbevorderende verbanden.
Wikkel packs eerst altijd eerst in een doek.

Zwachtels
Vormen de buitenste laag bij elk verband.

Hydrofiel gaasrol
Is de enige zwachtel die bij grotere wonden kan worden gebruikt. Is niet zo geschikt voor het vastleggen van de wattenlaag omdat het niet elastische is en makkelijk verschuift en dus makkelijk drukkingen geeft.

Katoenen zwachtel

Zijn niet elastische en van stevig materiaal. Geschikt voor drukverbanden, bloedingen te stelpen, steunverbanden en voor het vastzetten van natte wattenlagen.
Let hierbij op het volgende:
- Gebruik bij voorkeur verbandrollen van 10 cm breedte en 4m lengte.
- Leg droog verband stevig aan.
- Leg nat verband niet te strak aan, omdat de katoenen zwachtel (en de onderlaag) door opdrogen en natmaken kan (kunnen) krimpen en drukkingen veroorzaken.
- Leg het verband volgens een vast principe van slagen aan, anders blijft het verband niet zitten.
- Knip het uiteinde van het verband in, scheur het een stukje in en leg het met een platte knoop vast op een plek, waar geen drukkingen kunnen ontstaan. Katoenen zwachtels kunnen ook met kleefpleisers worden vastgezet.

Elastische zwachtels
Zijn er in vele veschillende soorten: elastische in de breedte, lengte, beide, dik, dun, zelfklevend, zelfhechtend of niet hechtend.
Een zelfhechtende bandage van 8-10cm breedte in beide richtingen elastische in het meest ideaal voor het paard: - rol elke slag eerst volledig van de verbandrol af en leg het met
gedoseerde spanning aan.
- - rek de zwachtel voor en tijdens het aanleggen niet teveel uit, omdat
het verband hierdoor snel te strak word aangelegd en drukplekken kan
veroorzaken.

Kunsthars- of gipszwachtels
Tegenwoordig gebruikt men bijna altijd kunsthars omdat dit sneller droogt en veel lichter en sterker is.

Spalk
Voor versteviging of immobilisatie.
Let op:
- Zorg altijd voor een dikke laag polstermateriaal onder de spalk.
- De uiteinde mogen nooit op een harde onderlaag drukken.
- Plaats smalle spalken altijd aan de buiten- of binnenzijde van een been.
- Halfcirkelvormige kunststof spalkgoten mogen ook aan de voor- of achterzijde van het been geplaatst worden.

Algemene regels wondbehandeling (bij open wonden)
- Stel het paard op zijn gemak en laat het vasthouden door een ervaren en vertrouwd persoon.
- Verzamel alle benodigde materialen en houd ze binnen handbereik.
- Voorkom contact tussen de wond en vuile handen, vloeistoffen en materialen.
- Losliggende vreemde voorwerpen in de wond mag je door uitspoelen verwijderen. Spoel de wond dan met veel schoon water uit.
- Dek de wond af met steriel hydrofiel gaas.
- Breng geen ontsmettingsmiddel in de wond aan en gebruik geen wondspray.



Algemene regels voor het aanleggen van verband.
- Stel het paard op zijn gemak en laat het vasthouden door een ervaren en vertrouwd persoon.
- Verzamel alle benodigde materialen en houd ze binnen handbereik.
- Behandel een open wond zoals hierboven beschreven.
- Kies voor het verbinden een veilige positie voor jezelf: de positie schuin voor het been biedt goed zicht op het been. Bij een hoefverband laat je een helper het been opnemen en ga je zelf schuin achter en naast het been staan.
- Breng een gladde, voldoende grote wattenlaag aan, zodat de zwachtel zelf nooit direct op de huid komt te liggen. De watten moeten bij een voltooid verband boven en onder de zwachtel uitsteken om drukkingen te voorkomen.
- Leg het verband vlot aan zonder aan het paard te rukken of te duwen.
- Werk met de handen aan weerszijden van het been en pak de zwachtel steeds over. Dit werkt snel en handig.
- Let op dat het verband niet te strak zit: het verband kan dan knellen.
- Let op dat het verband niet te los zit: het verband kan dan afzakken.
- Het uiteinde van de zwachtel kan je met tape vast zetten. Een katoenen zwachtel kan je ook in knippen, scheuren en vastleggen met een platte knoop.
- De meeste verbanden, die je als eerste hulpverlener aanlegt zijn tijdelijk. Schakel altijd een dierenarts in om het verband te controleren en zonodig de wond te behandelen.

Hoefverband
Watten, zwachtel bij voorkeur elastische en zelfklevend of zelfhechtend, eventueel een overschoen of klauwzak.

Kroonbalkootholteverband

Watten, zwachtel.

Pijpkogelverband
Watten, zwachtel.

Voorknieverband
Watten, verbandschaar, zwachtel.

Spronggewrichtverband
Watten, verbandschaar, zwachtel.

Buik of hals verband
Schone lakens, tape of bandages.

Oogverband
Oogkappen
Of een katoenen lap, gaas, watten een schaar om zelf oogkappen te maken.
Of gaas, watten en een elastische zwachtel.
Of gaas, watten en een bh




Soorten verbanden

Steriel wond verband:

- Als bescherming tegen buil bij open wonden.
- Om verdere beschadiging te voorkomen.
- Om likken of schuren te voorkomen.
- Om medicamenten op de wond te houden.
- Om de werking van het medicament te stimuleren.
- Om wondvocht op te nemen.
- Om de wond vochtig te houden.
- Op pijn te verlichten.
Steriel hydrofiel gaas, watten, zwachtel.

Nat (hoef)verband:
- om een wond (bv nageltred) schoon te trekken.
Steriel hydrofiel gaas, watten, water, zwachtel, klauwzak of overschoen.

Koel nat/ warm verband:
- om de temperatuur te beïnvloeden.
Coolpack, theedoek, water, watten, schaar, bandage of zwachtel.

Steunverband:
- om lichaamsdelen te steunen of te stabiliseren.
Watten, zwachtel.

Robert-Jones verband (met of zonde spalk):

- Om bij ernstige verwondingen lichaamsdelen te steunen of te stabiliseren.
- Om beweging van gewonden lichaamdelen te beperken.
Wattenrollen 20-40cm, niet-elastische zwachtels (katoen), spalken, elastische zwachtels, tape.

Drukverband:
- om bloeding, vochtophoping en zwelling tegen te gaan.
Watten, niet elastische zwachtels minimaal 2
Mag nooit langer als 30min blijven zitten.

Knevelverband:
- Om een hevige bloeding te stelpen.
Brede elastische band (binnenband fiets) of een ander stuk stof en een stok.
Mag nooit langer als 30min blijven zitten.


De EHBO koffer
- Stethoscoop
- Thermometer
- Zakmens
- Spatel
- Pincet
- Tekenpincet
- Veiligheidsspelden
- Pen/potlood en papier
- Wegwerphandschoenen
- Pleisters (voor jezelf)
- Schonen theedoeken (en/of laken)
- Praam
- Alcohol pads
- Betadine oplossing
- Verbandschaar
- Tape
- Gaasjes (min 10 x 10)
- Watten
- Animalintex
- Zwachtels: gaasrollen, katoenen zwachtels, elastische zwachtels
- Klauwzak
- Coolpack ipv een coolpack kan je ook in water gedrenkte watten invriezen.

Romy18
Berichten: 1054
Geregistreerd: 08-12-05
Woonplaats: Mol belgie

Re: Iemand intresse in een samenvatting EHBO paard?

Link naar dit bericht Geplaatst door de TopicStarter : 19-02-07 18:51

CALAMITEITEN

Regels:

1. de veiligheid van de hulpverleners (en omstanders) staat altijd voorop.
2. schakel zo snel mogelijk brandweer, dierenarts en zonodig politie in.
3. overleg eerst met de hulpverleners.
4. een persoon neemt de leiding
5. houd toeschouwers op afstand
6. schakel altijd een dierenarts in ter controle.

Brandweer en politie inschakelen-Bel 112 geef door: je naam, welke hulpverleners, welke plaats.
-wat is er aan de hand, welke diersoort, hoeveel dieren, precieze locatie dierenarts, sirenes en knipperlichten doven vlak voor de plaats van het ongeluk (paarden worden onrustig)
-Stel het paard gerust tot de hulpverleners komen en probeer de situatie te stabiliseren.
-Toeschouwers laat je de hulpdiensten de weg wijzen, poorten openen en sluiten, hulpmiddelen op halen (touwen, halsters etc)

Omgang met brandweer en politie


Zodra de hulpdiensten gearriveerd zijn bespreek je de situatie en vraag je:
- Hebben de hulpverleners ervaring in de omgang met paard? Zo nee korte uitleg, vluchtgedrag, van voren benaderen, praten tegen het paard.
- Wie heeft de leiding?
- Op welke wijze wordt het dier gered?


Let op!

Wees bedacht op onvoorspelbare reactie zodra het paard voelt dat het bevrijd is: het kan beduusd blijven of juist wild bewegen.
Een paard in nood zal blijven vechten. Wacht met de daadwerkelijke reddingsactie tot het enigszins tot rust is gekomen.
Wees erop bedacht dat het paard opnieuw begint te vechten zodra het merkt dat het door je hulp weer een kans heeft.
Trek een paard nooit aan de voorbenen uit de sloot.
Benader een liggend paard altijd via de rugzijde.
Nazorg > laat het paard altijd door een dierenarts nakijken.

VERVOER

2 armen techniek
2 longeerlijnen techniek
3 longeerlijnen techniek (voortouw)
doek over het hoofd

Steunen: bij een 2 paards trailer laad je in het lege stuk strobalen zodat het tussen schot op zijn plaats blijft. Ondersteun het paard zoveel mogelijk. Rijdt zeer rustig en gebruik een deugdelijke auto- trailer combinatie.