Uitleg over wormen, resistentie en bestrijding

Moderators: Angela, Dyonne

Dit onderwerp is gesloten, je kan geen berichten wijzigen of nieuwe antwoorden plaatsen.Onderwerp gesloten
 
 
Jantien

Berichten: 6468
Geregistreerd: 25-03-02
Woonplaats: Oulu, Finland

Uitleg over wormen, resistentie en bestrijding

Link naar dit bericht Geplaatst door de TopicStarter: 06-08-04 01:23

De algemene ontwikkeling van eitje tot worm
Een volwassen worm die leeft in de maag of darmen van het paard scheidt eieren uit, waarin een larfje zit.
Die eieren zitten in de mest van het paard, komen met de mest mee op het land. Onder de juiste omstandigheden (die voor iedere soort anders kunnen zijn) kan het wormlarfje in het eitje op het land verder ontwikkelen.
Wanneer het eitje uit de mest op het gras komt, kan het weer door het paard opgegeten worden. Is de larve ondertussen ver genoeg ontwikkeld (anders gezegd: hij heeft het infectieuze stadium bereikt,het ei (incl larve) is dus infectieus), zal hij in het paard uit het ei komen en zich binnen het paard verder ontwikkelen tot volwassen worm, om op zijn beurt weer eieren af te geven.

De ontwikkeling van de larven en het leven van de volwassen wormen in het paard kan schade veroorzaken waardoor het paard ziek wordt. Vandaar dat de kringloop van de wormen onderbroken moet worden.

De verschillende wormen en hun gevolgen

VEULENS

Spoelworm (Parascaris equorum)
Spoelwormen komen bij alle paarden voor. Bij jonge dieren kan het voor problemen zorgen (mn veulens jonger dan 6 mnd).

Een besmetting komt tot stand door opname van infectieuze eieren vanuit de weide of box. Deze eieren kunnen jaren in leven blijven, wat dus inhoudt dat een plek waar paarden hebben gelopen die de eieren uitscheiden heel lang besmettelijk blijft. De infectieuze eieren worden vooral uitgescheiden door veulens. Dieren ouder dan 3 jaar scheiden meestal geen eieren meer uit.

Na in het lichaam uit het ei gekomen te zijn trekken de larven via de lever en longen door het lichaam. Bij jonge veulens wordt dan vooral een versnelde ademhaling, hoesten en neusuitvloeiing gezien. Oudere veulens kunnen ook meer algemene symptomen hebben zoals gewichtsverlies, sloomheid, niet willen eten.

Heel soms kunnen de wormen een verstopping van de galgangen veroorzaken, al dan niet in aansluiting op het toedienen van een ontwormmiddel.
Dan heeft een veulen heftige koliek en zal snel ernstig ziek worden.

Veulenwormen (Strongylus westeri)
De besmetting met volwassen veulenwormen komt alleen voor bij veulens jonger dan een half jaar.
Bij oudere, immune paarden kapselen de larven in. Bij zogende merries worden ze gereactiveerd en worden de larven met de melk uitgescheiden. Zo raken bijna alle veulens geïnfecteerd. Ook kunnen de larven van deze worm via de huid of slijmvliezen (in mest liggen, of eten) binnenkomen.
Ze dringen door de huid, trekken naar de longen, worden opgehoest met wat slijm, weer doorgeslikt en komen zo in de darm van het veulen. Daar ontwikkelen ze verder tot volwassen worm.

Een zware infectie kan diarree veroorzaken. Hoesten wordt eerder gezien.

VOLWASSEN PAARDEN

Grote Strongyliden
Hieronder vallen oa Strongylus vulgaris, Str edentatus, Str. equinus. Vanwege hun omvang worden ze grote strongyliden genoemd.

De larven van deze wormen worden opgenomen met het gras van de weide. Ze dringen dan door de darmwand, de bloedvaten in. Tegen de bloedstroom in kruipen ze verder het bloedvatenstelsel in, dat duurt zo'n 3 weken. In de voorste slagader van het darmscheil ontwikkelen ze verder en vervellen. Daarna worden de larven met de bloedstroom mee naar de blinde of dikke darm genomen. Ze gaan weer dwars door de darmwand, om weer in de darm uit te komen. In de blinde darm zitten de meeste wormen.
Hier worden de larven volwassen, in totaal duurt het zo'n 5-6 maanden.

De grootste schade veroorzaken de larven van deze soorten. Door de ontwikkeling in de slagaderwand zorgen ze daar voor ontsteking en verdikking van de wand, waardoor er vaatverwijding optreedt. Dat heet een wormaneurisma.
Dit ontstaat eigenlijk niet vaak, meestal blijft het bij een vaatvernauwing (door de ontsteking en verdikking), waardoor er te weinig bloed naar de darm kan en daardoor problemen ontstaan.

De volwassen worm in de darm zelf, veroorzaakt minder schade. Ze leven van bloed, en bijten zich hiervoor vast in de darmwand. Door de beschadiging komen ze ook bij de kleine bloedvaatjes. Omdat er meestal niet heel grote aantallen wormen zijn, is deze schade minder groot.

Symptomen:
een groot aneurisma kan voor koliek zorgen. De pijn wordt dan veroorzaakt door het gewicht van het aneurisma, of omdat de darmwand te weinig bloed (en dus zuurstof) krijgt. Meestal zie je dan een lichte, terugkerende koliek.
Wanneer een paard ook vermagerd of bloedarmoede heeft komt dit eerder door een bijkomende infectie met kleine strongyliden dan door de grote.

Kleine Strongyliden (of bloedwormen)
Oftewel de Cyathostominae.
Ook deze wormen worden opgenomen vanuit de wei. De larven dringen in de wand van de darm en kapselen zich daar in om verder te ontwikkelen. Die verdere ontwikkeling kan lang op zich laten wachten.
Wanneer de larven bijna volwassen zijn breken ze door de darmwand heen om weer in het darmkanaal te komen. Hier wordt de larve volwassen.
Het door de darmwand trekken van de (bijna) volwassen worm veroorzaakt dan ook de grootste schade.

Door de grote aantallen van deze wormen hebben zij een groter effect op de darmwand dan de grote strongyliden. Ook de ontwikkeling in de darmwand zorgt daar voor aanzienlijke schade.
Hierdoor worden voedingsstoffen niet goed meer opgenomen door het paard.

Als gevolg van het inkapselen van de larven wordt er onderscheid gemaakt in 2 uitingsvormen van cyathostominose (= ziekte door kleine strongyliden).

De algemene vorm wordt veroorzaakt door ontwikkelende larven, maar vooral door grote aantallen volwassen wormen. Dit wordt vooral in het najaar gezien, maar kan het hele jaar optreden.
Deze vorm heeft meestal vage klachten als: verminderde conditie, verminderde groei of vermageren, diarree (in verschillende vormen), een ruige vacht.

Winter-cyathostominose of larvale cyathostominose is een ernstiger vorm.
het komt voor in de winter en voorjaar.
Deze wordt veroorzaakt door het massaal uit de darmwand treden van larven die ingekapseld waren. Dat kunnen larven zijn die de voorgaande zomer zijn opgenomen, maar ze kunnen ook vele jaren in de darmwand hebben gezeten.
De symptomen zijn duidelijker. Door de grote beschadiging van het darmoppervlak is de diarre ernstiger (waterig) en ook meer vermagering.

De term "Bloedwormen" kan voor verwarring zorgen. Eerder werd die term gebruikt voor de grote strongyliden, aangezien deze larven in de bloedvaten zitten. Tegenwoordig wordt de term steeds vaker gebruikt voor de kleine strongyliden, omdat de larven van de Cyathostominae rood gekleurd zijn, en daarmee makkelijk opvallen in de mest.

Lintwormen
Dit zijn verschillende soorten Anaplocephalae. De larven worden opgenomen met mosmijten, waarna ze in het paard tot volwassen worm ontwikkelen.

De meeste lintwormen zitten rond de overgang van dunne naar blinde darm. Ze kunnen daar ontstekingen en zweren veroorzaken, maar er worden maar weinig symptomen gezien.
Af en toe kan koliek worden herleid naar een lintwormbesmetting.

Aarsworm (Oxyuris equi)
Aarswormen komen heel algemeen voor in paarden vanaf ong 1,5 jaar oud.
Ze leven in het laatste deel van de dikke darm.
De vrouwtjes leggen hun eieren rond de anus. Met behulp van een plakstof worden de eitjes tegen de huid geplakt. Dit is zichtbaar als een witte tot gelige korstachtige massa.
Het kruipen van het vrouwtje rond de anus en het plakken van de eitjes kan jeuk geven. Verder geven deze wormen eigenlijk geen problemen.

Spoelworm (Parascaris equorum)
Spoelwormen komen weinig voor bij volwassen paarden. Het is vooral een infectie van veulens en jonge paarden.
Het hele verhaal staat al bovenaan deze pagina.

Besmetting met horzellarven
Op zich geen worm, maar wel een parasiet die zich in het lichaam van het paard verder ontwikkelt en daardoor schade veroorzaakt.
In NL is de infectie met Gastrophilus intestinalis de enige belangrijke soort.

De volwassen horzel zet in de zomer zijn eieren af in de haren van het paard. Dat zie je als kleine gele "klontjes". Ze worden vooral aan de benen en in de manen afgezet.
Door de larven uit de eitjes te likken kunnen ze in de mond van het paard onder het slijmvlies komen. Daar blijven de larven ongeveer een maand zitten, terwijl ze verder ontwikkelen. Na een maand gaan ze weer door het slijmvlies, komen weer in de mond, worden doorgeslikt en belanden zo in de maag. Daar hechten ze zich vast aan de maagwand, en veroorzaken daar schade.

Er worden maar zelden klinische symptomen gezien van een infectie met horzellarven. Soms worden kauwproblemen gezien, wanneer grote aantallen larven in de mond zitten, en koliek en vermageren bij hele grote aantallen in de maag.


Besmetting met wormen die niet paardspecifiek zijn
Deze ontstaan door het samen weiden van paarden met ezels en/of schapen en/of runderen.

Maagworm (Trichostrongylus axei)
Is een besmetting die kan ontstaan wanneer paarden samen met koeien, schapen of geiten worden geweid. De wormen ontwikkelen in de maagwand. Het komt weinig voor dat een paard echt problemen heeft door deze worm, veel geeuwen kan een indicatie zijn voor een besmetting. Ook deze worm wordt gedood door ivermectine.

Longworm (Dictyocaulus arnfieldi)
Ezels hebben hier vaak last van, paarden krijgen het dan ook wanneer ze met ezels geweid worden. Ezels zijn vaak drager van de infectie, ze worden zelf niet snel ziek. Paarden zijn daar gevoeliger voor en krijgen een bronchitis.
Ivermectine is zeer effectief tegen longworm. Wanneer ezels en paarden samen geweid worden zullen ze regelmatig hier mee ontwormt moeten worden.


Hoe wordt een paard besmet? En hoe voorkom je dus een infectie?
Zoals je in de verschillende verhalen hierboven kan lezen draait het ontstaan van een infectie om de mogelijkheid die het paard heeft om een larve op te nemen.
Door opname van een infectieus eitje, of larve kan deze zich in het lichaam van het paard verder ontwikkelen tot volwassen worm. In het algemeen is het vooral de ontwikkeling van larve tot volwassen worm die de meeste problemen geeft in een paard. Dus moet je voorkomen dat je paard larven opneemt.
Dat kan op verschillende manieren:
Door weides (gras) en bodems van paddocks ed zo schoon mogelijk te houden (dwz zo wormvrij mogelijk). Wanneer een paard niet/weinig van de bodem eet (bijv in de bak, of in de stal) zal een besmetting niet snel optreden.
Daarnaast kan je voorkomen dat paarden met de mest nieuwe eieren uitscheiden en daarmee de omgeving besmetten.

De omgeving zo schoon mogelijk houden doe je door regelmatig (2-3x per week) de mest te verwijderen. De eitjes moeten namelijk uit de mest op het gras komen. Dit gebeurd meestal door een fikse regenbui, of wanneer de mest lang genoeg blijft liggen om zich met de bodem te vermengen.
Hierdoor kan je, ook op intensief gebruikte percelen, de infectiedruk heel veel verminderen.

Voorkomen dat paarden weer nieuwe eitjes uitscheiden kan je doen door de in het lichaam aanwezige wormen te doden met behulp van een ontwormingsmiddel. De verschillende werkzame stoffen doden verschillende wormen (en verschillende stadia in de ontwikkeling van de worm).
Omdat niet alle stadia in de ontwikkeling van de worm bereikt worden met een ontwormingskuur is het belangrijk de kuur op bepaalde tijden te herhalen. Om resistentie bij de worm te voorkomen is het daarnaast van belang om niet te vaak te wisselen van werkzame stof in het ontwormingsmiddel.



Resistentie-ontwikkeling tegen een ontwormmiddel
Het is dus de larve (of worm) die resistent wordt tegen een middel.
Het belangrijkste onderdeel van een wormenkuur is de werkzame stof. Er zijn een paar groepen waarin ze kunnen worden onderverdeeld. Zie ook: [MD] Ontwormmiddelen op een rijtje
Iedere groep heeft zijn eigen manier van inwerken op de larve/worm waardoor deze dood gaat.
Wanneer een larve in zijn ontwikkeling tot worm een ontwormmiddel tegenkomt, maar deze de larve niet dood (bijv omdat de concentratie te laag is), kan de larve een afweermechanisme tegen de stof gaan bouwen. Hij zal het middel kunnen herkennen en een manier ontwikkelen waardoor hij in een later stadium niet meer dood gaat. Dit zal sneller gebeuren wanneer de larve de stof een paar keer tegenkomt, ipv 1 keer.
Als volwassen worm zal hij dan eieren uitscheiden, waarvan de larven allemaal niet meer dood gaan.
Het eindresultaat is dus dat je paard een infectie krijgt die je niet meer kan behandelen.

Om dit te voorkomen is het dus belangrijk om je paard voldoende van de wormkuur te geven, en dit op de aangegeven tijdstippen te herhalen.

Daarnaast wordt geadviseerd om niet te vaak te wisselen tussen de verschillende groepen werkzame stoffen.
De gedachte hierachter is als volgt: er is geen werkzame stof die alle larven (in alle ontwikkelingsstadia) doodt. Dus zal je vaker moeten ontwormen voordat alles dood is. Een larve komt dus het ontwormmiddel vaker tegen. En is de mogelijkheid tot het ontwikkelen van resistentie altijd aanwezig.
Wissel je de verschillende werkzame stoffen af, dan kan er tegen al deze mechanismen resistentie ontwikkelt worden, en is een infectie met geen middel meer te bestrijden.
Gebruik je maar 1 middel, dan is er altijd nog een andere groep waartegen de worm geen resistentie heeft opgebouwd en is het paard nog te behandelen.



<a name="behandelen" />
Hoe een infectie te behandelen
Het verwijderen van mest uit weides en paddock doet de infectiedruk al erg dalen.
Daarnaast kan je voorkomen dat paarden met de mest nieuwe eieren uitscheiden en daarmee de omgeving besmetten.
Daarvoor zijn er veel verschillende ontwormmiddelen op de markt.
Lees daarover meer in: [MD] Ontwormmiddelen op een rijtje

Belangrijk is dat paarden tijdens het weideseizoen regelmatig ontwormt worden. Een aantal basis"regels":
-Ontworm alle paarden tegelijk
-Neem veulens vanaf 7-10 dagen mee in het schema
-Ontworm paarden liefst net voordat ze omgeweid worden.
Op het moment dat weideseizoen begint moeten alle paarden ontwormd worden. Daarna met 6-8 weken tussentijd het ontwormen herhalen. De periode is afhankelijk van de soort wormenkuur.
De stoffen Pyrantel en Febendazol dienen iedere 6 weken herhaald te worden, Ivermectine iedere 8 weken en voor Moxidectine geeft de fabrikant een periode van 12 weken aan.
Tegenwoordig is er meer aandacht voor de lintworm. Die kan immers, bij een grote infectie, ook voor koliek zorgen.
Een wormkuur van Pyrantel geeft is in dubbele dosering ook werkzaam tegen lintwormen, daarnaast is er het merk Equimax, dat een combinatiepreparaat is van praziquantel met ivermectine.
Let bij het ontwormen van drachtige/zogende merries en veulens erop dat de wormkuur geschikt is voor deze dieren. Niet iedere kuur is veilig genoeg voor paarden in deze categori├źn.


Dit onderwerp is gesloten, je kan geen berichten wijzigen of nieuwe antwoorden plaatsen.Onderwerp gesloten

Wie is er online

Gebruikers op dit forum: djinnie en 4 bezoekers