Brief van Brinkhorst gericht Tweede Kamer van de Staten-Gen

Moderators: Berdien, Dani, Murthul, Muurp, EvelijnS

Antwoord op onderwerpPlaats een reactie
 
 
Mickey

Berichten: 34607
Geregistreerd: 25-02-01
Woonplaats: Daar waar mijn huis woont

Link naar dit bericht Geplaatst door de TopicStarter: 27-03-01 16:42

De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Postbus 20018
2500 EA Den Haag


26-03-2001

Geachte Voorzitter,

Hierbij doe ik de Kamer nadere informatie toekomen met betrekking tot de uitbraak van mond- en klauwzeer (MKZ) in Nederland. Achtereenvolgens zal ik daarbij ingaan op de ontwikkeling van het aantal besmette bedrijven, de bevindingen waartoe o.m. de traceringsonderzoeken tot dusver hebben geleid, de standstill van 72 uur, de inzet van noodvaccinatie en de ontwikkeling van de export mogelijkheden.


Aantal uitbraken

In de ochtend van 25 maart is de aanwezigheid van het MKZ-virus aangetoond op een bedrijf in Oene. Het aantal besmette bedrijven is daarmee op vijf gekomen, te weten bedrijven in Olst, Welsum, Oene (2x) en Nijbroek. De betrokken bedrijven zijn inmiddels geruimd. Met het preventief ruimen van bedrijven is in een straal van 1 km rond de besmette bedrijven is een aanvang gemaakt. Rond onder meer het bedrijf in Olst is dit inmiddels afgerond. Tevens is begonnen met het screenen, dat wil zeggen het klinisch inspecteren van alle veebedrijven in een straal van 3 km rond de besmette bedrijven.

Resultaten traceringsonderzoeken

Zoals ik de Kamer bij brief van 22 maart jl. heb laten weten wijst alles erop dat het bedrijf in Oene waarop op 15 maart sprake was van klinische verschijnselen van MKZ bij geiten, zonder dat de aanwezigheid van het virus op dat moment kon worden aangetoond, besmet is geraakt via de aanvoer van 75 Ierse mestkalveren op 24 februari jl. Deze kalveren hebben de nacht van 23 op 24 februari doorgebracht op een rustplaats in Baroche Gondoin in het Franse departement Mayenne. Naar de Franse autoriteiten op 21 maart jl. hebben laten weten vormt deze rustplaats de bron van de MKZ-uitbraak in Frankrijk.

Met het transport uit Ierland zijn 155 kalveren meegekomen die zijn afgeleverd op bedrijven in Sprang-Capelle en Beesd. Op het bedrijf in Sprang-Capelle zijn op 21 maart klinische verschijnselen van MKZ waargenomen. Beide bedrijven zijn inmiddels geruimd. De aanwezigheid van het virus op deze bedrijven is nog niet formeel bevestigd; de uitslagen van de onderzoeken door ID-Lelystad worden een dezer dagen verwacht. Rond de bedrijven zijn beschermings- en toezichtsgebieden ingesteld. Binnen een straal van
1 km zal tot preventieve ruiming worden overgegaan.

Vanuit het bedrijf in Oene zijn op 13 en/of 14 maart jl. jonge bokjes afgeleverd aan een rundveebedrijf in Oosterwolde (Gld.) en, door tussenkomst van een handelaar in Herpen, aan een slachterij in Maaren Kessel. Beide laatstgenoemde bedrijven zijn op 16 maart jl. uit voorzorg geruimd in verband met de aanwezigheid van uit Frankrijk geïmporteerde schapen en/of geiten. Het bedrijf in Oosterwolde is op 21 maart geruimd. Ook rond deze bedrijven zijn beschermings- en toezichtsgebieden ingesteld. Op 23 maart bleken alle dieren van het geruimde bedrijf in Herpen een negatieve uitslag te geven in de testen op aanwezigheid van het MKZ-virus. Een dag later, op 24 maart, zijn evenwel klinische verschijnselen van MKZ waargenomen op een bedrijf in Berghem, gelegen op ca. 800 m van het eerder genoemde bedrijf in Herpen. Om deze reden heb ik besloten de toezichts- en beschermingsgebieden rond Herpen te handhaven. Rond de bedrijven in Oosterwolde en Herpen zal een preventieve ruiming worden uitgevoerd. De uitslagen van de onderzoeken op de aanwezigheid van het MKZ-virus in Oosterwolde en Maaren Kessel worden in de loop van deze week verwacht.

Hoewel niet onomstotelijk bewezen, lijkt het zeer aannemelijk dat de besmetting van het tweede bedrijf in Oene en die van de bedrijven in Welsum en Nijbroek verband houden met de besmetting van het bedrijf in Oene waar op 24 februari eerder genoemde Ierse mestkalveren zijn gearriveerd. Persoonscontacten lijken hierbij een grote rol te hebben gespeeld. Het bedrijf in Olst, dat als eerste besmet is verklaard,is een zogenaamd, gesloten bedrijf, hemelsbreed 5 km van Oene gelegen aan de andere kant van de IJssel. Het tracerings-onderzoek heeft geen verklaring voor het uitbreken van MKZ op dit bedrijf opgeleverd; persoonscontacten met de andere kant van de IJssel kunnen als oorzaak niet worden uitgesloten.

Uit het voorgaande kan, zij het met de nodige voorzichtigheid, vooralsnog de conclusie worden getrokken dat alle tot nu toe bekende uitbraken alsmede de bedrijven die als verdacht gelden direct of indirect samenhangen met het transport van Ierse mestkalveren via Mayenne naar Nederland.

Contacten van de inseminator van het bedrijf in Olst hebben aanleiding gegeven tot nader onderzoek van een 24-tal bedrijven in Overijssel. Hangende dit onderzoek zijn de betrokken bedrijven geblokkeerd.

Andere transporten van Ierse kalveren naar Nederland

Naar inmiddels is gebleken heeft in de periode van 17 - 22 februari nog een drietal transporten van Ierse mestkalveren, via Frankrijk, naar Nederland plaatsgevonden. Hierbij waren vier importeurs betrokken. Het heeft de nodige moeite gekost om de route van deze transporten te achterhalen. Van twee transporten is op 23 maart komen vast te staan dat deze niet de besmette rustplaats in Mayenne hebben aangedaan. Via de drie importeurs die hierbij waren betrokken zijn de ca. 370 mestkalveren verdeeld over een 15-tal kalver-mesterijen, waaronder ook het hiervoor genoemde bedrijf in Beesd dat inmiddels is geruimd. De 14 bedrijven waarop nog Ierse kalveren aanwezig zijn, zijn geblokkeerd. De dieren zullen aan klinisch en serologisch onderzoek worden onderworpen. Dit is in overeenstemming met de procedure die destijds is gevolgd bij uit het VK en Frankrijk ingevoerde runderen.

Rond de route van het derde - 161 mestkalveren omvattende - transport heeft lange tijd onzekerheid bestaan, vooral als gevolg van het feit dat betrokkenen tegenstrijdige verklaringen hebben afgelegd. Gegeven het feit dat het, voor vertrek uit Ierland opgestelde, routedocument Baroche Goudoin (Mayenne) als rustplaats vermeldde, is het besluit genomen tot het ruimen van het drietal bedrijven waar deze kalveren, na aankomst in Nederland op 22 februari, hebben verbleven. Het betreft hier bedrijven in Doornspijk, Nunspeet en Overberg. Rond de betrokken bedrijven zijn toezichts- en beschermings-gebieden ingesteld. In de avond van 25 maart is, o.a. door tussenkomst van de Ierse autoriteiten, aanvullend bewijsmateriaal ontvangen met betrekking tot de route die de Ierse vrachtwagen heeft afgelegd. Op grond hiervan kan worden geconcludeerd dat de rustplaats in Mayenne niet is aangedaan. Als deze conclusie kan worden bevestigd kunnen de beschermings- en toezichtsgebieden worden opgeheven.

Uit Frankrijk geïmporteerde dieren

In mijn brief van 14-03-2001 heb ik de Kamer ingelicht over het feit dat op 52 veehouderij-bedrijven in Nederland runderen, varkens, schapen of geiten aanwezig waren die na 24 januari jl. uit Frankrijk waren geïmporteerd. De bedrijven die schapen en/of geiten hadden ontvangen zijn uit voorzorg geruimd; de bedrijven met runderen en/of varkens zijn geblokkeerd, hangende klinisch en serologisch onderzoek. Op 23 maart zijn de resultaten van de onderzoeken bekend geworden. Voor 51 bedrijven geldt dat alle onderzoeken een negatieve uitslag hebben opgeleverd, voor wat betreft de aanwezigheid van MKZ. Met betrekking tot één bedrijf kan nog geen definitieve conclusie worden getrokken; het betreft hier de slachterij in Maaren Kessel welke, zoals gemeld, in relatie heeft gestaan met het eerder genoemde bedrijf in Oene. Dit bedrijf blijft geblokkeerd, evenals, om redenen eerder vermeld het bedrijf in Herpen. Dit betekent het blokkeren van 50 bedrijven kan worden beëindigd.

De stand still

Op woensdag 21 maart is voor geheel Nederland een zg. stand still van alle in verband met de aanpak van de MKZ-uitbraak relevante transportbewegingen van kracht geworden.
Deze stand still was nodig om verder verspreiding van Mond- en Klauwzeer te voorkomen en de besmettingshaarden als mede de contacten die van daaruit hebben plaatsgevonden in beeld te brengen. Een eventuele verlenging dan wel versoepeling van deze algemeen geldende maatregelen zou afhankelijk zijn van de resultaten van de uit te voeren traceringsonderzoek. Hierbij is van belang op te merken dat de stand still maatregelen ten dele strikter zijn dan het maatregelenpakket dat op grond van EU-regelgeving voor de eerste 72 uur vereist is.

Met betrekking tot de besmettingshaarden en verdachte bedrijven uitgevoerde traceringsonderzoek duidt er, zoals eerder aangegeven, op dat de tot nu toe vastgestelde besmettingen en verdacht verklaarde bedrijven in verband kunnen worden gebracht met het zogenaamde Iers-Franse spoor van mestkalveren. Om deze redenen is de stand still op zaterdag 24 maart 12.00 uur beëindigd en vervangen door een pakket maatregelen dat voor de zg. ingesloten gebieden (10 km zônes) meer beperkingen inhoudt dat voor de rest van het land. De beëindiging van de stand still betekend niet dat de conclusie mag worden getrokken dat zich geen uitbraken meer zullen voordoen. De stand still was zoals gezegd noodzakelijk om te voorkomen dat transportbewegingen het traceringsonderzoek zouden doorkruisen en om de controle en handhavingsdiensten in staat te stellen hun activiteiten op te schalen.

Op dit moment is sprake van 5 ingesloten gebieden, nl. gebieden rond: (1) Maren-Kessel en Herpen, (2) Sprang-Capelle, (3) Beesd, (4) het toezichtsgebied Oene, Olst, Welsum, Nijbroek, Doornspijk, Nunspeet en Oosterwolde en (5) Overberg.
Globaal geldt nu het volgende vervoersregime voor de niet ingesloten gebieden in Nederland:


Het vervoer van vee en vervoermiddelen van vee blijft voorlopig verboden.

Pluimvee mag onder voorwaarden rechtstreeks worden getransporteerd naar een slachthuis en eendagskuikens mogen onder voorwaarden worden getransporteerd.

Het vervoer van levende producten (sperma, embryo's en eicellen) is onder voorwaarden toegestaan.

Het vervoer van mest is toegestaan, mits de vervoermiddelen gereinigd en ontsmet worden voordat zij het erf van een bedrijf verlaten.

Melk mag worden opgehaald van de melkproducerende bedrijven, mits de melkwagens gereinigd en ontsmet worden voordat zij het erf van een bedrijf verlaten.

Het vervoer van voeders, bestemd voor vee en pluimvee, is toegestaan onder de voorwaarde dat het vervoer rechtstreeks geschiedt van het mengvoederbedrijf naar de boerderij. Het vervoer van grondstoffen voor diervoeders alsmede het vervoer van petfood is ten aanzien van de mond- en klauwzeer niet langer aan beperkingen onderhevig.

Het bezoeken van bedrijven, waar vee wordt gehouden, is in beginsel verboden. Uitzonderingen zijn mogelijk voor dierenartsen en personen, die aanwezig moeten zijn in geval van noodsituaties (politie, huisarts, brandweer, ambulance).
Noodvaccinatie

In het Permanent veterinair Comité van 23 maart heeft de Commissie een voorstel gepresenteerd om Nederland, onder bepaalde voorwaarden, toe te staan noodvaccinatie toe te passen. Tot mijn genoegen heeft dit voorstel in het PVC in ruime mate steun ontvangen; slechts Oostenrijk en Finland hebben uiteindelijk tegen gestemd, terwijl Denemarken en Griekenland zich van stemming heeft onthouden. Nu een positief advies is verkregen staat niets de toepassing van noodvaccinatie in Nederland meer in de weg. Naar mijn mening is hiermee een doorbraak in het denken over vaccinatie tot stand gekomen.

De noodvaccinatie mag in Nederland slechts worden toegepast op veehouderijbedrijven die preventief zullen worden geruimd, dat wil zeggen zijn gelegen binnen de zône van 1 km (of zonodig 2 km) rond een besmet bedrijf. Voorwaarde daarbij is dat kan worden aangetoond dat de dodings- en/of destructiecapaciteit ontroereikend was om het preventieve ruimen. De geënte dieren dienen binnen 2 maanden alsnog gedood en vernietigd te worden. De noodenting is daarmee, ik wijs daar met nadruk op, geen alternatief voor het preventief ruimen, maar een instrument om het ruimen gefaseerd te kunnen uitvoeren zonder dat het risico wordt gelopen dat het MKZ-virus zich verder verspreidt. Noodenting mag, zo is nadrukkelijk door de Commissie bepaald, niet worden toegepast rond de bedrijven die op 23 maart reeds besmet of verdacht waren (Olst, Welsum, Oene, Maaren Kessel, Beesd, Sprang-Capelle en Oosterwolde). Nu er nieuwe besmettingen rondom Oene zijn geconstateerd zal dit het eerste gebied zijn waar gevaccineerd zal worden. In een aaneengesloten gebied wordt in een straal van 2 km rond de besmettingshaarden van buiten naar binnen noodvaccinatie toegepast. Voorafgaand aan de vaccinatie worden bloedmonsters genomen. De gevaccineerde dieren worden fysiek gemerkt.

In de vergadering van het Permanent Veterinair Comité (PVC) van vrijdag 23 maart is het vaccineren van dierentuindieren ook ter sprake gebracht. Verschillende lidstaten ondersteunen het Nederlandse idee dat onder strikte voorwaarde het preventief vaccineren van dierentuindieren mogelijk moet zijn. De Europese Commissie heeft toegezegd het vaccineren van dierentuindieren te bestuderen en zal er in de PVC-vergadering van dinsdag 28 maart op terugkomen.
In een poging om toestemming te krijgen voor het vaccineren van dierentuin dieren heeft de Nederlandse Vereniging voor Dierentuinen een kort geding aangespannen tegen het Ministerie van LNV. Dit kort geding heeft plaatsgevonden op zaterdag 24 maart voor het College van Beroep voor het Bedrijfsleven. De rechter wees het verzoek van de hand onder verwijzing naar het Europese non-vaccinatiebeleid.

De gevolgen van preventief vaccineren

Non-vaccinatie kan uitsluitend in Europees verband worden gewijzigd. De huidige regelgeving met betrekking tot de export van dierlijke producten naar zowel EU-lidstaten als derde landen verbiedt, vanwege het verloren gaan van de MKZ-vrije status, het preventief vaccineren tegen MKZ. Zoals bekend heb ik de non-vaccinatie met kracht ter discussie gesteld in de Landbouwraad. Een eenzijdig besluit van Nederland om tot preventieve vaccinatie over te gaan zal ingrijpende gevolgen hebben, niet alleen voor de export van de Nederlandse veehouderijsector naar derde landen, maar ook in het bijzonder voor die naar de EU. Immers, van de totale Nederlandse dierlijke productie wordt 60 % geëxporteerd, daarvan gaat 80% naar de EU (48% van de totale productie). Het verlies van de MKZ-vrije status zal derhalve niet alleen voor de primaire sector, maar ook voor de toeleverende en verwerkende industrie langdurige en voor een deel onomkeerbare gevolgen hebben. Een besluit om tot preventief vaccineren over te gaan kan dus niet lichtvaardig kunnen worden genomen.

De export van dieren en dierlijke produkten

Sinds 21 maart jl. is voor Nederland een verbod van kracht voor de export naar andere landen van de EU alsmede naar derde landen van levend vee en dierlijke producten (zoals vlees- en melkproducten). Nederland gaat hiermee verder dan de Commissie bij beschikking van 21 maart jl. heeft voorgeschreven. Dit wegens de stringente maatregelen die in Nederland getroffen zijn om de verspreiding van het MKZ-virus tegen te gaan. Zodra de situatie rondom de bestrijding van de ziekte dit toelaat zullen de exportmaatregelen daar waar mogelijk de Europese beschikking gaan volgen.

De minister van Landbouw, Natuurbeheer
en Visserij,

mr. L.J. Brinkhorst


Antwoord op onderwerpPlaats een reactie

Wie is er online

Gebruikers op dit forum: _lauraaa_, anthea_naomi, Baidu, BingBot, enamorada, Faddy, Geryon, hinte, Jannaa, Joyce_R, JuliaaahX, marlonFloris, Niika, Pikkepor, Schuur_, Selina, snuffie123 en 58 bezoekers