
Aan mijn andere verhaal word ook gewerkt... Maar dat is gewoon erg lastig, omdat ik zelf het einde nog niet weet.
Afijn, verplichte woorden:
Beginzin:
Ik liep door Amsterdam op een zonnige dag in 1964.
Woorden:
hippies, beatles, london, parijs, berlijn, joint, fiets, vliegen, onderbroek, Napoleon, miljoenen, euro's, guldens, krakerspand, vriendloos, schotse jongen, kakwijf, paars met gle stippen.
Einde:
En ik keek naar mijn handen en ik wist dat het goed gaat.
En het verhaal:
Ik liep door Amsterdam op een zonnige dag in 1964.
Op de straat zaten grote groepen hippie's te blowen en te praten. Sommigen maakten ook muziek. Ik herkende een meldietje van de Beatles. Jammer genoeg kon ik zelf niet meedoen, ik moest naar een sollicitatiegesprek. Gehaast liep ik een zebrapad over, ik wou niet te laat zijn. Toen ik de hoek omliep, botste ik pltseling tegen iemand op. We vielen op de grond, en ik schaafde mijn hand. De jognen die tegen mij opgebotst was, begon in het engels exusen te stamelen. Hij pakte mijn hand, en ik ging zitten, zomaar midden op de straat. De jongen vroeg me of ik in orde was, maar ik kon geen woord meer uitbrengen. Nee, ik zag alleen zijn ogen. Het waren de mooiste ogen die ik ooit zag. Ik kon er bossen in zien, en uitgestrekte groene velden.
"Are you okay, miss?"
In zijn stem hoor ik een schots accent, zou het een zeeman zijn, of een reiziger? Ik stamel dat het wel gaat, en in een krachtige beweging tilt hij me op mijn voeten. De schotse jongen kijkt me aan, en ik krijg geen woord over mijn lippen. "You don't look that well, can I get you something to drink?"
Hij slaat zijn arm om me heen en duwt me zachtjes in de richting van een terasje. Als in een droom ga ik naast hem zitten, terwijl hij een glas water voor me besteld. Onze ogen kruisen elkaar, en verlegen lach ik. Als hij ook lacht, twinkelen zijn ogen. "Please, let me take a look at you're hand, does it hurt?"
Hij pakt mijn hand, en ik val bijna flauw. Voorzichtig vegen zijn vingers het vuil van de wond. Ik kom weer een beetje bij mijn positieven, en stel me voor als Annemiek. Hij houd nog steeds mijn hand vast, en verteld mij Napoleon te heten. Leo dus. Als het gesprek een beetje op gang komt, zie ik dat kakwijf van een Dionne langskomen. Ik ga expres een beetje dichter bij Leo zitten, en het resultaat blijft niet uit. Haar gezicht word niet zomaar groen van jaloezie, eerder paars met gele stippen!
Lachend kijk ik hoe ze kwaad wegloopt, en dan weer naar Leo. "Tell me, have you ever been to Amsterdam before?" Hij schud van niet, dus ik spring op, en zeg:"Come on then, let's rend a bike, so I can show you around." Ik pak zijn hand, en trek hem mee naar de dichstbijzijnde verhuurder. Volgens mij ben ik gek geworden maar dat kan me niets schelen. Als we een fiets hebben, gaat Leo zitten, en ik spring achterop. Tussen het lachen en het praten door roep ik links, of rechts. Ik vertel alles wat ik weet over Amsterdam. Over Anne Frank, guldens, en klompen. Dan fietsen we langs een krakerspand en ik zie een aantal van mijn beste vriendin op de stoep zitten.
"Stop, Leo, stop. Look over there, some friends of mine. I want you to meet them." Ik ren naar mijn vrienden, en ga naast mijn beste vriendin zitten. "Hij is schots!" fluister ik opgewonden in haar oor. Lisa kijkt me met een veelbetekenende blik aan, en ik lach. "Welnee joh, ik ken hem toch nog maar net. Ik wou gewoon even laten zien dat ik niet vriendloos ben." Leo gaat naast me zitten, en mijn vriend Markus geeft hem direct een joint aan. Rustig neemt Leo een trekje, en geeft de joint door. "This really is a strange country! If i would do this in my own country..." Hij schud zijn hoofd, op een veelzeggende manier. Dan zegt Markus opeens: "Dat zou hem veel euro's kosten!" We gieren van het lachen, Markus heeft duidelijk teveel gehad, dat hij dit soort onzin uitkraamt.
De rest waarschijnlijk ook, want er valt geen zinnig gesprek met ze te voeren. Ik trek Leo aan zijn mouw. "Come on, let's go." Ik loop het gebouw in, en trek Leo mee. Het is een luxe hotel dat een maand terug leeg kwam te staan. Het is nog lang niet vervallen, sommige kamers zijn nog ingericht. Er is zelfs een pooltafel. Leo en ik spelen een spelletje, hij laat mij winnen. Dan pakt hij mijn hand, en zegt, kom mee! Hij brengt me naar een grote eetzaal. "Wait over here."
Ik wacht, het lijkt wel uren te duren, zo alleen. En ik ken hem nog maar net. De zon gaat bijna onder... De middag is zo snel voorbij gevlogen. Dan komt Leo terug, ik hoor gestommel in de gang.
"Close you're eyes!" roetp hij , voor hij binnenkomt. Ik hoor de deur kraken, en geritsel dichtbij me. Het afstrijken van een lucifer. Dan pakt iemand mijn handen, en haalt ze van voor mijn ogen. Wat ik zie, is het liefste, en het meest romantische dat ik ooit in mijn leven zag. Een kaars die de schemerige kamer verlicht. Er om heen staan broodjes, boter, allerlei soorten beleg, wijn, en zelfs echt bestek! Als die moeite... Ik glunder gewoon! Leo schuit ook aan, en begint een broodje te smeren. Ik volg zijn voorbeeld. Tussen het eten door kan ik het niet helpen om steeds even naar hem te kijken. Als ik genoeg heb, leg ik mijn bestek neer. Direct staat Leo ook op, en pakt mijn hand. "Come on, follow me."
Ik sta op, en we lopen de kamer uit. De trap op, hoger en hoger. Lachend vraag ik hem waar we naar toe gaan. Ik geloof dat ik aardig dronken begin te worden. We komen bji een kleinere trap. Leo klimt eerst naar boven, en opent een luik. Dan helpt hij mij naar boven. Ik sta op het dak van het hotel. De wind laat mijn haren wapperen, en ik kijk uit over heel Amsterdam. Leo steekt zijn hand naar mij uit. "Shall we dance?" Ik stap naar hem toe, en leg mijn ene hand in de zijne, de andere op zijn schouder. Hij legt zijn hand op mijn heup. En we dansen. Het lijkt wel uren te duren, maar vooral, lijkt het wel vliegen. Ik droom. Zolang ik in Leo's groene ogen kan staren, bestaat de wereld niet meer, en is er alleen die verlammende verliefdheid. Hoog boven Amsterdam zweef ik op mijn geluk. Ik kijk naar de lucht. Miljoenen sterren fonkelen boven ons. "Oh Leo, take me tot London, Paris and Berlin, anywhere, as long as I can by with you!" Zijn groene ogen komen dichter en dichter bij, dan sluit ik de mijne, en we zoenen. Leo loopt langzaam achteruit, ik volg hem. Waar wil hij naar toe? Ik wil alleen maar mee!
We gaan het trappetje weer af. Drie verdiepingen omlaag, een kamer in. In een fractie van een seconde zie ik wat er op het bordje staat. The Wedding Night Suite. Opnieuw zoen ik Leo, en ik leg mijn handen op zijn gespierde borst. Ik voel zijn ademhaling, zijn hartslag. We lopen naar het bed, en laten ons vallen. We kleden elkaar uit. Hij lief, voorzichtig en teder, ik steeds ongeduldiger.
Shirt, rok, schoenen, overhemd, onderbroek.
Wat er toen gebeurde hoef ik jullie natuurlijk niet te vertellen. Dat lijkt me vanzelfsprekend. Ik zal verdergaan op het moment dat ik de volgende ochten wakker werd. Het eerste dat ik zag was Leo. Hij had iets bezorgds over zich, maar zijn aanwezigheid alleen al kalmeerde mij zo, dat ik daar niet op lette. Leo had aardbeien meegenomen, en suiken. We voerden ze aan elkaar, in rust en stilte. Het leek uren te duren.
Dat is mijn mooiste herrinering aan hem. Dat prachtige, vredige moment. Het is ook een van mijn laatste herrineringen aan hem.
Buiten klinkt geschreeuw. Leo springt op en kijkt uit het raam.
"fiets! Anne! Get dressed!"
Ik kleed me aan, zo snel als ik kan, en ren ook naar het raam. Ik verstijf van angst al ik zie wat er gaande is. Mijn vrienden, en nog veel meer krakers, staan voor het hotel. Een eindje verderop staat de ME. Enkele protestanten beginnen met stenen te gooien, en de ME rukt op, en probeert door de muur van mensen heen te breken. "fiets no!" schreeuwt Leo, "The're trying to get in." Hij pakt mijn hand, en we rennen de kamer uit, de trappen af. We rennen naar de voordeur, maar de weg naar vrijheid word geblokkeerd door vechtende krakers en agenten. Iemand heeft zich vastgeketend, verward kijk ik hem aan, en ren dan weer verder. De nooduitgang. Op slot. Net als de volgende deur, en de volgende...
We zitten als ratten in de val, en terwijl mijn paniek groeit, doet het besef dat we niet weg kunnen dat ook. Het is hopeloos...
Bij de receptie zakken we op de grond neer. Leo kijkt me aan, en zegt: "We have no choise, but to go the front door."
"Wait, Leo. There's something I want tot do..."
In de laden van de balie zoek ik een stuk papier en een potlood.
"What are you doing Anne?"
Ik gebaar Leo stil te zijn, en begin te tekenen. Zijn haren, lippen, wangen, neus, oren, maar vooral, zijn orgen. Ik doe mijn uiterste best om die schittering in zijn ogen ook okp papier te krijgen. En het lukt me. Hoe lang het tekenen duuurt, weet ik niet. Buiten gaat het geschreeuw door, maar ik blijf rustig. Als ik klaar ben, zet ik mijn voornaam eronder, en ik loop naar Leo. "So I'll remember you."
Hij pakt de schets aan, en kijkt ernaar. Na een poosje zegt hij eindelijk iets.
"You should do this for a living, really. Don't get a boring job in some kind of office. You're really good at this." Ik glimlach van trots. Mijn moeder erkende mijn talent nooit. Van haar moest ik die sollicitatie doen. Opeens ben ik terug bij de realiteit. Die sollicitatie... Ik ben een hele nacht weggeweest!
Maar nu heb ik grotere problemen. De ME staat voor de deur, en wij moeten erlangs. Leo pakt mijn hand. We moeten nu echt gaan. We lopen door de deur, en worden direct omringd door vechtende mensen. Leo trekt me mee. Ik knijp in zijn hand, en Leo knijpt, zachtjes, terug. "Come on Anee, we have to get through this!" Maar het lijkt onmogelijk. We komen amper vooruit, en soms zie ik Leo niet eens meer. Dan is het enigste wat ik heb, zijn hand. We wurmen ons door de mensenmassa, als ik opeens een hand op mijn arm voel. Ik draai mijn hoofd om te zien wie me vasthoud, en ik kijk recht in het gezicht van een ME'er. "Laat me los" schreeuw ik, maar hij verstevigd zijn greep juist. Paniekerig trek ik aan Leo's arm. De ME'er laat nog steeds niet los, en en doodsbang probeer ik me uit zijn greep te worstelen.
Maar dan duikt vanuit het niets, Leo plotesling op. De ME'er dienst terug. Leo is echter sneller, en plant zijn vuist recht in het gezicht van de man. Eindelijk laat hij mijn arm los, en Leo en ik rennen verder. We zijn er bjina, en ik kan eindelijk weer lachen. Leo kijkt me aan, zijn ogen twinkelen.
Alles leek zo perfect dat moment. De schreeuwende menigte om ons heen hoorde ik niet eens meer. Er was alleen die overtuiging dat we het gingen halen.
Wat we echter niet wisten, was dat de hel nog niet over was. Nog niet eens begonnen.
Nee, de hel stond op het punt van losbarsten.
Ik en Leo rennen zij aan zij door de menigte. Bijna zijn we er, bijna aan het eind.
Nog een paar meter. En dan, dan zijn we er eindelijk. Maar voor ons ligt niet de vrijheid die we verwacht had. Geen rust, geen einde, geen lege straat, een uitvlucht.
Een grote groep agenten heeft ons ingesloten. Twee van hen pakken Leo vast, en iemand pakt mij van achter bij mijn armen vast. "Nee, Leo!" Ik wil zijn hand niet loslaten. Nu niet, nooit niet. Een van de agenten pakt zijn wapenstok, en vanuit het niets begint hij op Leo's arm in te slaan. Een keer, twee keer, drie, vier keer, en dan moet Leo loslaten.
"Nee!" schreeuw ik, wanhopig.
"Annemiek! Listen to my! Whatever happens, you are an artist. Please, travel the world, and with the inspiration you'll get, you will become an great artist! Promise me that!"
Maar opnieuw slaan agenten op hem in, en ik word weggetrokken.
Het laatste wat ik zie voor ik de arrestatiebus ingegooid word, is hoe Leo op de grond valt.
De rest van de dag breng ik door in een cel. Pas s'avonds komt er een agent, die verteld dat mijn moeder borg voor me betaald heeft. Hij maakt mijn handboeien los, en ik mag gaan. Als ik naar buiten loop, zie ik inderdaad mijn moeder staan. Ik adem de frisse lucht in, en wrijf over mijn pijnlijke polsen. Als ik naar mijn handen kijk, zie ik dat er rode striemen op zitten.
"Mam, hoe wist de politie dat er krakers in dat pand zaten?"
"Omdat ik ze gebeld had toen jij maar niet thuiskwam, Annemiek!"
Haar kille ogen doorboren mijn hart, ze heeft me veraden. Niet alleen mij, ook mijn vrienden.
Op zoek naar steun en troost, steek ik mijn hand in mijn zak. Maar de tekeing zit er niet meer. Geschrokken probeer ik mijn andere zakken, maar ik kan mijn tekening nergenst vinden.
De politie moet hem ingenomen hebben, de schoften!
Ik heb Leo later nooit meer teruggezien. Maar toch is hij altijd bij me. Twee maanden na onze ontmoeting, kwam ik erachter dat ik zwanger was. Mijn ouders waren razend, en ik liep weg van huis. Om mijn geld te verdienen met tekenen, om te reizen, om te leven, en vooral, om mijn kind op te voeden.
Het is me gelukt, en daar ben ik nog altijd trots op.
Mijn teking dook een week geleden opeens op. Toen ik bij het politieburo was om aangitfe van een tasjesroof te doen. Ze hadden mijn tekening tussen andere kunststukken opgehangen. Waarschijnlijk om de saaie ruimte wat op te fleuren. Mijn aangifte ben ik direct vergeten. Ik heb geëist dat ze mijn tekening van de muur haalden, en ben direct weggegaan. Na al die jaren, keek ik opnieuw in zijn ogen, maar nu terwijl ik naar buiten liep.
En ik keek naar mijn handen, en ik wist dat het goed was.
Dat was 'm, en ja, ik weet dat het gruwelijk veel op de titanic lijkt.
Ik zou 'm eventueel nog aan kunnen passen, aangezien paars met gele stippen toch niet echt tja, denderend klinkt.
Tips en tricks zijn welkom!
De hoofdpersoon was om de bladzijde verlief op iemand anders...
)