De travers :
De travers is een zijgang op twee hoefslagen met vier sporen, waarbij het paard kijkt in de richting waarheen hij gaat. Elk been heeft een eigen spoor. Bij de travers blijft de voorhand op de hoefslag en wordt de achterhand naar binnen gebracht. Het paard is hierbij om het binnenbeen van de ruiter gebogen. Het paard kruist met zijn buitenbenen voor die aan de binnenzijde langs. De hoek van de beweging bij een travers is groter dan bij de schouderbinnenwaarts.