Horzel:

De paardenhorzel (Gastrophilus intestinalis) is een insect behorende tot de orde van de Diptera (tweevleugeligen) dat als larve parasiteert op levende paarden.
De volwassen horzel legt eitjes op de onderbenen maar ook in de manen en in de hals van het paard. De eitjes zijn te herkennen als kleine gele puntjes in de beharing. Deze komen uit en worden als larven opgelikt door het paard. In de tong boren ze zich in en bereiken na een week of vier de maag. Daar hechten ze zich in de maagwand vast om na driekwart jaar, aan het begin van het warme seizoen, weer los te laten en met de mest vrij te komen. Daarna ontstaat binnen een maand de volwassen horzel. Een volwassen horzel leeft relatief kort en moet zich binnen zo'n drie 3 weken voortplanten.
Daas:
Dazen of paardevliegen zijn breed gebouwde, snelle roofvliegen met grote ogen. Vooral de wijfjes zijn bloeddorstig en zuigen bloed bij grote zoogdieren en soms ook bij de mens. Het eiwit uit het opgezogen bloed is nodig om de eitjes te kunnen laten rijpen. De mannetjesdazen eten honing. De larven leven in vochtige grond en zijn rovers of leven van rottende planten. Biologen determineren dazensoorten vaak aan de hand van hun oogkleur. Dazen kunnen, net als muggen, het CO2-gehalte van de lucht bepalen om een prooi te vinden.
Met name vee kan zeer veel hinder van dazen hebben. Ze komen vooral voor op iets vochtige plaatsen die naast zon ook wat schaduw bieden. De larven ontwikkelen zich in water, modder, moeras, of rottende plantendelen. Ze leven vaak van andere insecten. Er zijn meestal 8 of 9 larvestadia, met een diapauze in de winter. In vrijwel alle geslachten (behalve een paar primitieve die vooral in de tropen voorkomen) voeden de volwassen vrouwtjes zich met bloed; de mannetjes bijna altijd met nectar of plantensap. In Nederland komen een 35-tal soorten dazen voor.


Horzels ben ik eigenlijk nog nooit tegengekomen?

Misschien moet ik ook maar eens dat enorme stinkspul aan gaan schaffen! 